HUMANS OF INDIA

“My name is Ashwani. I am disabled: only physically. I am spastic which makes it hard to talk and people think I am stupid. I am not. I sell apples on the street, everyday, and with that money I can take care of myself and my family. My parents are too old to work. I want to make them happy. My brother is also abnormal, but way worse than I am. It’s in his brain too and he always feels sick. So I am taking care of them all. I’d be pleased if you could buy my apples. And even if you don’t, I will greet you happily every time you pass me by.”

Advertisements

Op de boterthee bij…

… m’n favoriete Tibetaanse babietje Nyima Samdup 

Het Indiase bussensysteem heeft me een extra dag in Dharmsala cadeau gedaan. Op deze laatste dag ben ik ineens vrij en kan ik doen wat ik wil. Het Rogpa Baby Care Center waar ik de afgelopen drie weken gewerkt heb is dicht, dus ik kom de hele dag babies tegen op straat. Wat een mazzel, kan ik toch nog even met ze spelen, kletsen en knuffelen. Én ik kan op bezoek bij m’n favorietje. Zijn ouders hebben een kraampje op de markt en ik durf te wedden dat hij daar ook is vandaag.

Nyima komt me al van ver tegemoet. Op de een of andere manier heeft de hele Tibetaanse community meegekregen dat Nyima m’n liefste is hier. Tante komt met hem aangelopen en geeft hem meteen aan me over. Niet dat Nyima dat wil, Nyima wil altijd bij papa zijn namelijk. Ik breng hem naar hem toe en word ook door papa onthaald met een enorme glimlach, een buiging en “tasih delek”. Ik doe hetzelfde maar nog veel enthousiaster natuurlijk haha.

Bij m’n vorige bezoek heb ik veel gekocht in de kraam van papa, simpelweg omdat dit gezinnetje me raakt. Nyima, 11 maanden oud, kwam voor het eerst op t BCC op mijn eerste dag. Hij kon alleen maar huilen. De Tibetaanse harde aanpak op dag 1 werkte averechts, Nyima huilde alleen maar harder, de Frans Canadese aanpak van m’n collega op dag 2 werkte ook niet (en die kon ik al helemaal niet aanzien) dus vanaf dag 3 greep ik m’n kans en was Nyima van mij. Geduld en liefde, nabijheid en knuffels. Het was een cadeautje om te mogen doen en na een paar dagen werkte het. Nyima en ik raakten beiden gewend op t BCC en ik daarnaast gehecht aan hem. En bovendien, ik zag hoe ontzettend liefdevol papa met hem speelde als hij ‘s ochtends bracht en hoe moeilijk ouders het vonden om hem krijsend achter te laten op t BCC als ze vertrokken. Ik wilde steeds zeggen: “Komt goed, over 5 minuten heb ik hem stil en hij vindt het steeds fijner hier!”, maar ja, doe dat maar eens in je beste baby-Tibetaans.. Goed, voor mij genoeg reden om dit gezinnetje in m’n hart te sluiten en ze te willen helpen.

Terug naar de kraam van papa en mama op de markt en de eerste keer dat ik er was twee weken geleden. Ze verkopen net als heel veel andere Tibetanen sieraden om rond te kunnen komen. Maar hun kraam stelt eigenlijk te weinig voor om er enigszins goed geld mee te verdienen, zeker als je het vergelijkt met de andere kramen. Ze hebben gewoon net niet de mooie sieraden en veel van de dingen zijn kapot. Ik koop zoveel ik kan en als papa geld wil teruggeven kijk ik hem aan en zeg ik dat het voor hem is. So, over een dankbare blik gesproken. Of ik alsjeblieft nog even chai-thee wil drinken. Ik en m’n parasiet kunnen de chai nog niet aan maar ik beloof dat ik terug kom.

En dat doe ik vandaag dus. Ik krijg eerst chai bij de kraam en laad nog een dosis armbandjes in. Ik klets wat met de familie en een van de neven kan wat vertalen. Moeder, ze is net zoals ik 29 jaar, is in 2011 uit Tibet gekomen, vader al eerder. Ze hebben elkaar hier ontmoet en zijn verliefd geworden. Ik snap dat wel, ik ben verliefd op zowel vader als moeder als kind. Wat een schatjes.

Als ik m’n chai op heb, nodigt moeder me uit om met haar en Nyima naar hen thuis te gaan. Ik wil wel! Ben megabenieuwd hoe ze wonen. Nyima gaat in de draagzak, z’n favoriete plek, dan kan hij namelijk lekker alles overzien en is hij veilig bij mama. Onderweg naar huis kijkt hij dolblij rond en raakt hij alles aan waar hij bij kan. Ondertussen kletst en zingt hij. Nyima is op z’n best zo. We lopen door de tempel, draaien alledrie aan de gebedsrollen voor wat extra ‘good luck’. Kleine straatjes, paadjes, binnentuintjes waar in godsnaam gaan we heen?

Een gebouwtje met heel veel kamers en gezinnetjes. Mijn familietje woont in een kamer van hooguit 9m2. Midden in de kamer staan twee 1-persoons bedden, want een 2-persoons bed zou niet passen. Gezellig zeg 😦 Nima slaapt ook in bed bij papa of mama. Laten we het over de veiligheid maar niet hebben. De schrammen op zijn gezicht zijn vanochtend ontstaan toen hij uit bed viel, tegen de tafel aan. In de hoek van het kamertje staat een minikeukentje. Op de hoek van het bed ligt een enorme stapel dekens.
Want ja, net zoals in de rest van Dharmsala is hier ook geen verwarming of vuur te bekennen. Aan de muur hangt onwijs veel Tibetaanse kunst: zou dit houvast zijn om toch iets van je herkomst en cultuur vast te kunnen houden als je uit je eigen land gevlucht bent? Ik krijg dan ook boterthee, thee met melk en boter. Dat klinkt precies zoals het smaakt: raar en romig. Daar hoef je niet perse een hele mok van, ik zeg het je 🙂
In de kamer staat ook een koelkast die niet meer sluit en het dus ook maar half doet. En gatverdamme, half bevroren vlees voor de buurman en bloed op de bodem. Er is nou eenmaa geen (geld voor) speelgoed, Nyima speelt dus met alles wat hij tegenkomt en stopt alles in z’n mond. Het slot van de deur, mijn slippers, rijst wat op de vloer is achtergebleven, spullen van mama en zelfs stukjes van het halfbevroren vlees uit de koelkast. Alleen bij m’n slippers en bij t vlees zegt mama er wat van. Hij speelt met het bloed op de bodem van de koelkast en stopt later zelfs een kraal van een ketting in z’n mond waar hij ieder moment in kan stikken. Je kunt je voorstellen dat ik het lastig vind om dit aan te zien, maar tegelijkertijd weet ik ook dat ik hier niks aan kan veranderen.

Mama vraagt me of ik haar foto’s wil zien? Euh ja, heb je die dan? Haar tablet komt tevoorschijn! Het is een goedkope maar toch, ik ben blij dat ze foto’s kan maken van Nyima en in contact kan zijn met de wereld die groter is dan alleen Dharmsala. Ze laat me alle foto’s zien de ze heeft, vertelt wie het zijn en soms ook wie ze naar haar gestuurd heeft. Bij iedere foto van Tibet, gestuurd door haar familie via “we chat” zegt ze: “this is my home country”. Iedere keer weer. Ze blijft lang hangen bij die foto’s. Als ik vraag of ze denkt dat ze ooit terug gaat antwoordt ze: “no, can not, I don’t have Passport”. Ik slik iets weg. Dit is erg. 29 jaar. Net zoals ik. Maar zo’n ander leven. De verschillen en ongelijkheid worden weer eens pijnlijk duidelijk.

Als Nyima even later na mama’s melk in slaap valt en mama hem precies zo instopt als ik geleerd heb op t BCC, is het tijd om te gaan. “Next time you come in Dharmsala you come to my house okay, you know way now!” Haha geen idee hoe ik de weg ooit terug moet vinden maar ja, dolgraag! Ik aai m’n liefste babietje gedag en knuffel moeder, heel ongemakkelijk want natuurlijk veel te westers van me. Maar t maakt niet uit. Het is goed zo. Dag liefste baby. Hopelijk tot snel.

   

         

Tibetaanse babies

Het Rogpa Baby Care Center

Veertig slabbetjes, veertig paar spleetoogjes en veertig veel te dikke winterjassen. Welkom op het Rogpa Baby Centrum.

Dharmsala is my place to be. Dat voel ik direct als ik er na de slopende reis door Rajasthan en Punjab aankom. Hier moet ik blijven. Dit is het dorp van de Dalai Lama. Hier wonen duizenden gevluchte Tibetanen. Dit kun je geen India meer noemen, dit is Tibet maar dan warmer. Na twee dagen bijkomen voel ik dat ik wat moet doen hier. Deze mensen zijn zo bijzonder, zo lief. En arm. En ergens voel ik ook een flinke dosis medelijden. Je zult maar uit je eigen land moeten vluchten omdat je er niet voor je eigen geloof mag bidden. Je cultuur niet mag bestaan. En je onveilig bent. Het is een triest kutverhaal. Ik wil wat doen.

En zo klop ik op een middag dus aan bij Khalsang, de manager van het Baby Care Centre, met de vraag of ik iets kan doen. Jazeker, mits je drie weken wilt blijven. En je bereid bent om 40 snotneusjes en poepbilletjes schoon te vegen. Ja hoor, dat wil ik best!

En dus begin ik de volgende dag aan mijn Tibetaans baby-avontuur.

En een avontuur is het, om als Westerse kinderpsychologe in de Tibetaanse manier van verzorgen te duiken. Het is, laten we zeggen, anders dan wat ik gewend ben 🙂 de vijf dingen die je niet verwacht op een kinderdagverblijf:

1. Tibetaanse moeders zingen veel. Ik sta heel erg achter zingen! M’n moeder heeft het uuuuuren met ons gedaan vroeger en het is goed voor je hele cognitieve ontwikkeling. Maar hier zingen ze wel heel anders dan bij ons 🙂 Tibetaans gezang is heel hard en vals. Maar ook de Engelse liedjes die ze proberen te zingen. Fonemisch want ze hebben geen idee wat ze zingen. Het alfabet is het grappigst 🙂 en dan kei hard fout. Ik probeer eroverheen te schreeuwen met het juiste alfabet maar zal moeten accepteren dat de babies het verkeerde alfabet aangeleerd krijgen vrees ik 🙂

2. De kinderen dragen tenminste drie lagen kleding en een winterjas en muts. En sommigen zelfs een skipakje, vooral de baby’s. Overdreven, denk ik op dag 1.
Heel slim, denk ik op dag 2 als ik zelf niet meer op lijk te warmen na een regenbui. Geen centrale verwarming. Het nadeel hiervan is dat de kids motorisch mega-beperkt zijn. Tsja, leer maar eens om te rollen als al het wol in die drie lagen geen mogelijkheid laat om dat te doen.

3. Veel Tibetaanse babies zijn kaalgeschoren. En op dag 1 denk ik nog dat dat de jongens zijn. Totdat ik hun luier verschoon. Huh? Dit is geen piemel. En dus geen jongetje! Ik ben verbaasd. Ze scheren blijkbaar de haren op een bepaalde leeftijd voor langere tijd af, omdat de haargroei dan gestimuleerd wordt en er dikkere haren terugkomen. En een volle bos haar is mooi en belangrijk, vandaar het kaalscheren. Valt niet te ontkennen dat dat stiekem best heel slim is 🙂

4. Sommige kids hebben een zwarte stip op voorhoofd, neus of wang. Dit is niets hindoeïstisch maar een Tibetaans gebruik ter bescherming tegen, tsja, wat eigenlijk? Daarnaast dragen ze een minitasje om hun schouder met een verzameling geluksbrengers, zoals bv een foto van de Dalai lama.

5. Belonen staat nog niet in het Tibetaans woordenboek (in tegenstelling tot straffen) dus ik doe hard m’n best om dat er in te krijgen. Ik roep zo wat de hele dag “Pu Yak Po!” bij alles wat ze goed doen en bij de kleintjes die veel huilen probeer ik zoveel mogelijk op mijn Nederlands-pedagogisch-verantwoorde manier te doen. Probeer het soms ook uit te leggen aan m’n Tibetaanse collega’s. Geen idee of het zin heeft en of ze dit ook gaan doen. Maar het voelt goed dat ik hiermee in ieder geval voorkom dat ze een tik krijgen als ze de hele ochtend huilen. Daarnaast denk ik niet dat er ooit een volunteer zo hard z’n best heeft gedaan om kinderen sorry te laten zeggen tegen elkaar. Op z’n Tibetaans, want dat is vele malen leuker dan hoe wij het doen. Handjes tegen elkaar in gebedshouding, een buiging maken met de voorhoofden tegen elkaar en “gonda” zeggen. Goedzo. Pu yak po.

Het mooiste moment van de dag is het slapen gaan. Niet omdat ik dan van het gekrijs af ben, maar omdat het HEEL bijzonder is om die kleintjes op een lange rij matrasjes te leggen, in te stoppen en in slaap te wiegen. De babies krijgen de persoonlijke hou-vast-wieg-en-sla-op-de-buik-aanpak en de peuters krijgen de lig-stil-slabber-over-ogen-en-sla-op-het-hoofd-aanpak. Ik moet er even aan wennen maar het werkt. En binnen hooguit 10 minuten slapen ze allemaal. Ik smelt als ik dit doe. Er gaat niets boven een huilend kindje laten ontspannen in je armen en in slaap zien vallen. En het is ook wel even fijn en relaxed, even stilte, nadat je krampachtig 6 babies tegelijkertijd hebt proberen te voeden (rijstepap met groenten). Ik zeg het je, deze nieuwe skills gaan ooit goed van pas komen!

Jullie snappen wel dat ik de grootste moeite heb om mijn liefjes na 3 weken gedag te zeggen. Ik wil ze gewoon niet loslaten. Het is dan ook het grootste cadeau ooit dat ik mijn Tibetaanse collega’s op de laatste dag mag trainen zoals ik PM’ers in Nederland train en coach. Met een powerpoint met veel foto’s laat ik zien hoe het net even anders kan en met concrete voorbeelden van de afgelopen weken lijken de dames ook te snappen wat ik bedoel. Laten huilen is niet goed. Straffen ook niet. En die drie winterjassen over elkaar ook niet 🙂 het voelt heel fijn om ze te mogen helpen richting de volgende stap van kwaliteit. Een luxe. Want we hebben het hier wel over een gratis kinderdagverblijf voor gevluchte Tibetaanse families. En dan heeft een goede cognitieve en motorische ontwikkeling niet altijd evenveel prioriteit. Maar ze wíllen graag leren en ik heb er alle vertrouwen in dat ze dat ook doen.

Ik laat m’n babies los. In de hoop dat ik ooit nog terug mag komen voor nog meer moois. Wat een ervaring was dit. Zeker weten m’n beste in India tot nu toe.

 

 

 

 

Het land van de tulband

Deshnok:

Tick it off the bucketlist!

Na de heerlijke ervaringen in de woestijn van Jaisalmer wordt het tijd voor het laatste deel van de tocht in deze provincie. Ik heb nog één plek op mijn lijstje staan, dat er al op staat sinds ik Chris Zegers er jaren geleden een bezoek aan zag brengen. Met name omdat ik toch een bijzondere band heb met de bewoners van de tempel waar ik het over heb: kleine snelle bruine wezentjes, mijn favoriete diertjes; de rat. Ja, het zal wel raar wezen, want wie wil er nou dolgraag naar een tempel vol ratten, maar lees m’n andere blog maar om te begrijpen dat de rat en ik een mooie geschiedenis hebben. Goed, korte versie: we zijn off the beaten track en dus moeten we eerst een uur zoeken naar de bus, dan langs de koe met 5 poten met heel veel geld ernaast (want ja als je misvormd bent, ben je heilig) totdat we enkele uren later op onze blote voeten tussen de ratten staan! Hoera! I made it! Toegegeven, ik vind het wel een beetje eng in het begin want ze zijn met heul veul, zeker een paar duizend en ze zijn overal en schieten dus ook vanuit nowhere ineens voor je voeten langs. Maar des te langer ik er ben, des te relaxter ik word en des te beter ik kan genieten van dit spektakel. De hindoes om ons heen hebben gelukkig ook meer oog voor de ratten dan voor ons. Ze zoeken naar de witte rat, want die brengt geluk. Dat is namelijk de reïncarnatie van ehm zoek dat verhaal maar op als je het wilt weten. Ik heb niet meer geluk nodig, ik ben als een kind in de snoepwinkel met m’n favorietjes om me heen. Prachtige ervaring, again. En Jezus, India je bent echt niet goed wijs. Wederom.

Bikaner:

De enige reden dat we hier zijn is de Rattentempel, dus in de overige tijd die ons rest in de laatste stad van deze onaardige provincie mag ik nog een laatste keer oefenen in being incredibly bitchy. Niet aankijken, naar de grond kijken, negeren, niet reageren, doen alsof ze niet bestaan: kortom, de voor mij zwaar onbeschofte aanpak maar voor de meisjes hier bloednormaal. Heel moeilijk echter voor een Nederlands meisje dat op reis gaat om contact te maken. Bovendien zie ik niks meer van al het moois om me heen omdat ik alleen nog maar naar de grond staar. Ik heb inmiddels door hoe het werkt, maar hier houdt het plezier van reizen wel ongeveer op. Na weer flink uitgedaagd en uitgelachen te zijn door groepen jongens en hatelijke middelvingers in m’n gezicht gekregen te hebben is het tijd om het 120 jaar oude prachtige Laxmi paleis (verbouwd tot hotel) in te duiken om even een middagbreak te nemen van deze hectiek. Vooral omdat onze bus deze stad uit stuk is en dus niet reed gisteren. Een extra dag en nacht overleven dus. Vanavond rijdt ie hopelijk wel maar dat zien we dan pas. Zo gaat dat gewoon.
Als ik in het paleis een rondje loop om de jacht-veroveringen van de Raj-familie te zien (lees opgezette tijgers, paarden, leeuwen, herten etc, ook weer zo bizar), loop ik een mannelijke schoonmaker tegen het lijf die het stoepje veegt. Als hij mij ziet, slaat hij direct zijn ogen neer. Auw. Dat hoeft echt niet. Ik weet niet of het het leven buiten de muren, binnen deze muren of de opgezette dieren zijn die de tranen over mijn wangen veroorzaken. Als we allemaal gelijk zijn, waarom voel ik me dan zo
rot hier? Hoe groot kan het contrast ook zijn: buiten de muren het gevoel krijgen dat je niks bent en hier in het paleis het gevoel krijgen dat je alles bent. Ik denk dat ik m’n portie Rajasthan wel gehad heb. Het doet me dan ook heel goed om de middag door te brengen aan het zwembad, helemaal alleen, met een Skype met bestie Judith die me volledig begrijpt en vaststelt dat het nogal logisch is dat ik moe ben: als je je de hele dag volledig tegenovergesteld van wie je bent moet gedragen, dan kost dat kruim. Haar woorden, de zon en het alleen zijn laden me weer op en een paar uur later ben ik klaar voor de busreis deze provincie uit. We kruipen in ons bedje bovenin de bus, bekleed met een heel harig tapijtje vól met zand. Dat wordt zandhappen vannacht. But I dont care. Ik haal diep adem als we de provincie Rajasthan uitrijden en hoop op iets beters als ik morgen wakker word.

Amritsar:

En dat krijg ik! We zijn in Punjab, de staat van de vriendelijke Sikhs (de tulbanden), m’n kleine broertje Suki waar ik af en aan mee reis én The Golden Tempel. En holy holy holy holy fuck die is mooi. Dit is niet meer normaal! Dit is officieel de fijnste meest indrukwekkende tempel die ik ooit heb gezien. Én waar ik ooit heb geslapen. Dit is echt weer zon ervaring uit duizenden die India zó de moeite waard maakt waardoor ik het geluk niet van m’n gezicht af krijg. De zonsopkomst hier zien, je ronde doen om de gouden tempel heen die in heilig water ligt (echt goud en zo zo zo mooi!!!), glimlachen naar de Sikhs die ons lief aankijken, handjes geven aan de superbeleefde kindjes, heerlijk eten ontvangen (tegelijk met een zaal vol gelovigen) in de tempel en zelfs even de grootste keuken ooit zien. Dit zijn potten en pannen zoals je ze alleen van tekenfilms kent, op een vuurtje met een mannetje op een krukje die er met een enorme lepel in roert. Duizenden mensen komen hier iedere dag bidden, eten en slapen. Gratis. En wij delen onze slaapplaats met enkele duizenden Sikhs die hier ook slapen. Dit is me een partijtje bijzonder! De westerlingen hebben een eigen ruimte, we liggen met 30 backpackers op een zaal, op veldbedden naast elkaar. Ik word er blij van. De Indiërs liggen verspreid over kamers, de binnenplaats en de gangen, meestal gewoon op een kleedje. Het is hier echt propvol maar iedereen geeft elkaar op een of andere onmogelijke manier de ruimte waardoor het toch ruimtelijk voelt ofzo. Heel fijn. En ik heb echt iets met Indiërs die wakker worden geloof ik. De dames zichzelf wassend en douchend in de gedeelde ruimtes (naakt is geen probleem for us sisters en dan wordt er ook opeens niet meer gestaard), samen haren kammen, Sari’s omknopen, sommigen make-up-end. Jong, oud, dik, dun, rijk, arm, gekleurd en blank. We are all one again! De mannen doen ook weer normaal, godzijdank 🙂 We zijn duidelijk in een ander deel van India. Ik kan hier zelf alleen over straat en maak er gretig gebruik van. Het is zo goed en zo fijn om het weer alleen te kunnen en mogen doen en ik ben zo blij en dankbaar. Oh ja en een Mac Flurry eten bij de enige volledige vegetarische Mac Donalds ter wereld helpt natuurlijk ook 😉 want hier in Punjab wordt geen alcohol geschonken en geen vlees of vis gegeten. Punjabis zijn overigens de koningen van de keuken, het eten hier is abnormaal smaakvol. Zelfs het eten in de tempel dus, wat met een uniek en fenomenaal systeem opgediend wordt voor de duizenden mensen die hier op de grond aanschuiven. Ik kijk mijn ogen uit en koester tegelijkertijd m’n smaakpapillen. Een hemelse plek. You have got to love the Sikhs!

Pakistan:

Via andere backpackers hoor ik dat er bij zonsondergang een ceremonie te zien is op de grensovergang met Pakistan. Huh, kun je daar komen dan? India en Pakistan staan nou niet bepaald bekend als beste vrienden en bovendien mogen wij Westerlingen Pakistan niet eens in, dus dit klinkt als een spannend en onveilig avontuur. De riksja-bestuurder verzekert me dat het veilig is en dat er dagelijks honderden mensen komen kijken naar het ritueel. Wel je paspoort meenemen, waarschuwt ie me. Oke I am in! Ik zeg het je, niet honderden maar duizenden Indiërs vergezellen ons wanneer we (na immense controles en fouillages overigens) op de grens staan. En ik heb nog nooit zoiets gezien. Het hek gaat open, en de grens dus ook. Indiase grensofficieren in traditionele outfits die een soort van machtsvertoon-dans doen tegen de Pakistanen aan de andere kant die precies hetzelfde doen. En een tribune aan de Pakistaanse en aan onze kant. En duizenden Indiërs die heel heel heel hard roepen. Ik dacht dat de Amerikanen patriottistisch waren maar de Indiërs winnen dit dik. Opvallend is dat aan de Pakistaanse kant slechts een handjevol Pakistanen bij de ceremonie aanwezig is. En dat de mannen en vrouwen daar strikt van elkaar gescheiden zijn. En ik de vrouwen niks hoor roepen. Op zich niet gek gezien de grootte en cultuur van hun land maar het maakt de verschillen maar weer eens duidelijk. Ik ben onder de indruk. Ook van de tientallen vet-stoere scherpschutters overigens en ja dit keer voel ik me gevleid als ze naar me lachen, een knipoog van een sniper kan ik wel aan 😉

Een nieuwe bus?!

We vervolgen onze weg richting de bergen en de kou. Ik loop nog steeds op slippers en wéiger die na 3 maanden ketenloos trippelen uit te doen. De eerste bus is een echte Pun-bus (Punjab bus) met afbeeldingen van Sikh-goeroes. Lekker kitsch, vrolijk en vol. Een klein meisje voor ons geeft over door het raam en ik kan ons raam maar net op tijd dichtdoen om haar overgeefsel te ontwijken. Ik ben soms echt onder de indruk van hoe Indiërs met de lasten van het leven omgaan. Waar ik vroeger mezelf heel zielig had gevonden en er een drama van had gemaakt, kijkt dit meisje na een paar keer spugen alweer om om lief naar me te glimlachen. I guess she is allright. In Pathankot moeten we wisselen van bus om verder richting our friend de Dalai Lama te reizen. We vragen rond, ik doe weer een glimlachje met de verkopers en chauffeurs en ze wijzen ons de bus. Rich en ik kijken elkaar immens verbaasd aan: huh? Zijn we India uit ofzo? Een gloedje-nieuwe bus, mét deuren en zelfs met het plastic nog over de stoelen (alhoewel dat niks zegt trouwens, dat laten ze er hier decennia lang om zitten ter bescherming van het meubilair). Dit zou een Nederlandse bus kunnen zijn. Dit is zelfs beter dan de 150 naar Reusel. Ik voel me bijna schuldig als ik m’n verstofte gele backpack de bus in til, want “straks wordt dus bus nog vies”. En ja, hij rijdt ook nog eens als een bus bij ons: smooth en gedempt. Wat een cadeautje. Zéker als we even later INEENS achter het stof van de huizen een ENORME bergtop zien. Inclusief sneeuw. De Himalaya!!!

          

De spirituele supermarkt #3

De Spirituele Supermarkt #3: 10-day-silent-Vipassana *gaap*

“Dag 1: Welke DEBIEL kwam er op het idee om 10 dagen lang, 240 uur in stilte en 100 uur mediterend door te brengen op een kussen, op een plek waar het 35 graden is, 80-duizend muggen om je oren suizen en de Indiase vrouwen boerend en keel schrapend naast je zitten?!?”

Ik ga het doen. Het is zo ver. Na het idee jaren te hebben herkauwd (“zal ik, zal ik niet, nee nog niet, ik kan nog niet lang genoeg zitten, nee ik durf niet, nee, nee, nee is het nu eindelijk ja”), naar “Ja, ik ben zover”. Ik ga het doen. Een Vipassana 10-day-course. Ja, het zal vast zwaar of moeilijk of vervelend zijn, maar mij krijgen ze er niet meer onder. Ik kan dit. Ik wil dit en ik kan dit. Ik wil de vraag beantwoorden: wat doet het met mij als ik 10 dagen in stilte doorbreng, mediteren van 4.30 ’s ochtends tot 21.00u ’s avonds, op enkel ontbijt (7u) en lunch (11u), levend als een non in een klooster met 60 andere vrouwen. Wat zal het met me doen?

DAG 0:
Ik word wakker in m’n guesthouse. 6u ’s ochtends. Kapotmoe maar ik moet alvast richting die 4u ’s ochtends wennen want anders wordt het alleen maar moelijker. Voor het eerst in maanden voel ik iets van stress in m’n lijf. Omdat ik weet wat ik vandaag ga doen. Ik moet er zelfs van poepen. Terwijl ik geniet van mijn laatste normale ontbijt, schrijf ik braaf m’n dagelijkse ‘Morning Pages’: “Ik voel me als een peuter die vandaag 4 jaar oud wordt en voor het eerst naar school mag. Geen idee wat me gaat overkomen. Nerveus en opgewonden. Maar ook een beetje bang.”
Ik neem 3 bussen en een riksja en kom dan om 2u aan bij het Dhamma Setu centrum in Chennai. Een prachtig centrum midden in de natuur. Ik zie een rij prachtige bomen, grote kleurrijke vlinders, chipmunks en af en toe een verdwaalde koe. Inchecken tussen 1 en 4. Omdat ik geen idee heb of ik al m’n spullen meteen in moet leveren en nog te eten krijg, eet ik alles wat er nog in m’n obesi-tasje zit op. Lees: ik prop mezelf heulemaal vol. Ik weet niet of ik nog mag praten dus check in stilte in. Ik ontmoet 2 Amerikaanse meiden en 1 Spaanse, Sandra. Met Sandra wissel ik 3 zinnen en ik voel genoeg: wij hebben een lijntje. Ik ontmoet ook m’n kamergenote Gerry, Indiase ouders maar geboren in New York. We hebben allemaal geen idee wat ons te wachten staat. Om 19u plukt Gerry me uit de douche omdat we blijkbaar gaan beginnen. De regels (sila: de fundering van het geheel) worden in zeer (lees: zeeeeeer) beperkt en onbegrijpelijk Engels uitgelegd, maar ik heb ze vooraf gelukkig gelezen:
1. Niet doden (ook geen muggen dus)
2. Niet stelen
3. Geen seksuele activiteiten
4. Niet liegen
5. Geen alcohol of drugs
En verder: absolute stilte (GEEN communicatie, ook niet non-verbaal, geen oogcontact), geen enkele vorm van expressie (niet schrijven!!!), geen fysiek contact, geen yoga of fysieke activiteiten, geen religieuze rituelen, degelijke kleding (alles bedekt), geen entertainment (muziek, lezen), geen camera’s, geen lichamelijke decoraties en het continu volgen van het dodelijke rooster (4.30-21.00u). Er wordt sterk benadrukt dat je NU dient te vertrekken als je je hier niet aan kunt houden. En ook als je denkt dat je het niet 10 dagen volhoudt: “Then please leave now!”. Iedereen blijft zitten. De mannen en vrouwen worden voor 10 dagen van elkaar gescheiden en leven op een verschillend terrein, van elkaar afgeschermd met een not-see-through hek. Ja, want stel je voor dat je een man tegenkomt he, dan heb je de poppen aan het dansen blijkbaar. We krijgen onze meditatie-zitplek toegewezen in de Dhamma-hal, de ruimte waar we mediteren. Ik slik. Het is een dun kussen en weet niet of ik hier 100u rechtop cross-legged op kan zitten. Maar ik kan niet meer terug. We zijn begonnen.

DAG 1:
VERSLAPEN! Wtf. Het ontbijt is al bijna voorbij als Gerry en ik naar de eetzaal hollen. NIET RENNEN! Dat mag niet want dat is exercise! We hebben de ochtendbel om 4u vanmorgen blijkbaar niet gehoord. Ik voel me schuldig. Dag 1 en ik heb al 3u van het verplichte programma gemist. Ontbijt is een soort bulgar met zure saus. Simpel maar fine. Ik neem 2 borden ontbijt. You know, just in case. Lunch is rijst met saus met 3 kikkererwten. Ik neem 2 borden lunch. You know, just in case.
PETS. In “de Dhamma hal” slaat mijn Indiase buurvrouw een mug kapot op haar arm. Ze kijkt triomfantelijk rond. Die heeft regel 1 (niet doden) alvast overschreden. Ik kijk uit naar snack-time om 17u, hongerig. Het is gepofte rijst, een mini-banaan en warme melk of thee. Wow dat valt alleszins mee. Ik drink 3 bekers melk. You know, just in case. Alle deelnemers die dit al een keer eerder hebben gedaan (oud-deelnemers), krijgen geen snack, alleen water met citroen. Dat zou ik NOOIT trekken.
Ik heb het lastig tijdens de meditaties. Om 2 redenen. 1: Ik heb een rijtje onderwerpen in mijn hoofd dat de héle tijd terug komt. Het grootste gedeelte van de tijd ben ik verhalen en blogs en artikelen aan het schrijven in mijn hoofd. Ik kan er niet mee stoppen en het is rete-irritant. Steeds op zoek naar woorden hoe ik dingen het beste kan beschrijven en steeds bezig om het zo goed mogelijk te onthouden (wat natuurlijk nooit lukt). Daarnaast ben ik aan het bedenken wat voor tatoeage ik wil en waar, wie ik allemaal nog moet mailen en sms’en als de course afgelopen is en wat Pieter allemaal voor me mee moet nemen uit NL over 6 weken. (En deze 4 topics zullen zich de komende 10 dagen overigens CONTINU herhalen in mijn hoofd). En reden 2: Ik heb jeuk sinds gisterenavond, over mijn bovenlijf, front and back. Het is een allergische reactie, ik herken hem van eerdere trips. Maar ik heb niks bij me om me mee in te smeren. De koude douches helpen maar kort. Ik begin langzaam te sterven als de avond zijn intrede doet.
Er komt iets van verlichting om 18u. We ontmoeten onze teacher: S.N. Goenka. Via een VCR videoband, gedateerd uit 1991, vertelt hij ons krakerig maar heel kalm als eerste “Day 1 is over”. Ik voel me heel gelukkig. Hij weet precies te vertellen wat ik vandaag ervaren heb (worsteling, saaiheid, wat doe ik hier eigenlijk?) en dat steunt me ENORM. Goenka is een heel leuke, grappige, charismatische Birmese man die Vipassana naar India heeft gebracht in de jaren ’60. Ik lach hardop om zijn grappen en schrik even van het horen van mijn stem. Goenka zal ons iedere avond een discourse geven op deze manier en ik verheug me er op.

DAG 2:
IK HEB GESTOLEN! Oooh no regel 2 gebroken (niet stelen). Vanochtend zag ik Gerry een crème smeren waar ik de hele nacht van gedroomd heb. Anti-jeuk-crème. Ik heb er de hele ochtend over nagedacht maar als de jeuk na de lunch een hoogtepunt lijkt te bereiken, kan ik me niet meer inhouden. Ik vlucht naar onze kamer, pak de tube en smeer het kleinste beetje crème ooit. Holy fuck de opluchting. Voordat ik verder ga, ik bedenk de hele week allerlei namen en verhalen voor de mensen om me heen, op basis van hoe ze er uit zien of wat ze doen. Maar dat merken jullie vanzelf. Het eten is precies hetzelfde als gisteren. Alleen krijgen de oud-deelnemers een banaan bij hun ontbijt, aangezien wij als nieuwelingen gisteren al een stuk fruit hebben gehad. Ik zie ‘de Russische laatkomer’ (een meisje dat steeds overal als laatste arriveert) een banaan eten. Huh, zij is toch ook nieuw? Ik ben jaloers, want zij eet een banaan en ik niet. Opeens zie ik ‘de depri-diabeet’ (een vrouw met uitgegroeid henna-haar, een intens depressieve blik en een tas met eigen bakjes poeder; vandaar haar naam) zwaar geïrriteerd communiceren met de teacher. Er is geen banaan meer voor haar. Dat komt door de Russische laatkomer! Ik wil me er mee bemoeien, ik wil het oplossen, want ik zie waar het mis is gegaan! Helaas lieve An, jij mag je nergens mee bemoeien. Hoe irritant is dit? De depri-diabeet wordt nog depressiever. Arme vrouw. Maar ja, onderdeel van het non-zijn in deze 10 dagen is ook dat je dankbaar bent voor het eten wat je krijgt… Verder merk ik op dat ik als een ware obsessief-compulsieve-autist mijn spulletjes op m’n kamer in rijtjes aan het zetten ben. Jezus. Harry zal trots op me zijn voor deze opruimerigheid maar damn, dit kan niet goed voor me zijn. Tijdens de middagmeditatie hoor ik mezelf denken: “Ik zou eens cocaïne moeten snuiven. Nee XTC moeten slikken. Ja.” Ik schrik er zelf van. Ik haat drugs en het laatste wat ik wil is het gebruiken. Maar dit is dus wat mijn verveelde geest doet: dingen verzinnen om uit de verveling te komen. Forget it, ik doe hier niet aan mee. Ik laat me toch verdorie niet gek maken door mijn eigen gedachten?!

DAG 3:
Craving van de dag: garlic-cheese-naan (en dit houdt 3 dagen aan, terwijl ik helemaal niet van cheese-naan houdt, maar goed).
De DROMEN die ik heb, jezus. Ze zijn superconcreet, komen allemaal voort uit verdrietige dingen in het verleden en gaan over mensen die ik niet had willen loslaten. Maar laat het maar komen, blijkbaar is het nodig. Het maakt het wakker worden wel leuk, omdat mijn dag begint met een verhaal. Gelukkig komen er vandaag meerdere verhalen (godzijdank!). Onder de deelnemers is een prachtig blond meisje met de zachtste uitstraling die ik ooit gezien heb. Ik noem haar ‘de gebleekte engel’. Ik kan mijn ogen niet van haar afhouden. Alles wat zij doet is engelachtig. En ik ben niet de enige die niet kan stoppen met staren: voor de Indiase dames is zij pas echt een attractie. En vooral voor ‘Oma’. Oma is een heel heel heel oud Indiaas koppig vrouwtje die niet op een kussen wil zitten. En dus, omdat Oma oud is mag ze in een plastic stoel. Wanneer ze niet naar de gebleekte Engel staart, ligt ze te tukken in haar stoel (en ben ik bang dat ze uit de stoel zal vallen) of verlaat ze de ruimte om in haar kamer te gaan snurken. Ze heeft haar eigen kamer gekregen gisteren en ik denk vanwege het geronk. Ik mag Oma wel want ze doet waar ze zin in heeft en heeft duidelijk schijt aan de regels. Tijdens de lunch eet ik opeens met m’n handen. Heel Indiaas van me. Zoals m’n Indiase zussen hier. Waar je mee omgaat word je mee besmet geloof ik? En het geeft meer entertainment, meer sensaties waar ik echt naar snak want JEZUS wat is het hier saai. Ik begin zelfs mijn kleren met de hand te wassen, terwijl ze niet eens vies zijn. Ik wil gewoon wat DOEN. Het hoogtepunt komt tijdens de middag-talk met de teacher. De Westerlingen mogen op bezoek bij de mannelijke teacher aan de mannenkant. Omdat hij wel Engels spreekt (denkt hij zelf). Hij checkt of het lukt met de meditatieoefeningen. Hij praat echter alleen Indiaas Engels. Dat is zwaar vereenvoudigd en met een hard accent. Ik spreek dit na 2 maanden gelukkig ook, want het helpt je enorm bij het voeren van gesprekken. De Amerikaanse ladies hier echter niet. Hij: “So you felt sensations throughout body?” Zij: “Ehh, well, I guess, kinda, sure…” waarop hij vervolgens zwaar geïrriteerd aan iedereen die enigszins Indiaas oogt vraagt: “What is she saying?!”. Maar ja, de Indiase dames snappen dit ook niet. Puur vermaak dit. Ik moet steeds lachen (hard, want de onderdrukking komt los) totdat hij “This is not a place for laughing!” naar mijn oren slingert. Oeps. Ik moet echt m’n best doen om niet van de stoel te vallen, het is zoooo fijn om te lachen! Ik mis dit! Terwijl ik ’s avonds mijn stoepje veeg (ja, dat is OOK belangrijk!) komt een Indiase zus op me af en praat tegen me. Ik schrik. Je mag hier niet praten gek! Ik zeg niks terug. Ik laat me niet verleiden tot het breken van de belangrijkste regel.

DAG 4:
Gekste gedachte van de dag: “Toch jammer dat dat troetelbeertjes-badpak van de Wehkamp uitverkocht was, had dat echt graag willen hebben”. Serieus, ik was 6 jaar oud, hoezo bedenk je je dat nu weer?!
Vandaag is duidelijk zieke-gedachten-dag. Tijdens de after-lunch-break (die ik standaard op bed doorbreng omdat ik ZO kapot ben van dit dodelijke programma) gaan mijn gedachten aan de haal. Ik fantaseer over een hersentumor en hoe ik afscheid zou nemen van iedereen. Ik kan mezelf NIET stoppen, want wat ik ook doe, ik verdwijn steeds diep in mijn eigen zieke hersenspinsels. Ik wil graag bij mijn eigen begrafenis zijn dus, just so you know, jullie moeten het gewoon 2x keer doen en het afscheid graag in een witte kamer met potten verf en witte kleren. Smijten. Keuzemomenten komen in mijn hoofd voorbij: met wie een persoonlijk afscheid, wie hoef ik niet perse meer te zien als ik nog maar een paar dagen zou hebben, Jezus, mijn geest is gek. Ik heb geen keus dan het maar te laten gebeuren. It’s all good. “No craving and no aversion” hoor ik Goenka zeggen, “face reality as it is”. Dat kan ik gelukkig. Er zijn belangrijkere dingen dan mijn gedachten. Oma bijvoorbeeld. Oma is ziek namelijk. En Oma kent geen manieren dus dat geeft entertainment. Tijdens de meditaties rochelt en snuit ze er op los. Ze snuit haar neus meestal in haar sari, maar vandaag in haar vingers, waarmee ze vervolgens langs haar tong gaat en ze dan pas afveegt aan haar shirt. Gatver Oma! Ik zie een van mijn buurvrouwen een boek lezen in de deuropening tijdens de after-snack break. Hallo! Dat mag niet! Als ik dat niet mag, mag jij dat ook niet! Jezus An, niet zo jaloers. Tijdens een meditatie-sessie moet ik ineens huilen. Maar expressie is verboden, niet omdat het slecht is maar omdat je anderen niet af mag leiden. Ik vraag onze vrouwelijke teacher, die tijdens onze 1-op-1-momenten echt de liefste vrouw ooit blijkt te zijn, om advies: “Crying is good! Is purification! Next time you go to your room and cry as loud as you can! And all the best to you, all the best!”, drukt ze me ter afsluiting nog op het hart. Hard huilen, I can do that! Even later zit ik dus lekker een potje te jenken op bed, totdat ik een klop op de deur hoor. Een van de servers (assistenten). Ik word zowat meegesleurd richting de Dhamma hal. Oh no, dit maakt het huilen alleeeen maar erger, dat ik niet kan doen wat ik wil. Snikkend loop ik de ruimte in. Ach, bezorg ik de rest in ieder geval ook wat entertainment vandaag. De server krijgt op haar flikker van m’n vriendin de teacher, omdat ik best op mijn kamer had mogen huilen (denk ik, ik heb namelijk helemaal geen idee wat ze zegt maar ik vul blijkbaar nogal graag in met mijn eigen verhalen). Gelukkig brengt ‘de geobstipeerde-snelwandelaar’ een lach op mijn gezicht. Een ouder klein vrouwtje loopt sinds 2 dagen driedubbel tempo over ons wandelpad (een strook van 50 meter waar we allemaal dagelijks als zombies overheen struinen in de korte pauzes, zoekend naar sensaties en beweging van ons bijna-gestorven-zit-lijf). Ik denk dat ze niet kan poepen en dat ze daarom zo snel loopt. Ik zie haar ’s avonds met een gelukzalige grijns op haar gezicht de Dhamma-hal in lopen en haar duim opsteken naar de teacher. Ze heeft gekakt. Wedden?

DAG 5:
Meest irritante deuntje-in-mijn-hoofd van de dag: het Coen en Sander filelied (tering waarom denk je daaraan op een meditatiekussen aan de andere kant van de planeet).
Als ik wakker word, zie ik een heel wit smoeltje in de spiegel. Je gaat er niet perse beter uitzien van dat mediteren zeg. Vandaag eet ik niet alleen met mijn handen, maar zit ik ook op de grond tussen de Indiase dames. Dat voelt goed. Het eten is iedere dag hetzelfde. Soms hebben we mazzel en hebben we naast de 3 kikkererwten ook 3 bonen op ons bord. Het maakt me geen reet uit, ik kijk zo onwijs uit naar de maaltijden, het blijft een feest om te eten. Het is ook een feest om weer een onderonsje te hebben met de mannelijke teacher. Ik blijf zo lang zitten als ik kan, zodat ik alle anderen bij hem langs kan zien gaan. Ik leef helemaal op als ik hoor dat we vanmiddag weer mogen. Ik stel hem dezelfde vraag over het huilen. Zijn antwoord? “You go to your room, you observe your body sensations and then you try to control your emotions”. Haha, het verschil tussen het vrouwelijke en het mannelijke antwoord is typisch. Je emoties beheersen. Dat ga ik echt niet doen. Ik merk dat ik steeds gedachten produceer waar ik het niet mee eens ben. Zo zie ik ‘de verlichte bomenknuffelaar’ een boom aanraken en dat vind ik eigenlijk cool, maar mijn hoofd zegt “zij is gek”. Daarnaast heb ik nogal wat passief-agressieve gedachten. Ik zie een meisje een mouwloze top dragen en denk “Oh ja hoor, gaan we nu ineens met blote armen vandaag?!” en zo nog 20 gedachten meer. Het valt me op hoe jaloers ik ben als anderen iets doen wat ik zou willen doen maar niet kan/mag omdat ik me aan de regels wil houden. Wat een nasty eigenschap. Goed om eens te zien. Het mediteren is alleen maar saaier geworden nu we vanaf dat 4 een nieuwe techniek beoefenen. Gatverdamme wat doe ik hier. Ik vind dit SAAI. Had ik al gezegd hoe SAAAAAI het is?! Ik wil wat DOEN! Ik wil niet meer ZIJN. Bah, saai. Serieus An, loop de volgende keer een marathon als je jezelf nog eens uit wilt dagen zeg, jezus. ’s Avonds besluit ik om een regel te breken. Ik heb het wel gehad met het onvermogen om in slaap te vallen. Geen idee of ik de enige ben maar als ik om 22u ’s avonds doodmoe in bed lig, val ik gewoon NIET in slaap. En de nachten zijn al zo kort. Regel vijf (geen alcohol of drugs) gaat eraan. De slaappil is letterlijk en figuurlijk het einde.

DAG 6:
Craving van de dag: chocolade-rozijnen (wederom geen idee hoe ik daar bij kom).
Ik heb al 4 dagen niet gepoept. Dit is niet goed. Ik moet denk ik de aanpak van ‘de geobstipeerde snelwandelaar’ gaan hanteren dus zie mezelf om 7u ’s ochtends over het wandelpad racen. Die bananen helpen vast ook niet echt, maar no way dat ik die laat liggen, ik poep nog liever 10 dagen niet dan dat ik die banaan om 4u niet op eet. Ook vandaag gaan mijn gedachten weer flink met me aan de haal, vooral weer tijdens de after-lunch-break. Het ziet er naar uit dat het verleden zijn plek heeft gekregen want vanaf vandaag droom ik alleen nog maar vooruit in mijn hoofd. En mijn toekomst in de liefde staat blijkbaar centraal vandaag. Ik zeg het je, dit fantaseert stukken lekkerder dan sippe verhalen uit het verleden. Want vandaag zie ik een man, die me kortgeleden in real-life zijn liefde heeft verklaard, op zijn knieën zitten en me vragen of ik met hem wil trouwen. Ik schrijf mijn geloften. Ik plan de bruiloft. Ik schrijf de gastenlijst. En ach, als we toch bezig zijn, ik bedenk ook alvast een jongens- en een meisjesnaam voor onze baby. Als de bel aankondigt dat we weer gaan mediteren en ik opschrik uit mijn zoete dromen, moet ik grinniken. God, wat kan ik mezelf lekker vermaken. De grote vraag is natuurlijk of deze gedachten iets betekenen en ik er iets mee moet, of dat dit puur vermaak is en ik er vooral niet te veel waarde aan moet hechten. Ik ga voorlopig maar even voor het laatste. Tijdens de middagmeditatie ruik in ineens urine. Oma. Potverdorie. Zitten we al in die fase? Tijdens de “strong-determinant-meditatie” (de bedoeling is dat je dan een uur stokstijf zit zonder te bewegen) besteed ik mijn gedachten aan afwegingen hoe ik Oma kan helpen. En mezelf, want dit meurt echt heftig. Na het uur loop ik naar de servant om te vragen of ze Oma een handje kan helpen met douchen. Geen idee of ze begrijpt wat ik bedoel dus ik maak mijn beschuldiging nog iets heftiger door naar Oma te wijzen en m’n neus dicht te knijpen. Ja sorry, maar dit is ook niet leuk voor Oma zelf! Dit moet NU opgelost worden. Als ik terug naar mijn kamer loop, hoor ik ineens gefluister uit een andere kamer komen. Jezus, die Indiërs hier lappen echt alle regels aan hun laars. En ja hoor, ik ben weer jaloers, ik wil namelijk ook wel even fluisteren. Ik wil vooral weten of Gerry de fan ’s nachts aan of uit wil, want nu heb ik geen idee en kan ik dus ook niet pleasen. Irritant. Tijdens de avondmaaltijd zie ik ‘het zigeunermeisje’ (draagt altijd lange wijde rokken die ik best zou willen stelen) heel moeilijk doen met haar mok en bord. Ik mag eigenlijk niet kijken van mezelf, ik vind namelijk dat ik de regels van geen afleiding zoeken wat serieuzer moet nemen, maar goed, ik wil haar ook helpen. Haar handen doen het niet meer. Ze kan haar beker en bord niet meer vasthouden. Oeh, dat is wel erg. En wederom mag ik niks doen, terwijl ik zooo graag wil vragen of ik iets voor haar kan doen en haar een knuffel wil geven. Ik haat dit!

DAG 7:
Veruit het meest-irritante-deuntje-van-de-dag: “Kips leverworst reclame-tune” (aargh!!!).
Vandaag word ik wakker met hoofdpijn. Shit. Dit heeft natuurlijk een reden, zoals alles wat deze 10 dagen boven komt een reden heeft (onzuiverheden uit het verleden, onverwerkte zaken, etc.). Goenka is zelf ooit met Vipassana begonnen vanwege enorme migraineaanvallen, die hij ook tijdens de 10-daagse had. Maar toen hij ze accepteerde zonder aversie te voelen en ze de ruimte gaf, verdwenen ze. Guess thats what I will do today. En het is echt een goede oefening in tijdelijkheid, want ja, de hoofdpijn verdwijnt vanzelf. En oooooh nee he! Die verdomde regels ook! Dit keer kon ik er ECHT niks aan doen! Ik heb gewoon regel 1 gebroken! Sorry lieve lieve lieve rups, maar het was gewoon niet superslim om over te badkamervloer te kruipen, nét toen ik aan het douchen was. Ik kon er echt niks aan doen! Ik had hem niet gezien! Bullshit An, je was gewoon niet heel mindful, je had die rups buiten kunnen zetten voordat je ging douchen, maar je was lui en je dacht “Ach, die kan vast zwemmen, anders is ie niet in de badkamer”. En nu ie dood. Jouw schuld. Toch knap, dat je nog geen mug hebt gedood terwijl ze je helemaal lek steken, maar je het wel presteert om een onschuldige rups van het leven te beroven. Ik zie ineens dat ‘de depri-diabeet’ d’r grijze uitgroei heeft geverfd. Hoe heeft ze dat gedaan?! En wanneer?! De mannelijke teacher maakt er vandaag weer een potje van. We mogen vragen stellen, maar hij begrijpt de vragen steeds niet of verkeerd. Ik lach maar wil hem ook van zijn troon stoten om het “even over te nemen”. Goh An, lekker bescheiden van je. Dat ego van je, daar mag ook best wel wat van af. Als ik weer eens in een deuk lig om zijn gereutel, deel ik 1 korte lach met Sandra. Ohhhhh het genot over contact! Niet normaal! Wat is het heerlijk om een lijntje te voelen. Overigens, ik kom er achter dat iedereen slaapproblemen heeft. Als je veel mediteert heb je gewoon nauwelijks slaap nodig. Dat merk ik ook, ik voel me echt fit als ik na een nacht van 4u wakker word. Heel bizar. Honger heb ik overigens inmiddels ook niet meer. Zou ik er voor altijd vanaf zijn, mijn hongerige chagrijnige buien? Tijdens een pauze op het wandelpad zie ik ineens dat een van de dames een blik uitwisselt met een van de mannen aan de andere kant van het hek. Het ziet er liefdevol uit, ze zijn vast een stel. MAAR DIT MAG NIET! Ik vind het voor de verandering een keer niet erg en ben niet jaloers. God, het lijkt er zowaar op dat ik iets leer hier. ‘Het zigeunermeisje’ is onvindbaar vandaag. Zou ze naar huis zijn?

DAG 8:
Ik kan mijn dag heel gelukkig en tevreden beschrijven met 1 woord: FLOW! Holy fuck, wat gaat het lekker vandaag! Ik kan alles aan! Ik mediteer als een malle, ben supergefocused, laat me niet afleiden, heb geen honger meer (dus ben ook niet meer gretig tijdens de maaltijden) en zweef de hele tijd over het terrein met een gelukzalige grijns op m’n smoel. THIS IS IT! IK BEN VERLICHT! En BAM, zodra ik het denk (en ook bespreek met onze teacher, want ik voel me ook wel een beetje een robot en dat lijkt me niet de bedoeling), is het voorbij. No craving, no aversion, hoor ik Goenka in m’n hoofd zeggen. Want zo werkt het, zodra je je hecht aan iets wat je fijn vindt, raak je uit je staat van evenwicht, van de realiteit zien zoals hij is: tijdelijk. En ja, hier weer het bewijs van de tijdelijkheid. Ik baal ervan. Het was zo fijn, die flow. Tsja An, nog een reden om niet meer naar die pieken te verlangen, want ze worden altijd gevolgd door een dal. En daar zit je nu in. Ik ben er zo chagrijnig van dat ik besluit om de Sari-wedstrijd die ik dagelijks in mijn hoofd organiseer, op te schorten voor vandaag. Niemand wint. Zoek het maar uit. (God, dat zal ze leren An!). Wij, de nieuwelingen, mogen vandaag voor het eerst mediteren in onze ‘cel’ in de Pagode. Dit betekent dat je op 2m2 met vier witte muren om je heen in je eigen ruimte mag zitten. Alles is daar verboden, behalve mediteren. Ik zeg het je, de FLOW is echt definitief voorbij, want het enige wat ik doe in mijn cel is fantaseren over m’n toekomst wederom. Want ja, die bruiloft, daar kan nog wel het een en ander aan bijgeschaafd worden. En die jurk trouwens ook. Misschien moet ik 2 jurken doen. Ik moet weer lachen als ik een uur fantaseren later bedenk waar ik mee bezig ben. Debieltje, zeg ik tegen mezelf, je wilt niet eens trouwen. Hmm, blijkbaar wel. Of betekent dit ook weer niks? Anyway, ik geniet onwijs van het vermogen van mijn eigen geest. We vermaken ons prima samen. En dat is een hele mooie ontdekking op zich. Überhaupt, ik lach al de hele week om mijn eigen grappen. Ik ben echt prima gezelschap voor mezelf.

DAG 9:
Craving van de dag: Pat’s-Mastebölleke-pistoletje-zalm-bieslooksaus (ik doe er een moord voor nu, echt. Niet vanwege de honger overigens, want die ben ik kwijt, maar de smaak van dat eten hier gaat toch vervelen).
Ik ben er bijna. Dit is de laatste dag stilte. De laatste dag om echt vol overgave te kunnen mediteren, aldus Goenka. Want vanaf morgen mogen we praten: de afleiding zal daardoor groots zijn en de meditatie niet meer diep. Ik schroef vandaag mijn eigen regels dus nog eens aan, want ik kan wel meer aan vind ik. Vandaag kijk ik naar niemand. Er wordt niet meer geobserveerd. De Sari-wedstrijd kan vandaag dus ook niet doorgaan. En de tientallen vliegtuigen die per dag overkomen worden genegeerd. Ik laat m’n wens om een KLM-toestel te zien gaan. Wat interesseert het me überhaupt? Maar het universum maakt het me moeilijk met mijn nieuwe regels. Na het ontbijt loop ik al tandenpoetsend naar de buitenkraan. Ineens staat mijn favo servant voor mijn neus: “Excuse me, you brushing your teeth áfter breakfast?”. Ik schrik. Gaat de assistent nu OOK ineens tegen me praten? Hoe moet ik dit nu negeren?! Ik knik gauw ja en haast me met de staart tussen mijn benen terug naar de kamer. Potverdorie ik wílde geen oogcontact maken en ik wílde niet communiceren! Het is wat met die Indiërs en het naleven van regels. Verder word ik vandaag veel afgeleid door gedachten aan “wat na vandaag?”. Hoe zal het zijn om weer te praten? Wat ga ik als eerste zeggen? Tegen wie? Wat wil ik bespreken met Gerry? En wat ga ik doen als we weer naar huis mogen? Ik wil naar het strand om weer in de verte te kunnen kijken. Maar waar? Etc etc etc. ’s Middags word ik ineens overvallen door totale chaos in mijn hoofd. Ik probeer in woorden te vatten hoe ik deze week ervaren heb, schrijf weer tientallen artikelen in mijn hoofd. Ik weet niet hoe het ontstaat, maar ik hoor mezelf ineens fluisteren in mijn cel. Geen idee tegen wie ik het heb maar ik ben duidelijk dingen op een rijtje aan het zetten door ze hardop te ordenen. Ben ik nu officieel gek geworden? Het voelt echt heel fijn, is dit erg? ’s Avonds tijdens de Goenka-discourse, zie ik een van de dames de gepofte rijst uit haar zak eten. So, dit trek ik echt niet. Dus jij heb eten meegenomen uit de eetzaal en jij eet dit nu hier in de meditatie-ruimte op? Dat is echt over alle grenzen. Jaloers. Yep, dit lijden veroorzaak ik echt zelf. Laat haar gewoon eten joh, she is none of your business. En euh, was jij niet degene die op dag 2 de niet-stelen-regel ook al gebroken had…? Oh ja. Iets minder ego mag wel.

DAG 10:
Ik geloof niet dat ik ooit in mijn leven zo gemotiveerd ben geweest om te mediteren. Ruim voor de eerste bel zit ik al op mijn kussen in de meditatiehal. Het is nog niet eens 4u. Jezus, je bent echt gek geworden. Nee joh! Ik wil er gewoon alles uithalen wat er nog in zit. Als de ochtendmeditatie ten einde is, wil ik blijven zitten. Ik wil er niet uit! Ik wil niet praten! Maar het is 10u en ik moet in de rij om je persoonlijke bezittingen (inclusief pen, papier en telefoon) op te halen. Ik weiger te praten. En ik breek voor de 12miljoenste keer die week mijn nek over mijn gedachten. Want WAT ga ik zeggen? Het voelt als een totale ‘waste’ om gewoon maar weer te klepperen. God wat zeggen we veel onnodige dingen op een dag en wat kost dat een hoop tijd en energie. Ik weet heus wel dat praten leuk en zinvol kan zijn, maar het hóeft gewoon niet. Shit, ben ik nu nog een ergere loner geworden dan ik al was? Totdat er ineens een supermooie vlinder landt op het hoofd van mijn zus voor me. This is the moment: “Wow, there is a butterfly on your hair”. Zucht, het is eruit. Ik praat weer. Iemand stelt me een vraag. En ineens kan ik NIET MEER STOPPEN. Holy shit. Een waaaaterval aan woorden. Met een enorm hoge stem. Ik heb mezelf NOG NOOIT met deze stem horen praten. Wow, wie is dit?! Oke, dit ben ik dus, na onderdrukking in een enthousiaste stemming. Oke hier moet ik ook om lachen. Gelukkig kan ik een heleboel van de vragen die ik deze week heb bedacht nu beantwoord krijgen. Niemand ontkomt aan mijn race om antwoorden. Wat ben ik toch nieuwsgierig. Maar het is goed. Het is allemaal goed. Het is overigens ook heeeeeeel fijn om bij te praten met Gerry. En ja, ze had dezelfde vraag aan mij: “Moet die fan aan of uit ’s nachts?”. En nee, ze vindt het helemaal niet erg dat ik haar crème gejat heb, ze is er zelfs blij om dat ik het heb gedaan. Er wordt ineens weer heel veel gelachen. Ik kan bijna niet in woorden uitdrukken hoe euforisch ik me vandaag voel. Dit is duidelijk een van de gelukkigste dagen van mijn leven, hoe bizar is dat. Ondanks dat ik me irriteer aan de mobieltjes en bellende Indiërs om me heen overigens. Ze nemen hun smartphones zelfs mee de meditatieruimte in (want het mediteren gaat nog wel door vandaag). En gelukkig mag ik weer praten dus ik vraag mijn buurvrouw, na lang wikken en wegen of ik dit wel moet doen, zelfs of ze hem misschien uit wil zetten. Het is niet perse mijn zaak wat zij doet met haar telefoon, maar het stoort me wel. Accepteren of voor jezelf opkomen? Dat blijft een lastige kwestie. Anyway, het doet niks af aan deze gelukkige dag. Nu we weer mogen praten kom ik er ook achter dat Gerry eigenlijk heel graag een muskietennet had gewild maar er niet om gevraagd heeft. Aangezien ik dol op haar ben (totaal ongefundeerd overigens, ik weet niks van haar, maar we hebben wel deze 12 nachten samen gedeeld, dus dat blijkt genoeg band te smeden), ga ik alle kamers af om te vragen of iemand zijn net niet gebruikt. En yes, Sandra blijkt alleen geslapen te hebben en heeft er een over. Als ik de kamer in kom en tegen Gerry zeg dat ik een verrassing voor haar heb, zegt ze enorm verheugd: “What, you have chocolate?!” Haha, ik moet lachen, nee niet echt. Alhoewel… Heeft mijn reisgenoot voordat ik vertrok niet iets in mijn tas verstopt? Ik speur even en ja hoor, daar is het, een pakketje met daarop “Vipassana Emergency Package”. Ik maak het pakketje open, een keer raden wat er in zit. Ja hoor, chocolade! Ik twijfel even, want we zitten nog steeds in de course, maar ik eet liever nu heel mindful samen met Gerry een snickers, dan morgen snel langs de kant van de weg ‘omdat het weer kan’. En ik zeg het je. Chocolade is nog lekkerder als je net 10 dagen gemediteerd en gevast hebt. Praise the lord for inventing this. Volledig voldaan val ik pas ver na middernacht in slaap.

DAG 11:
Het is bijna voorbij. We mediteren tot 7u en dan is het over met de pret. De pret?! Zijn dat mijn woorden?! Ja, dat zijn jouw woorden. En weet je wat, het is goddelijk fijn om te mediteren als je er eenmaal in zit. Hoe saai, irritant en vervelend het soms ook kan zijn, het is value for money. Voor weinig money want deze 10-daagse is gratis. Je mag een donatie doen zodat meer mensen deze ervaring kunnen krijgen. Zoals ik. Maar ook gevangenisbewoners door heel India kunnen in de gevangenis een 10-daagse doen. Wow dat is cool! Ik zie een ‘Safe the Children’-busje het terrein op rijden en check even hoe het zit. Kinderen uit nabijgelegen weeshuizen krijgen hier op zondag meditatie-les. Ze vinden het superleuk, zoals ze het ook heel fijn vinden om naar school te gaan. En ze krijgen hier ook gratis eten. Die donaties worden duidelijk goed besteed. Na onze laatste meditatie-sessie voel ik me een beetje verdrietig. Anders dan ik normaal verdrietig ben, iets in mij voelt anders. Ik merk ook meteen op dat dit tijdelijk is en veroorzaakt wordt door attachment aan de ervaring. Geen zorgen, ik neem heus mee wat ik mee dien te nemen. Het voelt heel raar als de poort van het terrein open gaat en we mogen gaan. Niet voordat ik onze teacher bedank met een buiging. Ze wijst me meteen terecht: “Don’t thank me! Thank Dhamma!” (de leer, de universele boeddhistische wijsheid). God wat ben ik dankbaar. Samen met Sandra, de gebleekte engel en haar lieve hippie-vriend en de verlichte bomenknuffelaar lopen we door de poort om samen richting een klein stranddorpje 40 km verderop te verdwijnen en samen nog dagen te mediteren, ervaringen te delen en te herkauwen. En ons vrijer dan ooit te voelen. We mogen weer doen en laten wat we willen. Het is niet alleen de vrijheid om ons heen die zo goed voelt. Van binnen ben ik ook wat kwijtgeraakt in de afgelopen 10 dagen. Ik ben lichter. Er kwam ruimte voor nieuwe wijsheid. Dit was een intense detox for the mind. Een hele waardevolle training van de geest. Ik kijk naar de zon, de wolken en de lieve nieuwe vrienden om me heen die precies begrijpen wat ik heb meegemaakt. Ik ben een gelukkig mens.

IMG_1511-0

IMG_1510-0

IMG_1513-1

IMG_1509-1

IMG_1514-1

IMG_1507-0

IMG_1512-0

IMG_1508-0

IMG_1515-0