Ambi Bro & Sis on tour in Nepal!

Je zou het bijna vergeten. Er was ook leven vóór de aardbeving…en dat was een hilarisch leven!

16 april 2015: na 3,5 fantastische maar ook slopende maanden verlaat ik m’n grote liefde India en land ik vandaag, als het goed is in de kalmte van het Nepalese land. En ja hoor, ik loop het vliegveld uit en NIEMAND kijkt naar me om. NIEMAND vraagt me wat. En NIEMAND hoeft wat van me. Nou ja zeg, ben ik nu ineens niet meer boeiend als vrouw alleen zijnde? Nee. Heel duidelijk, nee. Wow. Hier moet m’n ego heel even aan wennen.

Met de taxi rijd ik samen met een opgepikte Amerikaan de hoofdstad in. Sjezus wat is het hier rústig..! Niet normaal! De chauf is heel aardig en zet me even later uit de wagen, want m’n hostel is om de hoek. Zegt ie. #fail Niet dus. Ik loop en loop maar zie niks wat lijkt op een bord richting het onderkomen waar m’n grote broer op me wacht. Ik wil hem zien dus ben mega ongeduldig. Maar ja, moet ik eerst uitvinden waar ik heen moet! Het gekke is dat niemand hier ook maar één vraag kan beantwoorden over waar m’n guesthouse is. Hoezo weten jullie niks? M’n Nepalese simkaart werkt pas na een uur dus ik dool maar wat rond in deze gekke onbestrate stad. Godzijdank, na 1u zoeken en frustreren ontfermt een enorme Nepalese hippie met heel veel haar zich over me, belt t guesthouse en laat me ophalen. Even later kijk ik in de olijkste Nepalese snoet en weet dat het goed zit. “Your brother is here, I can see you must be Anna!” Hoera! M’n ambi brother daalt de trap af en ik val hem in de armen. Damn wat is dat fijn, je familie weer dichtbij! Na een douche en een maaltijd tettert Pieter de oren van m’n kop. Er is zoveel gebeurd en het gelul en gelach zal de komende maand nog wel even aanhouden. Wat heerlijk! Ik lig 50% van de dag in een deuk en smeek Pieter om de 5 min om op te houden met grappen maken want ik heb zon buikpijn van het lachen. Zo cool.

Na twee dagen chillen en bijkletsen in de hoofdstad gaan we off the beaten track, en ik zeg het je, Nepalese bussen zijn de bom. Juist omdat het toeristenbureau van mening is dat we de bus niet moeten nemen (“bussen very dangerous, you better not take”), staan we nu dus op het busstation ons scheel te zoeken naar onze bus richting het zuiden van Nepal. NERGENS bordjes, namen, nummers, niks. Iedereen stuurt ons weer een andere kant op. Maar ambi bro en sis geven niet zomaar op. En ja hoor, we vinden onze chauf. Als Pieter hem vraagt hoe het met em is, zegt ie: “I am boss.” Okeeeee. Goed. Terug naar de fantastisch-heid van het OV in Nepal:
1 Ten eerste, de muziek. Extreem schelle Nepalese muziek, constant. En geloof me, de stemmen van Justin Bieber en Usher komen dan ineens als een HELE aangename verrassing en zijn een genot voor t oor (niet voor Pieter, die vond “Bieber altijd al een mongool”. Ik niet. “Baby baby oooooh!”).
2 WiFi free staat er op de bus, dat klopt precies, WiFi-vrij, want er zit echt geen WiFi in. En laten we dat ook niet ambiëren zolang er nog wel kuikens maar niet eens fatsoenlijke stoelen in zitten.
3 Overal wijze teksten op alle bussen zoals “love is risk, do not it”. Ik hou er van. Ben het er mee eens ook.
4 De stoeltjes zijn dus klein en smal en daar passen onze billetjes eigenlijk niet in. En laten we het maar niet over onze knieën hebben nog. Diagonaal in de stoel met onze voeten in t gangpad want anders past het niet. In de bus zitten veel verschillende mensen bij elkaar, oude berg-omaatjes en jonge hippe chickies, en twee lepels met de slappe lach.
5 De wegen zijn slecht, als in de slechtste die we ooit gezien hebben, dus waar je ook heen wilt, t duurt bijna altijd een dag (nachtbussen zijn er niet). Bereid je voor op een flinke dosis ongecontroleerd headbangen.
6 Veiligheid? Nou eh de verongelukte bussen en vrachtwagens laten ze gewoon langs de kant van de weg liggen. Inhalen is dan ook levensgevaarlijk, maar we proberen het toch (had die gast van dat reisbureau toch gelijk…).
7 Kwaliteit? Als er maar 1 weg is, dan noemen we het hoe dan ook de High Way (“a complete solution for vehicles”, staat er op een van de borden) ook al kun je we maar 30km p/u rijden. Het is een High Way.
8 Het idee van “exercise is gezond” heeft Nepal bereikt. Dat ze dan vervolgens op teenslippers over de met uitlaatgassen gevulde stof-highway gaan rennen, lijkt mij persoonlijk niet t allergezondste idee, maar grappig is t wel. Je moet toch wat doen om fit te blijven? En van het Eerselse Trimbos hebben ze hier nog nooit gehoord helaas. Dan maar op de High Way.
9 Maar, om eerlijk te zijn, het aller-aller- allerleukste aan de Nepalese bussen is denk ik nog wel dat Pieter Lepelaars er in zit en ik me 24/7 helemaal stuk lach om zijn idiote slechte grappen. Ik ben blij om weer ambi-united te zijn met m’n bro.

Onze eerste stop is de geboorteplaats van onze grote vriend de Boeddha: Lumbini. Het is hier echt cool. Het is er namelijk heel rustig, met maar 1 lokaal straatje en traditionele Nepalezen die lief zijn dus ik heb t gevoel dat ik in de hemel ben aangekomen. Pieter niet, die vindt dat er maar weinig te beleven is. En dus proberen we alle lokale voorbijgangers te koppelen aan iemand die we van thuis kennen, vooral van vroeger. Op basis van baard, snor, buik, wenkbrauwen, gezichtsvorm, houding of blik. Ik heb het niet meer van t lachen. En onze gesprekken vervolgen zelfs nog even serieus: “Hoe is t mee dn dieje van dn dieje?”

Als we uitgelachen zijn (en ondanks alle goedbedoelde adviezen van anderen toch de ochtend eigenwijs chillend doorbrengen en midden op de dag op een brakke kromme fiets door het tempelpark gaan rijden) voelen we pas dat het zeker 80 graden is. Teeeeee-ring! Sommige mensen zijn echt dom en eigenwijs. Die fietsen zijn ook echt kut. Sorry kan er niks anders van maken. Jammer want ik verheugde me ZO om weer even een eindje te kunnen gassen. We zien de steen waarop Boeddha geboren is (klopt overigens geen ruk van, want wie baart er nou een kind op een steen terwijl Boeddha onder de boom geboren is die 20 meter verderop staat?). We snappen er niks van maar dat kan ook zijn omdat we het te druk hebben met grappen maken. Pieter vindt een stok en besluit dat deze “stok van Boeddha” vandaag overal mee naar toe moet. Okeeeee #gehandicapte. Fietsen langs wat tempels. Puffend. Zeikend. Lachend. We eindigen al gauw bij een museum, vast geschonken door de Chinezen want veel te modern voor deze arme regio, maar het is er tenminste maar 30 graden binnen. Dus daar zitten we dan, op twee plastic stoelen in een uithoek van t museum, te wachten totdat de zon ons met rust gaat laten. En grappen te maken natuurlijk. Pieter: “Ah daar liggen twee diarree-remmers op de grond. Die zullen wel van Pieter L zijn”.

Het is tijd voor onze tweede stop: National Park Bardia. Nog niet toeristisch en nog vol met wildlife. Dat merken we voor t slapen gaan, als Anne een ENORME spin op d’r kussen heeft. Gezellig, ik hou toch zo van dieren! De volgende ochtend gaan we met gids Gi op pad. Ik ben in mn nopjes als ik een ECHT groen rangers-pak mag lenen van de chauffeur, ook in t groen. Ik vind mezelf gaaf jonguh. Zo gaaf dat ik even later met de militairen mee ren die voorbij komen gejogd. Vervolgens gaan we het park in met een jeep. Gi zegt vermanend dat we moeten stoppen met lachen, anders jagen we alle dieren weg. MOEILIJK!
Eerst zien we hertjes, dan spelende zwijnen (Pieter schrikt zich kapot) en dan veel voetafdrukken van tijgers, olifanten en neushoorns. Kei spannend, ze zijn in de buurt! Dan ruziënde ree-tjes (Pieter schrikt zich nog een keer kapot). En dan, terwijl we ons al een uur blind staren op een badderende tijger die maar niet komt, ineens een dikke vette cobra, 2m van ons vandaan. De gids heeft niks door, terwijl de cobra vlak achter z’n rug wegglipt. Tering dat was spannend. Maar het wordt nog spannender. We komen voor de tijgers, maar ze komen maar niet naar de oever om te drinken. Gi vraagt ons of we dieper de jungle in willen om er een te zien. Euh. “How dangerous Gi!” “Wildlife guys, always dangerous!” Maar de kansen zijn groter als we gaan en wij zijn stoer dus we doen het. Eerst de rivier door. Ik glijd constant weg en krijg de bamboestok van Gi. Pieter besluit te zwemmen maar het is zo ondiep dat het eerder buikschuiven wordt. Gi vindt het prachtig en maakt foto’s van die twee debiele Hollanders. Eenmaal aan de overkant zien we ‘verse’ sporen van tijgers, een mannetje en vrouwtje. We kunnen ze zelfs ruiken. Ze zijn in de buurt. Dan horen we ineens kei hard gebrul. We schrikken ons kapot. “Tiger!”, zegt Gi. En baant ons om de richting van het geluid op te gaan. WAT?! Nee man, dadelijk valt ie ons aan! Gi laat z’n bamboe-stok zien. Daar jaagt ie hem wel mee weg. JA DAAAAAG! Een bamboestok?!? Are you serious?! In ieder derdewereldland kun je de guns zo in de winkel kopen, maar hier doen ze t met n bamboestok?! Oke fine let’s do this. Dit is officieel het spannendste wat ik OOIT in m’n leven heb gedaan. M’n hart klopt in m’n keel en ik durf bijna niet meer te ademen. En dan tikt Pieter me ineens opgewonden aan en stuurt m’n blik opzij. En daar, 20m verderop, steekt een tijger de rivier over. HOLY SHIT! Dit is waaaaaanzinnig. Zo bijzonder en zo vet en zo mooi!! Gracieus, zoals ze zijn. Het duurt maar een seconde maar ik heb z’n billen gezien maat. Wow! Dit was de bom en Pieter is vanaf nu onze gids want hij ziet meer dan Gi zelf. Als we bekomen zijn vervolgen we onze weg om ook nog twee neushoorns te zien. Heel ver weg maar ook de bom. We love wildlife, wat een dag.

De volgende dag nemen we de jeep weer het park uit. Nog even zingen en zoenen met de locals van het park die we echt volledig in ons hart hebben gesloten na alle zinloze be-ge-ta-bel taallessen, bezoekjes in de keuken, grappen en “resam fi-ri-ri liedjes”. Dit was vet!! De jeeptocht het park uit is in principe praktisch maar blijkt een van de mooiste ooit: kleine bergdorpjes, locale leefwijzen en glimlachende Namasté’s. En dat dan in de prachtigste groene natuur. Puur genieten. Even later bestijgen we de nachtbus richting Kathmandu. Twee hanen in de bus. En ja, precies zoals het hoort, kraaien die assholes ons om 4u wakker. Haha we moeten zo lachen, dit kán toch niet?! Net als de plas langs de weg met twee andere meisjes. Er is geen wc dus we duiken de bosjes in en ze komen op een rijtje naast me zitten en vragen me meteen “Where you from?” Hahaha oke gezellig, plassend kennismaken 🙂 ik stel voor dat we de wegrestaurants en de wc’s langs de weg in NL slopen om dit heerlijke gevoel te creëeren. We are all one en alles is oke.

Eenmaal in Kathmandu hebben we maar 1 taak: ons voorbereiden op de vetste 10-daagse trekking ooit. En eindelijk echt de Himalaya in. Dat we die helemaal niet gaan bereiken vanwege een aardbeving komt natuurlijk dan nog helemaal niet in ons op….

Pieter past prima in de bus.
Pieter past prima in de bus.
Ik hou van mijn broer maar ik hou ook echt van deze crappy stink-plee's.
Ik hou van mijn broer maar ik hou ook echt van deze crappy stink-plee’s.
Pieter! Kom deraf! Veel te gevaarlijk!
Pieter! Kom deraf! Veel te gevaarlijk!
Hij is al bijna aziaat.
Hij is al bijna aziaat.
Deze op mn kussen kan ik hebben.
Deze op mn kussen kan ik hebben.
Woehoe kijk ze stoer zijn!
Woehoe kijk ze stoer zijn!
Welke randdebiel rent daar nou weer met the militairy mee?!
Welke randdebiel rent daar nou weer met the militairy mee?!
Stoertjes-blik
Stoertjes-blik
No pwobwem. Life ok!
No pwobwem. Life ok!
Ook om 6u 's ochtends zijn wij heel knap.
Ook om 6u ‘s ochtends zijn wij heel knap.
Oma geniet van dr 7-upje.
Oma geniet van dr 7-upje.
Dj Leep spins the music.
Dj Leep spins the music.
Ik vond hem zo lief dat ik hem wilde adopteren.
Ik vond hem zo lief dat ik hem wilde adopteren.
Pieter op zn kutfiets.
Pieter op zn kutfiets, met natuurlijk, de stok van Boeddha.
Buddha's boom!
Buddha’s boom!

Advertisements

HUMANS OF HONDURAS

“We are on our way to Houston, Texas. We will have to spend 16 days on busses to get there, but that’s fine because we have a lot of fun together, especially if we talk about or with la chica’s on the bus! Do you have a boyfriend? You are too tall for us! We will try to get jobs in the United States to have a better future. It’s our first time so we are really excited!”

HUMANS OF GUATEMALA

“My name is Mariano. I am 60 years old and from San Pedro, Lago del Atitlan. I have 9 brothers and sisters, all between the age of 54 and 65. I am a fisherman and work with a small boat and only a net. On good days in the dry season I catch 20 kilos of fish, but from May on its only about 1 or 1,5 kilo a day. On good days I sell it, because I don’t have a wife and kids and can’t eat it all. But that’s okay. It was nice to teach you Spanish. But now you have to go, I have to take a bath here in the lake. Adios!”

5 things that happen to you after being in an earthquake

Even though we seem to be adventurous human beings, having an earthquake happening to us was not something we had on the bucket list. But still, it can bring you something, good and bad. 5 things that happen to you after being in an earthquake:

1. You get earthquake legs. Every tiny tremor of the earth can freak you out in a split second. That is kinda annoying, mainly because most of the time there are no actual tremors. You just make them up and people laugh at you when you ask “did you feel that?”. But that’s fine. Bring on the trucks on the roads and the landing aircrafts next to us. I need to get over this as soon as possible.
2. People treat you like a hero and call you a survivor. And even though it comes from a good heart, it’s highly annoying to get praise for something that you don’t feel like you deserved. And it’s hard to turn down, like a present you don’t want to receive, you know that’s just rude. And we don’t want to be rude. But we are no heroes nor survivors. We were just there when it happened. That’s all. 
3. You act like a baby when it comes to crossing loose bridges, stairs and steps in shallow ponds. I wish you were all there when my brother and me freaked out when we jumped on steps in a pond back home. Loads of kids hopping on the stones and we had cold feet. Idiots. It’s all between our ears, yes we know, but after having lost contact with the ground, we just don’t like moving floors anymore.
4. You eat like a pig. It’s unbelievable. Cravings all day and we have a hard time being in control over the intake of food. I guess eating cookies and snickers for days is not too nutritious and are bodies want to make up for the loss over those days. No worries, we just eat it all and trust that this phase shall pass too. The same accounts for sleep by the way. We are lazy as ever before and find ourselves falling asleep at weird moments during the day. Sorry peops, we do find your company enjoyable, our yawning has nothing to do with you.
5. The cliches are found to be true. Moaning about superficial things seems to be the most annoying thing in the world and sometimes I even feel the need to slap people. If things annoy you, change them if you can. If you don’t like your job, quit. If you want to travel, go. Stop whining about a lack of money or goods. Listen people: these are not first world problems! So don’t be surprised if I will kick your butt if you do this again when I am around. We are extremely wealthy people, we live in a free and safe world and there are a zillion opportunities to live the life you dream of. So make it happen if you want something else than you have or shut up if you don’t want us to be angry. Thank you 🙂 
Want to read about our experiences during and after the earthquake? Read more in Dutch on Pieter’s story or mine.

De aardbeving (geschreven door Pieter)

Broer & zus samen op reis. Anne wilde een half jaar naar India, Pieter wilde graag naar Nepal. Hoe mooi zou het zijn om elkaar te treffen in het midden van elkaars reizen. 15 april was de datum dat we elkaar zouden ontmoeten in Kathmandu, de hoofdstad van Nepal. Pieter had net een tiendaagse trekking achter de rug, in de Himalaya in de Annapurna range, Anne kwam uit ‘crazy-India’ en Nepal was voor haar een zeer welkome afwisseling in vriendelijkheid en opdringerigheid ten opzichte van India.

We besloten samen om via Lumbini, de geboorteplaats van Buddha, naar Bardia National Park te gaan in het zuidwesten van Nepal om tijgers en nijlpaarden te spotten. Vanuit daar wilden we weer terug naar Kathmandu om op 25 april te vertrekken voor een trekking in het Langtang gebergte, de zogenaamde Langtang Valley Trekking. Zo gezegd, zo gedaan. Na een voorbereidend dagje op 24 april, waarin we allerlei praktische zaken kochten of huurden zoals slaapzakken, trekkingsvoedsel (candybars, mueslirepen etc) en winterkleding, vertrokken we op zaterdag 25 april met de lokale bus naar Langtang. Rich Birkett, een Engelse vriend van Anne, ging ook met ons mee en wierp zich op als gids. Met vijftien jaar ervaring bij de Engelse scouts leek ons dat een prima idee. Hij zorgde voor een kaart en een kompas, dat moest goed gaan komen. Het liep totaal anders…

Voordat we vertrekken op zaterdagmorgen vanuit Kathmand, pinnen we nog snel even, want we hebben geen idee of dat nog kan in Syabrubesi, het eindpunt van de bus en het vertrekpunt van de trekking. Om 06.15 melden we ons op het busstation, een klein en lokaal busstation. Via via komen we bij onze bus terecht en we bestellen nog gauw een Chai, een heerlijke kruidenthee. De bus lijkt al te vertrekken dus we kunnen ons drinken niet eens opdrinken. Maar de bus vertrekt niet, hij verplaatst alleen 100 meter. Zijn we er weer ingetuind. Maar we kunnen niet anders, bij gebrek aan een Engels sprekende busbegeleider en niet het risico willen nemen dat we niet meer mee kunnen.

Rond 06.50 vertrekt de bus naar Syabrubesi. Een afstand van 120 kilometer, waar de bus ‘slechts’ negen uur over zal gaan doen. Andere backpackers hadden ons al lacherig gewaarschuwd voor de highway. Het is niet de beste weg van Nepal en dat blijkt al direct na het verlaten van de Kathmandu vallei. Er ligt geen asfalt, het is een combinatie van platgewalste aarde en stenen, geen pretje als dit zo de volledige route is! Maar na een klein uurtje verandert de weg gelukkig in asfalt. Niet dat er in het asfalt geen gaten zitten of niet onderbroken wordt door stukken zonder asfalt maar het is in ieder geval een stuk beter.

In de bus zit ook een dronken dame, ze is echt helemaal van de kaart. Aan haar ogen te zien lijkt het niet alleen alcohol te zijn. Ze schopt een hoop stennis, we lachen er om en telkens als ze door het gangpad loopt, sluit Pieter zich af met zijn armen half voor zijn gezicht en kijkt hij Anne lachend aan. Gelukkig zit ze op de achterbank, we hebben medelijden met de Italianen die daar zitten. Ook zij kunnen er wel om lachen. Rond 10.00 stoppen we voor ontbijt in een dorpje waar we drie Dhal Bat Veg bestellen, dé lokale maaltijd. Een half uurtje later rijden we weer verder. We maken een aantal grappige filmpjes die we willen versturen aan vrienden van ons in Nederland. Over de bus, over de weg, over de inzittenden. We lachen en hebben veel plezier samen.

Tegen de middag stopt de bus ergens. Dat doet hij wel vaker. Er zijn geen bushaltes, mensen steken gewoon hun hand op als ze mee willen gaan en de busbegeleider regelt de betaling en bepaalt of ze wel of niet mee kunnen. Dat is het systeem hier. We weten niet precies wat er gebeurd, maar ineens staat de bus te trillen. Is hij in een gat gereden? Of wat is er aan de hand? Anne ziet mensen naar buiten rennen en de vrouwen die de afwas aan het doen zijn bij een waterplaats omvallen. Dan roept ineens iemand in de bus ‘earthquake!’ en lijkt de paniek om ons heen te slaan. Uiteraard is de lokale bus volledig gevuld met mensen en wij zitten vrij achteraan in de bus. We kunnen geen kant op. Anne wil opstaan maar Pieter zegt tegen haar dat ze rustig moet blijven, want we kunnen nergens naar toe. De lokale mensen snellen de bus uit en wij gaan zodra we de kans hebben meteen achter hen aan. Buiten kijken we uit over een grote vallei waar direct de grote stofwolken die de lucht in zweven ons opvallen. Voor ons gevoel duurt het geheel zo’n 15 seconden, achteraf horen we dat de eerste aardbeving 55 seconden heeft geduurd.

Op dat moment hebben we nog geen benul van hoe erg het is. Is het alleen lokaal? Wat is de kracht op de schaal van Richter? Zijn er slachtoffers? Zijn de stofwolken het resultaat van landslides of zijn er gebouwen ingestort? Allemaal vragen waar op dat moment geen antwoord op is. We zien een scheur in de weg. Resultaat van de aardbeving zeggen mensen. Maar is dat ook zo? Zat die er al niet in? We weten niks. Sommige mensen proberen de groep te verzamelen, aan de linkerkant van de weg. Die is het veiligst. Maar is dat ook zo? Is het aan de andere kant van de scheur niet veiliger? Niemand weet iets. We zijn volledig machteloos, het enige wat we kunnen doen is alles maar gewoon laten gebeuren. En dat doen we dan ook maar.

Pieter loopt naar de rand van de helling waar we met de bus op staan. Hij wil beter naar het dal kunnen kijken. Op dat moment komt de eerste naschok, die we dus nu écht voelen omdat we niet meer in de bus zitten. Pieter loopt snel terug naar Anne en ze pakken elkaar vast. Het enige wat je vast kan pakken zijn andere mensen. Want andere dingen kunnen allemaal instorten of omvallen. Het lijkt nergens veilig te zijn. Links van de weg is de helling boven ons, rechts van de weg is de helling onder ons. We staan in het midden van de weg terwijl de grond onder ons van links naar rechts en van voor naar achter beweegt. Het is niet voor te stellen wat er dan door je heen gaat. Er is ook niks waar je dit mee kunt vergelijken. De aarde, die altijd zo stabiel en veilig leek, is volledig in beweging. Schokkerig beweegt heel de aarde. Mensen gillen, gebouwen kraken en scheuren, bomen vallen om. Weer die stofwolken in het dal. Dit is niet goed, dit is niet goed. Langzaam dringt het besef tot ons door dat dit niet zomaar een kleine beving is.

Een van de andere toeristen bij ons in de bus is Marian, een Oostenrijker die samen met zijn vriendin Mimi op wereldreis is. Hij vertelt dat Nepal al jaren schijnt te wachten op een hele grote aardbeving, omdat het precies op een breuklijn ligt. Zowel Anne als Pieter is hier niet van op de hoogte, wat achteraf enigszins naïef lijkt te zijn, want waar komen anders die bergen vandaan? Maar goed, het is nu niet het moment om het daar over te hebben. Zou dit de grote beving zijn? Want als dat zo is, als dit echt die hele zware was, dan moeten we er snel voor zorgen dat we onze families inlichten dat we ok zijn en dat we geen lichamelijk letsel hebben opgelopen. Marian heeft internet op zijn telefoon en dat werkt nog en hij vertelt dat het breaking news is op de BBC. Dit is ongeveer 20 minuten na de tweede schok. Als we breaking news zijn, dan is het dus echt heel heftig. We proberen allemaal meteen onze families in te lichten. Anne stuurt een berichtje naar ons mam, die weet dus dat we ok zijn. Rich spreekt zijn moeder aan de telefoon. Enkele uren later spreekt Anne ons mam haar voicemail in. Achteraf horen we dat het berichtje ook nooit is aangekomen dus het is goed dat het Anne nog lukte om de voicemail in te spreken want hierna valt het signaal weg en zal ook nog even wegblijven.

Om ons heen is op dat moment de consternatie compleet. Het leger (we zijn vlakbij een army checkpost) verzamelt mensen onder een stroomdraad totdat Lenka, een Slowaakse, zegt dat dat ook niet al te slim is en dan worden alle mensen een stukje verderop verzamelt bij de rest van de dorpelingen. De bus is intussen een stukje verder omhoog gereden, naar ‘veiliger’ land? Marian en Mimi hebben hun backpack al van de bus gehaald, moeten wij dat ook doen? Of gaat de bus nog verder? Waar is de bus begeleider? En de chauffeur? Vragen, vragen, vragen. Maar niemand weet iets…

We besluiten om als groep buitenlanders bij elkaar te gaan staan en samen op te trekken en samen te beslissen wat te doen. In het begin wordt er nog gesproken over verder lopen richting Langtang, maar als we zien dat alle winkeltjes gesloten zijn en alle Nepalezen buiten op straat zitten, trekken we de conclusie dat het national park en/of het dorp Langtang waarschijnlijk wel gesloten zal zijn. Want dit is echt een hele zware beving. De Italianen die met de dronken vrouw op de laatste rij van de bus zaten, besluiten hun eigen plan te trekken. Marian en Mimi hebben een kaart, wij hebben een kaart en Lenka heeft een gids die met haar het gebied in zou trekken. We zijn met zeven man en besluiten om terug te gaan lopen naar Kathmandu, ongeveer 90 kilometer van waar we op dat moment zijn. We checken allemaal onze supplies, we hebben zeker genoeg water en eten voor de eerste uren. We hebben ook allemaal een slaapzak, iedereen was onderweg naar een trekking. Een geluk bij een ongeluk?

Pas als we de afdaling inzetten, begint de schade echt tot ons door te dringen. Waar wij stonden zag je ‘slechts’ enkele vernielde huizen, maar als we de bocht om zijn zien we het meteen. Huizen die zijn weggezakt, ingestort of volledig lijken te zijn weggevaagd door landslides. Ontredderde bewoners staan bij de huizen en inmiddels rijden de eerste ambulances met sirenes voorbij. Of is het telkens dezelfde ambulance die op en neer rijdt? Gewonde mensen achterop scooters of languit in een pickup truck, op weg naar een verbandpost of dokter in de volgende plaats. Het dichtstbijzijnde ‘echte’ ziekenhuis is in Kathmandu, 90 kilometer over die hobbelweg, die waarschijnlijk ook niet meer volledig begaanbaar is.

image

(Gelukkig staat het bed er nog wel…)

Inmiddels horen we allerlei wilde verhalen om ons heen. Het epicentrum zou in Pokhara zijn, Thamel (het toeristendistrict in Kathmandu) zou met de grond gelijk zijn gemaakt, de luchthaven is dicht, er volgt nog een aardbeving morgenvroeg om 09.00. De mensen roepen van alles en nog wat, maar wat is waar? Het besluit om terug te lopen naar Kathmandu lijkt het juiste, want als we érgens informatie moeten kunnen vinden is het daar. Daar waar onze ambassades zich bevinden en de plaats waar we het land uit kunnen. We snijden af en lopen over bergpaadjes naar beneden, de weg slingert zich om ons heen naar beneden, de shortcuts zijn beduidend korter. De schade lijkt alleen maar groter te worden. Inmiddels werkt het internet niet meer en ook de telefoon geeft geen bereik meer. We hebben gelukkig onze ouders op tijd kunnen waarschuwen, want wie weet waar we morgen zijn en wie weer wanneer het bereik weer terug komt?

Na enkele uren lopen zien we in de verte een klein stadje liggen, de gids van Lenka zegt dat dat Trishuli is, het lijkt ons een goede plaats om te overnachten. Tijdens het lopen zien we vele getroffenen buiten zitten. Arme mensen die leven van de landbouw en een klein en knus huisje hadden, wat niet meer begaanbaar is, of niet meer veilig is, of er zelf helemaal niet meer is. Wat zeg je als toerist tegen zo’n mensen? Met namasté, het Nepalese hallo (‘ik groet het goddelijke in u’) lijken we de plank mis te slaan. Maar wat dan? Pieter slaat ondanks dat hij niet Christelijk is kruisjes en Anne houdt haar handen tegen elkaar gevouwen voor haar hoofd. We voelen meerdere malen de emoties en het verdriet van de mensen. Verschrikkelijk is dit.. Maar we kunnen niks doen, we kunnen niks veranderen, we kunnen ze niet helpen. Het enige wat we kunnen doen is begrip tonen en ze niet teveel tot last zijn. Het voelt ook echt als een last om hier nu te zijn. Ook hebben we het idee dat ze denken dat wij nog steeds bezig zijn met een trekking. Alsof ons leven doorgaat en dat van hen stilstaat. Dat zal niet de laatste keer zijn dat we dat denken.

Aangekomen in Trishuli vervoegen we ons eerst bij de dorpsbewoners die zich verzameld hebben op een van de vele rijstvelden in de omgeving. Kinderen spelen hier alweer alsof er niks aan de hand is, terwijl volwassenen veelal met een mobieltje aan hun oor contact proberen te krijgen met familieleden of andere dorpen. Het stadje zelf is voor ons gevoel verandert in oorlogsgebied. Hele blokken met huizen zijn ingestort of ingezakt of zitten vol met scheuren. We vragen aan lokalen of zij een goede plaats weten om te slapen maar ze verwijzen ons allemaal door. ‘Ten minutes that way’. Inmiddels begint de tijd te dringen want het begint langzaam donker te worden. Dan komen we een stukje verder een klein verlaten hutje tegen van golfplaten en staal, het lijkt ons een veilige plaats om de nacht door te bringen. In ieder geval geen betonnen wanden die ons kunnen raken bij een naschok of wat dan ook. De mannen in het gezelschap besluiten om toch nog even verderop te kijken of daar wellicht een betere schuilplek is voor de nacht óf dat we nog ergens iets te eten kunnen krijgen.

Het geluk is aan onze zijde bij een groot hotel op een kilometer afstand van de eerdere schuilplek. Daar heeft een hoteleigenaar een groot aantal dorpelingen verzameld in een soort van carport achter het hotel. Er staat wel een betonnen muur achter, maar het lijkt veilig te zijn. Hij biedt ons een slaapplaats én voedsel aan. Blij als dat we zijn gaan we snel de dames halen en we lopen in het donker terug naar de carport. Marian en Mimi, de twee verplegers, pakken direct hun first aid kit uit de backpacks om enkele inwoners opnieuw te verbinden. Anne praat intussen met de lokals en Pieter richt de slaapplaats in voor de nacht. We hebben een paar kartonnen dozen om op te slapen en de yogamat van Anne. We krijgen eten en al gauw wordt het nacht. Iedereen probeert wat te slapen.

Om 05.00 worden we ruw gewekt door gegil. Er is weer een naschok en iedereen springt op uit zijn of haar slaapzak om meteen bij de betonnen muur weg te zijn. Er gebeurt gelukkig niks, maar meteen zit de spanning er weer goed in. Hoe zwaar was deze schok? Zijn er weer gebouwen ingestort? Weer allemaal vragen.. Bizar om zo gewekt te worden, slapen lukt natuurlijk niet meer.

image

(Onze overnachtingsplaats)

Rond 07.00 in de morgen besluiten we onze tocht te vervolgen om te kijken of we ergens kunnen helpen en of we misschien een lift kunnen krijgen naar Kathmandu. Nog maar enkele minuten onderweg treffen we een soort van verbandpost op straat, vlakbij de apotheek. Mimi en Marian besluiten meteen om te helpen en Rich en Pieter helpen enkele winkeltjes om hun bruikbare koopwaar veilig te stellen.

Een uurtje later zijn de meeste dorpelingen geholpen door Marian en Mimi en kunnen we onze tocht vervolgen. We stoppen voor een ontbijt bij een open lucht winkeltje, iemand heeft zijn bakapparatuur naar de straat verplaatst. We besluiten zoveel mogelijk te eten want we weten niet wanneer de volgende mogelijkheid zich aandient om weer te eten. We eten een soort van oliebollen en ze smaken heerlijk. Dan roept de gids dat er iemand is die ons wel naar Kathmandu kan brengen met een minivan, voor 15000 roepie (150 euro). Pieter gaat er op af en praat met de man over de prijs. De man ziet er uit als een snelle jongen en is daar ook op een dure motor. We kunnen alleen met hem mee als we een aanbetaling doen van 5000 roepie. Daar zijn we het niet mee eens en hij stapt vrijwel direct op zijn motor. Anne gaat nog naar hem toe om te overleggen, maar ook Anne vertrouwt hem niet. Maar goed ook, zal achteraf blijken. De weg naar Kathmandu is helemaal niet meer begaanbaar met een auto… Zelfs in een situatie als deze, zijn er mensen die niks anders willen dan geld verdienen en andere mensen naaien. Verschrikkelijk.

Pieter roept naar de groep dat we het niet doen met de minivan van die man, en dat we maar moeten vertrouwen op een andere mogelijkheid. We lopen weer verder en na nog geen half uur passeert er een pickup truck die nog niet vol is met mensen. We mogen meeliften en hij brengt ons helemaal tot het punt waar de weg versperd is. Dit is zeker zo’n 15 kilometer en scheelt ons weer een heel stuk lopen. Hoe superfijn! En dat alles voor 1500 roepie, wat een verschil met die oplichter. Aan de hand van de kaarten vermoeden we dat we zo’n 50 tot 60 kilometer van Kathmandu zijn. Het is inmiddels rond het middaguur als we onze tocht vervolgen.

Gedurende een afstand van zo’n 30 kilometer is de weg om de paar honderd meter versperd. De ene keer met rotsbrokken van enkele meters doorsnee, dan weer met een boom, dan weer met los zand en dan weer is er gewoon een heel stuk van de weg weggeslagen door de aardbeving. Duidelijk is in ieder geval dat hier geen auto’s meer kunnen rijden en duidelijk is ook dat wij zwaar genaaid zouden zijn door die gast op de motor. Die was na de aanbetaling echt niet meer teruggekomen. We lopen door zwaargetroffen dorpjes die mogelijk nog weken verstokt zullen blijven van hulp. Want het gaat echt heeeeel lang duren voordat die weg weer begaanbaar zal zijn. En wie zegt dat er prioriteit wordt gelegd bij deze weg?

image

(een voorbeeld van de schade aan de weg)

Na enkele uren lopen komen we langs een bus, die er op het eerste gezicht nog niet zo heel slecht uitziet. De bus is omringd door grote rotsblokken. Maar als we de bus passeren aan de achterzijde, blijkt de bus te zijn geraakt door een groot rotsblok. Heel de zijkant is eruit geslagen en er liggen nog een paar bebloede dode lichamen in… Onderweg zien we wel meer lichamen of verbrandingen van lichamen, maar deze zijn verpakt in doeken of niet zichtbaar. Dat waren de lichamen in de bus wel. De politie staat een stuk verderop om de bocht, maar deze hebben of de machinerie niet of de zin niet om de lichamen te verwijderen.

image

(de zwaar getroffen bus met de lichamen)

Vrijwel alle lokale huizen zijn beschadigd. De huizen zijn gemaakt van stenen met een cement van modder en mest. Dit is lang niet stevig genoeg geweest om de schokken op te vangen. Sommige huizen missen een zijwand of hebben een gat in de muur. Andere huizen zijn op pilaren gebouwd die als luciferhoutjes zijn geknakt waardoor huis en haard naar beneden zijn gestort in het ravijn. Tel hierbij de onbegaanbare ‘highway’ en de ramp is compleet. Verwoeste dorpen die onbereikbaar zijn voor de hulpdiensten. We vrezen voor de schade in Kathmandu. Als daar 50% van de huizen is beschadigd, moet het een enorme chaos zijn in de hoofdstad.

In de dorpen horen we de verhalen van de dorpsbewoners. Het verschilt van enkele gewonden tot een aantal doden of vermisten. De gewonden zijn er vaak erbarmelijk aan toe, met het ontbreken van goede dokters en/of verpleging zijn de wonden vaak provisorisch verzorgt. Direct met het verband op de wond of niet ontsmet of… Marian en Mimi willen heel graag naar Kathmandu om daar te helpen in een hospitaal maar ook onderweg had een ziekenhuis of veldhospitaal een groot verschil kunnen maken. Maar dat is er helaas niet en we kunnen het ook niet veranderen.

Ergens onderweg net na de middag kunnen we maggi noodles eten in een dorpje. Dat is geweldig, iets warms eten. Dus we besluiten dat meteen te doen. Vlak na de maaltijd rusten we nog even uit, totdat de huizen allemaal weer beginnen te schudden. Iedereen staat weer op en rent naar het midden van de straat. Behalve Pieter, hij dacht dat er een helikopter opsteeg in het dal achter ons… Sommigen onder ons blijken dus ook nog eens de realiteitszin volledig te verliezen.

De gids vertelt ons dat Kakani, een dorpje bovenop een berg met uitzicht over de Kathmandu vallei, een prima plek is om te overnachten. Er zou daar ook warm voedsel en een dak beschikbaar zijn. We zijn benieuwd… De avond valt en we zijn in Kakani, maar er is niemand die ons onderdak wil geven of voedsel aanbiedt. Je merkt dat de gevolgen duidelijker worden, het wordt steeds meer ieder voor zich. En wie bekommert zich dan om een groepje backpackers? Niemand zo lijkt het. Lenka vertelt over twee toeristen die een fietsvakantie deden die ze een tijdje geleden sprak, die mochten blijven slapen in een tent bij een familie thuis. Misschien is dat iets voor ons om het daar te proberen? In het donker lopen we terug en wat een geluk, ze willen de tent met ons delen. Met negen man op acht vierkante meter, maar niemand klaagt. Waar moeten we ook over klagen? Wij kunnen als het goed is gewoon het land verlaten, de inwoners van Nepal blijven zitten met al het leed en hebben jaren van wederopbouw voor de boeg. Wij vliegen weer terug naar Holland, om daar weer te kunnen klagen over het weer en alles wat we zo erg vinden. Maar wat is het leven ineens relatief zeg.

image

(de tent van de tweede nacht)

De volgende morgen vragen we of we iets kunnen eten voor ontbijt, maar dat blijkt niet meer mogelijk te zijn. De mensen verwachten schaarste en ook dat is wel weer ergens logisch. We besluiten een stuk verder te lopen kijken of we ergens iets kunnen eten en of we verder vervoer terug kunnen krijgen. De weg schijnt vanaf hier weer goed begaanbaar te zijn dus laten we het hopen dat we mee kunnen liften. Beneden in het dorp aangekomen (we sliepen ergens verder naar boven) kunnen we currysoep en noodlesoep krijgen en dat slaan we uiteraard niet af. We vullen onze magen, een welkome afwisseling na de snickers en koekjes als avondeten, en lopen daarna weer verder naar beneden. Al na enkele minuten hebben we geluk, we worden ingehaald door een wagen die onderweg is naar Kathmandu waar we achterop kunnen voor 100 roepie per persoon. Een tweetal uren later zijn we weer in Kathmandu.

We zijn voorbereid op het ergste maar in onze beleving ‘valt het mee’. We hadden echt verwacht dat volledige wijken plat zouden zijn, maar we zien maar een aantal huizen met schade of die ingestort zijn. Dat valt dus echt reuze mee en is goed nieuws! Wel horen we dat de Dharahara toren is ingestort, 24 uur voor de beving waren Rich en Pieter nog op de top van deze toren. Ook Durbar Square, het culturele erfgoed van Kathmandu is voor een groot gedeelte ingestort. Wat verschrikkelijk zeg, Nepal is het armste land van Azië en voor een groot gedeelte van haar inkomsten afhankelijk van het toerisme. Dat zal een flinke knauw krijgen.

image

(de toren 24 uur voor de aardbeving)

image

(de toren na de aardbeving)

We pakken de taxi (tot onze grote verbazing rijden ze nog) naar Thamel, het toeristische gedeelte. De chauffeurs kennen hun prijzen, het is gevaarlijk om te rijden zeggen ze en ze vragen het drie- tot viervoudige van normaal, maar wij hebben geen keus. We hebben onze backpacks bij en het is zeker een uur lopen en we hebben wel even genoeg gelopen. Aangekomen bij het hostel blijkt het zelfs helemaal onbeschadigd te zijn. We hebben de rest van onze bagage achter gelaten, voordat we begonnen aan de trekking. We dachten dat we alles kwijt zouden zijn, maar dat is dus niet zo. Er is geen stroom en geen stromend water, maar de eigenaren zijn en blijven positief. Ze kunnen ook niet anders. Bij de pakken neerzitten heeft geen nut. Ze hebben een waterput voor het gebouw en vanuit daar worden de toiletten en gootstenen doorgespoeld. Ook hebben ze nog voldoende gas om op te koken.

Wij overleggen wat we nu gaan doen. Ons eerste doel, Kathmandu is gehaald. Vanaf nu hebben we verschillende doelen. Anne en ik willen naar de Nederlandse ambassade, Rich naar die van de UK en Marian en Mimi willen een ziekenhuis gaan zoeken, maar moeten eerst hun bagage ophalen die bij een meisje ligt waar zij aan het couchsurfen waren. Dat blijkt vlakbij de NL ambassade te zijn, dus we gaan samen die kant op, Rich blijft achter om naar de ambassade van de UK te gaan. We spreken einde middag af bij Fireflies, ons hostel. Na een aantal uur te hebben rondgedoold en het rondgevraagd te hebben, blijkt de Nederlandse ambassade een aantal jaar geleden te zijn verhuisd, naar een stukje zuidelijker. Daar aangekomen blijkt het te zijn opgeheven en dat we alleen nog een Nederlands Consulaat hebben. Oók dat is onvindbaar en we spreken een Nederlander die telefonisch contact heeft gehad met een dame van het consulaat die blijkbaar pas vanaf morgen aanwezig is. Gaat lekker dus met Nederland in Nepal.

Intussen hebben ons pa en ma vanuit Nederland ons aangemeld bij SOS International. Een Nederlandse organisatie die mensen helpt in onvoorziene situaties. Zij zorgen er bijvoorbeeld voor dat Nederlandse mensen uit Nepal worden teruggehaald. Het werkt voor vele verzekeraars. Deze zorgen er voor dat wij terug kunnen op dinsdag 28 april 23.30 met een chartervliegtuig. Dat wil zeggen dat wij nog zo’n 24 uur moeten overbruggen. Anne wil in eerste instantie liever naar een ander land in de buurt van Nepal vliegen om haar reis af te maken. Ze heeft geen huisvesting in Nederland en zou daarna weer terug moeten vliegen als ze mee naar Nederland gaat. Maar na overleg lijkt het ons toch fijner en met name veiliger als ze mee terug naar Nederland gaat om op adem te komen. Vanuit daar kan ze dan weer opnieuw op pad.

We kunnen de nacht doorbrengen in het ‘Norwegian House’, een guesthouse speciaal voor Noorse mensen maar met een grote overkapping/carport in de tuin, waar wij ook welkom zijn. Het lijkt ons toch veiliger om in de semi open lucht te slapen dan binnen tussen betonnen muren. We krijgen matrasjes om op te slapen, dat is toch wat fijner dan de harde ondergrond van de laatste twee nachten. Maar ook daar heeft niemand over geklaagd. Want dat doe je niet in zo’n situatie. Dan ben je blij dat je onderdak hebt. We horen dat het rioolsysteem zich heeft vermengd met de waterleiding, een ideale situatie voor ziektes. In eerste instantie zeggen we nog tegen elkaar dat we het niet heel erg vinden om hier te blijven, maar als we dit horen beseffen we toch wel dat de ramp nog veel groter kan gaan worden als dit lang zo blijft. Ziektes kunnen uitbreken en drinkwater wordt schaars.

image

(onze slaapplaats voor de derde nacht)

De volgende dag besluiten we om het getroffen centrum te bezoeken. Rich wil er graag foto’s van maken om naar de internationale pers te sturen en wij willen wel met eigen ogen zien hoe zwaar het historische centrum van Nepal is getroffen. Als eerste bezoeken we de Dharahara toren, waar Rich en Pieter nog in zijn geweest een dag voor de aardbeving gebeurde. Als je denkt dat deze helemaal is afgezet met rood-wit lint en bewaakt wordt door de politie, dan heb je het helemaal mis. We kunnen gewoon over de brokstukken lopen tussen de reddingsmedewerkers door. Er is werkelijk helemaal geen systeem om de rampplek te beveiligen of ook maar iets te coördineren. Voor ons is dit echt onbegrijpelijk. Maar zo werkt het gewoon in Nepal. We kunnen niets anders dan ook dit maar gewoon laten gebeuren.

Hierna bezoeken we Durbar Square waar veel van de oude gebouwen ingestort zijn of onherstelbaar beschadigd. Rich schiet zijn foto’s en wij doen een schietgebedje voor alle inwoners van Nepal. Het kopen van water is inmiddels niet meer mogelijk voor ons en met dat gegeven in het achterhoofd zijn we zeer dankbaar dat we vanavond het land mogen verlaten. Rich vliegt naar New Delhi, wij naar Rotterdam. Marian en Mimi gaan als twee verplegers van twee dokters mee de dorpen in de bergen in, waar zij met een helikopter vol met hulpgoederen naar toe gaan. Zij kunnen nog daadwerkelijk iets betekenen voor de lokale bevolking, ons gaat dat niet lukken. Het enige wat we daar ter plekke kunnen doen is zoveel mogelijk spullen doneren. We doneren onze slaapzakken, onze kleding, Anne haar yogamat, Pieter zijn winterjas, toiletspullen etc etc. Meer kunnen we nu niet doen. Dankbaar zijn de mensen wel, voor dat wat we ze geven.

image

(Anne, Marian & Mimi. Marian kan ook normaal kijken trouwens ;))

We melden ons ’s avonds om 19.00 op de luchthaven van Kathmandu. De ons voorspelde chaos is niet helemaal waar, het is er druk maar het is er geen onoverzichtelijke chaos. Wel zijn de schappen leeg van de winkeltjes op de luchthaven wat er op lijkt te duiden dat er veel mensen al lang op de luchthaven zijn. Rond 22.00 krijgen we de mededeling dat ons chartervliegtuig niet mag landen op Kathmandu Airport, omdat er te veel vliegtuigen staan. Dat betekent dat we niet wegkunnen. Een klein half uurtje later komt dezelfde man ons vertellen dat we waarschijnlijk tóch mee terug kunnen, met een toestel van de Belgische luchtmacht. Daar zijn nog plaatsen over. Dat betekent dat we niet hoeven te overnachten op de luchthaven in afwachting van nieuws maar al vrijwel meteen mogen boarden. Weer iets later mogen we de vertrekhal in, worden de paspoorten gechecked en lopen we richting het toestel. We lopen via een weggetje achteraf zelf naar het toestel en we mogen onze bagage zelf in het toestel leggen. Hoe onwerkelijk wederom. We horen later dat dat is omdat veel personeel van het vliegveld niet meer inzetbaar is omdat ze terug zijn naar de families buiten Kathmandu.

Om 00.00 vertrekt het vliegveld richting New Delhi, waar we worden opgevangen door medewerkers van de Nederlandse ambassade. Zij hebben een bus geregeld voor ons en een hotel. Dit heeft eerst nog wat voeten in aarde want zij wisten ook niet dat wij zouden komen. Sommigen klagen daarover, maar wij niet. Het heeft geen zin, wij kunnen er niks aan veranderen en zijn met name dankbaar dat we onderweg zijn naar veiligheid. We bemoeien ons er dan ook niet mee en doen eerder een stapje terug zodat wij niet betrokken raken in de vermoeiende discussies. Rond 05.00 komen we aan in het hotel en dat contrast is echt te groot. Van hutjes zonder vloer en toiletten die je niet door kunt spoelen, naar een hotel met airco, marmeren vloer en regendouche. Natuurlijk is die douche heerlijk als je vijf dagen niet hebt gedouched, maar het contrast, pfff we vinden het nu nog steeds moeilijk.

De volgende morgen (na wederom een kort nachtje van drie uur) duiken we rond 10.00 de ontbijtzaal in. Ook de ‘normale’ luxe die hier wordt geboden is echt niet normaal. Het allerlekkerste eten, je hoeft het zomaar op te scheppen. We worden weer even met onze neus op de feiten gedrukt hoe goed wij westerlingen het hebben. Door de supermarkt lopen en gewoon kopen wat je wil hebben. Opscheppen wat je wil eten bij een lopend buffet… Het is allemaal zo normaal voor ons, maar dat is het echt niet. We hebben al een dag of vier niet meer echt fatsoenlijk gegeten, dus natuurlijk is het heerlijk en geweldig. We scheppen meerdere malen op en proeven en eten weer van alles. Vooral de variatie valt op, de keuzevrijheid.

Daarna krijgen we de mogelijkheid om nog een paar uur aan het zwembad te liggen voordat we uit moeten checken. Ook dat doen we, maar wat is het contrast toch groot. Van de puinhopen van Kathmandu zonder water en stroom naar de luxe van een westers hotel in India. Het blijft moeilijk en we kunnen het niet goed loslaten.

Rond 18.30 ’s avonds kunnen we terug naar het vliegveld om via Abu Dhabi en Athene terug te vliegen naar Brussel. De bemanning is fantastisch, de ‘stewards en stewardessen’ zijn in het normale leven niet gewend om burgers te vervoeren, maar ze doen het met liefde en toewijding. We zijn ze enorm dankbaar en er wordt dan ook minstens vier keer voor ze geklapt met volle waardering. Na een lange vlucht landen we rond 11.00 in de ochtend op Brussel Airport. ‘Thank you for choosing the Belgian Airforce’ grapt de Belgische gezagvoerder. Er klinkt een hard gelach, en terecht. De spanning die we allemaal dagen met ons mee hebben gedragen, kan eindelijk van onze schouders. We zijn weer in veilige haven. Het is tijd om onze dierbaren te knuffelen en om alles een plaatsje te geven. Fysiek zijn wij helemaal in orde, of dat geestelijk ook zo is moet nog maar blijken.

image

(Anne en een van de stewardessen ;))

Nu is het een week later en is het nieuws over Nepal al bijna naar de achtergrond verdwenen. Van de voorpagina, naar pagina 2 en 3, naar pagina 11 en 12 en volgende week hoogstens nog een kolom aan de zijkant ergens achterin de krant. Zo gaat dat, want het is al niet meer nieuw(s) genoeg. Wij worden opgehaald en teruggebracht naar onze veilige thuishaven, waar we dankbaar voor mogen zijn. Maar zij, de inwoners van Nepal, die zitten daar nog. Midden in de puinhoop waarvan wij vermoeden dat het nog jaren gaat duren voordat dat enigszins is opgeruimd. En we weten dat we er niks aan kunnen veranderen, we weten dat we niks kunnen doen, we weten dat het zo gaat. Het enige wat we kunnen doen is doneren. En dat doen we ook. Want wat hebben wij het toch goed hier. Het wordt vaak gezegd, maar als je eenmaal zo’n ramp hebt meegemaakt en weer veilig wordt teruggevlogen naar ons kikkerlandje, dan besef je het ook veel meer. Dan voel je het verschil en weet je ook dat je daar heel dankbaar voor mag zijn.

In Nederland gaat het alweer over te-lage treinpoortjes, verkeersinfarcten en stankoverlast. Over een tijdje is dat ook weer ons leven. Dan vinden wij dat ook vervelend, raar, belachelijk of irritant. Maar nu nog niet. Want het staat echt niet in verhouding tot wat we daar hebben meegemaakt. De gevreesde emotionele terugslag is er nog niet geweest, hopelijk blijft die ook weg. We hebben vooral veel zin in eten en veel slaap wat we beiden proberen in te halen. Het is duidelijk dat onze lichamen een tik hebben gehad. Maar het contrast blijft met de inwoners van Nepal…

Als je rechtstreeks en direct wil doneren, dan kan dat op de volgende manieren:

www.stichtinghulpvoornepal.nl; NL24ABNA0533687241 t.n.v. Stichting Hulp voor Nepal o.v.v. aardbeving. Een van de liefste oma’s die we ooit hebben ontmoet, de 77 jarige Ocky Pladet. Zij was daar om vrijwilligerswerk te doen voor de stichting maar werd dringend verzocht om het land te verlaten terwijl ze daar heel graag wilde blijven. Ze gaat al 17 jaar naar Nepal om vrijwilligerswerk te doen. Een schat van een mens, meer informatie over de stichting op de website!

Mimi & Marian; de twee verplegende helden waar je net al over las in het verhaal. Zij doen daar nu samen met de stichting Trekmedics vrijwilligerswerk onder gewonden en hulpbehoevenden. Zij geven dit direct uit aan allerlei medische benodigdheden. Voor de duidelijkheid, Nepal is geen zorgstaat en iedereen draait zelf op voor medische kosten. Nu mensen niks meer hebben worden ze door Trekmedics gratis geholpen. Ze gaan naar kleine bergdorpjes die mogelijk nog steeds afgesloten zijn van de bewoonde wereld. Stuur ons een privebericht via de socials en wij geven je hun bankrekeningnummer.

Verder willen we jullie nog bedanken voor alle warme woorden en ondersteuningen via bijvoorbeeld Facebook, het heeft ons goed gedaan! Maar laat de reacties vanaf nu maar over de mensen in Nepal gaan. Die kunnen de aandacht een stuk beter gebruiken. Bedankt!

IMG_2099

(als het goed is zijn de wallen al iets minder ;))

Nepal: de wereld op z’n kop

Zaterdagochtend 25 april. Ik kijk uit het raam. De bus schudt. Maar dan zie ik ineens dat hij niet schudt vanwege kuilen in de weg. De dames die hun afwas doen in een bergstroompje waar ik al een minuut naar staar, laten de borden uit hun handen vallen en schieten overeind. De paniek op hun gezichten. Een aardbeving. Dit is een aardbeving. Fuck!

Twee minuten later is de overvolle bus leeg. Iedereen staat op straat en kijkt paniekerig om zich heen. Waar moeten we gaan staan? Waar is het veilig? Een twee beving volgt. Pieter en ik pakken elkaar vast. We weten niet waar we veilig zijn. Links of rechts van die scheur in de weg. Mensen die voorbij hollen. Huilende meisjes in schooluniform. Een dal vol met stofwolken en een ingestort huis enkele meters verder. Dit is menens.

“Its breaking news on the BBC!”, zegt Marian, een Oostenrijkse medereiziger van 24. We moeten het thuisfront inlichten. Ik stuur gauw een sms’je. Mijn tas ligt nog in de bus. En m’n schoenen. Ik durf de bus niet alleen in. Want wat als er nu een beving komt? Pieter en m’n reisvriend Rich helpen me. Ik trek gauw mijn bergschoenen aan. Kan ik in ieder geval rennen als het moet.

Een half uur en een derde beving later hebben we samen met Marian, zijn 24-jarige vriendin Mimi en de 32-jarige Sloveense Lanka een plan: we gaan lopend terug naar Kathmandu. Daar is vast meer informatie over dat wat er gaande is én meer toegang tot hulpdiensten. Ik blijf steeds dichtbij Pieter en verlies hem geen seconde uit het oog. Gewoon voor t geval dat de aarde straks weer begint te beven.

Onderweg ontredderde mensen. Ze staren ons aan. Ik wil niet terug staren. Ik wil iets liefs zeggen. Maar wat? “2 people died!”, “only 5 goats, people okay here”, “only house”. De Nepalese gids van Lenka vertaalt wat de mensen hem vertellen. Ten minste de helft van alle huizen is verwoest. Het dal ingestort, half omgevallen of simpelweg in elkaar gezakt. En wat zeg je tegen iemand die net alles wat hij heeft is kwijtgeraakt? Ik hou m’n handen in bidhouding voor m’n hoofd en knik naar ze. Ik weet het ook niet.

De mannen pakken het praktische gedeelte op: hoe ver lijkt het volgende dorp op de kaart, hoe groot is de kans op eten daar, hoeveel repen Snickers hebben we nog, hoeveel waterzuiveringstabletten? Ze maken plannen en ik volg. Ik laat het allemaal gebeuren zoals het is. Ik denk na over wat we aan het doen zijn. In wat voor situatie zijn we nu weer terecht gekomen? En wat doet dit met ons allemaal?

We mogen de nacht doorbrengen met Nepalese families onder een overkapping. Met kartonnen dozen creëren we een soort van bed. Ik zoek de jonge meiden op. Een van hen, Shumi, 14 jaar, spreekt Engels en vertelt me alles wat ze weet. Oma heeft op internet gekeken en er komt om 21u nog een zware beving. Zodra de grond weer trilt, grijpt ze mijn pols vast. Haar angstige vingers om mijn arm, iets wat ik nooit meer zal vergeten. Ik stel haar en de rest van de kinderen gerust. “No more big Earthquake. Don’t be afraid. We are safe. These are only little after shakes. Really, we are all safe, we have had the worst.” Ik weet niet hóe ik dit weet, maar ik weet het. Het is heel fijn om met de kids te kletsen en spelen. En zelfs even dansen op muziek, als de familie onder een andere overkapping begint te zingen. We hebben ons er duidelijk allemaal bij neergelegd. We zingen liedjes voor het slapen gaan, Engels, Nederlands, Nepalees, Duits. Met een glimlach proberen er de slaap te vatten. Om 5u vluchten de Nepalezen gillend de overkapping uit. Ik kan maar amper uit m’n slaapzak komen maar strompel er achteraan. 10 seconden later stopt de aarde weer met beven. Het is oke. Het was alleen een naschok.

We lopen de hele dag. Af en toe mogen we stukjes achterop pick ups en kleine vrachtwagens. Ik smeek daar al maanden om, nu kan het natuurlijk wel, maar ik had het liever anders gezien. We raken gewend aan de bende om ons heen. Het enige verschil met gisteren is dat we geen paniek of verdriet meer zien bij de lokale bewoners. Ze zitten of hangen voor hun huizen. Glimlachen en groeten weer. Sommigen lijken het leuk te vinden dat die blanken water van ze willen kopen. Mensen zijn lief, alhoewel het lastig is om aan een warme maaltijd te komen. Ik snap het. Wij moeten hun voorraad ook niet opeten, ik wil het niet. We zien een aantal dode lichamen. Sommigen verpakt onder een laken, vastgeknoopt aan een bamboestok en een paar in een bus die geraakt is door een enorme steen. Niet afgedekt. Ik kijk niet.

In de middag volgt er ineens een nieuwe aardbeving. Het begint in ons hoofd als een naschok maar hij is heftig en duurt lang. Niet zo erg als de eerste drie schokken gisteren gelukkig. Pieter heeft niet door dat het een beving is en moet aangespoord worden om bij ons te komen staan. We lachen om zijn hypothese: “ik dacht dat het een helicopter in het dal was!”. Gelukkig, lachen is goed. Heel goed.

Na een lange dag veel te lang lopen en veel te vaak de verkeerde kant op gestuurd te zijn en heel vaak tevergeefs vragen of we bij mensen mogen slapen merk ik dat m’n geduld opraakt. Ik wil niet mopperen maar ik ben zo moe. Als de avond valt, kunnen we eindelijk ergens terecht. Een tentje delen met 8 mensen, bovenop een rijstterras. Incl een geul waar Pieter lekker in gevangen ligt. Het voelt veilig, met zijn allen zo dicht bij elkaar. Bij iedere trilling van de aarde worden we wakker. Ik schrik niet meer op. Ik kijk het steeds 5 seconden aan om dan te besluiten dat er geen gevaar is en weer verder te slapen.

De volgende dag worden we halverwege de ochtend weer gezegd met een warme maaltijd bij lokale mensen thuis. We eten steeds zoveel als we kunnen omdat er geen idee hebben wanneer we weer ergens eten kunnen vinden. De dankbaarheid is steeds heel groot. Ineens kunnen we achterop een vrachtwagentje mee liften naar Kathmandu. We komen een bus tegen die uit de hoofdstad komt, volgepropt met Nepalezen en tenminste 30 van hen op het dak. Hoeveel gevaar wil je creëeren? Maar ik snap het ook: Iedereen probeert de stad te verlaten en zijn familie in de dorpen op te zoeken.

Rond 12u komen we aan in Kathmandu. De schade valt vergeleken met waar wij vandaan komen enorm mee. We zien voor het eerst reddingswerkers, gelukkig. En Chinese reddingswerkers die foto’s van ons maken. Verdorie, daar heeft het land niks aan. Stuur fatsoenlijke mensen als je dan mensen stuurt. De irritatie zit me blijkbaar hoog. Ons hostel blijkt onbeschadigd. De horror-verhalen over Kathmandu zijn allemaal niet waar. De beperkte en onjuiste informatie voorzieningen hier helpen niet echt mee om een goede inschatting te kunnen maken van de situatie waar we in zitten.

Na een halve dag lopen hebben de Nederlandse ambassade/consulaat nog niet weten te vinden. Tering, ik ben er van over de zeik. Waar moeten we dan slapen? Andere ambassades laten ons niet binnen. Ieder land voor zich. Ik stoor me eraan. Via via komen we bij een Noors Guesthouse waar we buiten onder de carport mogen slapen. Op een matras. Hallelujah wat een luxe. De kraan kunnen we volgens de eigenaren beter niet gebruiken: het leidingwater is besmet met rioolwater. In de winkel krijg ik geen mineraal water meer mee. “No more”, zegt de verkoper. Gelukkig ruiken we allemaal raar én hebben we nog een pak baby wipes. Ik geloof niet dat ik ooit eerder zulke zwarte rouwranden onder m’n nagels heb gehad. Maar misschien wel passend in deze situatie.

Ik wil niet naar huis, maar ik wil hier wel weg. Als ik de volgende dag eindelijk even elektriciteit heb om mijn Nokia op te laden én weer bereik heb, bel ik met SOS International met de vraag of ze Pieter en mij willen weghalen hier. “Nou mevrouw, dat hangt van uw situatie af, als u een dak boven uw hoofd heeft enzo, dan is er geen urgentie”. Pardon?! Ik moet mezelf enorm inhouden om niet te gaan schelden. Ik leg uit dat er nog steeds bevingen zijn, we ook nog buiten slapen, er urine uit de kraan komt en er geen drinkwater meer is. Oke, hij gaat zijn best voor ons doen.

De volgende ochtend en enkele naschokken verder staan Pieter, Rich en ik op Durban Square, waar niks over is van de historische tempels. Aan de overkant in het park staan honderden tenten. Iedere bewoner van Nepal is met de aardbeving vluchteling geworden en wij voelen ons niet heel anders. Huizen zijn onveilig dus iedereen slaapt voorlopig nog wel buiten. Wat een situatie. Mijn telefoon gaat, een lieve blije mama aan de telefoon: “SOS international heeft gebeld! Je mag vanavond naar huis! Je zult wel blij zijn!”. Ik kijk om me heen naar de ellende en weet even niet wat ik voel. Ik bedank mama voor het telefoontje en hang gauw op. Van binnen voel ik me heel erg in de war. Ik wil niet weg. Maar ik moet wel weg. Maar ik wil deze mensen meenemen. Het is niet eerlijk. Het is echt niet eerlijk.

Pieter en ik pakken ons backpacks uit in plaats van in voor vertrek. De mensen buiten in de tenten hebben helemaal niets meer en wij kunnen het wel weer nieuw kopen in Nederland. Slaapzakken, warme truien, sokken, shampoo, stiften, tandpasta, yogamat, anything. Met een lege backpack gaan we richting het vliegveld.

Daar wachten ons enkele teleurstellingen: onze vlucht mag niet opstijgen in Jordanië omdat het vliegveld van Kathmandu te vol is. Waar sommige landgenoten schennis schoppen (want het is nu duidelijk even “ieder voor zich”), zijn wij gelaten. Dan nog maar een nachtje hier slapen, echt niet zo erg. We blijken inmiddels getraind in “ons er bij neerleggen” in deze situatie waar alle eigen controle verdwenen is. Maar blij zijn we zeker als we later horen dat we met de Belgische luchtmacht mee naar huis kunnen. We mogen zelf onze bagage in t vliegtuig gooien met hulp van de bemanning, militairen in legergroene overals die stewardess spelen. Tijdens de veiligheidsvideo is iedereen muisstil. Dit heb ik niet eerder meegemaakt. Iedereen is zo blij dat we mee mogen en ineens heel erg tolerant. Na het opstijgen voelen we een half uur lang zware turbulentie, nog een keer dat gevoel wat we inmiddels maar al te goed kennen. Heel erg on-fijn.

Naast ons liggen 9 stoelen plat met daarop een brancard met een zwaar gewonde en verdoofde Nederlandse jongen van 24 met hoofdwonden en nekletsel. Ik maak me enorme zorgen om hem. Hij is zo alleen. Geen dokter aan boord. Even later valt er een meisje flauw die zuurstof toegediend krijgt. Mensen zijn echt aan het einde van hun Latijn.

De tussenstop in Delhi is bizar. We landen om 1u in de ochtend maar komen pas om 5u aan in het hotel, omdat we onverwacht met 54 Nederlanders zonder visum voor de Indiase douane staan én er dus ook nog geen slaapplaats voor ons geregeld is. Als we na een goddelijke douche en een paar uur slaap weer schoon aan het ontbijtbuffet zitten, word ik bijna misselijk van alle overdaad. Deze luxe vergeleken met de ellende waar we net vandaan komen. Niet oké. Rationeel gezien weet ik dat dit ons helpt om bij te komen en te herstellen maar emotioneel gezien kan ik dit niet helemaal aan.

‘S avonds stappen we in voor de vlucht richting thuis, in totaal 15 uur te gaan met 2 tussenstops om te tanken. Niemand moppert over de lange duur, het lange wachten zijn we inmiddels allemaal gewend. Het is de meest informele vlucht ooit. De cockpit is open, er wordt veel gekletst met de opgewekte bemanning, ik maak grappen met ze en krijg stiekem chocomel ondanks dat ik geen kindje meer ben (vind ik zelf, zij denken daar anders over :)). Passagiers kletsen veel met elkaar. Iedereen heeft een verhaal. En ook nu weer biedt het spelen met de kindjes naast ons de beste afleiding voor Pieter en mij. Het Friese gezinnetje dat voor ons zit en in Nepal woont en werkt heeft er ineens twee hele blije private nannies bij 🙂 niks fijner dan die kleine op schoot laten kruipen en tegen je borst aan in slaap voelen vallen.

Naast de warmte van de kindjes, word ik ook enorm geraakt door de mannen en vrouw van de Belgische luchtmacht. Ze zorgen met zoveel liefde en zachtheid voor ons. Ze zetten stoelen recht zonder de passagiers wakker te maken, pakken baby’s over van vermoeide mama’s en staan constant voor ons klaar. Als we midden in de nacht een tankstop maken in de buurt van Abu Dhabi en een van de soldaten weer te lief is, moet ik voor t eerst sinds de aardbeving huilen. Dit zijn geen gewone stewardessen. En ook geen gewone mensen. Dit is hart en ziel aan het werk. En moeilijk te ontvangen in mijn oververmoeide toestand. Ik pak m’n dagboek om ruimte te geven aan de tranen, maar de pagina’s blijven leeg. Want waar moet ik in godsnaam beginnen met mijn verhaal?

Een dag later en vele vermoeide maar vrolijke kindersnoetjes verder komen we aan op de militaire basis van de Belgische luchtmacht in Brussel. Zwaaiende ouders en ten minste 20 radio- en filmploegen onthalen ons. Ik moet eerst nog even knuffelen met een van de militairen want jezus wat heb ik ze in m’n hart gesloten. Ik denk niet dat ik ooit zo dankbaar ben geweest. We klappen zeker vijf keer en lachen als de gezagvoerder door de intercom grapt: “Thank you for choosing Belgian Airforce”. Believe me, het is de beste airline die ik ken. Dankjewel België.

Ook het ontvangst van de mensen thuis is overweldigend. Iedereen hier heeft zich meer zorgen gemaakt over ons dan wij over onszelf. Het is moeilijk uit te leggen dat al die zorgen “niet nodig waren”. En nog steeds stromen de berichtjes binnen. Zo lief, zo fijn! Alsof we iets bijzonders hebben gedaan. Maar dat is niet zo. De mensen daar, die zijn pas bijzonder, zoals ze hun nieuwe lot direct lijken te accepteren en proberen door te gaan met hun afgebroken leven. Nepal is een prachtig en zwaar bijzonder land. Ik zou het wel van de daken willen schreeuwen: “Ga als je kunt!”. Laat je niet tegenhouden door ingestorte tempels of slechte wegen. Vergeet de lieve gastvrije Nepalees niet en beklim die Himalaya. Zij hebben ons nodig voor de wederopbouw en wij kunnen grote levenslessen van ze leren. Dus ga.

Nepal, you rock!

   
Net na de eerste drie bevingen: mensen wachten tegen de berg aan. Wij maken een plan met de kaart van het gebied.

Het gebouw naast de bus is in de vallei gezakt.

Alleen het bed staat er nog…

Onze slaapplaats voor de eerste nacht.

De mooie Hasna, 11 jaar oud, vriendin van Shumi.


Onze slaapplaats voor de tweede nacht: een tent op een aflopend rijstveld.

Vermoeide koppies.

De bus uit Kathmandu is aardig volgeladen met mensen. Safety first? Niet echt.

Godzijdank, reddingswerkers.

Pieter entertaint de kids met een potje voetbal in de tuin bij onze 3e slaapplaats.

Op Kathmandu airport heeft niemand tijd gehad om de schade in de toiletten op te ruimen. Begrijpelijk.

De trap naar veiligheid. Er mogen steeds 9 mensen in en dat is heeeel spannend.


Yes, we have made it, we got in!

Heel raar als het nieuws over jou gaat.

Ik denk dat ik hier weer bijna moet huilen 🙂

  

Oost west….

Wil je meer lezen over de aardbeving? Lees dan het verhaal door de ogen van mijn broer Pieter of mijn 5 things that happen to you after being in an earthquake.

Wil je direct geld doneren aan de verplegende Marian en Mimi die aan het werk zijn in Nepal? Stuur me dan even een berichtje.