Ambi Bro & Sis on tour in Nepal!

Je zou het bijna vergeten. Er was ook leven vóór de aardbeving…en dat was een hilarisch leven!

16 april 2015: na 3,5 fantastische maar ook slopende maanden verlaat ik m’n grote liefde India en land ik vandaag, als het goed is in de kalmte van het Nepalese land. En ja hoor, ik loop het vliegveld uit en NIEMAND kijkt naar me om. NIEMAND vraagt me wat. En NIEMAND hoeft wat van me. Nou ja zeg, ben ik nu ineens niet meer boeiend als vrouw alleen zijnde? Nee. Heel duidelijk, nee. Wow. Hier moet m’n ego heel even aan wennen.

Met de taxi rijd ik samen met een opgepikte Amerikaan de hoofdstad in. Sjezus wat is het hier rústig..! Niet normaal! De chauf is heel aardig en zet me even later uit de wagen, want m’n hostel is om de hoek. Zegt ie. #fail Niet dus. Ik loop en loop maar zie niks wat lijkt op een bord richting het onderkomen waar m’n grote broer op me wacht. Ik wil hem zien dus ben mega ongeduldig. Maar ja, moet ik eerst uitvinden waar ik heen moet! Het gekke is dat niemand hier ook maar één vraag kan beantwoorden over waar m’n guesthouse is. Hoezo weten jullie niks? M’n Nepalese simkaart werkt pas na een uur dus ik dool maar wat rond in deze gekke onbestrate stad. Godzijdank, na 1u zoeken en frustreren ontfermt een enorme Nepalese hippie met heel veel haar zich over me, belt t guesthouse en laat me ophalen. Even later kijk ik in de olijkste Nepalese snoet en weet dat het goed zit. “Your brother is here, I can see you must be Anna!” Hoera! M’n ambi brother daalt de trap af en ik val hem in de armen. Damn wat is dat fijn, je familie weer dichtbij! Na een douche en een maaltijd tettert Pieter de oren van m’n kop. Er is zoveel gebeurd en het gelul en gelach zal de komende maand nog wel even aanhouden. Wat heerlijk! Ik lig 50% van de dag in een deuk en smeek Pieter om de 5 min om op te houden met grappen maken want ik heb zon buikpijn van het lachen. Zo cool.

Na twee dagen chillen en bijkletsen in de hoofdstad gaan we off the beaten track, en ik zeg het je, Nepalese bussen zijn de bom. Juist omdat het toeristenbureau van mening is dat we de bus niet moeten nemen (“bussen very dangerous, you better not take”), staan we nu dus op het busstation ons scheel te zoeken naar onze bus richting het zuiden van Nepal. NERGENS bordjes, namen, nummers, niks. Iedereen stuurt ons weer een andere kant op. Maar ambi bro en sis geven niet zomaar op. En ja hoor, we vinden onze chauf. Als Pieter hem vraagt hoe het met em is, zegt ie: “I am boss.” Okeeeee. Goed. Terug naar de fantastisch-heid van het OV in Nepal:
1 Ten eerste, de muziek. Extreem schelle Nepalese muziek, constant. En geloof me, de stemmen van Justin Bieber en Usher komen dan ineens als een HELE aangename verrassing en zijn een genot voor t oor (niet voor Pieter, die vond “Bieber altijd al een mongool”. Ik niet. “Baby baby oooooh!”).
2 WiFi free staat er op de bus, dat klopt precies, WiFi-vrij, want er zit echt geen WiFi in. En laten we dat ook niet ambiëren zolang er nog wel kuikens maar niet eens fatsoenlijke stoelen in zitten.
3 Overal wijze teksten op alle bussen zoals “love is risk, do not it”. Ik hou er van. Ben het er mee eens ook.
4 De stoeltjes zijn dus klein en smal en daar passen onze billetjes eigenlijk niet in. En laten we het maar niet over onze knieën hebben nog. Diagonaal in de stoel met onze voeten in t gangpad want anders past het niet. In de bus zitten veel verschillende mensen bij elkaar, oude berg-omaatjes en jonge hippe chickies, en twee lepels met de slappe lach.
5 De wegen zijn slecht, als in de slechtste die we ooit gezien hebben, dus waar je ook heen wilt, t duurt bijna altijd een dag (nachtbussen zijn er niet). Bereid je voor op een flinke dosis ongecontroleerd headbangen.
6 Veiligheid? Nou eh de verongelukte bussen en vrachtwagens laten ze gewoon langs de kant van de weg liggen. Inhalen is dan ook levensgevaarlijk, maar we proberen het toch (had die gast van dat reisbureau toch gelijk…).
7 Kwaliteit? Als er maar 1 weg is, dan noemen we het hoe dan ook de High Way (“a complete solution for vehicles”, staat er op een van de borden) ook al kun je we maar 30km p/u rijden. Het is een High Way.
8 Het idee van “exercise is gezond” heeft Nepal bereikt. Dat ze dan vervolgens op teenslippers over de met uitlaatgassen gevulde stof-highway gaan rennen, lijkt mij persoonlijk niet t allergezondste idee, maar grappig is t wel. Je moet toch wat doen om fit te blijven? En van het Eerselse Trimbos hebben ze hier nog nooit gehoord helaas. Dan maar op de High Way.
9 Maar, om eerlijk te zijn, het aller-aller- allerleukste aan de Nepalese bussen is denk ik nog wel dat Pieter Lepelaars er in zit en ik me 24/7 helemaal stuk lach om zijn idiote slechte grappen. Ik ben blij om weer ambi-united te zijn met m’n bro.

Onze eerste stop is de geboorteplaats van onze grote vriend de Boeddha: Lumbini. Het is hier echt cool. Het is er namelijk heel rustig, met maar 1 lokaal straatje en traditionele Nepalezen die lief zijn dus ik heb t gevoel dat ik in de hemel ben aangekomen. Pieter niet, die vindt dat er maar weinig te beleven is. En dus proberen we alle lokale voorbijgangers te koppelen aan iemand die we van thuis kennen, vooral van vroeger. Op basis van baard, snor, buik, wenkbrauwen, gezichtsvorm, houding of blik. Ik heb het niet meer van t lachen. En onze gesprekken vervolgen zelfs nog even serieus: “Hoe is t mee dn dieje van dn dieje?”

Als we uitgelachen zijn (en ondanks alle goedbedoelde adviezen van anderen toch de ochtend eigenwijs chillend doorbrengen en midden op de dag op een brakke kromme fiets door het tempelpark gaan rijden) voelen we pas dat het zeker 80 graden is. Teeeeee-ring! Sommige mensen zijn echt dom en eigenwijs. Die fietsen zijn ook echt kut. Sorry kan er niks anders van maken. Jammer want ik verheugde me ZO om weer even een eindje te kunnen gassen. We zien de steen waarop Boeddha geboren is (klopt overigens geen ruk van, want wie baart er nou een kind op een steen terwijl Boeddha onder de boom geboren is die 20 meter verderop staat?). We snappen er niks van maar dat kan ook zijn omdat we het te druk hebben met grappen maken. Pieter vindt een stok en besluit dat deze “stok van Boeddha” vandaag overal mee naar toe moet. Okeeeee #gehandicapte. Fietsen langs wat tempels. Puffend. Zeikend. Lachend. We eindigen al gauw bij een museum, vast geschonken door de Chinezen want veel te modern voor deze arme regio, maar het is er tenminste maar 30 graden binnen. Dus daar zitten we dan, op twee plastic stoelen in een uithoek van t museum, te wachten totdat de zon ons met rust gaat laten. En grappen te maken natuurlijk. Pieter: “Ah daar liggen twee diarree-remmers op de grond. Die zullen wel van Pieter L zijn”.

Het is tijd voor onze tweede stop: National Park Bardia. Nog niet toeristisch en nog vol met wildlife. Dat merken we voor t slapen gaan, als Anne een ENORME spin op d’r kussen heeft. Gezellig, ik hou toch zo van dieren! De volgende ochtend gaan we met gids Gi op pad. Ik ben in mn nopjes als ik een ECHT groen rangers-pak mag lenen van de chauffeur, ook in t groen. Ik vind mezelf gaaf jonguh. Zo gaaf dat ik even later met de militairen mee ren die voorbij komen gejogd. Vervolgens gaan we het park in met een jeep. Gi zegt vermanend dat we moeten stoppen met lachen, anders jagen we alle dieren weg. MOEILIJK!
Eerst zien we hertjes, dan spelende zwijnen (Pieter schrikt zich kapot) en dan veel voetafdrukken van tijgers, olifanten en neushoorns. Kei spannend, ze zijn in de buurt! Dan ruziënde ree-tjes (Pieter schrikt zich nog een keer kapot). En dan, terwijl we ons al een uur blind staren op een badderende tijger die maar niet komt, ineens een dikke vette cobra, 2m van ons vandaan. De gids heeft niks door, terwijl de cobra vlak achter z’n rug wegglipt. Tering dat was spannend. Maar het wordt nog spannender. We komen voor de tijgers, maar ze komen maar niet naar de oever om te drinken. Gi vraagt ons of we dieper de jungle in willen om er een te zien. Euh. “How dangerous Gi!” “Wildlife guys, always dangerous!” Maar de kansen zijn groter als we gaan en wij zijn stoer dus we doen het. Eerst de rivier door. Ik glijd constant weg en krijg de bamboestok van Gi. Pieter besluit te zwemmen maar het is zo ondiep dat het eerder buikschuiven wordt. Gi vindt het prachtig en maakt foto’s van die twee debiele Hollanders. Eenmaal aan de overkant zien we ‘verse’ sporen van tijgers, een mannetje en vrouwtje. We kunnen ze zelfs ruiken. Ze zijn in de buurt. Dan horen we ineens kei hard gebrul. We schrikken ons kapot. “Tiger!”, zegt Gi. En baant ons om de richting van het geluid op te gaan. WAT?! Nee man, dadelijk valt ie ons aan! Gi laat z’n bamboe-stok zien. Daar jaagt ie hem wel mee weg. JA DAAAAAG! Een bamboestok?!? Are you serious?! In ieder derdewereldland kun je de guns zo in de winkel kopen, maar hier doen ze t met n bamboestok?! Oke fine let’s do this. Dit is officieel het spannendste wat ik OOIT in m’n leven heb gedaan. M’n hart klopt in m’n keel en ik durf bijna niet meer te ademen. En dan tikt Pieter me ineens opgewonden aan en stuurt m’n blik opzij. En daar, 20m verderop, steekt een tijger de rivier over. HOLY SHIT! Dit is waaaaaanzinnig. Zo bijzonder en zo vet en zo mooi!! Gracieus, zoals ze zijn. Het duurt maar een seconde maar ik heb z’n billen gezien maat. Wow! Dit was de bom en Pieter is vanaf nu onze gids want hij ziet meer dan Gi zelf. Als we bekomen zijn vervolgen we onze weg om ook nog twee neushoorns te zien. Heel ver weg maar ook de bom. We love wildlife, wat een dag.

De volgende dag nemen we de jeep weer het park uit. Nog even zingen en zoenen met de locals van het park die we echt volledig in ons hart hebben gesloten na alle zinloze be-ge-ta-bel taallessen, bezoekjes in de keuken, grappen en “resam fi-ri-ri liedjes”. Dit was vet!! De jeeptocht het park uit is in principe praktisch maar blijkt een van de mooiste ooit: kleine bergdorpjes, locale leefwijzen en glimlachende Namasté’s. En dat dan in de prachtigste groene natuur. Puur genieten. Even later bestijgen we de nachtbus richting Kathmandu. Twee hanen in de bus. En ja, precies zoals het hoort, kraaien die assholes ons om 4u wakker. Haha we moeten zo lachen, dit kán toch niet?! Net als de plas langs de weg met twee andere meisjes. Er is geen wc dus we duiken de bosjes in en ze komen op een rijtje naast me zitten en vragen me meteen “Where you from?” Hahaha oke gezellig, plassend kennismaken 🙂 ik stel voor dat we de wegrestaurants en de wc’s langs de weg in NL slopen om dit heerlijke gevoel te creëeren. We are all one en alles is oke.

Eenmaal in Kathmandu hebben we maar 1 taak: ons voorbereiden op de vetste 10-daagse trekking ooit. En eindelijk echt de Himalaya in. Dat we die helemaal niet gaan bereiken vanwege een aardbeving komt natuurlijk dan nog helemaal niet in ons op….

Pieter past prima in de bus.
Pieter past prima in de bus.
Ik hou van mijn broer maar ik hou ook echt van deze crappy stink-plee's.
Ik hou van mijn broer maar ik hou ook echt van deze crappy stink-plee’s.
Pieter! Kom deraf! Veel te gevaarlijk!
Pieter! Kom deraf! Veel te gevaarlijk!
Hij is al bijna aziaat.
Hij is al bijna aziaat.
Deze op mn kussen kan ik hebben.
Deze op mn kussen kan ik hebben.
Woehoe kijk ze stoer zijn!
Woehoe kijk ze stoer zijn!
Welke randdebiel rent daar nou weer met the militairy mee?!
Welke randdebiel rent daar nou weer met the militairy mee?!
Stoertjes-blik
Stoertjes-blik
No pwobwem. Life ok!
No pwobwem. Life ok!
Ook om 6u 's ochtends zijn wij heel knap.
Ook om 6u ‘s ochtends zijn wij heel knap.
Oma geniet van dr 7-upje.
Oma geniet van dr 7-upje.
Dj Leep spins the music.
Dj Leep spins the music.
Ik vond hem zo lief dat ik hem wilde adopteren.
Ik vond hem zo lief dat ik hem wilde adopteren.
Pieter op zn kutfiets.
Pieter op zn kutfiets, met natuurlijk, de stok van Boeddha.
Buddha's boom!
Buddha’s boom!

Advertisements

5 things that happen to you after being in an earthquake

Even though we seem to be adventurous human beings, having an earthquake happening to us was not something we had on the bucket list. But still, it can bring you something, good and bad. 5 things that happen to you after being in an earthquake:

1. You get earthquake legs. Every tiny tremor of the earth can freak you out in a split second. That is kinda annoying, mainly because most of the time there are no actual tremors. You just make them up and people laugh at you when you ask “did you feel that?”. But that’s fine. Bring on the trucks on the roads and the landing aircrafts next to us. I need to get over this as soon as possible.
2. People treat you like a hero and call you a survivor. And even though it comes from a good heart, it’s highly annoying to get praise for something that you don’t feel like you deserved. And it’s hard to turn down, like a present you don’t want to receive, you know that’s just rude. And we don’t want to be rude. But we are no heroes nor survivors. We were just there when it happened. That’s all. 
3. You act like a baby when it comes to crossing loose bridges, stairs and steps in shallow ponds. I wish you were all there when my brother and me freaked out when we jumped on steps in a pond back home. Loads of kids hopping on the stones and we had cold feet. Idiots. It’s all between our ears, yes we know, but after having lost contact with the ground, we just don’t like moving floors anymore.
4. You eat like a pig. It’s unbelievable. Cravings all day and we have a hard time being in control over the intake of food. I guess eating cookies and snickers for days is not too nutritious and are bodies want to make up for the loss over those days. No worries, we just eat it all and trust that this phase shall pass too. The same accounts for sleep by the way. We are lazy as ever before and find ourselves falling asleep at weird moments during the day. Sorry peops, we do find your company enjoyable, our yawning has nothing to do with you.
5. The cliches are found to be true. Moaning about superficial things seems to be the most annoying thing in the world and sometimes I even feel the need to slap people. If things annoy you, change them if you can. If you don’t like your job, quit. If you want to travel, go. Stop whining about a lack of money or goods. Listen people: these are not first world problems! So don’t be surprised if I will kick your butt if you do this again when I am around. We are extremely wealthy people, we live in a free and safe world and there are a zillion opportunities to live the life you dream of. So make it happen if you want something else than you have or shut up if you don’t want us to be angry. Thank you 🙂 
Want to read about our experiences during and after the earthquake? Read more in Dutch on Pieter’s story or mine.

Nepal: de wereld op z’n kop

Zaterdagochtend 25 april. Ik kijk uit het raam. De bus schudt. Maar dan zie ik ineens dat hij niet schudt vanwege kuilen in de weg. De dames die hun afwas doen in een bergstroompje waar ik al een minuut naar staar, laten de borden uit hun handen vallen en schieten overeind. De paniek op hun gezichten. Een aardbeving. Dit is een aardbeving. Fuck!

Twee minuten later is de overvolle bus leeg. Iedereen staat op straat en kijkt paniekerig om zich heen. Waar moeten we gaan staan? Waar is het veilig? Een twee beving volgt. Pieter en ik pakken elkaar vast. We weten niet waar we veilig zijn. Links of rechts van die scheur in de weg. Mensen die voorbij hollen. Huilende meisjes in schooluniform. Een dal vol met stofwolken en een ingestort huis enkele meters verder. Dit is menens.

“Its breaking news on the BBC!”, zegt Marian, een Oostenrijkse medereiziger van 24. We moeten het thuisfront inlichten. Ik stuur gauw een sms’je. Mijn tas ligt nog in de bus. En m’n schoenen. Ik durf de bus niet alleen in. Want wat als er nu een beving komt? Pieter en m’n reisvriend Rich helpen me. Ik trek gauw mijn bergschoenen aan. Kan ik in ieder geval rennen als het moet.

Een half uur en een derde beving later hebben we samen met Marian, zijn 24-jarige vriendin Mimi en de 32-jarige Sloveense Lanka een plan: we gaan lopend terug naar Kathmandu. Daar is vast meer informatie over dat wat er gaande is én meer toegang tot hulpdiensten. Ik blijf steeds dichtbij Pieter en verlies hem geen seconde uit het oog. Gewoon voor t geval dat de aarde straks weer begint te beven.

Onderweg ontredderde mensen. Ze staren ons aan. Ik wil niet terug staren. Ik wil iets liefs zeggen. Maar wat? “2 people died!”, “only 5 goats, people okay here”, “only house”. De Nepalese gids van Lenka vertaalt wat de mensen hem vertellen. Ten minste de helft van alle huizen is verwoest. Het dal ingestort, half omgevallen of simpelweg in elkaar gezakt. En wat zeg je tegen iemand die net alles wat hij heeft is kwijtgeraakt? Ik hou m’n handen in bidhouding voor m’n hoofd en knik naar ze. Ik weet het ook niet.

De mannen pakken het praktische gedeelte op: hoe ver lijkt het volgende dorp op de kaart, hoe groot is de kans op eten daar, hoeveel repen Snickers hebben we nog, hoeveel waterzuiveringstabletten? Ze maken plannen en ik volg. Ik laat het allemaal gebeuren zoals het is. Ik denk na over wat we aan het doen zijn. In wat voor situatie zijn we nu weer terecht gekomen? En wat doet dit met ons allemaal?

We mogen de nacht doorbrengen met Nepalese families onder een overkapping. Met kartonnen dozen creëren we een soort van bed. Ik zoek de jonge meiden op. Een van hen, Shumi, 14 jaar, spreekt Engels en vertelt me alles wat ze weet. Oma heeft op internet gekeken en er komt om 21u nog een zware beving. Zodra de grond weer trilt, grijpt ze mijn pols vast. Haar angstige vingers om mijn arm, iets wat ik nooit meer zal vergeten. Ik stel haar en de rest van de kinderen gerust. “No more big Earthquake. Don’t be afraid. We are safe. These are only little after shakes. Really, we are all safe, we have had the worst.” Ik weet niet hóe ik dit weet, maar ik weet het. Het is heel fijn om met de kids te kletsen en spelen. En zelfs even dansen op muziek, als de familie onder een andere overkapping begint te zingen. We hebben ons er duidelijk allemaal bij neergelegd. We zingen liedjes voor het slapen gaan, Engels, Nederlands, Nepalees, Duits. Met een glimlach proberen er de slaap te vatten. Om 5u vluchten de Nepalezen gillend de overkapping uit. Ik kan maar amper uit m’n slaapzak komen maar strompel er achteraan. 10 seconden later stopt de aarde weer met beven. Het is oke. Het was alleen een naschok.

We lopen de hele dag. Af en toe mogen we stukjes achterop pick ups en kleine vrachtwagens. Ik smeek daar al maanden om, nu kan het natuurlijk wel, maar ik had het liever anders gezien. We raken gewend aan de bende om ons heen. Het enige verschil met gisteren is dat we geen paniek of verdriet meer zien bij de lokale bewoners. Ze zitten of hangen voor hun huizen. Glimlachen en groeten weer. Sommigen lijken het leuk te vinden dat die blanken water van ze willen kopen. Mensen zijn lief, alhoewel het lastig is om aan een warme maaltijd te komen. Ik snap het. Wij moeten hun voorraad ook niet opeten, ik wil het niet. We zien een aantal dode lichamen. Sommigen verpakt onder een laken, vastgeknoopt aan een bamboestok en een paar in een bus die geraakt is door een enorme steen. Niet afgedekt. Ik kijk niet.

In de middag volgt er ineens een nieuwe aardbeving. Het begint in ons hoofd als een naschok maar hij is heftig en duurt lang. Niet zo erg als de eerste drie schokken gisteren gelukkig. Pieter heeft niet door dat het een beving is en moet aangespoord worden om bij ons te komen staan. We lachen om zijn hypothese: “ik dacht dat het een helicopter in het dal was!”. Gelukkig, lachen is goed. Heel goed.

Na een lange dag veel te lang lopen en veel te vaak de verkeerde kant op gestuurd te zijn en heel vaak tevergeefs vragen of we bij mensen mogen slapen merk ik dat m’n geduld opraakt. Ik wil niet mopperen maar ik ben zo moe. Als de avond valt, kunnen we eindelijk ergens terecht. Een tentje delen met 8 mensen, bovenop een rijstterras. Incl een geul waar Pieter lekker in gevangen ligt. Het voelt veilig, met zijn allen zo dicht bij elkaar. Bij iedere trilling van de aarde worden we wakker. Ik schrik niet meer op. Ik kijk het steeds 5 seconden aan om dan te besluiten dat er geen gevaar is en weer verder te slapen.

De volgende dag worden we halverwege de ochtend weer gezegd met een warme maaltijd bij lokale mensen thuis. We eten steeds zoveel als we kunnen omdat er geen idee hebben wanneer we weer ergens eten kunnen vinden. De dankbaarheid is steeds heel groot. Ineens kunnen we achterop een vrachtwagentje mee liften naar Kathmandu. We komen een bus tegen die uit de hoofdstad komt, volgepropt met Nepalezen en tenminste 30 van hen op het dak. Hoeveel gevaar wil je creëeren? Maar ik snap het ook: Iedereen probeert de stad te verlaten en zijn familie in de dorpen op te zoeken.

Rond 12u komen we aan in Kathmandu. De schade valt vergeleken met waar wij vandaan komen enorm mee. We zien voor het eerst reddingswerkers, gelukkig. En Chinese reddingswerkers die foto’s van ons maken. Verdorie, daar heeft het land niks aan. Stuur fatsoenlijke mensen als je dan mensen stuurt. De irritatie zit me blijkbaar hoog. Ons hostel blijkt onbeschadigd. De horror-verhalen over Kathmandu zijn allemaal niet waar. De beperkte en onjuiste informatie voorzieningen hier helpen niet echt mee om een goede inschatting te kunnen maken van de situatie waar we in zitten.

Na een halve dag lopen hebben de Nederlandse ambassade/consulaat nog niet weten te vinden. Tering, ik ben er van over de zeik. Waar moeten we dan slapen? Andere ambassades laten ons niet binnen. Ieder land voor zich. Ik stoor me eraan. Via via komen we bij een Noors Guesthouse waar we buiten onder de carport mogen slapen. Op een matras. Hallelujah wat een luxe. De kraan kunnen we volgens de eigenaren beter niet gebruiken: het leidingwater is besmet met rioolwater. In de winkel krijg ik geen mineraal water meer mee. “No more”, zegt de verkoper. Gelukkig ruiken we allemaal raar én hebben we nog een pak baby wipes. Ik geloof niet dat ik ooit eerder zulke zwarte rouwranden onder m’n nagels heb gehad. Maar misschien wel passend in deze situatie.

Ik wil niet naar huis, maar ik wil hier wel weg. Als ik de volgende dag eindelijk even elektriciteit heb om mijn Nokia op te laden én weer bereik heb, bel ik met SOS International met de vraag of ze Pieter en mij willen weghalen hier. “Nou mevrouw, dat hangt van uw situatie af, als u een dak boven uw hoofd heeft enzo, dan is er geen urgentie”. Pardon?! Ik moet mezelf enorm inhouden om niet te gaan schelden. Ik leg uit dat er nog steeds bevingen zijn, we ook nog buiten slapen, er urine uit de kraan komt en er geen drinkwater meer is. Oke, hij gaat zijn best voor ons doen.

De volgende ochtend en enkele naschokken verder staan Pieter, Rich en ik op Durban Square, waar niks over is van de historische tempels. Aan de overkant in het park staan honderden tenten. Iedere bewoner van Nepal is met de aardbeving vluchteling geworden en wij voelen ons niet heel anders. Huizen zijn onveilig dus iedereen slaapt voorlopig nog wel buiten. Wat een situatie. Mijn telefoon gaat, een lieve blije mama aan de telefoon: “SOS international heeft gebeld! Je mag vanavond naar huis! Je zult wel blij zijn!”. Ik kijk om me heen naar de ellende en weet even niet wat ik voel. Ik bedank mama voor het telefoontje en hang gauw op. Van binnen voel ik me heel erg in de war. Ik wil niet weg. Maar ik moet wel weg. Maar ik wil deze mensen meenemen. Het is niet eerlijk. Het is echt niet eerlijk.

Pieter en ik pakken ons backpacks uit in plaats van in voor vertrek. De mensen buiten in de tenten hebben helemaal niets meer en wij kunnen het wel weer nieuw kopen in Nederland. Slaapzakken, warme truien, sokken, shampoo, stiften, tandpasta, yogamat, anything. Met een lege backpack gaan we richting het vliegveld.

Daar wachten ons enkele teleurstellingen: onze vlucht mag niet opstijgen in Jordanië omdat het vliegveld van Kathmandu te vol is. Waar sommige landgenoten schennis schoppen (want het is nu duidelijk even “ieder voor zich”), zijn wij gelaten. Dan nog maar een nachtje hier slapen, echt niet zo erg. We blijken inmiddels getraind in “ons er bij neerleggen” in deze situatie waar alle eigen controle verdwenen is. Maar blij zijn we zeker als we later horen dat we met de Belgische luchtmacht mee naar huis kunnen. We mogen zelf onze bagage in t vliegtuig gooien met hulp van de bemanning, militairen in legergroene overals die stewardess spelen. Tijdens de veiligheidsvideo is iedereen muisstil. Dit heb ik niet eerder meegemaakt. Iedereen is zo blij dat we mee mogen en ineens heel erg tolerant. Na het opstijgen voelen we een half uur lang zware turbulentie, nog een keer dat gevoel wat we inmiddels maar al te goed kennen. Heel erg on-fijn.

Naast ons liggen 9 stoelen plat met daarop een brancard met een zwaar gewonde en verdoofde Nederlandse jongen van 24 met hoofdwonden en nekletsel. Ik maak me enorme zorgen om hem. Hij is zo alleen. Geen dokter aan boord. Even later valt er een meisje flauw die zuurstof toegediend krijgt. Mensen zijn echt aan het einde van hun Latijn.

De tussenstop in Delhi is bizar. We landen om 1u in de ochtend maar komen pas om 5u aan in het hotel, omdat we onverwacht met 54 Nederlanders zonder visum voor de Indiase douane staan én er dus ook nog geen slaapplaats voor ons geregeld is. Als we na een goddelijke douche en een paar uur slaap weer schoon aan het ontbijtbuffet zitten, word ik bijna misselijk van alle overdaad. Deze luxe vergeleken met de ellende waar we net vandaan komen. Niet oké. Rationeel gezien weet ik dat dit ons helpt om bij te komen en te herstellen maar emotioneel gezien kan ik dit niet helemaal aan.

‘S avonds stappen we in voor de vlucht richting thuis, in totaal 15 uur te gaan met 2 tussenstops om te tanken. Niemand moppert over de lange duur, het lange wachten zijn we inmiddels allemaal gewend. Het is de meest informele vlucht ooit. De cockpit is open, er wordt veel gekletst met de opgewekte bemanning, ik maak grappen met ze en krijg stiekem chocomel ondanks dat ik geen kindje meer ben (vind ik zelf, zij denken daar anders over :)). Passagiers kletsen veel met elkaar. Iedereen heeft een verhaal. En ook nu weer biedt het spelen met de kindjes naast ons de beste afleiding voor Pieter en mij. Het Friese gezinnetje dat voor ons zit en in Nepal woont en werkt heeft er ineens twee hele blije private nannies bij 🙂 niks fijner dan die kleine op schoot laten kruipen en tegen je borst aan in slaap voelen vallen.

Naast de warmte van de kindjes, word ik ook enorm geraakt door de mannen en vrouw van de Belgische luchtmacht. Ze zorgen met zoveel liefde en zachtheid voor ons. Ze zetten stoelen recht zonder de passagiers wakker te maken, pakken baby’s over van vermoeide mama’s en staan constant voor ons klaar. Als we midden in de nacht een tankstop maken in de buurt van Abu Dhabi en een van de soldaten weer te lief is, moet ik voor t eerst sinds de aardbeving huilen. Dit zijn geen gewone stewardessen. En ook geen gewone mensen. Dit is hart en ziel aan het werk. En moeilijk te ontvangen in mijn oververmoeide toestand. Ik pak m’n dagboek om ruimte te geven aan de tranen, maar de pagina’s blijven leeg. Want waar moet ik in godsnaam beginnen met mijn verhaal?

Een dag later en vele vermoeide maar vrolijke kindersnoetjes verder komen we aan op de militaire basis van de Belgische luchtmacht in Brussel. Zwaaiende ouders en ten minste 20 radio- en filmploegen onthalen ons. Ik moet eerst nog even knuffelen met een van de militairen want jezus wat heb ik ze in m’n hart gesloten. Ik denk niet dat ik ooit zo dankbaar ben geweest. We klappen zeker vijf keer en lachen als de gezagvoerder door de intercom grapt: “Thank you for choosing Belgian Airforce”. Believe me, het is de beste airline die ik ken. Dankjewel België.

Ook het ontvangst van de mensen thuis is overweldigend. Iedereen hier heeft zich meer zorgen gemaakt over ons dan wij over onszelf. Het is moeilijk uit te leggen dat al die zorgen “niet nodig waren”. En nog steeds stromen de berichtjes binnen. Zo lief, zo fijn! Alsof we iets bijzonders hebben gedaan. Maar dat is niet zo. De mensen daar, die zijn pas bijzonder, zoals ze hun nieuwe lot direct lijken te accepteren en proberen door te gaan met hun afgebroken leven. Nepal is een prachtig en zwaar bijzonder land. Ik zou het wel van de daken willen schreeuwen: “Ga als je kunt!”. Laat je niet tegenhouden door ingestorte tempels of slechte wegen. Vergeet de lieve gastvrije Nepalees niet en beklim die Himalaya. Zij hebben ons nodig voor de wederopbouw en wij kunnen grote levenslessen van ze leren. Dus ga.

Nepal, you rock!

   
Net na de eerste drie bevingen: mensen wachten tegen de berg aan. Wij maken een plan met de kaart van het gebied.

Het gebouw naast de bus is in de vallei gezakt.

Alleen het bed staat er nog…

Onze slaapplaats voor de eerste nacht.

De mooie Hasna, 11 jaar oud, vriendin van Shumi.


Onze slaapplaats voor de tweede nacht: een tent op een aflopend rijstveld.

Vermoeide koppies.

De bus uit Kathmandu is aardig volgeladen met mensen. Safety first? Niet echt.

Godzijdank, reddingswerkers.

Pieter entertaint de kids met een potje voetbal in de tuin bij onze 3e slaapplaats.

Op Kathmandu airport heeft niemand tijd gehad om de schade in de toiletten op te ruimen. Begrijpelijk.

De trap naar veiligheid. Er mogen steeds 9 mensen in en dat is heeeel spannend.


Yes, we have made it, we got in!

Heel raar als het nieuws over jou gaat.

Ik denk dat ik hier weer bijna moet huilen 🙂

  

Oost west….

Wil je meer lezen over de aardbeving? Lees dan het verhaal door de ogen van mijn broer Pieter of mijn 5 things that happen to you after being in an earthquake.

Wil je direct geld doneren aan de verplegende Marian en Mimi die aan het werk zijn in Nepal? Stuur me dan even een berichtje.