You better Belize it!

Een kleine bootrit langs het eiland van Leonardi DiCaprio en je bent er: Caye Caulker. Ik klop op de houten deur bij een hostel en ben er al gauw achter dat hier achter in het water een hele oude boot ligt. En jawel, ook daar kun je slapen. Dat wil niemand, want de boot lekt en het is tenslotte regenseizoen. Dat hoef je mij niet te vertellen, ik regen inmiddels al een week weg en de zon laat dagenlang op zich wachten. Maar vandaag hebben we geluk: een strak blauwe lucht en perfect weer om die voetjes weer aan wat zon bloot te stellen. Kom maar door met die boot! Het is lekker basic en heerlijk stil op mijn boot. 5 minuten later lig ik op de pier van ‘the split’: het mooiste stukje van dit eiland. Door een orkaan ontstaan, het eiland in 2-en gespleten door het natuurgeweld. Doe mij zo’n visburger, ik hou het hier nog wel even vol.

IMG_9488

Zwemmen in een aquarium

De dag erna ga ik op pad, met een eco-friendly tour richting het prachtige Hol-Chan reef. Hier kun je waanzinnig snorkelen, het is het grootste reef na The Great Barrier Reef in Australië. Het was even zoeken naar het juiste bureautje, want al die snorkel-debielen hier voeren de haaien zodat wij gekke toeristen er tussen kunnen zwemmen. Oh en dan mag je ze ook even aaien. Ga toch gauw fietsen. Sinds wanneer is de oceaan een veredelde dierentuin geworden? Hoe lang wachten we nog op gedrogeerde zeekoeien zodat we daar ook even knuffelend mee op de foto kunnen? Ik doe hier niet aan mee en gelukkig is er 1 bureau die ook niet meedoet. Heel groot op een schoolbord aan het hek: WE DO NOT FEED THE ANIMALS! Hier moet ik zijn, ik ga met jullie mee! Gids Zack maakt de slogan waar, sterker nog, ik krijg steeds op m’n kop omdat ik te snel zwem. En als ik zo hard flipper, dan komt er zand los van de bodem wat over het koraal heen valt en dan gaat het dood. Supergoed dat ie me er op wijst en me uitlegt hoe ik ook in het water een geduldig en goed mens kan zijn! Ook vandaag is weer een prachtige dag en we vertrekken vroeg zodat we er eerder zijn dan alle andere vis-voerende-boten. Het is on-ge-lo-fe-lijk wat ik vandaag te zien krijg. Ik heb nog nooit in mijn leven op zo’n mooie plek gesnorkeld. Dit is een wereldgroot aquarium! Het water is kraakhelder, het koraal prachtig paars en oranje en ik kan niet stoppen met staren naar de visjes. Het is niet te beschrijven hoeveel moois ik zie. Ik weet niet eens waar ik moet kijken omdat het zo zo veel is! Af en toe zwemt er een zeekoe voorbij, dan weer een zeeschildpad en even later een gestippelde rog. Ik hoef niets te doen, alleen maar boven het koraal te hangen, me te laten dragen door het zoute blauwe water en de rest komt vanzelf. IK WIL HIER NOOIT MEER WEG.

mannattee

Op het punt waar de haaien zitten, hoeven we niet eens te voeren want ze komen vanzelf naar ons toe. Zwem ik daar ineens tussen tientallen haaien en andere happende vissen.

haaien

Het is wel even spannend maar ze doen echt niks, behalve naar me kijken. En ik kijk dapper terug. Het is een dag om echt nooit meer te vergeten, dit was m’n meest indrukwekkende snorkel ooit. Ter illustratie even een kiekje van mijn nieuwe liefde, de yellowtail damsel-fish. In het echt ietsie liever dan op de foto.

damselfish

Honden redden

Na zonneschijn komt regen (ook in mijn boot overigens) en dat nèt op het moment dat ik op het punt sta om naar mijn NGO-meeting in Belize City te varen. Het is een dikke vette tropische storm en de meeting wordt gecanceld omdat niemand kan komen vanwege het weer. Maar de zon schijnt in mijn hoofd, want dat betekent dat ik naar The Dog Rescue Center kan! Naast het hostel ligt een enorm Pet Park naast de honden-opvang.

kennypetpark.315224307_large

Ik maak kennis met Scott, een lieve Amerikaan en eigenaar van 32 huizen en hotels over de hele wereld, maar eigenlijk is hij het liefst hier bij zijn honden. Hij heeft het centrum opgericht omdat hij het niet aan kon dat die honden hier zo slecht behandeld worden. Op dit moment zijn er 14 te toffe dogs die je de hele dag kan knuffelen en uitlaten. Geen puppy’s, want die worden altijd meteen geadopteerd. Begrijpelijk en goed! Scott is vet blij dat ik er ben, want met het slechte weer is hij de enige die de honden uit wíl laten. Nou kom maar door, ik kan wel wat dierenliefde gebruiken. Ik moet oppassen dat ik niet met een hond in m’n backpack naar huis ga volgende week om die vervolgens ongewenst aan ons pa en ma op te dringen. Ik wandel met Thunder (die veel te sterk is en mij alle kanten op trekt), Franky (te snoetige pup van 7 maanden met een gedraaid oor), Popeye (mijn grote liefde die precies weet hoe ze vrouwen om haar poot moet winden met haar gejank als we even geen aandacht geven), Krispy (die het vertikt om door de plassen te lopen), Bush en naamloos (die dwars door mn t-shirt heen in m’n arm bijt omdat ze mee uit wil). Popeye, mijn verloofde, wil wel met me op de foto:

10155019_10152841294116394_4549492255377842634_n

Ik plas bijna in mijn broer als een van de veel-te-welwillende Beliziaanse mannen langs fietst en zwoel naar me roept: “I wish I was on a leash baby!”. Aan aandacht geen gebrek, wederom. Na 6 wandel/ren-tochtjes volledig verregend te zijn, zit mijn taak er op voor vandaag en kan ik terug naar mijn natte boot (linksachter op de foto).

988572_10152836437561394_8027473674583257855_n

Wet, wet, wet

Ik blijf nog 1 dag langer om de laatste yoga-les van het seizoen mee te pakken. Het was een verademing om begin deze week weer eens een fatsoenlijke Vinyasa-les te kunnen doen! Maar ja, ook die laatste yoga-les wordt natuurlijk afgelast vanwege het slechte weer: toch lastig zo’n down-dog op een glibberig dakterras in de regen. Balen!

Als het daarna toch weer even droog word, klim ik met mn amigo Ben in de kayak om de zonsondergang te bekijken. Hij is mooi.

1559355_10152836437091394_4061610735805421202_o

De volgende ochtend staat de verplaatste NGO-meeting met Kevin en Stephen op het programma, waarna ik met hen mee het veld in ga om HIV voorlichting te geven. Maar als ik wakker word, hoor en voel ik al hoe laat het is. Mijn bed is nat van de regen en zo ook mijn voeten. En er komt geen einde aan. Ik check in op m’n mail en lees hoe zowel de meeting als de HIV dag zijn afgelast. Nondeju. Hier baal ik echt van! Niks aan te doen, het geeft maar weer eens aan hoe zinloos het is om te plannen als je op reis bent in tropische gebieden. Het weer bepaalt. Als het een beetje droger wordt, stap ik op de boot richting vasteland. Dit keer met mijn enorm knappe secret crush doctor Andy uit Nieuw-Zeeland die met me mee gaat naar de clinic waar Kevin werkt. Ik wil Kevin nog even opzoeken ook al kan ik niet met hem aan het werk vandaag. Hij is aangenaam verrast als ik op zijn deur klop (na een lange zoektocht door dit lokale kleine gekke ziekenhuis) en hij vertelt ons alles wat hij kan vertellen over de manier waarop ze hier met HIV omgaan. Als counselor komt hij natuurlijk van alles tegen, schrijnende verhalen, maar gelukkig heeft hij vanuit de VN supergoede handvatten om er op de juiste wijze mee om te gaan. De gratis condooms komen op tafel en ik bloos van oor tot oor als Kevin een handvol in mijn en Andy’s zakken stopt. Ik pas vriendelijk voor Kevin’s demonstratie met de houten nep-piemel. We nemen afscheid met een enorme knuffel en dit weer zo’n goodbye die ik lastig vind. Kon ik hier maar blijven en wat doen.

Glitters in de bus (en in mijn ogen)

Ik neem ook afscheid van m’n arts met teveel grenzen en stap op de bus richting het zuiden van Belize. Het is heerlijk om weer in de lokale bus te zitten en te kletsen en grappen met de lieve donkere kindjes en hun ouders. Spreuken op de wand zoals: “There is no luck like Belize luck” en “Take your litter so Belize can glitter!”. Ik hou ervan! Ik zit naast een man die bij defensie werkt en we hebben een open gesprek over de corruptie aan de landgrenzen en het verschil met Belize. Ik ben echt zo dol op dit land, dat ik voel dat ik eigenlijk niet weg wil! Ik vertel ook tegen iedereen hoe verliefd ik ben geworden op dit land, ondanks of misschien ook juist wel door zijn uitdagingen. En de mensen zijn zo zo zo fijn! Iedereen glimlacht dankbaar als ik hen vertel hoe mooi mijn weken hier zijn geweest.

bus

Wet & wild

De volgende ochtend neem ik de boot richting Guatemala. Ik ben echt verdrietig merk ik. Dit land heeft me zo gegrepen. Op het bootje tovert de captain ineens een groot zeil uit één van de kastjes. Of we die even over ons heen willen houden. De komende anderhalf uur. En ja, dit wordt wat ja. De boottocht is WILD. Met enorme hoofdletters. De boot ketst alle kanten op en neemt de golven mee de boot in. Ik moet lachen, ik hou wel van wat spektakel, maar meerdere mensen in het bootje zijn niet lekker of bang. De captain blijft ondertussen maar schreeuwend met mij praten en probeert me te overtuigen om zo de boot ook weer mee terug te nemen. Er is geen land zoals Belize, maar er zijn ook nergens op de wereld zulke upfront overduidelijk-geinteresseerde-available-mannen (met veel te grote kleren en een veel te grote mond) als in Belize! Daag flapdrol, ik ga terug naar m’n andere liefde, Guatemala! Want daar mag ik nog een laatste keer van watervallen af springen, de zee induiken, genieten van de jungle aan de rivier bij een eco-farm aan Rio Dulce ennnn…..mijn laatste wens van de bucket-list afstrepen: vulkaan Acatenango beklimmen (bijna 4km hoog) om ieder uur de actieve vulkaan Fuego te zien uitbarsten. Dreams DO come true!!!!

Advertisements

Van horrible weer terug naar incredible India

Over piemels en waarom ik ook alweer hier wil zijn, the story continues, full of ups and downs…

Pushkar
Na de haat-liefde-ervaringen in Jaipur wordt het tijd om mezelf weer bij elkaar te rapen, te kappen met zeiken, normaal te doen en de volgende ochtend in de zogenaamde toeristenbus te stappen richting Pushkar. Ik twijfel een beetje over hoe ik het principe van “the touristbus” dien te interpreteren want volgens mij doet India daar helemaal niet aan. Wel qua prijs overigens. En ja hoor, na met 8 westerse backpackers de reis te starten, gaat na precies 53 seconden rijden de deur open voor een dozijn Indiërs die HEUS niet dezelfde prijs hebben betaald voor deze reis. Maar whatever. Ik heb ze er stiekem liever wel bij dan dat ik met alleen blanke koppies hier zit. Avontuur gegarandeerd.

Tijdens de stop bij een wegrestaurant moet ik ineens 25Rp betalen voor een Chai Tea, terwijl ik tot nu toe echt OVERAL in het hele land waar dan ook 10Rp heb betaald. Ik zit duidelijk nog in de chagrijnige modus want ik weiger. 10 kan ie krijgen. Ik laat de afzetter zeker net zo chagrijnig achter. Maar ik geef er even geen reet om. Dat ie t uitzoekt met z’n afzetterij. En ergens in m’n achterhoofd realiseer ik me ECHT wel dat ik nu moeilijk doe over een paar cent, let wel, we hebben het hier over 35 eurocent versus 14 eurocent, maar ik trek het gewoon niet meer. Ik stap de bus in en nu ben ik helemaaaaal onderwerp van gesprek en aanstaarderij. Ja An, dat heb je echt zelf gedaan dit keer… De chauffeur draait zich zelfs ijdens het rijden om en schuift het raampje dat ons scheidt open om met me te ouwehoeren. Let even op de weg ajb 🙂 vervolgens zet de beste man ons overigens niet af bij t busstation in t centrum van de bestemming maar een heel eind verderop zodat we een riksja moeten nemen. Aardig van hem.

Ik heb drie keer gebeld met de guesthouse-ashram waar ik wil slapen en drie keer verschillende info gehad (no dormavailable, yes we have single room available, yes we have dormroom available) dus het zal weer eens spannend zijn hoe deze grap afloopt. En ja hoor, nee, de dorm bestaat niet maar er is wel een 2persoons-kamer vrij. Kom maar door. Het is een heerlijke rustige plek met een tuin. Als ik ‘s ochtends tijdens zonsopkomst na mn meditatie op m’n yogamatje stap, word ik vergezeld door een bende aapjes. Zeker weten inspirerend om zo je asanas te doen. Behalve downward dog dan, want daarvan raakt een van de baby-aapjes steeds in paniek en dan begint ie te krijsen en springen. Ik weet niet zeker of ik nog veilig ben dus daal 1 verdieping af. Maar ja, de aapjes volgen me gewoon met de zonnestralen waar ze blijkbaar naar op zoek zijn. Terwijl de andere bewoners foto’s maken van mij tussen de apen, probeer ik me te concentreren op m’n ademhaling. Maar ik kan alleen maar denken aan aap-aanvallen op m’n kamersleutel en zingende iPod dus dit wordt niks 🙂 echt afgeleid ben ik overigens pas als ik een van de staff-leden met een wapen op t dak naast me zie (!!!) WTF? Hij ziet m’n verschrikte gezicht en probeert me gerust te stellen “is for monkey!”. Dat mag ik hopen vrind! Superontspannend, yoga in India, ik zeg het je.

Later op de ochtend strijk ik neer bij het prachtige glanzende heilige meer van Pushkar. Dit is een pelgrimsoord, omdat het best bijzonder is dat er een meer is, midden in de woestijn. Komt omdat Brahma de God een lotusbloem heeft laten vallen hier en daardoor was er ineens water. Goed verhaal. Heilig water dus en tijd voor een gebedje en een blessing. Of moet ik zeggen een nieuwe kans om afgezet te worden? Terwijl ik de namen van mijn 4 liefste familieleden opnoem, kan ik de dollartekens in de ogen van de Baba bijna zien. En ja hoor, hij vraagt hoeveel ik wil geven voor het geluk van mijn gezin. Ik zeg hem dat ik het niet ga zeggen, dat het privé is. “Then it no work!”. Ja doei ouwe. Commerciële spiritualiteit werkt überhaupt niet gast. Hij vindt dat ik 100Rp moet geven per gezinslid. Het zal me een worst wezen. Ik blijf bij mijn punt en uiteindelijk maakt ie de blessing toch af, al is het maar de vraag of mijn familie nu ooit gelukkig zal worden volgens Baba. Volgens mij zíjn we allemaal al behoorlijk happy dus ik maak me geen zorgen. En ja hoor, als ik even later bij de donation box sta, begint hij te sputteren: “You promise me 500Rp!”. Aargh! Ten eerste beloof ik NOOIT iemand iets en ten tweede lieg jij nu en volgensmij is dat ook niet heel spiritueel van je. Stommerd!

Na drie dagen op deze heilige plek gebleven te zijn, waar het naar mijn idee toch ietsje te volgepropt is met zowel locals als toeristen om echt bij te kunnen komen van dit gekke Noorden, stap ik ‘s avonds weer in een lokale nachtbus richting mijn volgende bestemming. Maar niet nadat ik een lift van een lokale jongen richting het busstation heb geweigerd. Ik baal als ik me realiseer dat ik mijn vertrouwen in de medemens duidelijk verloren ben in de afgelopen twee weken, normaal zou ik zo’n aanbod echt niet afgeslagen hebben namelijk. Dan dus maar een lift met een riksja. Die 2 min duurt maar waar ik wel 100Rp voor betaal. 20Rp zou gepaster zijn. Oooooh ik begin weer te borrelen. Wanneer ga ik weer aardige Indiërs ontmoeten? De emmer zit inmiddels behoorlijk vol. Gelukkig is mijn bus de bom: er zijn drie type slaapplaatsen: met een deurtje afgesloten hokjes voor 7 euro, met gordijntje voor de 6 euro betalers en pushback chairs voor de 5 euro betalers. Smoezelig&gammel is het thema van deze bus en dat geldt ook voor de vermoeide chauf die, terwijl hij lui uitgestrekt over het stuur heen ligt, opmerkt dat ik wel erg knap ben. Ga jij nou maar slapen en zorg dat je me heelhuids in Udaipur krijgt ja. Ik heb een 1p bed, helaas zonder gordijntje aan de straatkant, dus er zullen ongetwijfeld Indiers zijn die zullen gaan genieten van dat slapende meisje, maar ik mummificeer mezelf met mijn goddelijke 2-persoons lakenzak en niemand zal ooit weten dat het een vrouw was daar bovenin. De chauf is echt de beste ooit en rijdt ons heel relaxed veilig en toch snel naar bestemming dus vergeef me voor mijn vooroordelen van zonet.

Udaipur:
De aankomst van de bus is 5AM, dus ik ben blij dat de deur van m’n gereserveerde hostel open is en ik een paar uurtjes op een klein 1m kort houten bankje bij de receptie kan slapen. Mijn lichaam heeft steeds minder meters nodig om in slaap te kunnen vallen blijkbaar. Daarna een paar uur in een dormbed boven en als ik om 13u pas wakker wordt, nog steeds totalloss, realiseer ik me dat ik echt moe ben. De overtollige energie die ik bij m’n bezoek aan dr. Ayurveda nog voelde toen ik in Zuid India was, is ver te zoeken. Deze noordelijke provincie trekt me leeg. Ik denk te weten wat het is: het gebrek aan warmte. Je nergens echt welkom voelen, tenzij het gezien worden als een seksueel object je het gevoel geeft welkom te zijn… Ik vind het jammer, moeilijk, maar herinner mezelf er aan hoe alles tijdelijk is. Things wíll change, they always do! En ja, een beetje warmte voel ik weer als ik op aanraden van een oud mannetje op straat bij restaurant Anna binnen loop en vertel hoe ik heet. De lach op het gezicht van de eigenaar is groot: “You owner of restaurant! You come anytime!”. Ja hier ben ik extra welkom en ik voel heel even weer die bekende blijdschap in m’n buik. Zouden ze in deze stad dan wel aardig zijn? Ben ik hier veilig van getrek, gestaar en onrespectvolle benaderingen met piemels? Ik krijg zowaar hoop dat ik het ergste van Rajasthan achter de rug heb.

Maar niks blijkt minder waar. Warmte voel ik namelijk ook achter me, als ik later die dag in een prieeltje aan het prachtige meer m’n meditatie doe en achterom kijk. Iets teveel warmte…
Blijkbaar wonen hier de beveiligers van het fenomenale Royal Palace. Ik zeg het nog eens, zodat je het zeker goed gelezen hebt: beveiligers. En komen ze allemaal net terug van hun ochtendshift. Tsja, als ze dan een blanke vrouw aantreffen aan het einde van hun tuinpad, die stil zit met haar ogen dicht en een ademhaling op standje zen, dan is het blijkbaar tijd om haar aandacht te trekken. Met zijn allen tegelijkertijd. Of misschien lopen ze altijd wel half naakt door de tuin en wassen ze hun piemel altijd wel 15min lang, uitgebreid, met lange halen, terwijl ze veel geluiden maken in de hoop dat die blanke vrouw omkijkt. Ik heb net een half uur gemediteerd op compassie en vertrouwen, omdat ik het terug wil vinden, en weiger me weg te laten jagen. Ze doen maar. Ik doe mijn uiterste best om alles wat me niet bevalt buiten me te houden. Mijn Amsterdamse bestie Maartje en haar liefste vriend René komen net op dat moment aan om me te knuffelen en vragen me of ik bijgekomen ben van alle heftigheid in Delhi. Ik wijs achter me naar de naakte man in de deuropening en Rene ziet gelukkig (?) ook wat ik zie. Ik heb het niet verzonnen.

Het lukt me alleen niet meer om de narigheid buiten me te houden. Ik kan niet meer. Ik heb het gehad. Ik heb het echt he-le-maal gehad. India is al druk genoeg van zichzelf. Een aanslag op al je zintuigen. Het vraagt van je dat je de hele dag alert bent. Door alle zintuiglijke ervaringen raakt je systeem vanzelf al overprikkeld, zonder dat je iets doet. Laat staan dat je over straat loopt. Interactie hebt met mensen. Het getoeter, de riksja’s die je om de oren vliegen, de koeien die je ophouden, het CONSTANT aangesproken worden (lees: lastig gevallen worden) met de drie dodelijke vragen (You from? How long India? Where going?) en vervolgens de impliciete vraag of je geld wilt uitgeven (You look my shop? You want riksja?), de geur van plas, poep en weggerot afval, alles gewoon. Dat is gewoon wat India van je vraagt: energie. Dat is prima weet je, dat is echt prima. Dat kan ik aan. Dat heb ik de afgelopen maanden prima gedaan. Omdat er altijd genoeg moois om de hoek was. De balans was er uiteindelijk altijd. Maar dit soort stomme seksuele dingen gaan én over mijn grenzen én zetten me de héle dag in fight flight-modus want je weet nooit wanneer je hier weer een piemel in je gezicht geduwd krijgt. Ik ben kapot. Ik ben doodmoe. Ik wil dit niet meer. Echt niet. Ik heb GEEN IDEE hoe ik hier nog langer mee kan dealen en ik heb vooral GEEN IDEE meer wat ik hier nog doe. Hoezo was ik zo verliefd op dit land? Wat een ellende. Hoe lang wil ik mezelf dit nog doen voordat ik besluit om deze provincie te verlaten?

Na een hele fijne Skype met de
liefste Annemiek dringt het pas echt tot me door hoe ziek het eigenlijk is hoe ik hier constant als een seksueel lust-object behandeld wordt. Maar ja, blijkbaar ben ik als vrouw alleen ECHT een belediging. Ze nemen aanstoot aan me. Zoveel is duidelijk. En dat is niet mijn en ook niet hun schuld. Ik kan boos en geïrriteerd zijn, maar this is it. Take it or leave it.

Ik ben dan ook HEEL blij als Rich, m’n IBFF en redder in nood, telefonisch aankondigt dat ie naar Udaipur komt en me wel wil redden door vanaf nu m’n Husband te spelen. DEAL! Ik wil m’n rust, ruimte en onafhankelijkheid terug. Blijkbaar heb ik hier een man nodig om onafhankelijk te zijn. Interessante vorm van feminisme. Als hij me een dag later bij aankomst aardig chagrijnig aantreft, luistert hij eerst lief maar geeft hij me er vervolgens van langs. En terecht. Het moet maar eens afgelopen zijn met m’n gezeur. Al het lijden veroorzaak je zelf door niet te accepteren wat er is. Dat was ik blijkbaar even vergeten, ondanks dat ik er drie weken geleden nog 10 dagen intens in getraind ben. Het feit dat ik dit niet wil accepteren kost me al mijn energie. Zonde. En dus hou ik er mee op. Ik trek me een ochtend terug, have a word with myself, spreek nieuwe intenties uit die te maken hebben met accepteren en loslaten en ik bedenk een nieuw mantra want DIT is nou eenmaal de cultuur, en hoe moeilijk ik het soms ook vind, ik kan het niet veranderen. En misschien was ik ook even vergeten dat ik een maand geleden nog zeurde dat ik het saai vond en meer geraakt wilde worden. Dan kun je het krijgen ook mevrouw Lplrs. “They may touch and show, as long as after that, they’ll go”. Duidelijk. Ik haal drie keer diep adem en ben weer klaar voor de wereld.

Het is overigens een ware verademing en het helpt ENORM om de dagen daarna in Udaipur verder door te brengen met Maartje, een van m’n beste vriendinnen, en haar lieverd die ons beschermt tegen alle slechte mannelijke Indiase invloeden. Ik voel me steeds meer ontspannen, des te langer ik met ze ben. Eindelijk. Zucht.

Wanneer ik weer met Rich over straat ga, geeft hij iedere Indier die me ook maar aan durft te kijken een mega-nasty blik terug. Alsof hij ze om wil brengen. Ik lach er om en voel me 10 kilo lichter nu ik het niet meer alleen hoef op te lossen. He’s got my back.

Samen met Maartje geef ik de Indiase yoga nog maar eens een kans. En weer blijken er nieuwe regels te zijn onder weer hetzelfde motto: “dit is de échte yoga”. Ik moet er steeds maar weer om lachen. Vooral als hij zegt dat de Side stretches goed zijn tegen ons probleem in The West, “obesitas”, terwijl de beste man zelf aardig wat overtollige kilo’s aan zijn buik heeft hangen. ’s Avonds kruipen we samen de daken op voor een maaltijd en soms een biertje. Ze hebben hier nergens een alcohollicentie, alcohol kun je alleen krijgen bij Wine Shops. Maar de meeste restaurants hebben wel Apple juice 🙂 en dan krijg je bier. Of een theepot gevuld met bier. Daar doen we niet moeilijk over. We kijken James Bond’s Octopussy, omdat hij hier bijna 40 jaar geleden is opgenomen, maar natuurlijk wel op z’n Indiaas. Dat betekent met ten minste 9 keer vastlopen en steeds moeten doorspoelen. We lachen er om, want zelfs een film kijken in India kan niet zonder problemen. And I love it again 🙂

“You Dutch?”, hoor ik de riksja-slijters in deze stad herhaaldelijk tegen me zeggen. Huh? Ik hoor ook ineens mijn eigen taal om me heen terwijl ik amper 3 Nederlanders ben tegengekomen in al die km die ik inmiddels al heb afgelegd in dit enorme land. Maar goed, hier zijn jullie dus 🙂

Iedereen die me verder nog lastig valt op straat met de 3 vragen krijgt zinloze antwoorden terug (“I am from the moon” en dat verstaan ze dan niet of begrijpen ze niet, dus vallen ze stil) dus het wordt steeds stiller om me heen. En ik laat dat wat rest langs me heen gaan.

De koeien en stieren hier zijn opvallend genoeg wél relaxed. Ik kan ze aaien en ze kijken me ontspannen aan. Claus the cow is m’n favoriet. Groot, lief, zacht en met enorme oren. Als de koeien zich ‘s avonds verzamelen bij het paleis om te gaan slapen en hun kalfjes zich tegen hen aanvleien en de straathonden er omheen kruipen, dan smélt ik echt. Dit is pas echt warmte. Kon ik er maar naast gaan liggen..

Als ik de dag erna, ook op aanraden van Maartje, mezelf een dag kietel aan het zwembad van Miss Octopussy herself, om me even af te kunnen sluiten van de gekte buiten de muren van dit paleis, voel ik dat ik hier goed aan doe en dat ik echt goed op mezelf moet passen in dit land. Een beetje glam-packen op zijn tijd houdt me stukken beter op de been. En het is heerlijk om even gezond groenterijk te eten, ook al raak ik daar wel steeds van aan de shit. Sorry, TMI. Geloof me, het is niet het Indiase straatvoer wat me ziek maakt, de GGD kan me wat.

Mount Abu
Na de pracht en praal van de paleizen in Udaipur (waarvan ik er maar 2 heb gezien omdat ik het te druk had met me wapenen tegen de Indiers én mijn belastingaangifte, tsja, dat moet namelijk ook gebeuren), neem ik samen met mijn husband de bus naar Abu Road en daarna naar Mount Abu. En wat blijkt? De wijde pijpen zijn terug! Yes! Evenals de oorbel bij de man, twee zelfs, lekker vrouwelijk in de vorm van een bloem! Én de lange oorharen! En ehm de snor bij de vrouw ook vrees ik. De riksja’s zijn verdwenen. Vind ik echt niet erg. Kunnen ze me ook niet om de 2 meter vragen of ik er een wil. Oké, hier komen duidelijk NOOIT Westerse toeristen. Ik kom hier eigenlijk ook alleen maar omdat een aardige local in de trein tegen me zijn dat het de mooiste plek van de provincie is. Lokale bus, lokaal busstation en kom maar op met die aanstaarderij. Als ik door n busraam n baby’tje kriebel en tegen haar klets, verzamelen de dames die fruit verkopen zich om me heen en praten ze me na. Haha ja Nederlands koetie-koeitie hebben ze zéker nog niet eerder gehoord. De schoonmaker veegt het afval en de koeienshit echter zo over m’n voeten heen. En bij t restaurantje naast t busstation krijg ik zo een dosis after-lunch-speeksel over m’n tenen als een gast zijn mond spoelt. Yo, lekker. Lijkt me een goede uitnodiging om daar te eten. En ik zeg het je, ik heb nog NOOIT zulk lekker smakelijk verse chapati op, wow!

Ik heb nog niet verteld hoe ernstig ze hier voordringen trouwens. Tering! En ik vind het me een partij irritant! Vooral als je een busticket nodig hebt en iedereen voordringt en die bus volloopt. Het interesseert niemand iets dat ik al langer sta te wachten. Gewoon voordringen en je geld op de balie leggen. En dus rest er mij niks anders dan dat ook maar te doen. Beuken. M’n broers zouden trots op me zijn.

Center Parcs. Dat is het eerste dat in ons opkomt als we na een lange rit in de bus boven op de berg uitstappen. Dit is duidelijk een aangelegd dorp op een toeristische plek. Er is zelfs een chocoladewinkeltje dat chocolade-eiffeltorensverkoopt. Dat is precies wat je verwacht bovenop een berg in de woestijn van India. En waar je zin in hebt ook. En het is HEEL raar dat geen enkele van alle Center Parcs guesthousesplek heeft voor ons. Heel raar. Ze spreken geen Engels hier, kennen alleen het woord “booking”. En ja dat hebben we niet dus blijkbaar houdt het dan op. Via het toeristenbureau, wat natuurlijk ook niet meer is dan een stoel en 8 jaar oude folders, krijgen we hoop: “There is one hotel that serves foreigners”. Ik voel me zowaar gediscrimineerd. Anyway, een uur later beklimmen we met de gids van het discriminatie-hotel een sunset top van de berg en zien we zelfs twee luipaarden op n andere bergtop! Wow! Discrimineer me maar, ik ben rete-blij. Bovendien heeft t hotel een labrador die ik doodknuffel en twee superleuke kids die op schoot kruipen nadat ik alles in de strijd heb gegooid om ze ervan te overtuigen dat ik lief en leuk ben. Ze lachen als hun papa (onze gids) en ik proberen om te bok-springen over elkaar. Ik ook want ik kan het blijkbaar niet meer dus donder tegen de auto. Haha, ik heb duidelijk energie over vandaag.

The busride from Mars
You win some, you lose some. Er blijkt geen nachtbus of nachttrein te zijn vanuit Mount Abu richting Jaisalmer. En we willen daar toch echt morgen zijn. En dus verlaten we MountAbu helaas binnen 12u na aankomst alweer om ‘s ochtends om 6u de lokale bus te nemen. Dit is het gevolg van onvoorbereid reisgids-loos reizen. Maar het is niet erg, we will win somemore along the way. Vrouwelijke busreizigers krijgen overigens 30% korting op hun ticket: te gek! Ik weet niet wát de frisse berglucht en die twee luipaarden met me gedaan hebben maar ik ben duidelijk weer opgeladen. Ik vind het niet eens erg meer dat we 12u lang bekeken worden vandaag! En, aangestaard worden omdat we er blijkbaar uit zien als wezens van een andere planeet is VEEL minder erg dan aangestaard worden omdat je een seksueel lustobject bent. Alhoewel ik het wel heftig vind dat sommige dames hier niet gerustgesteld kunnen worden met een glimlach: de argwaan in hun blik blijft. Je kunt je bijna niet voorstellen dat er nog plekken op de wereld zijn waar je zo anders bent in hun ogen, terwijl ik geloof dat we toch allemaal hetzelfde zijn. Aan aandacht geen gebrek hier. Eenmaal in de bus al helemaal niet. De ramen zijn ook te smoetzig om door naar buiten te kijken dus heel veel keus buiten naar elkaar kijken is er niet.
We komen door dorpjes waar héél traditioneel geleefd wordt en het voelt een beetje als het noorden van Vietnam. Kindjes weer op hun hurkjes rustig poepend langs de weg. Even een plasje doen midden op straat. Niemand spreekt Engels. We worden echt voortdurend bekeken. Iedere keer als een groepje staarders uitstapt en we denken dat we het gehad hebben voor vandaag, stapt er weer een nieuwe bups in en begint het kijk-naar-die-twee-blanken-daar-spektakel weer van voor af aan. M’n iPod is natuurlijk bijzonder voor ze, maar als we zitten te schrijven in onze dagboeken zijn we helemaal raar. Ze proberen mee te lezen en lijken uitgebreid te bespreken wat ze hiervan vinden. De wegen zijn niet allemaal geasfalteerd dus soms vliegen we door de bus heen maar dat draagt alleen maar bij aan ons gevoel: this is the local experience. Een dude naast me steekt een peukie op in de bus en paft hem rustig op terwijl hij in Lotushouding zit. Sure, why not, dit past helemaal in het beeld. Op de busstations is het vanzelfsprekend niet heel anders en staart iedereen ons aan. Ik kan hier echt niet zonder mijn husband over straat en loop inmiddels zelfs met een hoofddoek op. In de bus verstop ik zelfs m’n gezicht met m’n sjaal wanneer ik na een dutje wakker word en recht in de ogen van de staande man in t gangpad kijk. Hoe lang zou die al naar me aan het kijken zijn? Soms kijken ze weg als je terugkijkt maar vaker niet. Tsja. Het zijn 12 fascinerende uren in deze bus door de woestijn, ik kan het niet anders zeggen.

Jaisalmer:
We arriveren in klein woestijnstadje, bekend als the Golden City, omdat alles wat hier staat, gebouwd is van geel zandsteen. Inclusief een prachtig 800 jaar oud fort waarbinnen allerlei kleine straatjes heel veel winkeltjes en cafeetjes zijn gebouwd. Vanaf de muur van het fort heb je een prachtig uitzicht over de stad en de woestijn. En de legerbasis. Toch handig, 30km vanaf de grens met Pakistan 😉 straaljagers zoeven door de wolkeloze lucht, best een bizar contrast met de oudheid van deze gouden stad. Oh en veel met-verlof-zijnde-militairen in uniform op straat. Not too bad. De mannen hebben enorme snorren, inclusief krullen aan de zijkant, niet omdat ze zo nodig hip willen zijn, maar omdat ze er hier gewoon zo uitzien. Kleine kinderen dragen flinke strepen zwart oogpotlood “omdat het mooi is”, zelfs kleine baby’tjes. Best raar maar ik vind het stiekem ook mooi. En GOD wat is het hier HEET! Ja duh. Je bent in de woestijn slome. Het is hier meer dan 40 graden alhoewel het niet zo aanvoelt vanwege het uberdroge klimaat. Alhoewel je tussen 12 en 3 echt no way in de zon wilt zijn. Ik pas mijn tempo aan. Komt goed uit want ik was toch al moe van alles wat ik eerder beschreef. Ik drink zelfs, en nu gaan m’n vriendinnen lachen, jawel, cola om op de been te blijven. India laat niets van je voedingsprincipes heel.

Chai, chappati en kamelen: dit is de werkelijke reden van ons bezoek aan deze stad. We rijden eerst per jeep 40km de woestijn in. Onze chauffeur, die het duidelijk op mij voorzien heeft vandaag, laat me na slechts een keer zeuren onze jeep besturen. Soms moet je je charmes ook gewoon gebruiken vind ik. Ik kruip gauw op de rechterstoel, want hier rijden we natuurlijk links en dus schakel ik heel onhandig met m’n linkerhand en haal ik rechts in. De chauf maakt van de gelegenheid gebruik om een uur lang telefoontjes te plegen en zegt alleen af en toe dat ik rustiger moet rijden. Je ziet de mensen langs de weg raar opkijken als ze zien dat niet de mannelijke Indiase gids maar een onbekende blanke vrouwelijke dame de jeep bestuurt.

Tijdens de twee daagse kameel-safari staar ik uren naar die grote lieverd waar ik bovenop zit. Mister Lucky. Die lieve lange zachte grote oren, met al dat haar erin. Die enorme grote glanzende donkere ogen. Ik verdrink erin. Die heerlijke suffige kop. Als ie gaapt zwijmel ik bijna van hem af. Het gevoel van mijn voeten in zijn vacht terwijl hij me voorthobbelt. En die gekke geluiden als ie t ergens niet mee eens is. Ik val volledig voor hem en voel me zijn Mrs. Lucky. Ik ben echt op hem! Zelfs als ze eten en hun voer steeds terug laten komen uit hun maag en herkauwen vind ik ze nog leuk. Ze zijn een wonder. De safari is zoals ie hoort te zijn. Een verlaten woestijn, enkele uitgestrekte vlaktes met hertjes, koeien en gazelles om ons heen. Oh en een windmolen hier en daar, maar dat kan ik in dit vervuilende land alleen maar goedkeuren. Aan het einde van de dag eindigen we bij een duin waar niets en niemand is. Alleen maar zand, heel veel hertjes en een waanzinnige zonsondergang. Niet heel veel later trekt een sterrenhemel zich over ons heen, eentje waar ik geen genoeg van kan krijgen. Dit is hemels. Totdat ik ineens intens misselijk word van het zogenaamde gefilterde water. Niet zo heel erg gefilterd denk ik. Oef ik kan m’n maaginhoud met moeite binnenhouden maar moet het eten vanavond laten staan. Voel me schuldig tov Cam, onze kameelhouder én kok. Ik vind hem waanzinnig, hij is pas 18 jaar maar regelt het allemaal voor ons. Hij heeft zojuist twee uur gezwoegd op een megaverse maaltijd, maar ik kan er niks aan doen. Hij maakt ons bedje op tegen de duin aan. Ik strijk neer onder de dekens, voel een fris windje langs m’n neus en staar met m’n blije kraaloogjes naar de naakte verlichte hemel boven me. Ahhh dit is echt letterlijk en figuurlijk hemels. Ik heb echt NIKS meer te wensen. Zelfs niet als ik wakker word omdat er een hond over m’n tas pist. Fine. Ik lig onder de sterren en het maakt me níks uit. Check die sterren! Rond 6u word ik wakker omdat het licht wordt. Compleet met een Lion King zonsopkomst: een megagrote rode bol met licht. Zucht. Perfecte voorwaarden voor m’n ochtendmeditatie. Vooruit, als je de 888 vliegen wegdenkt dan 🙂 Cam komt me verblijden met verse Chai en een heerlijk ontbijtje. Op bed. Gebakken quinoa met bruine suiker: mijn superfood-hartje begint sneller te kloppen. Pas een uur later komt Cam terug met onze kamelen, die waren blijkbaar een behoorlijk eind weggestruind. Ik ben helemaal blij als ik m’n lieffie weer terug zie en Cam blijft maar lachen als ik daarna, terug in het zadel, liefdesliedjes voor mijn Mister Lucky zing. We komen langs een dorpje waar echt niks is. Geen elektriciteit of stromend water. Alleen maar heel veel ongewassen kindjes met véél stof in hun haar. Ze lijken er bijna blond door. “You Rupee? Schoolpen? Chocolate?”. Als ik niet oppas trekken ze de sieraden van m’n enkels en vingers. Ze willen alles hebben. Wat ik best snap. Ik word uitgenodigd voor Chai in een van hun mini-huisjes (slechts een kamertje) en jawel hoor, het hele dorp loopt uit voor deze witte tante. Rich blijft buiten en leert de jongens hoe ze foto’s kunnen maken met zijn toestel, wat ze echt waanzinnig vinden, ze blijven maar klikken. De kinderen die naar school moeten worden bruut weggestuurd want “teacher is waiting!”. Als ik iets niet moet drinken is het wel deze Chai van eh wat-voor-soort-water-is-dit? Maar ja, veel onbeleefder kan ik het niet maken dus laten staan is niet echt een optie. Laten we dan maar bidden dat ze de thee even laten koken. Een van de baby’tjes huilt en ik wil troosten maar ik ben natuurlijk heel eng, zo lang, zo wit, en dus wordt ze er niet gelukkiger op, schommelend op mijn schoot. Ik vind het soms best shit dat ik zo anders ben. Ik wil knuffelen met baby’s en zingen met de kinderen ipv eerst een uur aangestaard en uitgekleed te worden voordat ze aan me gewend raken. Goed. Niet perse first world problems, dat realiseer ik me ook wel. Mister Lucky krijgt een hele dikke knuffel als ik enkele uren later weer afstijg en vriend Cam een dikke tip. Dit was namelijk echt een behoorlijk bijzondere behoorlijk fantastische ervaring. Thank you India. You are pretty incredible again. Volgensmij zijn we weer oké met elkaar.

Na de kameelsafari is het heerlijk bijkomen in The Golden City. Bovenop de muur van het fort zien we het slome woestijnleven voorbij glijden. Ik kan bijna in de bijkom-stand na twee weken gewenste avonturieren en ongewenste heftigheid, maar moet nog even één laatste ding fixen: Rich is jarig vandaag dus samen met de café-eigenaar smeer ik hem stiekem per scooter op en neer naar de bakker die m’n taartjes beschrijft met veel te zoet glazuur. Ik mag ook los met het zakje roze en tuig de taartjes op. Terug bij t cafeetje krijg ik 6 andere bezoekers mee om Happy Birthday te zingen voor m’n blije husband. But the party aint over till its over since this is India, want savonds in een restaurantje tref ik een jarig meisje van 9 die niet van mijn zijde wil wijken. Ze geeft haar feestje hier en de hele familie is invited. En deze twee blanken natuurlijk ook. Ik móet mee dansen en alle kids om de beurt optillen en rondzwieren. Helemaal in m’n element. Er is ook een dikkerdje (in een harig-roze-jurk) en die steelt natuurlijk meteen m’n hart dus ik boost d’r zelfvertrouwen en blijf maar zeggen hoe goed ze kan dansen. Na een uurtje sjouwen heb ik ook hun hart gestolen en komen ze steeds met me zoenen met bijbehorende “I luf joe”. Mijn dag kan ECHT niet meer stuk. Als de taart aangesneden moet worden, vragen ze de andere jarige, Rich, erbij om dit grote moment door te hakken en vervolgens komt de 9-jarige wijsneus rond met de taart om wat bij iedereen in z’n mond te stoppen. Ineens willen alle kinderen allerlei soorten eten in m’n mond stoppen maar dat lijkt me een beetje overdreven. Moeder stopt ook nog cake in m’n mond. Das oke. En de jarige smeert de cake op m’n wangen. Ik vind het wel best 🙂 Rich glundert. Volgens mij helemaal niet zo verkeerd, zon Indiase verjaardag in de woestijn.

Nu hoeven we niets meer en niemand hoeft meer iets van ons. Eindelijk tijd om alle heftigheid van de afgelopen weken te verwerken. Het is allemaal nogal wat en ik merk al dagen dat ik bom-vol zit. Maar als je nergens echt helemaal kunt ontspannen op een plek waar niks is, omdat iedereen de hele tijd aan je trekt of naar je staart, of omdat je je steeds verplaatst, dan kun je niet echt ontladen. Alle ervaringen hebben verwerkingstijd nodig en blijkbaar heb je ook een plek nodig om dat te kunnen doen. Ik ben blij dat het eindelijk weer kan. Ik heb veel geschreven maar toch voelt het alsof de prikkels en ervaringen zich maar bleven optellen. Maar nu niet meer. Nu is er rust. De woestijn doet me goed en de relaxte vibe van de bewoners van Jaisalmer ook. Ik staar in de leegte van de woestijn en de grens met Pakistan en laat het allemaal voorbij razen terwijl ik m’n blogs typ. Jezus wat intens allemaal. En wanneer zou ik besloten hebben om te gaan omdat het écht teveel was? Everything bleek maar weer eens impermanent te zijn en de aanwezigheid van m’n IBFF veranderde alles. It’s good to have a husband around in this country.

India is gek en te gek soms, in beide betekenissen van de uitdrukking. Je houdt er van en blijkbaar haat je het soms. Maar dat is goed. Tenminste, ik vínd het goed. Dit is wat ik wilde. Geweldige en superstomme dingen gebeuren soms binnen 2 minuten na elkaar. No craving, no aversion, everything is impermanent. Het is net alsof India de uitvergrote versie van het leven is en je hier je lessen in snel-tempo kunt leren. En ik heb duidelijk nogal wat te leren.. Plus, blijkbaar kan ik onze haat-liefde-verhouding wel waarderen, dus ik blijf nog even. The journey is my home.

Vandaag is het Hindoeïstisch Nieuwjaar. Tegelijk met de start van de Lente bij ons. The best of both worlds coming together again. Happy Spring and Happy 2072 to you all.

Liefs!

P.s. Mijn husband blijkt ook nog eens een behoorlijk goede fotograaf te zijn. Alle foto’s op onderstaand adres geven een mooi kijkje in ons leven hier: http://wandererwithacamera.wordpress.com

Dit zijn mijn amateur-kiekjes:

IMG_1104
Yoga-aap

IMG_1121
Het heilige meer van Pushkar

IMG_1244
Besties Reunited!

IMG_1181
Dat past prima

IMG_1417
Stunning sunset Udaipur

IMG_1214
Claus the cow!

IMG_1189
Ik moet vaker zo goed voor mezelf zorgen.

IMG_1255
Terugstaarder. Ik weet niet zo goed of het zijn spuug is trouwens, onder het raam.

IMG_1221
Dit is wat ik bedoel met mooi en lelijk heel dicht bij elkaar. Dit is India in mijn ogen.

IMG_1278
Gratis drinkwater, zo goed.

IMG_1308
Dit is hem jongens, m’n nieuwste en enige echte liefde!

IMG_1321
Zoek Simba.

IMG_1413
Me and my boyfriend ❤

IMG_1390-0
“I luf joe!” Die enorme grijns op m’n gezicht says it all.

Van incredible richting horrible India

“Ik wil graag meer avontuur”, zei ze enkele weken geleden naïef. Be careful what you wish for when in India…

Allepey
– Met vijf nieuwe vrienden op een Houseboat door de backwaters van Kerala, prachtige rivieren door groene gebieden waar mensen lokaal traditioneel leven.

IMG_0485

Prachtig, maar mijn hoogtepunt is het slapen naast zo’n dorpje. Zodra de boot aanlegt voor avondeten en de nacht, spring ik op de kant. Ik speel met het gezinnetje dat onze maaltijd zal bereiden en zie hoe mama binnen 2 sec een kip kilt en slacht. Oef. Ik vind mijn vegetarische-principes weer eens erg prettig vandaag. Ik knuffel met de 11 maanden oude baby en zing liedjes.

IMG_1291

Als ik een rondje door dit dorpje doe, spreek ik 2 jonge meisjes aan. Als snel nodigen ze me uit: “Come miss, you see my house”, en binnen mum van tijd ga ik alle huizen van hun familieleden langs. Overal móet ik op de enige stoel of bank zitten die ze hebben en overal is het dezelfde bende in huis. Spullen opgestapeld en ik kan de vloer nergens zien. Overal hangen foto’s aan de muur van goden en guru’s en ik krijg uitleg bij iedere foto. Ik vraag om hun schoolboeken en krijg een Engels textbook te zien waar ik echt van onder de indruk ben: behoorlijk moeilijk Engels (Can I talk to the manager please to discuss our inconvenience?), en aardig wat moraliserende vragen en antwoorden. Voorin het boek een nationalistische tekst en het Indische volkslied, wat ik schoolkinderen ‘s ochtends hoor zingen als ik langs een school loop. Het wakker worden midden in de natuur is zo fijn en een duik in de rivier kan natuurlijk niet ontbreken. Al moet ik toegeven dat het best raar zwemt in dit water, wetende dat mijn ehm ochtendurine hier ook ergens te vinden is. En niet alleen die van mij en ook niet alleen urine vrees ik. Maar goed, als zij hun was hier doen, dan kan ik hier vast ook badderen. Damn wat ben ik dol op het ontluikende Indiase leven in de ochtend.

IMG_0501

Ik teken samen met een van de kindjes en als ik op m’n ukelele speel verzamelen de kinderen zich om me heen en krijg ik zelfs applaus. Dat voelt heel fout haha dus ik laat hun lekker spelen, ook al hebben ze blijkbaar nog nooit een gitaar gezien en hebben ze geen idee hoe ze het moeten vasthouden.

Pondycherry
– Een werkelijk prachtige oud-Franse kolonie aan de oostkust van India. Hier ontmoet je Indiërs die Frans tegen je spreken en zich voortbewegen op de fiets voor de mooiste oud-Franse gevels.

IMG_0848

De stad is verdeeld in een oud Frans gedeelte en de rest is Indisch. Dit is hemels, je loopt gewoon van de ene wereld de andere in. Croissants als ontbijt en daarna een Chai aan de overkant.

Ondertussen blijft het natuurlijk wel gewoon India met levende of geslachte kippen aan het stuur en markten vol met prachtige kleuren en mooie mensen.

IMG_0777

IMG_0799

Ik start iedere ochtend met een verse Chai op de hoek van de straat en voel me zo thuis bij mijn thee-man die me steeds zo enthousiast begroet. “Morning! Sit down!” terwijl hij me richting zijn mini-zitje gebaard, waar de buurmannen een peukie roken. Dit is echt de beste chai ever en ik vind hem zo lief met zijn stralende lach. Deze plek is perfect.

IMG_0808

Voor de honden is het iets minder perfect. Dit is duidelijk de sipste hond die ik ooit heb gezien. Och arm.

IMG_0877

Er zijn kerkjes (incl flatscreens overigens) waar ik helemaal rustig wordt en de vrome christen in mij zich gekoesterd voelt en tempels waar ik helemaal kriegel wordt maar tegelijkertijd van onder de indruk ben. Dit is duidelijk the best of both worlds.

IMG_0858

Mavallapuram:
– Na de intense 10-daagse-stilte Vipassana (zie andere blog) besluit ik 3 dagen de tijd te nemen om weer te wennen aan interactie met de buitenwereld in Mavallapuram, een klein kustplaatsje in het oosten.
Na onnodig lang in de bus gezeten te hebben richting Chennai en weer terug, simpelweg omdat het blijkbaar in niemands hoofd opkomt dat je ook de weg over kunt steken om daar direct de juiste bus te nemen ipv helemaal terug de stad in te gaan (dit snap ik echt nog steeds niet), arriveer ik met 5 medemediteerders aan t strand. De zoektocht naar een guesthouse kan beginnen. Alles wat ik wil is ruimte. Het voelt alsof we net uit de gevangenis komen dus ik wil SPACE. Vrijheid. Iets anders zien dan die witte muren. Het eerste het beste guesthouse met een dakterras moet het zijn. Als ik vraag of ik mijn kamer mag zien, neemt de eigenaar me mee naar boven. Hij wijst de deur, ik doe hem open en tref 3 travestieten op mijn bed. Ook hallo. Ik kijk vast verbaasd maar zij groeten me liefdevol. Ik zie travestieten alleen maar in de trein hier, waar ze dan in hun handen klappend en roepend rondlopen en mannen betasten en in hun zakken voelen om zo om geld te vragen. Ik begrijp nooit zo goed hoe dit werkt maar ik begrijp ook niet dat ze hier op mijn bed liggen. Ik vind deze wel lief 🙂 en drie uur later zijn ze weg en heb ik m’n vrijheid én privacy weer terug. Tijd om op t dak te gaan zitten en de wijde wereld in te staren. Dat gaat hier prima. De bevolking lijkt zelf niet heel veel meer uit te voeren. Visnetten ontknopen, luieren en vooral heel heel heel veel potjes kaarten. What a life.

IMG_0949

– Na drie vredige dagen van bijkomen, onze ervaringen delen (hard nodig, we zitten er zo vol van), wennen aan normale maaltijden en samen uren mediteren bij zonsopkomst en ondergang, ben ik wel weer klaar voor het normale leven denk ik. En ach, in deze meditatieve superheldere relaxte toestand kan ik ongetwijfeld alles aan. Ik heb een vlucht om 9u vanaf Chennai Airport. Vertrek om 6u ‘s ochtends heb ik afgesproken met m’n riksja-chauf. Hij is er niet. Gelukkig vraag ik altijd telefoonnummers als ik iets afspreek en ik krijg hem slaperig aan de lijn. “5 min!”. Tien min later is ie er nog niet, ik bel nog maar eens. “3 min”. Haha ik hou zo ontzettend van de tijdsbeleving van de Indiër. Ik drink nog maar een chai-tje met de schoonmakers van de tempel hier. Een kwartier later vertrekken we. “Wie mediteert, hoeft nooit meer te wachten”, leerde een teacher me ooit. Dat gaat nu wel op dus tijdens de rit die 1,5u zal duren, mediteer ik op de achterbank. Totdat de riksja raar begint te doen. En uiteindelijk stilvalt. Ja hoor, hij is stuk. Tijd om z’n vrienden te bellen, of ik kan beter zeggen, z’n brother, want iedereen hier schijnt elkaars broer te zijn.

IMG_0960

Nu wordt het wel wat spannend om m’n vlucht te halen maar de beleving van spanning en stress zijn HEEL anders sinds vorige week. Gelukkig kan ik nog wel realistisch denken dus ik sla zijn aanbod om “te wachten op de riksja van een vriend” af en laat hem een passerende riksja aanhouden. De mannen regelen met elkaar wie hoeveel geld ontvangt en ik haal mijn vlucht op het nippertje. Bijna zonder stress. Deze nieuwe relaxte modus bevalt me prima.

Mumbai
– De grootste volste stad van India (inwoneraantal onbekend vanwege de grootste sloppenwijken van Azië waar niemand kan tellen) stond niet perse op mijn planning, maar na een uitnodiging van mijn IBFF om te vieren dat ik de Vipassana 10 dagen heb uitgezeten, vlieg ik toch het land over voor een nacht in The Taj Palace. Ik ga slapen in een paleis! Van buiten ziet het er al fenomenaal uit, het is een attractie voor vele toeristen om alleen de buitenkant al te zien. Het voelt HEEL raar om met m’n slippertjes en ongewassen verstofte backpackers-outfit langs de beveiliging door de metaaldetector bij de ingang te lopen en raar aangekeken te worden, maar ja, we slapen hier toch echt. Ik weet niet wat me overkomt als we binnen staan. Dit is by far het allermooiste hotel dat ik ooit in mijn leven heb gezien. Ik kan niet geloven dat ik in een bed mag slapen dat werkelijk schoon is, niet aanvoelt als een houten plank, met schone lakens, zelfs een dekbed en….een waanzinnig mooie badkamer met jawel…warm water!!! Dat natuurlijk vanuit een regendouche op me neerdaalt. Shampoo! Douchegel! Handzeep! Een spiegel! Een föhn! Een zachte schone witte badstof handdoek! Ik kan mijn geluk echt niet op en ben 24u sprakeloos door de luxe die me omgeeft. De prinses in mij ontwaakt weer. Wat een cadeau om je op deze manier heel even terug te mogen trekken uit het rauwe Indiase leven en weer even op te laden. Wow.

Delhi

IMG_1002

– Als ik ergens vaak voor gewaarschuwd ben en inmiddels zelfs een beetje bang voor ben geworden door alle verhalen, dan is het de hoofdstad van India wel. Op een doordeweekse ochtend kom ik om 8u per trein aan. Eerste gedachte: “Dat valt reuze mee”. Maar na 3 dagen doffe kille brutale respectloze ellende neem ik mijn woorden terug. Waarom?
1. Ik maak hier kennis met de liegende Indiër: “daar om de hoek hoef je niet te lopen nee, want daar is niks, daar is alleen een parkeerplaats, nee dit is niet meer open, nee dit guesthouse is afgebrand maar ik weet wel een andere, ik moet met je mee de tempel in om je te beschermen voor de apen, dit is een luxe toeristenbus en daarom betaal je meer, “your destination is very far, you can not walk”, “no dormitory only double room”. Ik zeg het je een keer omdat ik het gewoon kwijt moet: flikker op, jullie zijn allemaal vuile smerige leugenaars, nou laat me met rust. God wat lucht dit op en god wat had ik dit graag hardop tegen every single one of them gezegd. My god.
2. We zijn allemaal naar Delhi gekomen om elkaar op te zoeken voor het leukste Hindoestaanse feest van het jaar: Holi. Het festival waar men elkaar zegent met verfpoeder en elkaar happy Holi wenst. Omdat de winter voorbij is, de maan weer vol is en de lente zich aankondigt. Dit feest past bij me en ik zou willen dat we 21 maart thuis ook bewust zouden vieren. Goed, waar beter te vieren dan in de hoofdstad, met vrienden die je in de afgelopen maanden tegen bent gekomen. Ik zeg het je, het is drie keer kut. Sorry maar ik kan het niet zachter zeggen. Waarom? Het begint sochtends om 9u op straat nog heel zacht, lief, met een vinger met poeder over je voorhoofd en een oprechte happy Holi-wens. Dit is zo mooi en ik prijs me gelukkig hoe we zo één mogen zijn met de Indiase Hindoestaanse bevolking in het oude deel van de stad. Maar nog geen uur later is het feest veranderd in een gemeen, hard, fysiek, pijnlijk en naar festijn waar dronken mannelijke Indiërs proberen om zoveel mogelijk vrouwelijke westerse toeristen te betasten (echt overal) en te bekogelen met veel te grote waterballonnen en rauwe eieren. Volgensmij was dit niet het idee achter happy Holi. Zelfs de drie stoere westerse mannen waar ik mee samen ben kunnen me zelfs niet beschermen tegen alle aanvallen. Als een politieman een van onze betasters werkelijk kei hard op zijn bek slaat om ons te beschermen en ons terugstuurt naar het hostel, lijkt me dat een duidelijk genoeg signaal dat het over is. Ik ben blij dat ik m’n “no expectations-rule” heb toegepast, maar teleurgesteld ben ik toch.

IMG_1286

Laat ik dat ei in m’n kruis maar zo snel mogelijk vergeten en terugdenken aan die zachte vingers over m’n voorhoofd waarmee we de dag openden vanmorgen. Want ook dit is India.

Mannen in de rij voor alcohol, de dag voor Holi:

IMG_0972-0

3. Vanwege nummer 1 en 2 heb ik al snel besloten dat dit niet de plek is om lang te zijn en dus sta ik na 3 dagen Delhi al op het Old Delhi trainstation te wachten, samen met een bende andere mensen, op mijn trein naar Jaipur.

IMG_1030-0

Mijn trein is vertraagd (zoals alle andere treinen in India overigens, nooit 5 min zoals de NS maar eerder 5 uur). Ik zie kinderen van het perron op het spoor plassen. Kinderen over het spoor struinen op zoek naar eten dat mensen uit de trein hebben gegooid. Een kind van 8 met een sigaret in zijn mond. Vrouwen die hun was ophangen naast de vervuilende treinen. Een man die op het spoort poept. Bedelende ongewassen kinderen die trucjes doen om geld te verdienen. Een vader naast me die zijn kinderen slaat met een stok als ze ruzie maken. Starende mannen-ogen, op mij gericht. En honderden mensen gewikkeld in lakens, slapend op het perron. Oef. Dit is niet het zachtste afscheid van een stad dat ik ooit gehad heb. Maar het is oke. Het past precies bij deze stad. En dit wilde ik zien en meemaken. Het is zo’n contrast met thuis, dit is waarom ik reis. Ook als snap ik het misschien niet allemaal, het schudt me wakker en maakt me bewust van het bizar gelukzalige overvloedige leven dat wij leiden in het westen. Terwijl ik in de deuropening van mijn vertrekkende trein zit, zwaai ik naar vrolijke spelende kinderen in de sloppen naast het spoor. Ik vraag me af welke kinderen gelukkiger zijn, die bij ons thuis die mopperen omdat ze naar school moeten (zoals ikzelf vroeger) of die hier, die gillend van plezier over de rails rennen. Ik heb geen idee.

IMG_1037

Jaipur
– Ik geloof dat ik een semi-zwartrijder ben vandaag. Dat is ontstaan nadat ik een keer per ongeluk zwart heb gereden in Mumbai (succesvol zonder gepakt te worden) en ik Rich gisteren heb aangemoedigd om (vanwege megadrukte bij de ticketdesk en omdat hij zijn bus moest halen) samen op mijn ticket met de metro te reizen en we over een poortje zijn gesprongen. Ik weet het niet maar als niemand zich hier aan de regels houdt dan lijkt dat ook iets los te maken bij mij. Aangezien er geen tickets meer zijn voor de normale klasse in de trein richting Jaipur, heb ik een “general ticket” gekocht. Net zoals de Indiërs. Punt is alleen dat general class nogal vol zit. Zodra de trein tot stilstand komt, rent iedereen naar de deur om er vervolgens massaal ingeduwd en gepropt te worden. Ik kan er gewoon niet eens bij of tussen met m’n tas. En eigenlijk wist ik dit van tevoren. Ik installeer mezelf in de AC-klasse, tussen de rijkere Indiërs. Die me irritant vinden omdat ik geen betaalde zitplaats heb. Als er voor de vierde keer (!!) een conducteur langskomt en ik dus ook voor de vierde keer doe alsof ik slaap, begin ik em toch een beetje te knijpen. Ik moet lachen om mezelf, ik ben ZO’N watje en zon slechte moraalridder. En dus installeer ik me even later, als bange schijterd puur uit angst voor reprimandes, in de deuropening van de trein terwijl ik de zon zie ondergaan. Er is geen betere zitplaats in de trein dan deze.
Het lastige aan de Indiase treinen is dat stations niet worden omgeroepen en er ook geen bordjes op de perrons staan. Ik weet dus nooit wanneer ik er uit moet. Als je in India wilt reizen, zul je over een flinke dosis vertrouwen in de medemens moeten beschikken, óók als je keer op keer genaaid wordt door eerder genoemde onbetrouwbare ratten. Als een gezin naast me “Jaipur!” zegt, stap ik dus braaf uit. En snel weer in als iemand op t perron zegt dat ik er nog lang niet ben. Whatever. Ik volg braaf. Ach ja, het houdt je bezig en ik heb duidelijk niks beters te doen dan m’n tas optillen en verslepen. Gelukkig stap ik 15 min later op t juiste station uit en heb ik weer wat geleerd vandaag. Niet meer zo stoer doen, niet meer zwartrijden.
– Hoe gelukkig kun je zijn als je na het rauwe Delhi in Jaipur wordt verwelkomd door een jonge dude die goed Engels spreekt en me oprecht helpt bij het vinden van een guesthouse dat ík wil, zonder iets op te dringen. Als hij me ergens binnenbrengt en ik door de receptionist verwelkomd wordt met een enorme schaamteloze boer gevolgd door een “Hello Miss!”, dan is dat voor mij reden genoeg om te blijven. Hier ruikt het immers naar avontuur 🙂
En inderdaad, saai is het hier niet. Als ik de volgende ochtend na m’n meditatiesessie op t dak (ze zijn hier in Rajasthan echt HEEL GOED in dak-faciliteiten, te gek!) French Toast bestel als ontbijt, zie ik al dat het wel eens een lastige bestelling kan zijn. Eerst komt ie met toast met omelet. Ik stuur hem terug. Dan komt ie met toast met honing. Ik stuur hem terug. Drie keer zal scheepsrecht zijn toch? Dan komt ie met toast met gebakken ei. Mijn god, waarom zet je iets op de kaart als je niet weet wat het is?! Goed, we zijn een uur verder en het interesseert me inmiddels niks meer dus geef me dat ei nou maar, het is al goed. India. De beste training in geduld en loslaten die je ooit zult krijgen.
– Als ik even later het magische Amber Fort bezoek, ontdek ik daar de gezelligste wc van de wereld. Drie hang-wc’s op een rijtje zonder enige afscherming.

IMG_1071

Hoe gezellig om zo op een rijtje te plassen? Ik kan niet ontkennen dat ik best wel blij ben dat ik niet hoef te poepen nu.
– Even later laat de riksja-chauf een van mn dromen uitkomen. Hij vraagt me of ik de riksja misschien wil besturen? Hell yeah! Als een kind zo blij scheur ik even later over de Indiase wegen. Hoera!
– Ook de rest van deze Pink City is prachtig. De oude tradities, een waterpomp midden in de stad, de lekkerste verse yoghurtshakes, opa en kleindochter bij een opkomende zon, oma die precies weet hoe ze geld moet vangen bij de toeristen, de heerlijke kleurrijke bende in de winkels en de beveiligers bij Amber fort die wel wat beters te doen hebben dan het fort bewaken. Ik slurp de mooie dingen van India op.

IMG_1070

IMG_1080

IMG_1046

IMG_1093

Maar dan is het zover. De pracht van India slaat om. Ik dacht dat ik m’n portie stomheid wel gehad had in Delhi maar het tegendeel is waar. Als ik het pad naar de Surya-tempel op loop en de jongen voor me ineens omdraait om zijn piemel uit zijn broek te halen om hem aan me te showen, is India ineens een stuk minder incredible. Wat sneu. Ik ben niet eens geshockeerd of bang. Ik vind het zo zielig voor hem dat hij de behoefte heeft om dit te doen. Waarom? Beledig ik hem door alleen te zijn als vrouw? Heeft hij last van onderdrukking van zijn seksualiteit? Is er iets mis met hem? Ik kan het alleen maar raden. Hij achtervolgt me tot aan de tempel op de top maar ik doe alsof ik niks gezien heb. Hij druipt af als ik me aansluit bij een Amerikaanse gast die zich direct over me ontfermt als ik vertel wat er zojuist gebeurd is. Ja hij wil mijn husband wel even zijn en ik ben veilig. Bizar is het contrast ook nu weer, als ik twee minuten later liedjes zit te zingen met een 7-jarig Indiaas meisje in de surya-tempel. Incredible again. India is zo’n gek land, zoveel extremen, zoveel uitersten. Ik kan niks anders doen dan het te ondergaan en accepteren.

Eenmaal terug bij de riksja heb ik wel weer genoeg gezien voor vandaag geloof ik 🙂 ik vraag m’n chauf om me terug te rijden naar m’n guesthouse. En dan wordt hij ineens ook nasty. Waar we net nog beste vrienden waren en ik z’n riksja mocht besturen, ben ik nu blijkbaar ineens een stom wijf omdat ik niet mee wil naar zijn huis of zijn vrienden om “chai te drinken”. Hij zeurt, hij beledigt me en springt ineens veel te dicht naast me op de achterbank. Luister vriend, ik heb net meerdere keren gevraagd of je wilt ophouden met zeuren of ik met je mee ga, ik heb je al uitgelegd wat nee betekent en nu ga ik het je nog een laatste keer vriendelijk vragen, maar als je niet luistert ga ik echt gruwelijk gebruik maken van deze gelegenheid om te oefenen met het aangeven van mijn grenzen. Stop met vragen, opdringen en aanraken en ga terug naar je eigen plek (waar inmiddels ineens een vriend van hem zit die de riksja bestuurt). En weer ben ik niet bang maar nu wel boos. Hij krijgt m’n smerigste blik te zien en ik vertel hem dat ik het meen. Rot op. Hij luistert. God wat heb ik zin om hem een mep te geven. Ik vrees dat deze agressie niet alleen op hem is gericht maar ook op z’n landgenoot van daarnet en op al die andere mannen die me de afgelopen week hebben aangestaard, aangevoeld en aangesproken. Ik heb het gehad. Ik vind Jaipur ineens een kutstad (wat het helemaal niet is, maar ik ben al het moois duidelijk weer vergeten) en de hoeveelheid scheldwoorden die zich ineens in mijn woordenboek bevinden is ook niet meer normaal. Ik kan beter gaan…

….to be continued, inclusief meer piemels en antwoord op de vraag waarom je ergens blijft als je het er horrible vindt. Speak soon.

India is GEK!

Voor m’n liefste Judith, in het Nederlands!

Lieve leuke mooie mensen!

Na net in een supergare bus zonder deuren gepropt te zijn met de woorden “your bus not coming, you take this one”, en geeeeeen idee te hebben waar ik nu heenga, lijkt het er in ieder geval op dat ik alle tijd heb om wat te schrijven. De geur van verbrand plastic vermengd met uitlaatgassen waait door de open ramen (omdat er geen glas in zit) m’n neus in, m’n haren vliegen alle kanten op, plakkend aan de armen van de vrouw naast me en alles wat ik weet is dat ik morgenochtend ergens zwart van de shit van buiten op een onbekende plek aan zal komen. Dit is reizen, precíes zoals ik t graag doe. Onverwachts, een beetje ranzig en vol avonturen.

India is het land zonder houvast. Mocht je denken iets te kunnen plannen, voorspellen, verwachten, dan kom je zwaar bedrogen uit. Dit is het land waar iedere vorm van controle onmogelijk is. En waar ik dat thuis soms hopeloos irritant vind, hier is het heerlijk. Vol overgave en vertrouwen leven in een wereld zonder enige vorm van voorspelbaarheid. Het is een soort van enorme middelvinger naar onze manier van leven in het Westen. Gewoon omdat ze niet meedoen en omdat hun manier klaarblijkelijk ook prima werkt. India puts you to the test en deze uitdaging haalt het beste in mij naar boven. Omdat je iedere keer weer ervaart dat je het heel goed alleen kunt en er niks ergs gebeurt als je loslaat. Wat een verademing, iedere keer weer. It won’t get any better than this.

Mijn leven hier is nogal relaxed. Daar waar ik vroeger altijd bang was van India en niet wilde gaan uit angst, is het nu moeilijk om te zien waarom ik bang was. Ja, het is smerig en anders, maar nee het verschilt voor mijn gevoel niet heel wezenlijk van andere dirtroads zoals die in Cambodja of Bolivia. En ik ben er ook aan gewend geraakt. Want waar ik al mijn ervaringen normaal lijk te vinden, blijken ze na het delen met anderen echt wel avontuurlijk te zijn. Anderen houden me wakker door hun reacties op mijn verhalen. Das fijn. Maar ergens ook heel jammer natuurlijk! I guess there is no trip like your first, en dat moet je niet steeds opnieuw willen evenaren want dan zul je teleurgesteld zijn. Het goede nieuws is dat ik India prima “aan lijk te kunnen” en dat ik nergens echt van schrik of van in paniek raak. Dat maakt het rondtrekken en hier in je eentje zijn wel zo gemakkelijk.

ETEN!
Sommige mensen komen naar India voor de culinaire kaart. En terecht! Hallelujah praise Lord Shiva voor alles wat m’n maag hier bekoort. Los van de hoeveelheid suiker die ik hier binnenkrijg overigens, het is echt heel erg en mijn tanden beginnen al te protesteren maar ik kan er weinig aan doen: het zit overal al in. Het eten is heel goedkoop (een maaltijd kost tussen de 1 en 3 euro) en echt allemaal ZO lekker! Roti’s, chappatis, naan, rijst, pokhoras, allerlei soorten deeg en brood passen perfect bij de
Masala’s, Curry’s, Thali’s en Dal Fry’s. In het kader van m’n New Years Resolutions probeer ik iedere dag iets nieuws uit en ik heb maar 1 keer een maaltijd niet opgegeten omdat ik het niet lekker vond. Afhankelijk van waar ik ben, eet ik 3x per dag Indiaas, tenzij mijn lichaam snakt naar iets zonder smaak, dan zoek ik iets Westers om m’n maag rust te geven. Iedere kustplaats voorziet wel in iets normaals/hips: Italian coffee van versgemalen bonen en een chai zonder melk. De dirty chais (chai tea met een shot koffie) in Varkala waren onmogelijk te weerstaan. Ik heb sinds ik hier ben wel opeens af en toe een craving voor cornflakes met koude melk (I know, slaat echt nérgens op, ik drink braaf Soya- amandel- en havermelk als oprecht quinoa-kutje (sorry) zijnde, maar goed, deze craving lijkt me een prima alternatief voor m’n Nederlandse chips-met-mayo-buien). Als het al ergens op de kaart staat is het meestal “no have madam” maar soms dineer ik toch met (al dan niet taaie) cornflakes met melk hip hip hooray! Ook de obesi-tas is weer van de partij dit jaar, hetzij iets kleiner dan gebruikelijk, aangezien ik én te lam ben om voorbereidingen te treffen voordat ik t OV in stap én het straatvoer meer dan prima dienst doet. De twee regels van de GGD (eet geen eten van straatstalletjes en aai geen dieren) worden lichtelijk aan de laars gelapt en zo lang ik me goed voel en het smaakt, lijkt me dat prima. Ik word steeds beter in risico-analyses. Snel afkloppen voordat ik hier dadelijk de hele bus onderpoep omdat ik vanmiddag straatvoer gegeten heb..

SLAPEN!
Slapen doe ik voor 3 a 5 euro per nacht. Ik verkies de dorms in hostels boven welke accommodatie dan ook, mits ze er zijn natuurlijk, want dat is helaas niet overal zo. Er gaat niks boven een plekje boven in het stapelbed. Tot nu toe was ik iedere keer nog lucky en dan vind je me springend als een kind van 4 op de upper bunk. Andere mensen in de dorm zijn vaak like-minded: jong, open en easy going. Soms ook niet, zoals de twee ouwe Duitse knarren laatst die mij, nadat ik veel te aardig was geweest in hun eigen taal, constant volgden, zelfs onbeschaamd aan lagen te staren toen ik wakker werd en zelfs een soort van vroegen of ik samen met hen m’n tanden wilde poetsen in de badkamer. Eh…NEIN! Wegwezen. Maar dit zijn uitzonderingen.

EL PUBLICO
De backpackers die ik tegenkom zijn divers. Van Britse begin-twintigers die komen om te drinken en Acid te gebruiken tot bijna verlichte dreadlock-hippies. I am somewhere in the middle. De gesprekken variëren van oppervlakkig tot intens diepgaand: ons leven, onze wereld, Isis, relaties, spiritualiteit en vooral: vrijheid. Thats a thing we sure have in common. Je connect heel snel als je ervoor open staat, we gooien “the-36-questions-that-will-make-you-fall-in-love” er in en niemand schuwt welke vraag dan ook. I love it. Het valt me op dat ik dit jaar toch wel andere types opzoek omdat ik het “Eat Pray Love verhaal” vorig jaar al heb beleefd en nu nergens naar op zoek ben. Goeie gesprekken en lol trappen gaan prima samen.

DE LOCAL
Ik kan de Indiase mens niet omschrijven aangezien ze zo verschillend zijn. Soms totaal onder de indruk van m’n lange blanke verschijning. Soms klaar om me af te zetten. Soms al helemaal
gewend aan de westerse backpacker. Soms open en inspirerend en welwillend om iedere vraag te beantwoorden. Soms nauwelijks Engels sprekend en gesloten. Soms extreem aantrekkelijk, mooi, met een stralend witte lach. En soms ook verschrikkelijk naar, ziek, kreupel en diep ongelukkig, vragend om een Rupie. Ik heb er veel moeite mee. I know this is life and I have to let go maar damn wat wil ik ze graag helpen. Ik zie ziektes voorbij komen die me doen denken aan Polio, Dyfterie en Tetanus, gezichten en lichamen vol met bulten en schurft. De bedelaars laten zonder enige schaamte hun meest afgrijselijke lichaamsdeel zien en vragen me dan om geld. Het ergste wat ik zag was een man met een voet van een olifant, maar dan met kleinere nagels. Strompelend en wijzend op zijn voet. Echt afgrijselijk. Ik geef geen geld maar mijn eten en drinken mogen ze hebben. Ondanks dat ik het bedelen niet wil stimuleren, voel ik wel de behoefte om ze in ieder geval iets gezonds te eten te geven. En Indiërs zijn natuurlijk smerig, of nou ja, hun gewoonten zijn smerig. Het gerochel, geboer en gespuug is echt niet om aan te horen. En weet je, eigenlijk hebben ze gelijk. Ze leven veel meer naar de natuur van hun lichaam. Dat wat er uit moet, moet er uit. Het laatste wat ze zullen doen is uit beleefdheid iets van hun ongemakken ophouden. Geef ze eens ongelijk? Ik heb inmiddels onbewust een mantra ontwikkeld: zodra iemand zijn fluim ophaalt denk ik “ja hoor gooi het daar maar neer” en op de een of andere manier maakt dat het wel draaglijk. Maar ze blijven me verrassen hoor, als ze op stille heilige momenten (bv in de synagoog) ineens hun rochel ophalen en wegwerpen. Ik moet dan vooral lachen.

Gelukkig zijn er ook andere verhalen van de locals: sommigen zijn heel erg lief en verrassen je met liefdevolle
acties. Zo kreeg ik vorige week een lift van de restauranteigenaar waar ik de dag daarvoor gegeten had, terug naar de klif toen hij me smiddags nat van het zweet en strompelend m’n yoga-zaal uit zag komen. En dan heb ik het nog niet eens over de uitnodigingen die ik als vrouw alleen krijg om Indiase dames thuis op te zoeken om thee met ze te drinken. Je maakt me nergens blijer mee dan dat. Alhoewel, de dames die jullie op Facebook in het filmpje zagen hadden wel wat op en aanmerkingen.
– hoe durf je je linkerhand te gebruiken tijdens het eten (ja sorry maar roti scheuren met alleen rechts is echt voor gevorderden! En btw, ik veeg m’n billen af met rechts lekker puh)
– hang je sari voor je borsten (oké fair enough, het is hier 45 graden maar ik trek nog wel een extra kleedje aan)
– zit noooooit met je benen niet aan elkaar vastgeplakt (oké, die snap ik, maar tijdens 8u durende treinreizen wil ik ook wel heel even anders zitten dan als een dame, plus, die Ali baba broeken geven toch niks prijs)
– SAFETY! Hou je portemonnee altijd tegen je aan geklemd (ook logisch maar als ik in de trein zit met 5 Indiase vrouwen naast me in een coupe dan ben ik niet bepaald bang)
– en ten slotte m’n haar natuurlijk: nog steeds geen idee wat er mis mee was, ik kreeg speldjes in m’n hoofd geprikt om het op te steken, toen weer naar beneden in een staart, en uiteindelijk kon de boel blijkbaar gered worden met een bloem. Fieuw. Bovenstaande regels werden allemaal met handen voeten en Hindi uitgelegd want het enige Engelse woord dat ze kenden was “selfie” (my god!) dus zo begon onze vriendschap dan ook in de trein..
Toen ik al hun huizen bezocht had, alle familieleden en vrienden de hand had geschud, het verschrikkelijke stille gestaar had doorstaan én met ze op de foto was geweest (dat waren er echt een beetje te veel, ik heb 2u non stop hallo, my name is Anna en cheese gezegd), alle thali’s, chai’s en cakes naar binnen had weten te proppen, lieten ze me gaan, maar alleen als ik goed op mezelf zou passen en meteen zou bellen bij aankomst op m’n volgende bestemming. Ahh! Je ziet het mam, je rol wordt haarfijn overgenomen door je Indiase zussen 🙂

DIE MÄNNER
Oke genoeg over die lieve Indiase dames. Tijd voor de Indiase mannen: niet alle intenties zijn altijd even best zal ik maar zeggen. Soms lachen ze je uit, maken ze smerige bewegingen, roepen ze dingen naar je. Een groep schooljochies wierp een fles water naar me nadat ze me eerst gezamenlijk uitgelachen hadden. Nou! En een meisje uit m’n hostel kreeg iets in haar gezicht gegooid terwijl ze over straat liep, heel raar. Itt de vorige keer ben ik nog niet betast, ook niet onder het mom van “ik ben taxi chauffeur maar guess what, ik ben ook dokter en ik prik even ongevraagd in je tiet en vertel je vervolgens dat je geen borstkanker hebt”, zoals een van m’n medereizigsters me vertelde. Ze staren, ze roepen soms wat en ze willen op de foto met je wat ik soms wel grappig vind. Zo lang ze me niet aanraken tenminste. Shit! Ik ben wel betast! Gisteren nog, ik wandelde hier door t dorp en had maar 1 doel: de Hindoestaanse tempel in. In de afgelopen dorpen en steden mocht ik steeds de tempel niet in, gewoon omdat ik geen hindoe ben en omdat de locals niet willen dat hun gebedsplek een toeristische attractie wordt. Ik begrijp en respecteer dat volledig. Vind het ook slim van ze. Tegelijkertijd vind ik het shit en ook niet helemaal fair want jullie mogen wel anytime mijn kerk in! Plus, I love gebedsplaatsen! Ik kleed me netjes met bedekte armen en benen, weet hoe ik een puja en blessing moet doen, doe geen gekke dingen, neem geen foto’s, doe offers én geef geld. Dus eigenlijk ben ik bijna zoals zij. Nou ja lekker overschat Anne, offcours ben je niet zoals zij! Maar goed, voor een toerist doe ik t best oke al zeg ik t zelf. Toch mag ik er niet in. En al helemaal niet als je ongesteld bent trouwens want dan ben je “vies”. Haha en bedankt maar weer. Wat zijn ze toch respectvol naar de vrouwen toe he. Ik dwaal af. Nu ik dus hier in Kanyakumari was, waar de main highlight de tempel is, wilde ik gewoon eens kijken of ik ze om kon kopen. En ja hoor, na drie rondjes om de tempel om aandacht te vragen, wilde een stokoude kleine dude me wel binnen leiden. Oke, wij samen die tempel door, hij steeds vertellen welke God waar zat, en ik maar geld uitgeven en offeren. Hij hielp me steeds om de juiste aanbidding te doen (3 keer met je neus de grond aan raken, 3 keer in bidhouding je armen omhoog, etc). En precies toen ik ging knielen voor een van m’n favorieten (Hanuhman), hielp meneer me ineens om te zitten, en oeps daar gleed zijn hand over mijn linkertiet om er even overheen te aaien. Jonge echt ik zég het je, als ik niet in die tempel was geweest was ik echt nasty hard tegen hem uitgevallen (totaal ongepast natuurlijk, vrouwen hebben niets te zeggen hier, maar ik heb toch echt m’n grenzen). Ooohhh ik moest me zo inhouden. Weet je wat het is, ze doen echt alsof ze geen idee hebben en dat stoort me nog het meest. Goed, hij en ik waren duidelijk geen vrienden meer, en hij was erg teleurgesteld dat de rijke dame geen geld meer gaf als beloning voor z’n hulp. FY. Sorry voor m’n woordkeuze maar ergens moet de boosheid eruit. Er wordt hier namelijk al genoeg onderdrukt. Wat trouwens ook nog gek is, daar waar ik de tempel niet in mocht, was ik vanmorgen bij een bruiloft in de katholieke kerk, en daar bleven bijna alle mannen buiten! De bruidegom zat naast zijn aanstaane voor in de kerk, omringd door alleen maar vrouwen (in prachtige sari’s, ZO MOOI om te zien!) en kleine meisjes helemaal opgedirkt met make up, jurkjes met juwelen en armbanden. Er zaten een paar mannen achter in de kerk op bankjes maar de meesten waren buiten. Stonden ze een beetje stoer te doen en ijsjes te eten. Ook gezellig! Het was heerlijk ongeorganiseerd, ook dit weer. Het bruidspaar zat op plastic stoelen, de live-band klonk echt KEI hard door de speakers en de kinderen renden in en uit. Ik genoot 🙂

Terug naar de gemiddelde Indiase man. En vrouw. Geef nooit je FB naam want je wordt getagd in alle foto’s die ze ooit in hun leven nog uploaden, ook al sta je er niet op en geef je telefoonnummer al helemaaaal niet want je wordt dagelijks gebeld en gesmst met veel te veel vraagtekens (Where are you???? Why you not reply????? You still alive??????). En zoals m’n besties en familie wel weet, vind ik weinig irritanter dan dat, dus ik heb mn les geleerd: mijn Indiase telefoonnummer is vanaf nu geheim.

WORSHIPPING
Daar in het land waar je op iedere straathoek een gebedsplek vindt en je overal offers kunt doen, ben ik soms zelf onderwerp van aanbidding. Ik voel me soms een beroemdheid, een uniek speciaal iemand die aanbeden wordt. En waar ik het soms leuk vind, heb ik er de laatste dagen steeds meer moeite mee. Ik zeg het je, die drie vragen komen me na ze 188 keer beantwoord te hebben m’n neus uit:
1. You from?
2. You name?
3. How long here?
Ten eerste zijn het verdorie niet eens zinnen. Ten tweede zou het leuk zijn als jullie zelf ook antwoord zouden kunnen geven op mijn vragen. En ten derde zou ik het fijn vinden als jullie zouden stoppen met staren als ik uitgepraat ben (of als ik zit te eten!!) en belangrijker nog: stop met foto’s maken! Ik snap het heus, ik ben anders, wit, lang en ik kom van ver, maar ik ben geen aap!
Jullie merken het al, ik heb even genoeg aandacht gehad. Ter toelichting: ik neem vanavond de bus vanuit Kanyakumari, het zuidelijkste puntje van India, waar drie oceanen samenkomen, de temperatuur eindelijk weer te handelen is door de zeewind en je vanaf de tempels, kerken en monumenten zowel zonsopkomst- als ondergang kunt zien. Het wemelt hier van de hotels en de Indiase toeristen. Wat ik niet begrijp is dat er geen enkele Westerse toerist te vinden is. Superraar, want het is hier zo fijn, alles is megacheap, er hangt hier behoorlijk wat spiritualiteit in de lucht (Ghandi heeft hier aardig wat werk gedaan en z’n as heeft hier decennia lang gestaan; er zijn hindoe tempels én prachtige katholieke kerken) en zo mooi door alle oceanen om je heen. Maar jullie snappen dat je als enige westerling hier ook een attractie op zich bent. En het is zo goedkoop omdat ze hier geen westerlingen hoeven af te zetten 😉 dus ik betaal de Indiase waarde en dat is 70cent voor een maaltijd. Hoera! Maar ondanks ALLE voordelen die deze plek heeft, trek ik die praatjes en plaatjes gewoon niet meer. Het is erg vermoeiend en ik zal nooit in m’n leven meer zo’n praatje aanknopen met een BN’er. Wat moet het vermoeiend zijn om beroemd te zijn. Tenzij je heel erg uitgeslapen, vrolijk en energiek bent, dan is het best wel even leuk. Voor 5 minuten.

AN INDIAN DAY
De ochtenden zijn favoriet. Het land ontwaakt. Alle Indische mannen lezen de krant op straat terwijl een street vender echt de heerlijkste Chai voor hen en mij maakt. Toeristen slapen nog. En de zon is nog om uit te houden. Je kunt alleen nergens ontbijten voor 9u sochtends en dat is wel een probleem voor iemand die chagrijnig wordt als ze honger heeft… Dank God voor de obesi-tas. Smiddags gaan veel winkels dicht. En savonds komt iedereen weer tot leven. Een wandeling over het strand om de sunset te zien is niet alleen aan de toeristen besteed. Indiase mensen maken véél zwaar geposeerde selfies en dat doen ze volledig schaamteloos. Ik moet er nog steeds onwijs om lachen.

VERKEER(D!)
Het verkeer is helemaal GEK hier. De regels zijn totaal onduidelijk. Heb je niks aan. Iets met de meest zelfverzekerde gaat voor 🙂 des te groter je voertuig, des te meer rechten. Oversteken is niet te doen. Kruispunten zijn al helemaal een ramp. Jullie zien me al gaan op m’n scootertje. Er is amper bewegwijzering. Dat in combinatie met mijn onwetendheid en het onvermogen van de Indiërs om nee te zeggen als ze het niet weten garandeert goeie avonturen. Maar hoe heerlijk is het om op je eigen heilige koe door de dorpjes te cruisen en de wind langs je roze wangetjes te voelen. Zalig.
Richting vragen? Soms sturen je ze totaal de verkeerde kant op. Nee zeggen is immers onbeleefd: en dan komt de Indian head wobble in beeld.
Een soort van combinatie van ja en nee die oke of nee of ja betekent. Onduidelijk. Heb je niks aan.
Tijd inschatten? Je hoeft het niet te vragen want het antwoord zal je weinig opleveren. What time does the train arrive? Maybe three o’clock. Three, okay great thanks! Or maybe half past 1. Huh? Yes three or half past one. Oke bedankt. Onduidelijk. Heb je ook al niks aan.

ANIMAL-RESCUE-NEEDED
Ik zou het bijna vergeten. Er is een ding hier wat ik echt heel erg vind. Waar ik wel echt onpasselijk van kan worden, verdrietig. Hoe dit land met zijn dieren omgaat, is te zielig. Ook dit begrijp ik weer. Er zijn zoveel honden en blijkbaar te veel om goed voor ze te zorgen. Maar mijn hart brak toen ik een puppy hoorde “howlen”, het zieligste geluid wat ik ooit gehoord had, ik ging kijken, bleek ie zn rug gebroken te hebben. Oh mijn god. Tranen over mn wangen. Een tuktuk-chauffeur pakte hem op bij zijn nekvelletje en beloofde me dat hij hem zou laten afmaken. Blijkbaar was ie van de klif gevallen toen hij eten had geroken. Dit is 1 verhaal maar zo zijn er echt nog veel meer. Er zijn heel heel heel veel zieke honden. Geen haar meer op hun magere lijfjes. Happen uit hun lijf. Stukken van hun staart. Pus uit hun ogen. Ik probeer mezelf aan te wenden om me af te wenden. Ik kan het gewoon niet meer zien want het maakt me te verdrietig. If I could only save them.

SAFETY FIRST
Ze doen hun best. Echt. Ze zijn zich bewust van de gevaren en de slechte naam die ze hebben bij vrouwelijke toeristen. Soms komt er politie in de bus om mannen en vrouwen te scheiden (als je geluk hebt) en ik zag vandaag ook de eerste trein met sein “ladies only”. En ik zag een “only ladies police office”. Ze doen dus echt wel iets om het veiliger te maken. Ik zie trouwens regelmatig agenten op straat. Of in m’n favo coffee-hangout. Volgens een van de work-awayers (werken in ruil voor gratis accommodatie en eten) maken ze vooral gebruik van gratis WiFi en bestellen ze veel eten waar ze nooit voor betalen. Cool om hier agent te zijn!

MINISTER VAN AFVAL
Een van de zorgen van dit land is zijn vervuiling. Op iedere straathoek liggen hoopjes smeulend afval. Het plastic (en dat is VEEL hier) vervuilt de schone lucht onmiddellijk. Straten en stranden liggen vol met afval. Plastic flessen overal. Ik dacht mijn Carbon footprint te verkleinen door m’n eigen waterfles mee te nemen, maar het blijkt onmogelijk te zijn om deze goed schoon te houden aangezien het water uit de kraan natuurlijk ondrinkbaar is maar ook alleen al het gebruik van dit afwaswater veel risico’s met zich meebrengt dus die ligt alweer in een pakketje op een boot richting NL. Er schijnt inmiddels wel een minister van recycling te zijn maar ik geef het hem te doen.

YOGAHHH
Indiase yoga is heel anders. Ieder Vinyasa Flow bord doet m’n hart sneller kloppen maar alleen Westerse docenten maken m’n hoop waar. De Indische docenten hebben echt geen idee wat ze doen en geven nogal blessure-gevoelig les dus die skip ik voortaan. M’n intense practice levert veel op, zeker toen ik mezelf ineens een schorpioen zag doen op het strand toen ik indruk probeerde te maken op m’n vrienden (pure opschepperij dit maar damn ik dacht dat het me zeker een half jaar zou kosten om dit te kunnen). Waar ik ook ben, m’n eerste vraag en focus zijn de bordjes met “yoga”. Tot nu toe bijna dagelijks een les of self-practice gedaan. En misschien gaat die TTC er ook nog komen.

OKÉ! RESUMÉ
Het is hier COOL! Haha ja daar komt het wel op neer. Het reizen gaat echt gemakkelijk en ik voel me goed. What else could you wish for? Iets meer avontuur misschien, dat zou ik wel willen. Maar ik geloof niet dat ik me daar zorgen over hoef te maken in dit gekke mooie prachtige geweldige land. All good things come to those who wait.

India is immens en alles wat je hierboven leest is gebaseerd op maar een heel klein stukje van dit land: het zuiden. Ik kan dus echt alleen voor mezelf spreken en alleen voor dit gebied. Ik heb nu vier kust-provincies afgevinkt en ze waren alledrie heel
erg de moeite waard, vooral Kerala, met al zijn Britse en Portugese (en Nederlandse!) invloeden. Je kunt je voorstellen dat een land met deze oppervlakte en 1.3 biljoen (!!!) mensen gevarieerd is. Iedere provincie is weer anders qua inwoners, cultuur, landschap en gewoontes en ik kijk onwijs uit naar meer van dat. Morgen hopelijk het half Franse Pondycherry bewonderen. Zin in die croissants!! Ik word steeds ongeduldiger naar het Noorden. Heel veel zin in die gekke Heilige Ganges met zijn verbrande lijken en drijvende baby’s. Oke dit klinkt vast heel raar. Ik bedoel dat ik nieuwsgierig ben. Ik wil het zien, snappen, begrijpen. Geen idee of het zal lukken.

En terwijl ik dit verhaal typte, ben ik in een andere bus geduwd, heb ik oordoppen ingedaan omdat ik het getoeter niet meer trok, is de bus kapot gegaan en weer gerepareerd, is het licht 15 keer uit- en aan gedaan, heeft de vrouw achter me bijna constant over m’n schouder meegelezen (Maar hoe dan? Ze is Indisch!), heb ik nog steeds geen avondeten gehad omdat die bus nergens stopt en moet ik plassen maar heb ik nog geen idee waar of wanneer. Wat is het toch heerlijk om je gewoon neer te leggen bij de dingen zoals ze zijn. Verzetten heeft geen zin en accepteren is echt duizend keer makkelijker. Het is inmiddels 01:15u. Tijd om te slapen. Oh boy how I love to travel!

Speak soon! xo

Ps. Ik ben inmiddels bevriend met Miss India en ze wil graag een vermelding op m’n blog. No problem sister! Thanks for hanging around with me!

IMG_0570

M’n ayurvedische dokter wilde graag een Selfie met me nadat hij me had verteld dat ik veel te energiek ben en teveel fire in mn lijf heb. “You stop eating spicy food!”. Vooruit dan.

IMG_0547

De dag afsluiten met een wandeling over het strand tijdens zonsondergang.

IMG_0729

Later als ik groot ben, wil ik ook graag op een plastic stoel trouwen.

IMG_0486Deze kleine draak mag de mijne zijn. Te lief. En oma was ook heel lief voor dr.

IMG_0512Mornings in India. Love them.

IMG_0498

Onze captain leest een krantje terwijl de luie toeristen ontwaken. En ik in de rivier spring om mezelf op te frissen.

IMG_0703“Madam, you sit. You pray. I take picture. You look. Yes.”

IMG_0548

Posing for selfies.

IMG_0444

De meest gehoorzame kinderen op een kinderdagverblijf ooit.

IMG_0649M’n vriendin voor haar altaar.