HUMANS OF INDIA

“My name is Ashwani. I am disabled: only physically. I am spastic which makes it hard to talk and people think I am stupid. I am not. I sell apples on the street, everyday, and with that money I can take care of myself and my family. My parents are too old to work. I want to make them happy. My brother is also abnormal, but way worse than I am. It’s in his brain too and he always feels sick. So I am taking care of them all. I’d be pleased if you could buy my apples. And even if you don’t, I will greet you happily every time you pass me by.”

Advertisements

Op de boterthee bij…

… m’n favoriete Tibetaanse babietje Nyima Samdup 

Het Indiase bussensysteem heeft me een extra dag in Dharmsala cadeau gedaan. Op deze laatste dag ben ik ineens vrij en kan ik doen wat ik wil. Het Rogpa Baby Care Center waar ik de afgelopen drie weken gewerkt heb is dicht, dus ik kom de hele dag babies tegen op straat. Wat een mazzel, kan ik toch nog even met ze spelen, kletsen en knuffelen. Én ik kan op bezoek bij m’n favorietje. Zijn ouders hebben een kraampje op de markt en ik durf te wedden dat hij daar ook is vandaag.

Nyima komt me al van ver tegemoet. Op de een of andere manier heeft de hele Tibetaanse community meegekregen dat Nyima m’n liefste is hier. Tante komt met hem aangelopen en geeft hem meteen aan me over. Niet dat Nyima dat wil, Nyima wil altijd bij papa zijn namelijk. Ik breng hem naar hem toe en word ook door papa onthaald met een enorme glimlach, een buiging en “tasih delek”. Ik doe hetzelfde maar nog veel enthousiaster natuurlijk haha.

Bij m’n vorige bezoek heb ik veel gekocht in de kraam van papa, simpelweg omdat dit gezinnetje me raakt. Nyima, 11 maanden oud, kwam voor het eerst op t BCC op mijn eerste dag. Hij kon alleen maar huilen. De Tibetaanse harde aanpak op dag 1 werkte averechts, Nyima huilde alleen maar harder, de Frans Canadese aanpak van m’n collega op dag 2 werkte ook niet (en die kon ik al helemaal niet aanzien) dus vanaf dag 3 greep ik m’n kans en was Nyima van mij. Geduld en liefde, nabijheid en knuffels. Het was een cadeautje om te mogen doen en na een paar dagen werkte het. Nyima en ik raakten beiden gewend op t BCC en ik daarnaast gehecht aan hem. En bovendien, ik zag hoe ontzettend liefdevol papa met hem speelde als hij ‘s ochtends bracht en hoe moeilijk ouders het vonden om hem krijsend achter te laten op t BCC als ze vertrokken. Ik wilde steeds zeggen: “Komt goed, over 5 minuten heb ik hem stil en hij vindt het steeds fijner hier!”, maar ja, doe dat maar eens in je beste baby-Tibetaans.. Goed, voor mij genoeg reden om dit gezinnetje in m’n hart te sluiten en ze te willen helpen.

Terug naar de kraam van papa en mama op de markt en de eerste keer dat ik er was twee weken geleden. Ze verkopen net als heel veel andere Tibetanen sieraden om rond te kunnen komen. Maar hun kraam stelt eigenlijk te weinig voor om er enigszins goed geld mee te verdienen, zeker als je het vergelijkt met de andere kramen. Ze hebben gewoon net niet de mooie sieraden en veel van de dingen zijn kapot. Ik koop zoveel ik kan en als papa geld wil teruggeven kijk ik hem aan en zeg ik dat het voor hem is. So, over een dankbare blik gesproken. Of ik alsjeblieft nog even chai-thee wil drinken. Ik en m’n parasiet kunnen de chai nog niet aan maar ik beloof dat ik terug kom.

En dat doe ik vandaag dus. Ik krijg eerst chai bij de kraam en laad nog een dosis armbandjes in. Ik klets wat met de familie en een van de neven kan wat vertalen. Moeder, ze is net zoals ik 29 jaar, is in 2011 uit Tibet gekomen, vader al eerder. Ze hebben elkaar hier ontmoet en zijn verliefd geworden. Ik snap dat wel, ik ben verliefd op zowel vader als moeder als kind. Wat een schatjes.

Als ik m’n chai op heb, nodigt moeder me uit om met haar en Nyima naar hen thuis te gaan. Ik wil wel! Ben megabenieuwd hoe ze wonen. Nyima gaat in de draagzak, z’n favoriete plek, dan kan hij namelijk lekker alles overzien en is hij veilig bij mama. Onderweg naar huis kijkt hij dolblij rond en raakt hij alles aan waar hij bij kan. Ondertussen kletst en zingt hij. Nyima is op z’n best zo. We lopen door de tempel, draaien alledrie aan de gebedsrollen voor wat extra ‘good luck’. Kleine straatjes, paadjes, binnentuintjes waar in godsnaam gaan we heen?

Een gebouwtje met heel veel kamers en gezinnetjes. Mijn familietje woont in een kamer van hooguit 9m2. Midden in de kamer staan twee 1-persoons bedden, want een 2-persoons bed zou niet passen. Gezellig zeg 😦 Nima slaapt ook in bed bij papa of mama. Laten we het over de veiligheid maar niet hebben. De schrammen op zijn gezicht zijn vanochtend ontstaan toen hij uit bed viel, tegen de tafel aan. In de hoek van het kamertje staat een minikeukentje. Op de hoek van het bed ligt een enorme stapel dekens.
Want ja, net zoals in de rest van Dharmsala is hier ook geen verwarming of vuur te bekennen. Aan de muur hangt onwijs veel Tibetaanse kunst: zou dit houvast zijn om toch iets van je herkomst en cultuur vast te kunnen houden als je uit je eigen land gevlucht bent? Ik krijg dan ook boterthee, thee met melk en boter. Dat klinkt precies zoals het smaakt: raar en romig. Daar hoef je niet perse een hele mok van, ik zeg het je 🙂
In de kamer staat ook een koelkast die niet meer sluit en het dus ook maar half doet. En gatverdamme, half bevroren vlees voor de buurman en bloed op de bodem. Er is nou eenmaa geen (geld voor) speelgoed, Nyima speelt dus met alles wat hij tegenkomt en stopt alles in z’n mond. Het slot van de deur, mijn slippers, rijst wat op de vloer is achtergebleven, spullen van mama en zelfs stukjes van het halfbevroren vlees uit de koelkast. Alleen bij m’n slippers en bij t vlees zegt mama er wat van. Hij speelt met het bloed op de bodem van de koelkast en stopt later zelfs een kraal van een ketting in z’n mond waar hij ieder moment in kan stikken. Je kunt je voorstellen dat ik het lastig vind om dit aan te zien, maar tegelijkertijd weet ik ook dat ik hier niks aan kan veranderen.

Mama vraagt me of ik haar foto’s wil zien? Euh ja, heb je die dan? Haar tablet komt tevoorschijn! Het is een goedkope maar toch, ik ben blij dat ze foto’s kan maken van Nyima en in contact kan zijn met de wereld die groter is dan alleen Dharmsala. Ze laat me alle foto’s zien de ze heeft, vertelt wie het zijn en soms ook wie ze naar haar gestuurd heeft. Bij iedere foto van Tibet, gestuurd door haar familie via “we chat” zegt ze: “this is my home country”. Iedere keer weer. Ze blijft lang hangen bij die foto’s. Als ik vraag of ze denkt dat ze ooit terug gaat antwoordt ze: “no, can not, I don’t have Passport”. Ik slik iets weg. Dit is erg. 29 jaar. Net zoals ik. Maar zo’n ander leven. De verschillen en ongelijkheid worden weer eens pijnlijk duidelijk.

Als Nyima even later na mama’s melk in slaap valt en mama hem precies zo instopt als ik geleerd heb op t BCC, is het tijd om te gaan. “Next time you come in Dharmsala you come to my house okay, you know way now!” Haha geen idee hoe ik de weg ooit terug moet vinden maar ja, dolgraag! Ik aai m’n liefste babietje gedag en knuffel moeder, heel ongemakkelijk want natuurlijk veel te westers van me. Maar t maakt niet uit. Het is goed zo. Dag liefste baby. Hopelijk tot snel.

   

         

Tibetaanse babies

Het Rogpa Baby Care Center

Veertig slabbetjes, veertig paar spleetoogjes en veertig veel te dikke winterjassen. Welkom op het Rogpa Baby Centrum.

Dharmsala is my place to be. Dat voel ik direct als ik er na de slopende reis door Rajasthan en Punjab aankom. Hier moet ik blijven. Dit is het dorp van de Dalai Lama. Hier wonen duizenden gevluchte Tibetanen. Dit kun je geen India meer noemen, dit is Tibet maar dan warmer. Na twee dagen bijkomen voel ik dat ik wat moet doen hier. Deze mensen zijn zo bijzonder, zo lief. En arm. En ergens voel ik ook een flinke dosis medelijden. Je zult maar uit je eigen land moeten vluchten omdat je er niet voor je eigen geloof mag bidden. Je cultuur niet mag bestaan. En je onveilig bent. Het is een triest kutverhaal. Ik wil wat doen.

En zo klop ik op een middag dus aan bij Khalsang, de manager van het Baby Care Centre, met de vraag of ik iets kan doen. Jazeker, mits je drie weken wilt blijven. En je bereid bent om 40 snotneusjes en poepbilletjes schoon te vegen. Ja hoor, dat wil ik best!

En dus begin ik de volgende dag aan mijn Tibetaans baby-avontuur.

En een avontuur is het, om als Westerse kinderpsychologe in de Tibetaanse manier van verzorgen te duiken. Het is, laten we zeggen, anders dan wat ik gewend ben 🙂 de vijf dingen die je niet verwacht op een kinderdagverblijf:

1. Tibetaanse moeders zingen veel. Ik sta heel erg achter zingen! M’n moeder heeft het uuuuuren met ons gedaan vroeger en het is goed voor je hele cognitieve ontwikkeling. Maar hier zingen ze wel heel anders dan bij ons 🙂 Tibetaans gezang is heel hard en vals. Maar ook de Engelse liedjes die ze proberen te zingen. Fonemisch want ze hebben geen idee wat ze zingen. Het alfabet is het grappigst 🙂 en dan kei hard fout. Ik probeer eroverheen te schreeuwen met het juiste alfabet maar zal moeten accepteren dat de babies het verkeerde alfabet aangeleerd krijgen vrees ik 🙂

2. De kinderen dragen tenminste drie lagen kleding en een winterjas en muts. En sommigen zelfs een skipakje, vooral de baby’s. Overdreven, denk ik op dag 1.
Heel slim, denk ik op dag 2 als ik zelf niet meer op lijk te warmen na een regenbui. Geen centrale verwarming. Het nadeel hiervan is dat de kids motorisch mega-beperkt zijn. Tsja, leer maar eens om te rollen als al het wol in die drie lagen geen mogelijkheid laat om dat te doen.

3. Veel Tibetaanse babies zijn kaalgeschoren. En op dag 1 denk ik nog dat dat de jongens zijn. Totdat ik hun luier verschoon. Huh? Dit is geen piemel. En dus geen jongetje! Ik ben verbaasd. Ze scheren blijkbaar de haren op een bepaalde leeftijd voor langere tijd af, omdat de haargroei dan gestimuleerd wordt en er dikkere haren terugkomen. En een volle bos haar is mooi en belangrijk, vandaar het kaalscheren. Valt niet te ontkennen dat dat stiekem best heel slim is 🙂

4. Sommige kids hebben een zwarte stip op voorhoofd, neus of wang. Dit is niets hindoeïstisch maar een Tibetaans gebruik ter bescherming tegen, tsja, wat eigenlijk? Daarnaast dragen ze een minitasje om hun schouder met een verzameling geluksbrengers, zoals bv een foto van de Dalai lama.

5. Belonen staat nog niet in het Tibetaans woordenboek (in tegenstelling tot straffen) dus ik doe hard m’n best om dat er in te krijgen. Ik roep zo wat de hele dag “Pu Yak Po!” bij alles wat ze goed doen en bij de kleintjes die veel huilen probeer ik zoveel mogelijk op mijn Nederlands-pedagogisch-verantwoorde manier te doen. Probeer het soms ook uit te leggen aan m’n Tibetaanse collega’s. Geen idee of het zin heeft en of ze dit ook gaan doen. Maar het voelt goed dat ik hiermee in ieder geval voorkom dat ze een tik krijgen als ze de hele ochtend huilen. Daarnaast denk ik niet dat er ooit een volunteer zo hard z’n best heeft gedaan om kinderen sorry te laten zeggen tegen elkaar. Op z’n Tibetaans, want dat is vele malen leuker dan hoe wij het doen. Handjes tegen elkaar in gebedshouding, een buiging maken met de voorhoofden tegen elkaar en “gonda” zeggen. Goedzo. Pu yak po.

Het mooiste moment van de dag is het slapen gaan. Niet omdat ik dan van het gekrijs af ben, maar omdat het HEEL bijzonder is om die kleintjes op een lange rij matrasjes te leggen, in te stoppen en in slaap te wiegen. De babies krijgen de persoonlijke hou-vast-wieg-en-sla-op-de-buik-aanpak en de peuters krijgen de lig-stil-slabber-over-ogen-en-sla-op-het-hoofd-aanpak. Ik moet er even aan wennen maar het werkt. En binnen hooguit 10 minuten slapen ze allemaal. Ik smelt als ik dit doe. Er gaat niets boven een huilend kindje laten ontspannen in je armen en in slaap zien vallen. En het is ook wel even fijn en relaxed, even stilte, nadat je krampachtig 6 babies tegelijkertijd hebt proberen te voeden (rijstepap met groenten). Ik zeg het je, deze nieuwe skills gaan ooit goed van pas komen!

Jullie snappen wel dat ik de grootste moeite heb om mijn liefjes na 3 weken gedag te zeggen. Ik wil ze gewoon niet loslaten. Het is dan ook het grootste cadeau ooit dat ik mijn Tibetaanse collega’s op de laatste dag mag trainen zoals ik PM’ers in Nederland train en coach. Met een powerpoint met veel foto’s laat ik zien hoe het net even anders kan en met concrete voorbeelden van de afgelopen weken lijken de dames ook te snappen wat ik bedoel. Laten huilen is niet goed. Straffen ook niet. En die drie winterjassen over elkaar ook niet 🙂 het voelt heel fijn om ze te mogen helpen richting de volgende stap van kwaliteit. Een luxe. Want we hebben het hier wel over een gratis kinderdagverblijf voor gevluchte Tibetaanse families. En dan heeft een goede cognitieve en motorische ontwikkeling niet altijd evenveel prioriteit. Maar ze wíllen graag leren en ik heb er alle vertrouwen in dat ze dat ook doen.

Ik laat m’n babies los. In de hoop dat ik ooit nog terug mag komen voor nog meer moois. Wat een ervaring was dit. Zeker weten m’n beste in India tot nu toe.