HUMANS OF INDIA

“My name is Ashwani. I am disabled: only physically. I am spastic which makes it hard to talk and people think I am stupid. I am not. I sell apples on the street, everyday, and with that money I can take care of myself and my family. My parents are too old to work. I want to make them happy. My brother is also abnormal, but way worse than I am. It’s in his brain too and he always feels sick. So I am taking care of them all. I’d be pleased if you could buy my apples. And even if you don’t, I will greet you happily every time you pass me by.”

Advertisements

Op de boterthee bij…

… m’n favoriete Tibetaanse babietje Nyima Samdup 

Het Indiase bussensysteem heeft me een extra dag in Dharmsala cadeau gedaan. Op deze laatste dag ben ik ineens vrij en kan ik doen wat ik wil. Het Rogpa Baby Care Center waar ik de afgelopen drie weken gewerkt heb is dicht, dus ik kom de hele dag babies tegen op straat. Wat een mazzel, kan ik toch nog even met ze spelen, kletsen en knuffelen. Én ik kan op bezoek bij m’n favorietje. Zijn ouders hebben een kraampje op de markt en ik durf te wedden dat hij daar ook is vandaag.

Nyima komt me al van ver tegemoet. Op de een of andere manier heeft de hele Tibetaanse community meegekregen dat Nyima m’n liefste is hier. Tante komt met hem aangelopen en geeft hem meteen aan me over. Niet dat Nyima dat wil, Nyima wil altijd bij papa zijn namelijk. Ik breng hem naar hem toe en word ook door papa onthaald met een enorme glimlach, een buiging en “tasih delek”. Ik doe hetzelfde maar nog veel enthousiaster natuurlijk haha.

Bij m’n vorige bezoek heb ik veel gekocht in de kraam van papa, simpelweg omdat dit gezinnetje me raakt. Nyima, 11 maanden oud, kwam voor het eerst op t BCC op mijn eerste dag. Hij kon alleen maar huilen. De Tibetaanse harde aanpak op dag 1 werkte averechts, Nyima huilde alleen maar harder, de Frans Canadese aanpak van m’n collega op dag 2 werkte ook niet (en die kon ik al helemaal niet aanzien) dus vanaf dag 3 greep ik m’n kans en was Nyima van mij. Geduld en liefde, nabijheid en knuffels. Het was een cadeautje om te mogen doen en na een paar dagen werkte het. Nyima en ik raakten beiden gewend op t BCC en ik daarnaast gehecht aan hem. En bovendien, ik zag hoe ontzettend liefdevol papa met hem speelde als hij ‘s ochtends bracht en hoe moeilijk ouders het vonden om hem krijsend achter te laten op t BCC als ze vertrokken. Ik wilde steeds zeggen: “Komt goed, over 5 minuten heb ik hem stil en hij vindt het steeds fijner hier!”, maar ja, doe dat maar eens in je beste baby-Tibetaans.. Goed, voor mij genoeg reden om dit gezinnetje in m’n hart te sluiten en ze te willen helpen.

Terug naar de kraam van papa en mama op de markt en de eerste keer dat ik er was twee weken geleden. Ze verkopen net als heel veel andere Tibetanen sieraden om rond te kunnen komen. Maar hun kraam stelt eigenlijk te weinig voor om er enigszins goed geld mee te verdienen, zeker als je het vergelijkt met de andere kramen. Ze hebben gewoon net niet de mooie sieraden en veel van de dingen zijn kapot. Ik koop zoveel ik kan en als papa geld wil teruggeven kijk ik hem aan en zeg ik dat het voor hem is. So, over een dankbare blik gesproken. Of ik alsjeblieft nog even chai-thee wil drinken. Ik en m’n parasiet kunnen de chai nog niet aan maar ik beloof dat ik terug kom.

En dat doe ik vandaag dus. Ik krijg eerst chai bij de kraam en laad nog een dosis armbandjes in. Ik klets wat met de familie en een van de neven kan wat vertalen. Moeder, ze is net zoals ik 29 jaar, is in 2011 uit Tibet gekomen, vader al eerder. Ze hebben elkaar hier ontmoet en zijn verliefd geworden. Ik snap dat wel, ik ben verliefd op zowel vader als moeder als kind. Wat een schatjes.

Als ik m’n chai op heb, nodigt moeder me uit om met haar en Nyima naar hen thuis te gaan. Ik wil wel! Ben megabenieuwd hoe ze wonen. Nyima gaat in de draagzak, z’n favoriete plek, dan kan hij namelijk lekker alles overzien en is hij veilig bij mama. Onderweg naar huis kijkt hij dolblij rond en raakt hij alles aan waar hij bij kan. Ondertussen kletst en zingt hij. Nyima is op z’n best zo. We lopen door de tempel, draaien alledrie aan de gebedsrollen voor wat extra ‘good luck’. Kleine straatjes, paadjes, binnentuintjes waar in godsnaam gaan we heen?

Een gebouwtje met heel veel kamers en gezinnetjes. Mijn familietje woont in een kamer van hooguit 9m2. Midden in de kamer staan twee 1-persoons bedden, want een 2-persoons bed zou niet passen. Gezellig zeg 😦 Nima slaapt ook in bed bij papa of mama. Laten we het over de veiligheid maar niet hebben. De schrammen op zijn gezicht zijn vanochtend ontstaan toen hij uit bed viel, tegen de tafel aan. In de hoek van het kamertje staat een minikeukentje. Op de hoek van het bed ligt een enorme stapel dekens.
Want ja, net zoals in de rest van Dharmsala is hier ook geen verwarming of vuur te bekennen. Aan de muur hangt onwijs veel Tibetaanse kunst: zou dit houvast zijn om toch iets van je herkomst en cultuur vast te kunnen houden als je uit je eigen land gevlucht bent? Ik krijg dan ook boterthee, thee met melk en boter. Dat klinkt precies zoals het smaakt: raar en romig. Daar hoef je niet perse een hele mok van, ik zeg het je 🙂
In de kamer staat ook een koelkast die niet meer sluit en het dus ook maar half doet. En gatverdamme, half bevroren vlees voor de buurman en bloed op de bodem. Er is nou eenmaa geen (geld voor) speelgoed, Nyima speelt dus met alles wat hij tegenkomt en stopt alles in z’n mond. Het slot van de deur, mijn slippers, rijst wat op de vloer is achtergebleven, spullen van mama en zelfs stukjes van het halfbevroren vlees uit de koelkast. Alleen bij m’n slippers en bij t vlees zegt mama er wat van. Hij speelt met het bloed op de bodem van de koelkast en stopt later zelfs een kraal van een ketting in z’n mond waar hij ieder moment in kan stikken. Je kunt je voorstellen dat ik het lastig vind om dit aan te zien, maar tegelijkertijd weet ik ook dat ik hier niks aan kan veranderen.

Mama vraagt me of ik haar foto’s wil zien? Euh ja, heb je die dan? Haar tablet komt tevoorschijn! Het is een goedkope maar toch, ik ben blij dat ze foto’s kan maken van Nyima en in contact kan zijn met de wereld die groter is dan alleen Dharmsala. Ze laat me alle foto’s zien de ze heeft, vertelt wie het zijn en soms ook wie ze naar haar gestuurd heeft. Bij iedere foto van Tibet, gestuurd door haar familie via “we chat” zegt ze: “this is my home country”. Iedere keer weer. Ze blijft lang hangen bij die foto’s. Als ik vraag of ze denkt dat ze ooit terug gaat antwoordt ze: “no, can not, I don’t have Passport”. Ik slik iets weg. Dit is erg. 29 jaar. Net zoals ik. Maar zo’n ander leven. De verschillen en ongelijkheid worden weer eens pijnlijk duidelijk.

Als Nyima even later na mama’s melk in slaap valt en mama hem precies zo instopt als ik geleerd heb op t BCC, is het tijd om te gaan. “Next time you come in Dharmsala you come to my house okay, you know way now!” Haha geen idee hoe ik de weg ooit terug moet vinden maar ja, dolgraag! Ik aai m’n liefste babietje gedag en knuffel moeder, heel ongemakkelijk want natuurlijk veel te westers van me. Maar t maakt niet uit. Het is goed zo. Dag liefste baby. Hopelijk tot snel.

   

         

Tibetaanse babies

Het Rogpa Baby Care Center

Veertig slabbetjes, veertig paar spleetoogjes en veertig veel te dikke winterjassen. Welkom op het Rogpa Baby Centrum.

Dharmsala is my place to be. Dat voel ik direct als ik er na de slopende reis door Rajasthan en Punjab aankom. Hier moet ik blijven. Dit is het dorp van de Dalai Lama. Hier wonen duizenden gevluchte Tibetanen. Dit kun je geen India meer noemen, dit is Tibet maar dan warmer. Na twee dagen bijkomen voel ik dat ik wat moet doen hier. Deze mensen zijn zo bijzonder, zo lief. En arm. En ergens voel ik ook een flinke dosis medelijden. Je zult maar uit je eigen land moeten vluchten omdat je er niet voor je eigen geloof mag bidden. Je cultuur niet mag bestaan. En je onveilig bent. Het is een triest kutverhaal. Ik wil wat doen.

En zo klop ik op een middag dus aan bij Khalsang, de manager van het Baby Care Centre, met de vraag of ik iets kan doen. Jazeker, mits je drie weken wilt blijven. En je bereid bent om 40 snotneusjes en poepbilletjes schoon te vegen. Ja hoor, dat wil ik best!

En dus begin ik de volgende dag aan mijn Tibetaans baby-avontuur.

En een avontuur is het, om als Westerse kinderpsychologe in de Tibetaanse manier van verzorgen te duiken. Het is, laten we zeggen, anders dan wat ik gewend ben 🙂 de vijf dingen die je niet verwacht op een kinderdagverblijf:

1. Tibetaanse moeders zingen veel. Ik sta heel erg achter zingen! M’n moeder heeft het uuuuuren met ons gedaan vroeger en het is goed voor je hele cognitieve ontwikkeling. Maar hier zingen ze wel heel anders dan bij ons 🙂 Tibetaans gezang is heel hard en vals. Maar ook de Engelse liedjes die ze proberen te zingen. Fonemisch want ze hebben geen idee wat ze zingen. Het alfabet is het grappigst 🙂 en dan kei hard fout. Ik probeer eroverheen te schreeuwen met het juiste alfabet maar zal moeten accepteren dat de babies het verkeerde alfabet aangeleerd krijgen vrees ik 🙂

2. De kinderen dragen tenminste drie lagen kleding en een winterjas en muts. En sommigen zelfs een skipakje, vooral de baby’s. Overdreven, denk ik op dag 1.
Heel slim, denk ik op dag 2 als ik zelf niet meer op lijk te warmen na een regenbui. Geen centrale verwarming. Het nadeel hiervan is dat de kids motorisch mega-beperkt zijn. Tsja, leer maar eens om te rollen als al het wol in die drie lagen geen mogelijkheid laat om dat te doen.

3. Veel Tibetaanse babies zijn kaalgeschoren. En op dag 1 denk ik nog dat dat de jongens zijn. Totdat ik hun luier verschoon. Huh? Dit is geen piemel. En dus geen jongetje! Ik ben verbaasd. Ze scheren blijkbaar de haren op een bepaalde leeftijd voor langere tijd af, omdat de haargroei dan gestimuleerd wordt en er dikkere haren terugkomen. En een volle bos haar is mooi en belangrijk, vandaar het kaalscheren. Valt niet te ontkennen dat dat stiekem best heel slim is 🙂

4. Sommige kids hebben een zwarte stip op voorhoofd, neus of wang. Dit is niets hindoeïstisch maar een Tibetaans gebruik ter bescherming tegen, tsja, wat eigenlijk? Daarnaast dragen ze een minitasje om hun schouder met een verzameling geluksbrengers, zoals bv een foto van de Dalai lama.

5. Belonen staat nog niet in het Tibetaans woordenboek (in tegenstelling tot straffen) dus ik doe hard m’n best om dat er in te krijgen. Ik roep zo wat de hele dag “Pu Yak Po!” bij alles wat ze goed doen en bij de kleintjes die veel huilen probeer ik zoveel mogelijk op mijn Nederlands-pedagogisch-verantwoorde manier te doen. Probeer het soms ook uit te leggen aan m’n Tibetaanse collega’s. Geen idee of het zin heeft en of ze dit ook gaan doen. Maar het voelt goed dat ik hiermee in ieder geval voorkom dat ze een tik krijgen als ze de hele ochtend huilen. Daarnaast denk ik niet dat er ooit een volunteer zo hard z’n best heeft gedaan om kinderen sorry te laten zeggen tegen elkaar. Op z’n Tibetaans, want dat is vele malen leuker dan hoe wij het doen. Handjes tegen elkaar in gebedshouding, een buiging maken met de voorhoofden tegen elkaar en “gonda” zeggen. Goedzo. Pu yak po.

Het mooiste moment van de dag is het slapen gaan. Niet omdat ik dan van het gekrijs af ben, maar omdat het HEEL bijzonder is om die kleintjes op een lange rij matrasjes te leggen, in te stoppen en in slaap te wiegen. De babies krijgen de persoonlijke hou-vast-wieg-en-sla-op-de-buik-aanpak en de peuters krijgen de lig-stil-slabber-over-ogen-en-sla-op-het-hoofd-aanpak. Ik moet er even aan wennen maar het werkt. En binnen hooguit 10 minuten slapen ze allemaal. Ik smelt als ik dit doe. Er gaat niets boven een huilend kindje laten ontspannen in je armen en in slaap zien vallen. En het is ook wel even fijn en relaxed, even stilte, nadat je krampachtig 6 babies tegelijkertijd hebt proberen te voeden (rijstepap met groenten). Ik zeg het je, deze nieuwe skills gaan ooit goed van pas komen!

Jullie snappen wel dat ik de grootste moeite heb om mijn liefjes na 3 weken gedag te zeggen. Ik wil ze gewoon niet loslaten. Het is dan ook het grootste cadeau ooit dat ik mijn Tibetaanse collega’s op de laatste dag mag trainen zoals ik PM’ers in Nederland train en coach. Met een powerpoint met veel foto’s laat ik zien hoe het net even anders kan en met concrete voorbeelden van de afgelopen weken lijken de dames ook te snappen wat ik bedoel. Laten huilen is niet goed. Straffen ook niet. En die drie winterjassen over elkaar ook niet 🙂 het voelt heel fijn om ze te mogen helpen richting de volgende stap van kwaliteit. Een luxe. Want we hebben het hier wel over een gratis kinderdagverblijf voor gevluchte Tibetaanse families. En dan heeft een goede cognitieve en motorische ontwikkeling niet altijd evenveel prioriteit. Maar ze wíllen graag leren en ik heb er alle vertrouwen in dat ze dat ook doen.

Ik laat m’n babies los. In de hoop dat ik ooit nog terug mag komen voor nog meer moois. Wat een ervaring was dit. Zeker weten m’n beste in India tot nu toe.

 

 

 

 

Het land van de tulband

Deshnok:

Tick it off the bucketlist!

Na de heerlijke ervaringen in de woestijn van Jaisalmer wordt het tijd voor het laatste deel van de tocht in deze provincie. Ik heb nog één plek op mijn lijstje staan, dat er al op staat sinds ik Chris Zegers er jaren geleden een bezoek aan zag brengen. Met name omdat ik toch een bijzondere band heb met de bewoners van de tempel waar ik het over heb: kleine snelle bruine wezentjes, mijn favoriete diertjes; de rat. Ja, het zal wel raar wezen, want wie wil er nou dolgraag naar een tempel vol ratten, maar lees m’n andere blog maar om te begrijpen dat de rat en ik een mooie geschiedenis hebben. Goed, korte versie: we zijn off the beaten track en dus moeten we eerst een uur zoeken naar de bus, dan langs de koe met 5 poten met heel veel geld ernaast (want ja als je misvormd bent, ben je heilig) totdat we enkele uren later op onze blote voeten tussen de ratten staan! Hoera! I made it! Toegegeven, ik vind het wel een beetje eng in het begin want ze zijn met heul veul, zeker een paar duizend en ze zijn overal en schieten dus ook vanuit nowhere ineens voor je voeten langs. Maar des te langer ik er ben, des te relaxter ik word en des te beter ik kan genieten van dit spektakel. De hindoes om ons heen hebben gelukkig ook meer oog voor de ratten dan voor ons. Ze zoeken naar de witte rat, want die brengt geluk. Dat is namelijk de reïncarnatie van ehm zoek dat verhaal maar op als je het wilt weten. Ik heb niet meer geluk nodig, ik ben als een kind in de snoepwinkel met m’n favorietjes om me heen. Prachtige ervaring, again. En Jezus, India je bent echt niet goed wijs. Wederom.

Bikaner:

De enige reden dat we hier zijn is de Rattentempel, dus in de overige tijd die ons rest in de laatste stad van deze onaardige provincie mag ik nog een laatste keer oefenen in being incredibly bitchy. Niet aankijken, naar de grond kijken, negeren, niet reageren, doen alsof ze niet bestaan: kortom, de voor mij zwaar onbeschofte aanpak maar voor de meisjes hier bloednormaal. Heel moeilijk echter voor een Nederlands meisje dat op reis gaat om contact te maken. Bovendien zie ik niks meer van al het moois om me heen omdat ik alleen nog maar naar de grond staar. Ik heb inmiddels door hoe het werkt, maar hier houdt het plezier van reizen wel ongeveer op. Na weer flink uitgedaagd en uitgelachen te zijn door groepen jongens en hatelijke middelvingers in m’n gezicht gekregen te hebben is het tijd om het 120 jaar oude prachtige Laxmi paleis (verbouwd tot hotel) in te duiken om even een middagbreak te nemen van deze hectiek. Vooral omdat onze bus deze stad uit stuk is en dus niet reed gisteren. Een extra dag en nacht overleven dus. Vanavond rijdt ie hopelijk wel maar dat zien we dan pas. Zo gaat dat gewoon.
Als ik in het paleis een rondje loop om de jacht-veroveringen van de Raj-familie te zien (lees opgezette tijgers, paarden, leeuwen, herten etc, ook weer zo bizar), loop ik een mannelijke schoonmaker tegen het lijf die het stoepje veegt. Als hij mij ziet, slaat hij direct zijn ogen neer. Auw. Dat hoeft echt niet. Ik weet niet of het het leven buiten de muren, binnen deze muren of de opgezette dieren zijn die de tranen over mijn wangen veroorzaken. Als we allemaal gelijk zijn, waarom voel ik me dan zo
rot hier? Hoe groot kan het contrast ook zijn: buiten de muren het gevoel krijgen dat je niks bent en hier in het paleis het gevoel krijgen dat je alles bent. Ik denk dat ik m’n portie Rajasthan wel gehad heb. Het doet me dan ook heel goed om de middag door te brengen aan het zwembad, helemaal alleen, met een Skype met bestie Judith die me volledig begrijpt en vaststelt dat het nogal logisch is dat ik moe ben: als je je de hele dag volledig tegenovergesteld van wie je bent moet gedragen, dan kost dat kruim. Haar woorden, de zon en het alleen zijn laden me weer op en een paar uur later ben ik klaar voor de busreis deze provincie uit. We kruipen in ons bedje bovenin de bus, bekleed met een heel harig tapijtje vól met zand. Dat wordt zandhappen vannacht. But I dont care. Ik haal diep adem als we de provincie Rajasthan uitrijden en hoop op iets beters als ik morgen wakker word.

Amritsar:

En dat krijg ik! We zijn in Punjab, de staat van de vriendelijke Sikhs (de tulbanden), m’n kleine broertje Suki waar ik af en aan mee reis én The Golden Tempel. En holy holy holy holy fuck die is mooi. Dit is niet meer normaal! Dit is officieel de fijnste meest indrukwekkende tempel die ik ooit heb gezien. Én waar ik ooit heb geslapen. Dit is echt weer zon ervaring uit duizenden die India zó de moeite waard maakt waardoor ik het geluk niet van m’n gezicht af krijg. De zonsopkomst hier zien, je ronde doen om de gouden tempel heen die in heilig water ligt (echt goud en zo zo zo mooi!!!), glimlachen naar de Sikhs die ons lief aankijken, handjes geven aan de superbeleefde kindjes, heerlijk eten ontvangen (tegelijk met een zaal vol gelovigen) in de tempel en zelfs even de grootste keuken ooit zien. Dit zijn potten en pannen zoals je ze alleen van tekenfilms kent, op een vuurtje met een mannetje op een krukje die er met een enorme lepel in roert. Duizenden mensen komen hier iedere dag bidden, eten en slapen. Gratis. En wij delen onze slaapplaats met enkele duizenden Sikhs die hier ook slapen. Dit is me een partijtje bijzonder! De westerlingen hebben een eigen ruimte, we liggen met 30 backpackers op een zaal, op veldbedden naast elkaar. Ik word er blij van. De Indiërs liggen verspreid over kamers, de binnenplaats en de gangen, meestal gewoon op een kleedje. Het is hier echt propvol maar iedereen geeft elkaar op een of andere onmogelijke manier de ruimte waardoor het toch ruimtelijk voelt ofzo. Heel fijn. En ik heb echt iets met Indiërs die wakker worden geloof ik. De dames zichzelf wassend en douchend in de gedeelde ruimtes (naakt is geen probleem for us sisters en dan wordt er ook opeens niet meer gestaard), samen haren kammen, Sari’s omknopen, sommigen make-up-end. Jong, oud, dik, dun, rijk, arm, gekleurd en blank. We are all one again! De mannen doen ook weer normaal, godzijdank 🙂 We zijn duidelijk in een ander deel van India. Ik kan hier zelf alleen over straat en maak er gretig gebruik van. Het is zo goed en zo fijn om het weer alleen te kunnen en mogen doen en ik ben zo blij en dankbaar. Oh ja en een Mac Flurry eten bij de enige volledige vegetarische Mac Donalds ter wereld helpt natuurlijk ook 😉 want hier in Punjab wordt geen alcohol geschonken en geen vlees of vis gegeten. Punjabis zijn overigens de koningen van de keuken, het eten hier is abnormaal smaakvol. Zelfs het eten in de tempel dus, wat met een uniek en fenomenaal systeem opgediend wordt voor de duizenden mensen die hier op de grond aanschuiven. Ik kijk mijn ogen uit en koester tegelijkertijd m’n smaakpapillen. Een hemelse plek. You have got to love the Sikhs!

Pakistan:

Via andere backpackers hoor ik dat er bij zonsondergang een ceremonie te zien is op de grensovergang met Pakistan. Huh, kun je daar komen dan? India en Pakistan staan nou niet bepaald bekend als beste vrienden en bovendien mogen wij Westerlingen Pakistan niet eens in, dus dit klinkt als een spannend en onveilig avontuur. De riksja-bestuurder verzekert me dat het veilig is en dat er dagelijks honderden mensen komen kijken naar het ritueel. Wel je paspoort meenemen, waarschuwt ie me. Oke I am in! Ik zeg het je, niet honderden maar duizenden Indiërs vergezellen ons wanneer we (na immense controles en fouillages overigens) op de grens staan. En ik heb nog nooit zoiets gezien. Het hek gaat open, en de grens dus ook. Indiase grensofficieren in traditionele outfits die een soort van machtsvertoon-dans doen tegen de Pakistanen aan de andere kant die precies hetzelfde doen. En een tribune aan de Pakistaanse en aan onze kant. En duizenden Indiërs die heel heel heel hard roepen. Ik dacht dat de Amerikanen patriottistisch waren maar de Indiërs winnen dit dik. Opvallend is dat aan de Pakistaanse kant slechts een handjevol Pakistanen bij de ceremonie aanwezig is. En dat de mannen en vrouwen daar strikt van elkaar gescheiden zijn. En ik de vrouwen niks hoor roepen. Op zich niet gek gezien de grootte en cultuur van hun land maar het maakt de verschillen maar weer eens duidelijk. Ik ben onder de indruk. Ook van de tientallen vet-stoere scherpschutters overigens en ja dit keer voel ik me gevleid als ze naar me lachen, een knipoog van een sniper kan ik wel aan 😉

Een nieuwe bus?!

We vervolgen onze weg richting de bergen en de kou. Ik loop nog steeds op slippers en wéiger die na 3 maanden ketenloos trippelen uit te doen. De eerste bus is een echte Pun-bus (Punjab bus) met afbeeldingen van Sikh-goeroes. Lekker kitsch, vrolijk en vol. Een klein meisje voor ons geeft over door het raam en ik kan ons raam maar net op tijd dichtdoen om haar overgeefsel te ontwijken. Ik ben soms echt onder de indruk van hoe Indiërs met de lasten van het leven omgaan. Waar ik vroeger mezelf heel zielig had gevonden en er een drama van had gemaakt, kijkt dit meisje na een paar keer spugen alweer om om lief naar me te glimlachen. I guess she is allright. In Pathankot moeten we wisselen van bus om verder richting our friend de Dalai Lama te reizen. We vragen rond, ik doe weer een glimlachje met de verkopers en chauffeurs en ze wijzen ons de bus. Rich en ik kijken elkaar immens verbaasd aan: huh? Zijn we India uit ofzo? Een gloedje-nieuwe bus, mét deuren en zelfs met het plastic nog over de stoelen (alhoewel dat niks zegt trouwens, dat laten ze er hier decennia lang om zitten ter bescherming van het meubilair). Dit zou een Nederlandse bus kunnen zijn. Dit is zelfs beter dan de 150 naar Reusel. Ik voel me bijna schuldig als ik m’n verstofte gele backpack de bus in til, want “straks wordt dus bus nog vies”. En ja, hij rijdt ook nog eens als een bus bij ons: smooth en gedempt. Wat een cadeautje. Zéker als we even later INEENS achter het stof van de huizen een ENORME bergtop zien. Inclusief sneeuw. De Himalaya!!!

          

De spirituele supermarkt #3

De Spirituele Supermarkt #3: 10-day-silent-Vipassana *gaap*

“Dag 1: Welke DEBIEL kwam er op het idee om 10 dagen lang, 240 uur in stilte en 100 uur mediterend door te brengen op een kussen, op een plek waar het 35 graden is, 80-duizend muggen om je oren suizen en de Indiase vrouwen boerend en keel schrapend naast je zitten?!?”

Ik ga het doen. Het is zo ver. Na het idee jaren te hebben herkauwd (“zal ik, zal ik niet, nee nog niet, ik kan nog niet lang genoeg zitten, nee ik durf niet, nee, nee, nee is het nu eindelijk ja”), naar “Ja, ik ben zover”. Ik ga het doen. Een Vipassana 10-day-course. Ja, het zal vast zwaar of moeilijk of vervelend zijn, maar mij krijgen ze er niet meer onder. Ik kan dit. Ik wil dit en ik kan dit. Ik wil de vraag beantwoorden: wat doet het met mij als ik 10 dagen in stilte doorbreng, mediteren van 4.30 ’s ochtends tot 21.00u ’s avonds, op enkel ontbijt (7u) en lunch (11u), levend als een non in een klooster met 60 andere vrouwen. Wat zal het met me doen?

DAG 0:
Ik word wakker in m’n guesthouse. 6u ’s ochtends. Kapotmoe maar ik moet alvast richting die 4u ’s ochtends wennen want anders wordt het alleen maar moelijker. Voor het eerst in maanden voel ik iets van stress in m’n lijf. Omdat ik weet wat ik vandaag ga doen. Ik moet er zelfs van poepen. Terwijl ik geniet van mijn laatste normale ontbijt, schrijf ik braaf m’n dagelijkse ‘Morning Pages’: “Ik voel me als een peuter die vandaag 4 jaar oud wordt en voor het eerst naar school mag. Geen idee wat me gaat overkomen. Nerveus en opgewonden. Maar ook een beetje bang.”
Ik neem 3 bussen en een riksja en kom dan om 2u aan bij het Dhamma Setu centrum in Chennai. Een prachtig centrum midden in de natuur. Ik zie een rij prachtige bomen, grote kleurrijke vlinders, chipmunks en af en toe een verdwaalde koe. Inchecken tussen 1 en 4. Omdat ik geen idee heb of ik al m’n spullen meteen in moet leveren en nog te eten krijg, eet ik alles wat er nog in m’n obesi-tasje zit op. Lees: ik prop mezelf heulemaal vol. Ik weet niet of ik nog mag praten dus check in stilte in. Ik ontmoet 2 Amerikaanse meiden en 1 Spaanse, Sandra. Met Sandra wissel ik 3 zinnen en ik voel genoeg: wij hebben een lijntje. Ik ontmoet ook m’n kamergenote Gerry, Indiase ouders maar geboren in New York. We hebben allemaal geen idee wat ons te wachten staat. Om 19u plukt Gerry me uit de douche omdat we blijkbaar gaan beginnen. De regels (sila: de fundering van het geheel) worden in zeer (lees: zeeeeeer) beperkt en onbegrijpelijk Engels uitgelegd, maar ik heb ze vooraf gelukkig gelezen:
1. Niet doden (ook geen muggen dus)
2. Niet stelen
3. Geen seksuele activiteiten
4. Niet liegen
5. Geen alcohol of drugs
En verder: absolute stilte (GEEN communicatie, ook niet non-verbaal, geen oogcontact), geen enkele vorm van expressie (niet schrijven!!!), geen fysiek contact, geen yoga of fysieke activiteiten, geen religieuze rituelen, degelijke kleding (alles bedekt), geen entertainment (muziek, lezen), geen camera’s, geen lichamelijke decoraties en het continu volgen van het dodelijke rooster (4.30-21.00u). Er wordt sterk benadrukt dat je NU dient te vertrekken als je je hier niet aan kunt houden. En ook als je denkt dat je het niet 10 dagen volhoudt: “Then please leave now!”. Iedereen blijft zitten. De mannen en vrouwen worden voor 10 dagen van elkaar gescheiden en leven op een verschillend terrein, van elkaar afgeschermd met een not-see-through hek. Ja, want stel je voor dat je een man tegenkomt he, dan heb je de poppen aan het dansen blijkbaar. We krijgen onze meditatie-zitplek toegewezen in de Dhamma-hal, de ruimte waar we mediteren. Ik slik. Het is een dun kussen en weet niet of ik hier 100u rechtop cross-legged op kan zitten. Maar ik kan niet meer terug. We zijn begonnen.

DAG 1:
VERSLAPEN! Wtf. Het ontbijt is al bijna voorbij als Gerry en ik naar de eetzaal hollen. NIET RENNEN! Dat mag niet want dat is exercise! We hebben de ochtendbel om 4u vanmorgen blijkbaar niet gehoord. Ik voel me schuldig. Dag 1 en ik heb al 3u van het verplichte programma gemist. Ontbijt is een soort bulgar met zure saus. Simpel maar fine. Ik neem 2 borden ontbijt. You know, just in case. Lunch is rijst met saus met 3 kikkererwten. Ik neem 2 borden lunch. You know, just in case.
PETS. In “de Dhamma hal” slaat mijn Indiase buurvrouw een mug kapot op haar arm. Ze kijkt triomfantelijk rond. Die heeft regel 1 (niet doden) alvast overschreden. Ik kijk uit naar snack-time om 17u, hongerig. Het is gepofte rijst, een mini-banaan en warme melk of thee. Wow dat valt alleszins mee. Ik drink 3 bekers melk. You know, just in case. Alle deelnemers die dit al een keer eerder hebben gedaan (oud-deelnemers), krijgen geen snack, alleen water met citroen. Dat zou ik NOOIT trekken.
Ik heb het lastig tijdens de meditaties. Om 2 redenen. 1: Ik heb een rijtje onderwerpen in mijn hoofd dat de héle tijd terug komt. Het grootste gedeelte van de tijd ben ik verhalen en blogs en artikelen aan het schrijven in mijn hoofd. Ik kan er niet mee stoppen en het is rete-irritant. Steeds op zoek naar woorden hoe ik dingen het beste kan beschrijven en steeds bezig om het zo goed mogelijk te onthouden (wat natuurlijk nooit lukt). Daarnaast ben ik aan het bedenken wat voor tatoeage ik wil en waar, wie ik allemaal nog moet mailen en sms’en als de course afgelopen is en wat Pieter allemaal voor me mee moet nemen uit NL over 6 weken. (En deze 4 topics zullen zich de komende 10 dagen overigens CONTINU herhalen in mijn hoofd). En reden 2: Ik heb jeuk sinds gisterenavond, over mijn bovenlijf, front and back. Het is een allergische reactie, ik herken hem van eerdere trips. Maar ik heb niks bij me om me mee in te smeren. De koude douches helpen maar kort. Ik begin langzaam te sterven als de avond zijn intrede doet.
Er komt iets van verlichting om 18u. We ontmoeten onze teacher: S.N. Goenka. Via een VCR videoband, gedateerd uit 1991, vertelt hij ons krakerig maar heel kalm als eerste “Day 1 is over”. Ik voel me heel gelukkig. Hij weet precies te vertellen wat ik vandaag ervaren heb (worsteling, saaiheid, wat doe ik hier eigenlijk?) en dat steunt me ENORM. Goenka is een heel leuke, grappige, charismatische Birmese man die Vipassana naar India heeft gebracht in de jaren ’60. Ik lach hardop om zijn grappen en schrik even van het horen van mijn stem. Goenka zal ons iedere avond een discourse geven op deze manier en ik verheug me er op.

DAG 2:
IK HEB GESTOLEN! Oooh no regel 2 gebroken (niet stelen). Vanochtend zag ik Gerry een crème smeren waar ik de hele nacht van gedroomd heb. Anti-jeuk-crème. Ik heb er de hele ochtend over nagedacht maar als de jeuk na de lunch een hoogtepunt lijkt te bereiken, kan ik me niet meer inhouden. Ik vlucht naar onze kamer, pak de tube en smeer het kleinste beetje crème ooit. Holy fuck de opluchting. Voordat ik verder ga, ik bedenk de hele week allerlei namen en verhalen voor de mensen om me heen, op basis van hoe ze er uit zien of wat ze doen. Maar dat merken jullie vanzelf. Het eten is precies hetzelfde als gisteren. Alleen krijgen de oud-deelnemers een banaan bij hun ontbijt, aangezien wij als nieuwelingen gisteren al een stuk fruit hebben gehad. Ik zie ‘de Russische laatkomer’ (een meisje dat steeds overal als laatste arriveert) een banaan eten. Huh, zij is toch ook nieuw? Ik ben jaloers, want zij eet een banaan en ik niet. Opeens zie ik ‘de depri-diabeet’ (een vrouw met uitgegroeid henna-haar, een intens depressieve blik en een tas met eigen bakjes poeder; vandaar haar naam) zwaar geïrriteerd communiceren met de teacher. Er is geen banaan meer voor haar. Dat komt door de Russische laatkomer! Ik wil me er mee bemoeien, ik wil het oplossen, want ik zie waar het mis is gegaan! Helaas lieve An, jij mag je nergens mee bemoeien. Hoe irritant is dit? De depri-diabeet wordt nog depressiever. Arme vrouw. Maar ja, onderdeel van het non-zijn in deze 10 dagen is ook dat je dankbaar bent voor het eten wat je krijgt… Verder merk ik op dat ik als een ware obsessief-compulsieve-autist mijn spulletjes op m’n kamer in rijtjes aan het zetten ben. Jezus. Harry zal trots op me zijn voor deze opruimerigheid maar damn, dit kan niet goed voor me zijn. Tijdens de middagmeditatie hoor ik mezelf denken: “Ik zou eens cocaïne moeten snuiven. Nee XTC moeten slikken. Ja.” Ik schrik er zelf van. Ik haat drugs en het laatste wat ik wil is het gebruiken. Maar dit is dus wat mijn verveelde geest doet: dingen verzinnen om uit de verveling te komen. Forget it, ik doe hier niet aan mee. Ik laat me toch verdorie niet gek maken door mijn eigen gedachten?!

DAG 3:
Craving van de dag: garlic-cheese-naan (en dit houdt 3 dagen aan, terwijl ik helemaal niet van cheese-naan houdt, maar goed).
De DROMEN die ik heb, jezus. Ze zijn superconcreet, komen allemaal voort uit verdrietige dingen in het verleden en gaan over mensen die ik niet had willen loslaten. Maar laat het maar komen, blijkbaar is het nodig. Het maakt het wakker worden wel leuk, omdat mijn dag begint met een verhaal. Gelukkig komen er vandaag meerdere verhalen (godzijdank!). Onder de deelnemers is een prachtig blond meisje met de zachtste uitstraling die ik ooit gezien heb. Ik noem haar ‘de gebleekte engel’. Ik kan mijn ogen niet van haar afhouden. Alles wat zij doet is engelachtig. En ik ben niet de enige die niet kan stoppen met staren: voor de Indiase dames is zij pas echt een attractie. En vooral voor ‘Oma’. Oma is een heel heel heel oud Indiaas koppig vrouwtje die niet op een kussen wil zitten. En dus, omdat Oma oud is mag ze in een plastic stoel. Wanneer ze niet naar de gebleekte Engel staart, ligt ze te tukken in haar stoel (en ben ik bang dat ze uit de stoel zal vallen) of verlaat ze de ruimte om in haar kamer te gaan snurken. Ze heeft haar eigen kamer gekregen gisteren en ik denk vanwege het geronk. Ik mag Oma wel want ze doet waar ze zin in heeft en heeft duidelijk schijt aan de regels. Tijdens de lunch eet ik opeens met m’n handen. Heel Indiaas van me. Zoals m’n Indiase zussen hier. Waar je mee omgaat word je mee besmet geloof ik? En het geeft meer entertainment, meer sensaties waar ik echt naar snak want JEZUS wat is het hier saai. Ik begin zelfs mijn kleren met de hand te wassen, terwijl ze niet eens vies zijn. Ik wil gewoon wat DOEN. Het hoogtepunt komt tijdens de middag-talk met de teacher. De Westerlingen mogen op bezoek bij de mannelijke teacher aan de mannenkant. Omdat hij wel Engels spreekt (denkt hij zelf). Hij checkt of het lukt met de meditatieoefeningen. Hij praat echter alleen Indiaas Engels. Dat is zwaar vereenvoudigd en met een hard accent. Ik spreek dit na 2 maanden gelukkig ook, want het helpt je enorm bij het voeren van gesprekken. De Amerikaanse ladies hier echter niet. Hij: “So you felt sensations throughout body?” Zij: “Ehh, well, I guess, kinda, sure…” waarop hij vervolgens zwaar geïrriteerd aan iedereen die enigszins Indiaas oogt vraagt: “What is she saying?!”. Maar ja, de Indiase dames snappen dit ook niet. Puur vermaak dit. Ik moet steeds lachen (hard, want de onderdrukking komt los) totdat hij “This is not a place for laughing!” naar mijn oren slingert. Oeps. Ik moet echt m’n best doen om niet van de stoel te vallen, het is zoooo fijn om te lachen! Ik mis dit! Terwijl ik ’s avonds mijn stoepje veeg (ja, dat is OOK belangrijk!) komt een Indiase zus op me af en praat tegen me. Ik schrik. Je mag hier niet praten gek! Ik zeg niks terug. Ik laat me niet verleiden tot het breken van de belangrijkste regel.

DAG 4:
Gekste gedachte van de dag: “Toch jammer dat dat troetelbeertjes-badpak van de Wehkamp uitverkocht was, had dat echt graag willen hebben”. Serieus, ik was 6 jaar oud, hoezo bedenk je je dat nu weer?!
Vandaag is duidelijk zieke-gedachten-dag. Tijdens de after-lunch-break (die ik standaard op bed doorbreng omdat ik ZO kapot ben van dit dodelijke programma) gaan mijn gedachten aan de haal. Ik fantaseer over een hersentumor en hoe ik afscheid zou nemen van iedereen. Ik kan mezelf NIET stoppen, want wat ik ook doe, ik verdwijn steeds diep in mijn eigen zieke hersenspinsels. Ik wil graag bij mijn eigen begrafenis zijn dus, just so you know, jullie moeten het gewoon 2x keer doen en het afscheid graag in een witte kamer met potten verf en witte kleren. Smijten. Keuzemomenten komen in mijn hoofd voorbij: met wie een persoonlijk afscheid, wie hoef ik niet perse meer te zien als ik nog maar een paar dagen zou hebben, Jezus, mijn geest is gek. Ik heb geen keus dan het maar te laten gebeuren. It’s all good. “No craving and no aversion” hoor ik Goenka zeggen, “face reality as it is”. Dat kan ik gelukkig. Er zijn belangrijkere dingen dan mijn gedachten. Oma bijvoorbeeld. Oma is ziek namelijk. En Oma kent geen manieren dus dat geeft entertainment. Tijdens de meditaties rochelt en snuit ze er op los. Ze snuit haar neus meestal in haar sari, maar vandaag in haar vingers, waarmee ze vervolgens langs haar tong gaat en ze dan pas afveegt aan haar shirt. Gatver Oma! Ik zie een van mijn buurvrouwen een boek lezen in de deuropening tijdens de after-snack break. Hallo! Dat mag niet! Als ik dat niet mag, mag jij dat ook niet! Jezus An, niet zo jaloers. Tijdens een meditatie-sessie moet ik ineens huilen. Maar expressie is verboden, niet omdat het slecht is maar omdat je anderen niet af mag leiden. Ik vraag onze vrouwelijke teacher, die tijdens onze 1-op-1-momenten echt de liefste vrouw ooit blijkt te zijn, om advies: “Crying is good! Is purification! Next time you go to your room and cry as loud as you can! And all the best to you, all the best!”, drukt ze me ter afsluiting nog op het hart. Hard huilen, I can do that! Even later zit ik dus lekker een potje te jenken op bed, totdat ik een klop op de deur hoor. Een van de servers (assistenten). Ik word zowat meegesleurd richting de Dhamma hal. Oh no, dit maakt het huilen alleeeen maar erger, dat ik niet kan doen wat ik wil. Snikkend loop ik de ruimte in. Ach, bezorg ik de rest in ieder geval ook wat entertainment vandaag. De server krijgt op haar flikker van m’n vriendin de teacher, omdat ik best op mijn kamer had mogen huilen (denk ik, ik heb namelijk helemaal geen idee wat ze zegt maar ik vul blijkbaar nogal graag in met mijn eigen verhalen). Gelukkig brengt ‘de geobstipeerde-snelwandelaar’ een lach op mijn gezicht. Een ouder klein vrouwtje loopt sinds 2 dagen driedubbel tempo over ons wandelpad (een strook van 50 meter waar we allemaal dagelijks als zombies overheen struinen in de korte pauzes, zoekend naar sensaties en beweging van ons bijna-gestorven-zit-lijf). Ik denk dat ze niet kan poepen en dat ze daarom zo snel loopt. Ik zie haar ’s avonds met een gelukzalige grijns op haar gezicht de Dhamma-hal in lopen en haar duim opsteken naar de teacher. Ze heeft gekakt. Wedden?

DAG 5:
Meest irritante deuntje-in-mijn-hoofd van de dag: het Coen en Sander filelied (tering waarom denk je daaraan op een meditatiekussen aan de andere kant van de planeet).
Als ik wakker word, zie ik een heel wit smoeltje in de spiegel. Je gaat er niet perse beter uitzien van dat mediteren zeg. Vandaag eet ik niet alleen met mijn handen, maar zit ik ook op de grond tussen de Indiase dames. Dat voelt goed. Het eten is iedere dag hetzelfde. Soms hebben we mazzel en hebben we naast de 3 kikkererwten ook 3 bonen op ons bord. Het maakt me geen reet uit, ik kijk zo onwijs uit naar de maaltijden, het blijft een feest om te eten. Het is ook een feest om weer een onderonsje te hebben met de mannelijke teacher. Ik blijf zo lang zitten als ik kan, zodat ik alle anderen bij hem langs kan zien gaan. Ik leef helemaal op als ik hoor dat we vanmiddag weer mogen. Ik stel hem dezelfde vraag over het huilen. Zijn antwoord? “You go to your room, you observe your body sensations and then you try to control your emotions”. Haha, het verschil tussen het vrouwelijke en het mannelijke antwoord is typisch. Je emoties beheersen. Dat ga ik echt niet doen. Ik merk dat ik steeds gedachten produceer waar ik het niet mee eens ben. Zo zie ik ‘de verlichte bomenknuffelaar’ een boom aanraken en dat vind ik eigenlijk cool, maar mijn hoofd zegt “zij is gek”. Daarnaast heb ik nogal wat passief-agressieve gedachten. Ik zie een meisje een mouwloze top dragen en denk “Oh ja hoor, gaan we nu ineens met blote armen vandaag?!” en zo nog 20 gedachten meer. Het valt me op hoe jaloers ik ben als anderen iets doen wat ik zou willen doen maar niet kan/mag omdat ik me aan de regels wil houden. Wat een nasty eigenschap. Goed om eens te zien. Het mediteren is alleen maar saaier geworden nu we vanaf dat 4 een nieuwe techniek beoefenen. Gatverdamme wat doe ik hier. Ik vind dit SAAI. Had ik al gezegd hoe SAAAAAI het is?! Ik wil wat DOEN! Ik wil niet meer ZIJN. Bah, saai. Serieus An, loop de volgende keer een marathon als je jezelf nog eens uit wilt dagen zeg, jezus. ’s Avonds besluit ik om een regel te breken. Ik heb het wel gehad met het onvermogen om in slaap te vallen. Geen idee of ik de enige ben maar als ik om 22u ’s avonds doodmoe in bed lig, val ik gewoon NIET in slaap. En de nachten zijn al zo kort. Regel vijf (geen alcohol of drugs) gaat eraan. De slaappil is letterlijk en figuurlijk het einde.

DAG 6:
Craving van de dag: chocolade-rozijnen (wederom geen idee hoe ik daar bij kom).
Ik heb al 4 dagen niet gepoept. Dit is niet goed. Ik moet denk ik de aanpak van ‘de geobstipeerde snelwandelaar’ gaan hanteren dus zie mezelf om 7u ’s ochtends over het wandelpad racen. Die bananen helpen vast ook niet echt, maar no way dat ik die laat liggen, ik poep nog liever 10 dagen niet dan dat ik die banaan om 4u niet op eet. Ook vandaag gaan mijn gedachten weer flink met me aan de haal, vooral weer tijdens de after-lunch-break. Het ziet er naar uit dat het verleden zijn plek heeft gekregen want vanaf vandaag droom ik alleen nog maar vooruit in mijn hoofd. En mijn toekomst in de liefde staat blijkbaar centraal vandaag. Ik zeg het je, dit fantaseert stukken lekkerder dan sippe verhalen uit het verleden. Want vandaag zie ik een man, die me kortgeleden in real-life zijn liefde heeft verklaard, op zijn knieën zitten en me vragen of ik met hem wil trouwen. Ik schrijf mijn geloften. Ik plan de bruiloft. Ik schrijf de gastenlijst. En ach, als we toch bezig zijn, ik bedenk ook alvast een jongens- en een meisjesnaam voor onze baby. Als de bel aankondigt dat we weer gaan mediteren en ik opschrik uit mijn zoete dromen, moet ik grinniken. God, wat kan ik mezelf lekker vermaken. De grote vraag is natuurlijk of deze gedachten iets betekenen en ik er iets mee moet, of dat dit puur vermaak is en ik er vooral niet te veel waarde aan moet hechten. Ik ga voorlopig maar even voor het laatste. Tijdens de middagmeditatie ruik in ineens urine. Oma. Potverdorie. Zitten we al in die fase? Tijdens de “strong-determinant-meditatie” (de bedoeling is dat je dan een uur stokstijf zit zonder te bewegen) besteed ik mijn gedachten aan afwegingen hoe ik Oma kan helpen. En mezelf, want dit meurt echt heftig. Na het uur loop ik naar de servant om te vragen of ze Oma een handje kan helpen met douchen. Geen idee of ze begrijpt wat ik bedoel dus ik maak mijn beschuldiging nog iets heftiger door naar Oma te wijzen en m’n neus dicht te knijpen. Ja sorry, maar dit is ook niet leuk voor Oma zelf! Dit moet NU opgelost worden. Als ik terug naar mijn kamer loop, hoor ik ineens gefluister uit een andere kamer komen. Jezus, die Indiërs hier lappen echt alle regels aan hun laars. En ja hoor, ik ben weer jaloers, ik wil namelijk ook wel even fluisteren. Ik wil vooral weten of Gerry de fan ’s nachts aan of uit wil, want nu heb ik geen idee en kan ik dus ook niet pleasen. Irritant. Tijdens de avondmaaltijd zie ik ‘het zigeunermeisje’ (draagt altijd lange wijde rokken die ik best zou willen stelen) heel moeilijk doen met haar mok en bord. Ik mag eigenlijk niet kijken van mezelf, ik vind namelijk dat ik de regels van geen afleiding zoeken wat serieuzer moet nemen, maar goed, ik wil haar ook helpen. Haar handen doen het niet meer. Ze kan haar beker en bord niet meer vasthouden. Oeh, dat is wel erg. En wederom mag ik niks doen, terwijl ik zooo graag wil vragen of ik iets voor haar kan doen en haar een knuffel wil geven. Ik haat dit!

DAG 7:
Veruit het meest-irritante-deuntje-van-de-dag: “Kips leverworst reclame-tune” (aargh!!!).
Vandaag word ik wakker met hoofdpijn. Shit. Dit heeft natuurlijk een reden, zoals alles wat deze 10 dagen boven komt een reden heeft (onzuiverheden uit het verleden, onverwerkte zaken, etc.). Goenka is zelf ooit met Vipassana begonnen vanwege enorme migraineaanvallen, die hij ook tijdens de 10-daagse had. Maar toen hij ze accepteerde zonder aversie te voelen en ze de ruimte gaf, verdwenen ze. Guess thats what I will do today. En het is echt een goede oefening in tijdelijkheid, want ja, de hoofdpijn verdwijnt vanzelf. En oooooh nee he! Die verdomde regels ook! Dit keer kon ik er ECHT niks aan doen! Ik heb gewoon regel 1 gebroken! Sorry lieve lieve lieve rups, maar het was gewoon niet superslim om over te badkamervloer te kruipen, nét toen ik aan het douchen was. Ik kon er echt niks aan doen! Ik had hem niet gezien! Bullshit An, je was gewoon niet heel mindful, je had die rups buiten kunnen zetten voordat je ging douchen, maar je was lui en je dacht “Ach, die kan vast zwemmen, anders is ie niet in de badkamer”. En nu ie dood. Jouw schuld. Toch knap, dat je nog geen mug hebt gedood terwijl ze je helemaal lek steken, maar je het wel presteert om een onschuldige rups van het leven te beroven. Ik zie ineens dat ‘de depri-diabeet’ d’r grijze uitgroei heeft geverfd. Hoe heeft ze dat gedaan?! En wanneer?! De mannelijke teacher maakt er vandaag weer een potje van. We mogen vragen stellen, maar hij begrijpt de vragen steeds niet of verkeerd. Ik lach maar wil hem ook van zijn troon stoten om het “even over te nemen”. Goh An, lekker bescheiden van je. Dat ego van je, daar mag ook best wel wat van af. Als ik weer eens in een deuk lig om zijn gereutel, deel ik 1 korte lach met Sandra. Ohhhhh het genot over contact! Niet normaal! Wat is het heerlijk om een lijntje te voelen. Overigens, ik kom er achter dat iedereen slaapproblemen heeft. Als je veel mediteert heb je gewoon nauwelijks slaap nodig. Dat merk ik ook, ik voel me echt fit als ik na een nacht van 4u wakker word. Heel bizar. Honger heb ik overigens inmiddels ook niet meer. Zou ik er voor altijd vanaf zijn, mijn hongerige chagrijnige buien? Tijdens een pauze op het wandelpad zie ik ineens dat een van de dames een blik uitwisselt met een van de mannen aan de andere kant van het hek. Het ziet er liefdevol uit, ze zijn vast een stel. MAAR DIT MAG NIET! Ik vind het voor de verandering een keer niet erg en ben niet jaloers. God, het lijkt er zowaar op dat ik iets leer hier. ‘Het zigeunermeisje’ is onvindbaar vandaag. Zou ze naar huis zijn?

DAG 8:
Ik kan mijn dag heel gelukkig en tevreden beschrijven met 1 woord: FLOW! Holy fuck, wat gaat het lekker vandaag! Ik kan alles aan! Ik mediteer als een malle, ben supergefocused, laat me niet afleiden, heb geen honger meer (dus ben ook niet meer gretig tijdens de maaltijden) en zweef de hele tijd over het terrein met een gelukzalige grijns op m’n smoel. THIS IS IT! IK BEN VERLICHT! En BAM, zodra ik het denk (en ook bespreek met onze teacher, want ik voel me ook wel een beetje een robot en dat lijkt me niet de bedoeling), is het voorbij. No craving, no aversion, hoor ik Goenka in m’n hoofd zeggen. Want zo werkt het, zodra je je hecht aan iets wat je fijn vindt, raak je uit je staat van evenwicht, van de realiteit zien zoals hij is: tijdelijk. En ja, hier weer het bewijs van de tijdelijkheid. Ik baal ervan. Het was zo fijn, die flow. Tsja An, nog een reden om niet meer naar die pieken te verlangen, want ze worden altijd gevolgd door een dal. En daar zit je nu in. Ik ben er zo chagrijnig van dat ik besluit om de Sari-wedstrijd die ik dagelijks in mijn hoofd organiseer, op te schorten voor vandaag. Niemand wint. Zoek het maar uit. (God, dat zal ze leren An!). Wij, de nieuwelingen, mogen vandaag voor het eerst mediteren in onze ‘cel’ in de Pagode. Dit betekent dat je op 2m2 met vier witte muren om je heen in je eigen ruimte mag zitten. Alles is daar verboden, behalve mediteren. Ik zeg het je, de FLOW is echt definitief voorbij, want het enige wat ik doe in mijn cel is fantaseren over m’n toekomst wederom. Want ja, die bruiloft, daar kan nog wel het een en ander aan bijgeschaafd worden. En die jurk trouwens ook. Misschien moet ik 2 jurken doen. Ik moet weer lachen als ik een uur fantaseren later bedenk waar ik mee bezig ben. Debieltje, zeg ik tegen mezelf, je wilt niet eens trouwen. Hmm, blijkbaar wel. Of betekent dit ook weer niks? Anyway, ik geniet onwijs van het vermogen van mijn eigen geest. We vermaken ons prima samen. En dat is een hele mooie ontdekking op zich. Überhaupt, ik lach al de hele week om mijn eigen grappen. Ik ben echt prima gezelschap voor mezelf.

DAG 9:
Craving van de dag: Pat’s-Mastebölleke-pistoletje-zalm-bieslooksaus (ik doe er een moord voor nu, echt. Niet vanwege de honger overigens, want die ben ik kwijt, maar de smaak van dat eten hier gaat toch vervelen).
Ik ben er bijna. Dit is de laatste dag stilte. De laatste dag om echt vol overgave te kunnen mediteren, aldus Goenka. Want vanaf morgen mogen we praten: de afleiding zal daardoor groots zijn en de meditatie niet meer diep. Ik schroef vandaag mijn eigen regels dus nog eens aan, want ik kan wel meer aan vind ik. Vandaag kijk ik naar niemand. Er wordt niet meer geobserveerd. De Sari-wedstrijd kan vandaag dus ook niet doorgaan. En de tientallen vliegtuigen die per dag overkomen worden genegeerd. Ik laat m’n wens om een KLM-toestel te zien gaan. Wat interesseert het me überhaupt? Maar het universum maakt het me moeilijk met mijn nieuwe regels. Na het ontbijt loop ik al tandenpoetsend naar de buitenkraan. Ineens staat mijn favo servant voor mijn neus: “Excuse me, you brushing your teeth áfter breakfast?”. Ik schrik. Gaat de assistent nu OOK ineens tegen me praten? Hoe moet ik dit nu negeren?! Ik knik gauw ja en haast me met de staart tussen mijn benen terug naar de kamer. Potverdorie ik wílde geen oogcontact maken en ik wílde niet communiceren! Het is wat met die Indiërs en het naleven van regels. Verder word ik vandaag veel afgeleid door gedachten aan “wat na vandaag?”. Hoe zal het zijn om weer te praten? Wat ga ik als eerste zeggen? Tegen wie? Wat wil ik bespreken met Gerry? En wat ga ik doen als we weer naar huis mogen? Ik wil naar het strand om weer in de verte te kunnen kijken. Maar waar? Etc etc etc. ’s Middags word ik ineens overvallen door totale chaos in mijn hoofd. Ik probeer in woorden te vatten hoe ik deze week ervaren heb, schrijf weer tientallen artikelen in mijn hoofd. Ik weet niet hoe het ontstaat, maar ik hoor mezelf ineens fluisteren in mijn cel. Geen idee tegen wie ik het heb maar ik ben duidelijk dingen op een rijtje aan het zetten door ze hardop te ordenen. Ben ik nu officieel gek geworden? Het voelt echt heel fijn, is dit erg? ’s Avonds tijdens de Goenka-discourse, zie ik een van de dames de gepofte rijst uit haar zak eten. So, dit trek ik echt niet. Dus jij heb eten meegenomen uit de eetzaal en jij eet dit nu hier in de meditatie-ruimte op? Dat is echt over alle grenzen. Jaloers. Yep, dit lijden veroorzaak ik echt zelf. Laat haar gewoon eten joh, she is none of your business. En euh, was jij niet degene die op dag 2 de niet-stelen-regel ook al gebroken had…? Oh ja. Iets minder ego mag wel.

DAG 10:
Ik geloof niet dat ik ooit in mijn leven zo gemotiveerd ben geweest om te mediteren. Ruim voor de eerste bel zit ik al op mijn kussen in de meditatiehal. Het is nog niet eens 4u. Jezus, je bent echt gek geworden. Nee joh! Ik wil er gewoon alles uithalen wat er nog in zit. Als de ochtendmeditatie ten einde is, wil ik blijven zitten. Ik wil er niet uit! Ik wil niet praten! Maar het is 10u en ik moet in de rij om je persoonlijke bezittingen (inclusief pen, papier en telefoon) op te halen. Ik weiger te praten. En ik breek voor de 12miljoenste keer die week mijn nek over mijn gedachten. Want WAT ga ik zeggen? Het voelt als een totale ‘waste’ om gewoon maar weer te klepperen. God wat zeggen we veel onnodige dingen op een dag en wat kost dat een hoop tijd en energie. Ik weet heus wel dat praten leuk en zinvol kan zijn, maar het hóeft gewoon niet. Shit, ben ik nu nog een ergere loner geworden dan ik al was? Totdat er ineens een supermooie vlinder landt op het hoofd van mijn zus voor me. This is the moment: “Wow, there is a butterfly on your hair”. Zucht, het is eruit. Ik praat weer. Iemand stelt me een vraag. En ineens kan ik NIET MEER STOPPEN. Holy shit. Een waaaaterval aan woorden. Met een enorm hoge stem. Ik heb mezelf NOG NOOIT met deze stem horen praten. Wow, wie is dit?! Oke, dit ben ik dus, na onderdrukking in een enthousiaste stemming. Oke hier moet ik ook om lachen. Gelukkig kan ik een heleboel van de vragen die ik deze week heb bedacht nu beantwoord krijgen. Niemand ontkomt aan mijn race om antwoorden. Wat ben ik toch nieuwsgierig. Maar het is goed. Het is allemaal goed. Het is overigens ook heeeeeeel fijn om bij te praten met Gerry. En ja, ze had dezelfde vraag aan mij: “Moet die fan aan of uit ’s nachts?”. En nee, ze vindt het helemaal niet erg dat ik haar crème gejat heb, ze is er zelfs blij om dat ik het heb gedaan. Er wordt ineens weer heel veel gelachen. Ik kan bijna niet in woorden uitdrukken hoe euforisch ik me vandaag voel. Dit is duidelijk een van de gelukkigste dagen van mijn leven, hoe bizar is dat. Ondanks dat ik me irriteer aan de mobieltjes en bellende Indiërs om me heen overigens. Ze nemen hun smartphones zelfs mee de meditatieruimte in (want het mediteren gaat nog wel door vandaag). En gelukkig mag ik weer praten dus ik vraag mijn buurvrouw, na lang wikken en wegen of ik dit wel moet doen, zelfs of ze hem misschien uit wil zetten. Het is niet perse mijn zaak wat zij doet met haar telefoon, maar het stoort me wel. Accepteren of voor jezelf opkomen? Dat blijft een lastige kwestie. Anyway, het doet niks af aan deze gelukkige dag. Nu we weer mogen praten kom ik er ook achter dat Gerry eigenlijk heel graag een muskietennet had gewild maar er niet om gevraagd heeft. Aangezien ik dol op haar ben (totaal ongefundeerd overigens, ik weet niks van haar, maar we hebben wel deze 12 nachten samen gedeeld, dus dat blijkt genoeg band te smeden), ga ik alle kamers af om te vragen of iemand zijn net niet gebruikt. En yes, Sandra blijkt alleen geslapen te hebben en heeft er een over. Als ik de kamer in kom en tegen Gerry zeg dat ik een verrassing voor haar heb, zegt ze enorm verheugd: “What, you have chocolate?!” Haha, ik moet lachen, nee niet echt. Alhoewel… Heeft mijn reisgenoot voordat ik vertrok niet iets in mijn tas verstopt? Ik speur even en ja hoor, daar is het, een pakketje met daarop “Vipassana Emergency Package”. Ik maak het pakketje open, een keer raden wat er in zit. Ja hoor, chocolade! Ik twijfel even, want we zitten nog steeds in de course, maar ik eet liever nu heel mindful samen met Gerry een snickers, dan morgen snel langs de kant van de weg ‘omdat het weer kan’. En ik zeg het je. Chocolade is nog lekkerder als je net 10 dagen gemediteerd en gevast hebt. Praise the lord for inventing this. Volledig voldaan val ik pas ver na middernacht in slaap.

DAG 11:
Het is bijna voorbij. We mediteren tot 7u en dan is het over met de pret. De pret?! Zijn dat mijn woorden?! Ja, dat zijn jouw woorden. En weet je wat, het is goddelijk fijn om te mediteren als je er eenmaal in zit. Hoe saai, irritant en vervelend het soms ook kan zijn, het is value for money. Voor weinig money want deze 10-daagse is gratis. Je mag een donatie doen zodat meer mensen deze ervaring kunnen krijgen. Zoals ik. Maar ook gevangenisbewoners door heel India kunnen in de gevangenis een 10-daagse doen. Wow dat is cool! Ik zie een ‘Safe the Children’-busje het terrein op rijden en check even hoe het zit. Kinderen uit nabijgelegen weeshuizen krijgen hier op zondag meditatie-les. Ze vinden het superleuk, zoals ze het ook heel fijn vinden om naar school te gaan. En ze krijgen hier ook gratis eten. Die donaties worden duidelijk goed besteed. Na onze laatste meditatie-sessie voel ik me een beetje verdrietig. Anders dan ik normaal verdrietig ben, iets in mij voelt anders. Ik merk ook meteen op dat dit tijdelijk is en veroorzaakt wordt door attachment aan de ervaring. Geen zorgen, ik neem heus mee wat ik mee dien te nemen. Het voelt heel raar als de poort van het terrein open gaat en we mogen gaan. Niet voordat ik onze teacher bedank met een buiging. Ze wijst me meteen terecht: “Don’t thank me! Thank Dhamma!” (de leer, de universele boeddhistische wijsheid). God wat ben ik dankbaar. Samen met Sandra, de gebleekte engel en haar lieve hippie-vriend en de verlichte bomenknuffelaar lopen we door de poort om samen richting een klein stranddorpje 40 km verderop te verdwijnen en samen nog dagen te mediteren, ervaringen te delen en te herkauwen. En ons vrijer dan ooit te voelen. We mogen weer doen en laten wat we willen. Het is niet alleen de vrijheid om ons heen die zo goed voelt. Van binnen ben ik ook wat kwijtgeraakt in de afgelopen 10 dagen. Ik ben lichter. Er kwam ruimte voor nieuwe wijsheid. Dit was een intense detox for the mind. Een hele waardevolle training van de geest. Ik kijk naar de zon, de wolken en de lieve nieuwe vrienden om me heen die precies begrijpen wat ik heb meegemaakt. Ik ben een gelukkig mens.

IMG_1511-0

IMG_1510-0

IMG_1513-1

IMG_1509-1

IMG_1514-1

IMG_1507-0

IMG_1512-0

IMG_1508-0

IMG_1515-0

A letter to my beloved Rat

IMG_1410

Dear Rat,

We met for the first time when I was 7 years old and you and your brother appeared as a gift in our pantry. An interesting gift I would say, since rats were then already known as filthy animals. We, my two older brothers and I, did not agree on that and thought you and your brother were fantastic. Until at one evening, while we sat down for dinner and ate spaghetti with the family, very strange sounds were heard from the pantry. Our mom went out to check. Followed by dad. Followed by my brothers. To me a request to stay seated at the table. Apparently, your brother had decided to eat you. He was halfway through his meal and you were probably more than half dead. My introduction to the world of the rat was also the introduction to the world of death. Not really nice, you know.

The second time we saw each other was at a time when I lived in the belief that Í was the one about to die. After an Indian dinner in the North of Laos (the worst place to eat Indian, really, how stupid could I be), I spent the day after on a boat, puking, on my way to the border with Vietnam. All the more food disappeared from my stomach, the higher sustained my body temperature. I was scared: for the first time traveling alone, empty inside but full in my head, because what if this was not a food poisoning but malaria instead? There was only one guesthouse on the edge of the river, where I could spend the night. It was dirty. I just wanted to sleep. And there you were, suddenly, on my bedside table, while eating my earplugs. I didn’t have the energy to scare or worry as loneliness had taken the upper hand. I tried to chase you away by stomping on the ground. It worked, but two minutes later you came back to take over the soap that was on the nightstand. We played hide-and-seek for an hour, until you left me no choice but to give up. I took a sparkle of Buddhism from my toes and told you that you were welcome, everything in the room was to eat but that I was hoping you’d let my body alone tonight. I turned around and fell asleep. The next morning you were gone. Along with all that had been on my nightstand only 12 hours before. I was grateful. And I was not dead.

A few years later we met again, this time safely in my home in Amsterdam. As my roommate was terrified of you, she spread poison into every nook and cranny of our house. She didn’t have my permission because I wanted to be friends with you. Anyway, you and your family were not resistant to the blue granules and regularly I could smell your death. And sometimes, when I was lucky, I saw your brother or sister die slowly while he or she painfully dragged their bodies behind my refrigerator. When the body did not make it into one of my kitchen holes, I had at least the chance to hold a small R.I.P.-ceremony before throwing the little body in the trashcan. I am sorry that death had brought us together again.

Our fourth meeting took place abroad again. Sulawesi turned out to be your home. You were everywhere: on the street, in the gutter, in restaurants, on the verge. And in a couch in a guesthouse. One of you had built a phenomenal trail through the couch. You were not exactly malnourished and this time I watched your fat bodies running through the track. I was even a little scared because you were so fast. Death now also proved not to be far away. I found your cousin in the street, who had unfortunately not survived the harsh Sulawesian street-life. I took a picture of his broken body and posted it on Facebook so I could give him some kind of recognition for his life on earth.

Over the past few months I saw you regularly while travelling through India. We now know how to find each other more often, since you know I can be found in unhygienic environments and I am no longer afraid of your unexpected pop-ups and thick tail. After all, we have already been friends for almost 25 years and our meetings are becoming more cosy.

Last week I decided that it was time for a real ceremony to make our relationship more official. I had a long way off the beaten track, but as you know by now, I don’t mind to put in more effort to meet up with you my love. It took me a few day-travel and a few hours of searching but I had managed to get closer to your origin. There I was, in front of your palace: the rat temple in Deshnok. I had to prepare myself mentally over a Chai tea for our ceremony, but then I was ready. Shoes off. Shawl around my shoulders. Breathe in and out and off I went. Barefoot in the temple. And there you were surrounded by thousands of friends and relatives. You were everywhere, in all corners, holes, ridges, cracks. The whole floor was filled. Small, large, old and fat, young and energetic. Alive and some dead, again. Running, playing, sleeping, eating and drinking. I’ll be honest with you, fear shot my throat again and it took a while before I got used to the hustle and bustle of your existence. I prayed for you, along with hundreds of Hindu worshipers, and for the first time I no longer felt alone in my admiration for your people.

And then I could handle it. I kneeled down, touched the cool and dirty floor and sat in lotus-position. Suddenly, all fear disappeared. Like filth, speed and suddenness no longer existed. I trusted you completely. I could not believe where I was and what I did. I closed my eyes. Took a breath. And I was totally where I was. Together with you. One.

Until death do us part.

Een brief aan mijn geliefde Rat

IMG_1410

Lieve Rat,

We ontmoetten elkaar voor het eerst toen ik 7 jaar was en jij samen met je broer als cadeau in onze bijkeuken verscheen. Interessant cadeau moet ik zeggen, want ratten stonden ook toen al bekend als smerige beesten. Wij, mijn twee oudere broers en ik, vonden jou en je broer echter fantastisch. Totdat we op een avond, terwijl we met het gezin aan de spaghetti zaten, hele gekke geluiden uit de bijkeuken hoorden komen. Ons mam ging kijken. Gevolgd door ons pap. Gevolgd door m’n broers. Aan mij het verzoek om vooral aan tafel te blijven zitten. Blijkbaar had je broer besloten om je op te eten. Hij was halverwege zijn maal en jij was waarschijnlijk meer dan halverwege de dood. Mijn introductie in de wereld van de rat was meteen ook de introductie in de wereld van de dood. Best heftig voor een 7-jarige weet je.

De tweede keer dat we elkaar zagen was op een moment dat ik in de overtuiging leefde dat ík zou sterven. Na een Indiase avondmaaltijd in het ontgonnen noorden van Laos (de slechtste plek om Indisch te eten, echt, hoe stom kon ik zijn), bracht ik de dag erna kotsend door op een boot die me naar de grens met Vietnam zou brengen. Des te meer voedsel er uit mijn maag verdween, des te hoger mijn lichaamstemperatuur opliep. Ik was bang, zo voor het eerst alleen op reis, leeg van binnen maar vol in mijn hoofd, want wat als dit niet een voedselvergiftiging maar malaria was? Er was maar één guesthouse aan de rand van de rivierwaar ik de nacht door kon brengen. Het was er vies. Heel erg vies. Maar ik wilde toch alleen maar slapen. En daar was je, ineens, op mijn nachtkastje, al etend aan mijn oordoppen. Ik had niet de energie meer om te schrikken of bang te zijn aangezien eenzaamheid de overhand had genomen. Ik probeerde je weg te jagen door op de grond te stampen. Het werkte, maar 2 minuten later was je weer terug om je te ontfermen over de zeep die op datzelfde nachtkastje lag. We speelden het hide-and-seek-spel gedurende een uur, totdat je me geen andere keus liet dan op te geven. Ik toverde een sprankje boeddhisme uit mijn tenen en vertelde je dat je welkom was, alles in de kamer op mocht eten maar dat ik hoopte dat je mijn lijf met rust zou laten vannacht. Ik draaide me om en stortte in slaap. De volgende ochtend was je weg. Samen met alles wat 12 uur daarvoor nog op mijn nachtkastje had gelegen. Ik was je dankbaar. Én ik was niet dood.

Enkele jaren later zagen we elkaar weer, ditmaal veilig thuis in Amsterdam. Aangezien mijn huisgenote doodsbang van je was, verspreidde ze gif in alle hoeken en gaten van ons huis. Mijn toestemming had ze niet, want ik wilde vrienden met je zijn. Hoe dan ook, jij en je familie bleken niet bestand tegen de blauwe korrels en regelmatig rook ik jullie dood. En soms, als ik mazzel had, zag ik je broer of zus langzaam sterven, terwijl hij of zij tergend traag terug achter mijn koelkast toog. Wanneer het lichaam de gaten en kieren van mijn keuken niet redde, had ik in ieder geval de kans om een kleine R.I.P.-ceremonie te houden om het lichaampje daarna in de prullenbak te donderen. Sorry dat de dood ons ook nu weer samenbracht.

Onze vierde ontmoeting voltrok zichzelf weer in het buitenland. Sulawesi bleek jullie thuisbasis. Jullie waren overal: op straat, in de goot, in restaurants, in de berm. En in een bank in een guesthouse. Eén van jullie had daar een fenomenaal vet parcours aangelegd. Dwars door de bank heen. Jullie waren niet bepaald ondervoed dit keer en sjeesten jullie dikke lijven door de bank heen. Ik was zelfs even een beetje bang. De dood bleek ook nu niet ver weg te zijn. Ik vond je neef op straat, die het harde straatleven in Sulawesi niet overleefd had. Ik nam een foto van zijn kapotte lijf om het vervolgens op Facebook te posten om hem toch nog iets van erkenning te geven voor zijn leven op onze aarde.

Tijdens mijn reis door India de afgelopen maanden zag ik je regelmatig. We weten elkaar steeds vaker te vinden, nu jij doorhebt dat ik me vaak in onhygiënische omgevingen bevind en ik me niet meer bang laat maken door je onverwachte pop-ups van die dikke staart van je. Immers, we zijn nu al bijna 25 jaar vrienden en onze ontmoetingen worden steeds gezelliger.

Daarom besloot ik vorige week dat het tijd werd voor een echte ceremonie om ons samenzijn officieel te maken. Ik moest een heel eind van het gebaande pad af, maar zoals je inmiddels weet heb ik veel voor je over. Het kostte me een paar dagen reizen en enkele uren zoeken maar het was me gelukt. Daar stond ik dan, voor jullie paleis: de rattentempel in Deshnok. Ik moest mezelf met een Chai-tea heel even mentaal voorbereiden op onze ceremonie, maar daarna was ik zover:

Schoenen uit. Sjaal om mijn schouders. Adem in en uit en daar ging ik. Op blote voeten de tempel in. En daar was je, omgeven door duizenden van je vrienden en familieleden. Jullie waren overal, in alle hoeken, gaten, nokken en kieren. De hele vloer vol. Klein, groot, oud en dik, jong en energiek. Levend en sommigen wederom dood. Rennend, spelend, slapend, etend en drinkend. Ik zal het je maar eerlijk zeggen, de angst schoot weer in mijn keel en het duurde even voordat ik gewend was aan de drukte van jullie bestaan. Ik deed een gebed voor jullie, samen met honderden Hindoeïstische aanbidders, waardoor ik me eindelijk even niet meer alleen voelde in mijn bewondering voor jullie volk.

En toen kon ik het aan. Ik ging door mijn knieën, raakte de koele en bepoepte vloer aan en streek neer in Lotus-zit. Ineens was alle angst verdwenen. Alsof smerigheid, snelheid en onverwachtheid niet meer bestonden. Ik vertrouwde jullie volledig. Ik kon bijna niet geloven waar ik was en wat ik deed. Ik sloot mijn ogen. Haalde adem. En was helemaal waar ik was. Samen met jou. Eén.

IMG_1471

Tot de dood ons scheidt.

Van horrible weer terug naar incredible India

Over piemels en waarom ik ook alweer hier wil zijn, the story continues, full of ups and downs…

Pushkar
Na de haat-liefde-ervaringen in Jaipur wordt het tijd om mezelf weer bij elkaar te rapen, te kappen met zeiken, normaal te doen en de volgende ochtend in de zogenaamde toeristenbus te stappen richting Pushkar. Ik twijfel een beetje over hoe ik het principe van “the touristbus” dien te interpreteren want volgens mij doet India daar helemaal niet aan. Wel qua prijs overigens. En ja hoor, na met 8 westerse backpackers de reis te starten, gaat na precies 53 seconden rijden de deur open voor een dozijn Indiërs die HEUS niet dezelfde prijs hebben betaald voor deze reis. Maar whatever. Ik heb ze er stiekem liever wel bij dan dat ik met alleen blanke koppies hier zit. Avontuur gegarandeerd.

Tijdens de stop bij een wegrestaurant moet ik ineens 25Rp betalen voor een Chai Tea, terwijl ik tot nu toe echt OVERAL in het hele land waar dan ook 10Rp heb betaald. Ik zit duidelijk nog in de chagrijnige modus want ik weiger. 10 kan ie krijgen. Ik laat de afzetter zeker net zo chagrijnig achter. Maar ik geef er even geen reet om. Dat ie t uitzoekt met z’n afzetterij. En ergens in m’n achterhoofd realiseer ik me ECHT wel dat ik nu moeilijk doe over een paar cent, let wel, we hebben het hier over 35 eurocent versus 14 eurocent, maar ik trek het gewoon niet meer. Ik stap de bus in en nu ben ik helemaaaaal onderwerp van gesprek en aanstaarderij. Ja An, dat heb je echt zelf gedaan dit keer… De chauffeur draait zich zelfs ijdens het rijden om en schuift het raampje dat ons scheidt open om met me te ouwehoeren. Let even op de weg ajb 🙂 vervolgens zet de beste man ons overigens niet af bij t busstation in t centrum van de bestemming maar een heel eind verderop zodat we een riksja moeten nemen. Aardig van hem.

Ik heb drie keer gebeld met de guesthouse-ashram waar ik wil slapen en drie keer verschillende info gehad (no dormavailable, yes we have single room available, yes we have dormroom available) dus het zal weer eens spannend zijn hoe deze grap afloopt. En ja hoor, nee, de dorm bestaat niet maar er is wel een 2persoons-kamer vrij. Kom maar door. Het is een heerlijke rustige plek met een tuin. Als ik ‘s ochtends tijdens zonsopkomst na mn meditatie op m’n yogamatje stap, word ik vergezeld door een bende aapjes. Zeker weten inspirerend om zo je asanas te doen. Behalve downward dog dan, want daarvan raakt een van de baby-aapjes steeds in paniek en dan begint ie te krijsen en springen. Ik weet niet zeker of ik nog veilig ben dus daal 1 verdieping af. Maar ja, de aapjes volgen me gewoon met de zonnestralen waar ze blijkbaar naar op zoek zijn. Terwijl de andere bewoners foto’s maken van mij tussen de apen, probeer ik me te concentreren op m’n ademhaling. Maar ik kan alleen maar denken aan aap-aanvallen op m’n kamersleutel en zingende iPod dus dit wordt niks 🙂 echt afgeleid ben ik overigens pas als ik een van de staff-leden met een wapen op t dak naast me zie (!!!) WTF? Hij ziet m’n verschrikte gezicht en probeert me gerust te stellen “is for monkey!”. Dat mag ik hopen vrind! Superontspannend, yoga in India, ik zeg het je.

Later op de ochtend strijk ik neer bij het prachtige glanzende heilige meer van Pushkar. Dit is een pelgrimsoord, omdat het best bijzonder is dat er een meer is, midden in de woestijn. Komt omdat Brahma de God een lotusbloem heeft laten vallen hier en daardoor was er ineens water. Goed verhaal. Heilig water dus en tijd voor een gebedje en een blessing. Of moet ik zeggen een nieuwe kans om afgezet te worden? Terwijl ik de namen van mijn 4 liefste familieleden opnoem, kan ik de dollartekens in de ogen van de Baba bijna zien. En ja hoor, hij vraagt hoeveel ik wil geven voor het geluk van mijn gezin. Ik zeg hem dat ik het niet ga zeggen, dat het privé is. “Then it no work!”. Ja doei ouwe. Commerciële spiritualiteit werkt überhaupt niet gast. Hij vindt dat ik 100Rp moet geven per gezinslid. Het zal me een worst wezen. Ik blijf bij mijn punt en uiteindelijk maakt ie de blessing toch af, al is het maar de vraag of mijn familie nu ooit gelukkig zal worden volgens Baba. Volgens mij zíjn we allemaal al behoorlijk happy dus ik maak me geen zorgen. En ja hoor, als ik even later bij de donation box sta, begint hij te sputteren: “You promise me 500Rp!”. Aargh! Ten eerste beloof ik NOOIT iemand iets en ten tweede lieg jij nu en volgensmij is dat ook niet heel spiritueel van je. Stommerd!

Na drie dagen op deze heilige plek gebleven te zijn, waar het naar mijn idee toch ietsje te volgepropt is met zowel locals als toeristen om echt bij te kunnen komen van dit gekke Noorden, stap ik ‘s avonds weer in een lokale nachtbus richting mijn volgende bestemming. Maar niet nadat ik een lift van een lokale jongen richting het busstation heb geweigerd. Ik baal als ik me realiseer dat ik mijn vertrouwen in de medemens duidelijk verloren ben in de afgelopen twee weken, normaal zou ik zo’n aanbod echt niet afgeslagen hebben namelijk. Dan dus maar een lift met een riksja. Die 2 min duurt maar waar ik wel 100Rp voor betaal. 20Rp zou gepaster zijn. Oooooh ik begin weer te borrelen. Wanneer ga ik weer aardige Indiërs ontmoeten? De emmer zit inmiddels behoorlijk vol. Gelukkig is mijn bus de bom: er zijn drie type slaapplaatsen: met een deurtje afgesloten hokjes voor 7 euro, met gordijntje voor de 6 euro betalers en pushback chairs voor de 5 euro betalers. Smoezelig&gammel is het thema van deze bus en dat geldt ook voor de vermoeide chauf die, terwijl hij lui uitgestrekt over het stuur heen ligt, opmerkt dat ik wel erg knap ben. Ga jij nou maar slapen en zorg dat je me heelhuids in Udaipur krijgt ja. Ik heb een 1p bed, helaas zonder gordijntje aan de straatkant, dus er zullen ongetwijfeld Indiers zijn die zullen gaan genieten van dat slapende meisje, maar ik mummificeer mezelf met mijn goddelijke 2-persoons lakenzak en niemand zal ooit weten dat het een vrouw was daar bovenin. De chauf is echt de beste ooit en rijdt ons heel relaxed veilig en toch snel naar bestemming dus vergeef me voor mijn vooroordelen van zonet.

Udaipur:
De aankomst van de bus is 5AM, dus ik ben blij dat de deur van m’n gereserveerde hostel open is en ik een paar uurtjes op een klein 1m kort houten bankje bij de receptie kan slapen. Mijn lichaam heeft steeds minder meters nodig om in slaap te kunnen vallen blijkbaar. Daarna een paar uur in een dormbed boven en als ik om 13u pas wakker wordt, nog steeds totalloss, realiseer ik me dat ik echt moe ben. De overtollige energie die ik bij m’n bezoek aan dr. Ayurveda nog voelde toen ik in Zuid India was, is ver te zoeken. Deze noordelijke provincie trekt me leeg. Ik denk te weten wat het is: het gebrek aan warmte. Je nergens echt welkom voelen, tenzij het gezien worden als een seksueel object je het gevoel geeft welkom te zijn… Ik vind het jammer, moeilijk, maar herinner mezelf er aan hoe alles tijdelijk is. Things wíll change, they always do! En ja, een beetje warmte voel ik weer als ik op aanraden van een oud mannetje op straat bij restaurant Anna binnen loop en vertel hoe ik heet. De lach op het gezicht van de eigenaar is groot: “You owner of restaurant! You come anytime!”. Ja hier ben ik extra welkom en ik voel heel even weer die bekende blijdschap in m’n buik. Zouden ze in deze stad dan wel aardig zijn? Ben ik hier veilig van getrek, gestaar en onrespectvolle benaderingen met piemels? Ik krijg zowaar hoop dat ik het ergste van Rajasthan achter de rug heb.

Maar niks blijkt minder waar. Warmte voel ik namelijk ook achter me, als ik later die dag in een prieeltje aan het prachtige meer m’n meditatie doe en achterom kijk. Iets teveel warmte…
Blijkbaar wonen hier de beveiligers van het fenomenale Royal Palace. Ik zeg het nog eens, zodat je het zeker goed gelezen hebt: beveiligers. En komen ze allemaal net terug van hun ochtendshift. Tsja, als ze dan een blanke vrouw aantreffen aan het einde van hun tuinpad, die stil zit met haar ogen dicht en een ademhaling op standje zen, dan is het blijkbaar tijd om haar aandacht te trekken. Met zijn allen tegelijkertijd. Of misschien lopen ze altijd wel half naakt door de tuin en wassen ze hun piemel altijd wel 15min lang, uitgebreid, met lange halen, terwijl ze veel geluiden maken in de hoop dat die blanke vrouw omkijkt. Ik heb net een half uur gemediteerd op compassie en vertrouwen, omdat ik het terug wil vinden, en weiger me weg te laten jagen. Ze doen maar. Ik doe mijn uiterste best om alles wat me niet bevalt buiten me te houden. Mijn Amsterdamse bestie Maartje en haar liefste vriend René komen net op dat moment aan om me te knuffelen en vragen me of ik bijgekomen ben van alle heftigheid in Delhi. Ik wijs achter me naar de naakte man in de deuropening en Rene ziet gelukkig (?) ook wat ik zie. Ik heb het niet verzonnen.

Het lukt me alleen niet meer om de narigheid buiten me te houden. Ik kan niet meer. Ik heb het gehad. Ik heb het echt he-le-maal gehad. India is al druk genoeg van zichzelf. Een aanslag op al je zintuigen. Het vraagt van je dat je de hele dag alert bent. Door alle zintuiglijke ervaringen raakt je systeem vanzelf al overprikkeld, zonder dat je iets doet. Laat staan dat je over straat loopt. Interactie hebt met mensen. Het getoeter, de riksja’s die je om de oren vliegen, de koeien die je ophouden, het CONSTANT aangesproken worden (lees: lastig gevallen worden) met de drie dodelijke vragen (You from? How long India? Where going?) en vervolgens de impliciete vraag of je geld wilt uitgeven (You look my shop? You want riksja?), de geur van plas, poep en weggerot afval, alles gewoon. Dat is gewoon wat India van je vraagt: energie. Dat is prima weet je, dat is echt prima. Dat kan ik aan. Dat heb ik de afgelopen maanden prima gedaan. Omdat er altijd genoeg moois om de hoek was. De balans was er uiteindelijk altijd. Maar dit soort stomme seksuele dingen gaan én over mijn grenzen én zetten me de héle dag in fight flight-modus want je weet nooit wanneer je hier weer een piemel in je gezicht geduwd krijgt. Ik ben kapot. Ik ben doodmoe. Ik wil dit niet meer. Echt niet. Ik heb GEEN IDEE hoe ik hier nog langer mee kan dealen en ik heb vooral GEEN IDEE meer wat ik hier nog doe. Hoezo was ik zo verliefd op dit land? Wat een ellende. Hoe lang wil ik mezelf dit nog doen voordat ik besluit om deze provincie te verlaten?

Na een hele fijne Skype met de
liefste Annemiek dringt het pas echt tot me door hoe ziek het eigenlijk is hoe ik hier constant als een seksueel lust-object behandeld wordt. Maar ja, blijkbaar ben ik als vrouw alleen ECHT een belediging. Ze nemen aanstoot aan me. Zoveel is duidelijk. En dat is niet mijn en ook niet hun schuld. Ik kan boos en geïrriteerd zijn, maar this is it. Take it or leave it.

Ik ben dan ook HEEL blij als Rich, m’n IBFF en redder in nood, telefonisch aankondigt dat ie naar Udaipur komt en me wel wil redden door vanaf nu m’n Husband te spelen. DEAL! Ik wil m’n rust, ruimte en onafhankelijkheid terug. Blijkbaar heb ik hier een man nodig om onafhankelijk te zijn. Interessante vorm van feminisme. Als hij me een dag later bij aankomst aardig chagrijnig aantreft, luistert hij eerst lief maar geeft hij me er vervolgens van langs. En terecht. Het moet maar eens afgelopen zijn met m’n gezeur. Al het lijden veroorzaak je zelf door niet te accepteren wat er is. Dat was ik blijkbaar even vergeten, ondanks dat ik er drie weken geleden nog 10 dagen intens in getraind ben. Het feit dat ik dit niet wil accepteren kost me al mijn energie. Zonde. En dus hou ik er mee op. Ik trek me een ochtend terug, have a word with myself, spreek nieuwe intenties uit die te maken hebben met accepteren en loslaten en ik bedenk een nieuw mantra want DIT is nou eenmaal de cultuur, en hoe moeilijk ik het soms ook vind, ik kan het niet veranderen. En misschien was ik ook even vergeten dat ik een maand geleden nog zeurde dat ik het saai vond en meer geraakt wilde worden. Dan kun je het krijgen ook mevrouw Lplrs. “They may touch and show, as long as after that, they’ll go”. Duidelijk. Ik haal drie keer diep adem en ben weer klaar voor de wereld.

Het is overigens een ware verademing en het helpt ENORM om de dagen daarna in Udaipur verder door te brengen met Maartje, een van m’n beste vriendinnen, en haar lieverd die ons beschermt tegen alle slechte mannelijke Indiase invloeden. Ik voel me steeds meer ontspannen, des te langer ik met ze ben. Eindelijk. Zucht.

Wanneer ik weer met Rich over straat ga, geeft hij iedere Indier die me ook maar aan durft te kijken een mega-nasty blik terug. Alsof hij ze om wil brengen. Ik lach er om en voel me 10 kilo lichter nu ik het niet meer alleen hoef op te lossen. He’s got my back.

Samen met Maartje geef ik de Indiase yoga nog maar eens een kans. En weer blijken er nieuwe regels te zijn onder weer hetzelfde motto: “dit is de échte yoga”. Ik moet er steeds maar weer om lachen. Vooral als hij zegt dat de Side stretches goed zijn tegen ons probleem in The West, “obesitas”, terwijl de beste man zelf aardig wat overtollige kilo’s aan zijn buik heeft hangen. ’s Avonds kruipen we samen de daken op voor een maaltijd en soms een biertje. Ze hebben hier nergens een alcohollicentie, alcohol kun je alleen krijgen bij Wine Shops. Maar de meeste restaurants hebben wel Apple juice 🙂 en dan krijg je bier. Of een theepot gevuld met bier. Daar doen we niet moeilijk over. We kijken James Bond’s Octopussy, omdat hij hier bijna 40 jaar geleden is opgenomen, maar natuurlijk wel op z’n Indiaas. Dat betekent met ten minste 9 keer vastlopen en steeds moeten doorspoelen. We lachen er om, want zelfs een film kijken in India kan niet zonder problemen. And I love it again 🙂

“You Dutch?”, hoor ik de riksja-slijters in deze stad herhaaldelijk tegen me zeggen. Huh? Ik hoor ook ineens mijn eigen taal om me heen terwijl ik amper 3 Nederlanders ben tegengekomen in al die km die ik inmiddels al heb afgelegd in dit enorme land. Maar goed, hier zijn jullie dus 🙂

Iedereen die me verder nog lastig valt op straat met de 3 vragen krijgt zinloze antwoorden terug (“I am from the moon” en dat verstaan ze dan niet of begrijpen ze niet, dus vallen ze stil) dus het wordt steeds stiller om me heen. En ik laat dat wat rest langs me heen gaan.

De koeien en stieren hier zijn opvallend genoeg wél relaxed. Ik kan ze aaien en ze kijken me ontspannen aan. Claus the cow is m’n favoriet. Groot, lief, zacht en met enorme oren. Als de koeien zich ‘s avonds verzamelen bij het paleis om te gaan slapen en hun kalfjes zich tegen hen aanvleien en de straathonden er omheen kruipen, dan smélt ik echt. Dit is pas echt warmte. Kon ik er maar naast gaan liggen..

Als ik de dag erna, ook op aanraden van Maartje, mezelf een dag kietel aan het zwembad van Miss Octopussy herself, om me even af te kunnen sluiten van de gekte buiten de muren van dit paleis, voel ik dat ik hier goed aan doe en dat ik echt goed op mezelf moet passen in dit land. Een beetje glam-packen op zijn tijd houdt me stukken beter op de been. En het is heerlijk om even gezond groenterijk te eten, ook al raak ik daar wel steeds van aan de shit. Sorry, TMI. Geloof me, het is niet het Indiase straatvoer wat me ziek maakt, de GGD kan me wat.

Mount Abu
Na de pracht en praal van de paleizen in Udaipur (waarvan ik er maar 2 heb gezien omdat ik het te druk had met me wapenen tegen de Indiers én mijn belastingaangifte, tsja, dat moet namelijk ook gebeuren), neem ik samen met mijn husband de bus naar Abu Road en daarna naar Mount Abu. En wat blijkt? De wijde pijpen zijn terug! Yes! Evenals de oorbel bij de man, twee zelfs, lekker vrouwelijk in de vorm van een bloem! Én de lange oorharen! En ehm de snor bij de vrouw ook vrees ik. De riksja’s zijn verdwenen. Vind ik echt niet erg. Kunnen ze me ook niet om de 2 meter vragen of ik er een wil. Oké, hier komen duidelijk NOOIT Westerse toeristen. Ik kom hier eigenlijk ook alleen maar omdat een aardige local in de trein tegen me zijn dat het de mooiste plek van de provincie is. Lokale bus, lokaal busstation en kom maar op met die aanstaarderij. Als ik door n busraam n baby’tje kriebel en tegen haar klets, verzamelen de dames die fruit verkopen zich om me heen en praten ze me na. Haha ja Nederlands koetie-koeitie hebben ze zéker nog niet eerder gehoord. De schoonmaker veegt het afval en de koeienshit echter zo over m’n voeten heen. En bij t restaurantje naast t busstation krijg ik zo een dosis after-lunch-speeksel over m’n tenen als een gast zijn mond spoelt. Yo, lekker. Lijkt me een goede uitnodiging om daar te eten. En ik zeg het je, ik heb nog NOOIT zulk lekker smakelijk verse chapati op, wow!

Ik heb nog niet verteld hoe ernstig ze hier voordringen trouwens. Tering! En ik vind het me een partij irritant! Vooral als je een busticket nodig hebt en iedereen voordringt en die bus volloopt. Het interesseert niemand iets dat ik al langer sta te wachten. Gewoon voordringen en je geld op de balie leggen. En dus rest er mij niks anders dan dat ook maar te doen. Beuken. M’n broers zouden trots op me zijn.

Center Parcs. Dat is het eerste dat in ons opkomt als we na een lange rit in de bus boven op de berg uitstappen. Dit is duidelijk een aangelegd dorp op een toeristische plek. Er is zelfs een chocoladewinkeltje dat chocolade-eiffeltorensverkoopt. Dat is precies wat je verwacht bovenop een berg in de woestijn van India. En waar je zin in hebt ook. En het is HEEL raar dat geen enkele van alle Center Parcs guesthousesplek heeft voor ons. Heel raar. Ze spreken geen Engels hier, kennen alleen het woord “booking”. En ja dat hebben we niet dus blijkbaar houdt het dan op. Via het toeristenbureau, wat natuurlijk ook niet meer is dan een stoel en 8 jaar oude folders, krijgen we hoop: “There is one hotel that serves foreigners”. Ik voel me zowaar gediscrimineerd. Anyway, een uur later beklimmen we met de gids van het discriminatie-hotel een sunset top van de berg en zien we zelfs twee luipaarden op n andere bergtop! Wow! Discrimineer me maar, ik ben rete-blij. Bovendien heeft t hotel een labrador die ik doodknuffel en twee superleuke kids die op schoot kruipen nadat ik alles in de strijd heb gegooid om ze ervan te overtuigen dat ik lief en leuk ben. Ze lachen als hun papa (onze gids) en ik proberen om te bok-springen over elkaar. Ik ook want ik kan het blijkbaar niet meer dus donder tegen de auto. Haha, ik heb duidelijk energie over vandaag.

The busride from Mars
You win some, you lose some. Er blijkt geen nachtbus of nachttrein te zijn vanuit Mount Abu richting Jaisalmer. En we willen daar toch echt morgen zijn. En dus verlaten we MountAbu helaas binnen 12u na aankomst alweer om ‘s ochtends om 6u de lokale bus te nemen. Dit is het gevolg van onvoorbereid reisgids-loos reizen. Maar het is niet erg, we will win somemore along the way. Vrouwelijke busreizigers krijgen overigens 30% korting op hun ticket: te gek! Ik weet niet wát de frisse berglucht en die twee luipaarden met me gedaan hebben maar ik ben duidelijk weer opgeladen. Ik vind het niet eens erg meer dat we 12u lang bekeken worden vandaag! En, aangestaard worden omdat we er blijkbaar uit zien als wezens van een andere planeet is VEEL minder erg dan aangestaard worden omdat je een seksueel lustobject bent. Alhoewel ik het wel heftig vind dat sommige dames hier niet gerustgesteld kunnen worden met een glimlach: de argwaan in hun blik blijft. Je kunt je bijna niet voorstellen dat er nog plekken op de wereld zijn waar je zo anders bent in hun ogen, terwijl ik geloof dat we toch allemaal hetzelfde zijn. Aan aandacht geen gebrek hier. Eenmaal in de bus al helemaal niet. De ramen zijn ook te smoetzig om door naar buiten te kijken dus heel veel keus buiten naar elkaar kijken is er niet.
We komen door dorpjes waar héél traditioneel geleefd wordt en het voelt een beetje als het noorden van Vietnam. Kindjes weer op hun hurkjes rustig poepend langs de weg. Even een plasje doen midden op straat. Niemand spreekt Engels. We worden echt voortdurend bekeken. Iedere keer als een groepje staarders uitstapt en we denken dat we het gehad hebben voor vandaag, stapt er weer een nieuwe bups in en begint het kijk-naar-die-twee-blanken-daar-spektakel weer van voor af aan. M’n iPod is natuurlijk bijzonder voor ze, maar als we zitten te schrijven in onze dagboeken zijn we helemaal raar. Ze proberen mee te lezen en lijken uitgebreid te bespreken wat ze hiervan vinden. De wegen zijn niet allemaal geasfalteerd dus soms vliegen we door de bus heen maar dat draagt alleen maar bij aan ons gevoel: this is the local experience. Een dude naast me steekt een peukie op in de bus en paft hem rustig op terwijl hij in Lotushouding zit. Sure, why not, dit past helemaal in het beeld. Op de busstations is het vanzelfsprekend niet heel anders en staart iedereen ons aan. Ik kan hier echt niet zonder mijn husband over straat en loop inmiddels zelfs met een hoofddoek op. In de bus verstop ik zelfs m’n gezicht met m’n sjaal wanneer ik na een dutje wakker word en recht in de ogen van de staande man in t gangpad kijk. Hoe lang zou die al naar me aan het kijken zijn? Soms kijken ze weg als je terugkijkt maar vaker niet. Tsja. Het zijn 12 fascinerende uren in deze bus door de woestijn, ik kan het niet anders zeggen.

Jaisalmer:
We arriveren in klein woestijnstadje, bekend als the Golden City, omdat alles wat hier staat, gebouwd is van geel zandsteen. Inclusief een prachtig 800 jaar oud fort waarbinnen allerlei kleine straatjes heel veel winkeltjes en cafeetjes zijn gebouwd. Vanaf de muur van het fort heb je een prachtig uitzicht over de stad en de woestijn. En de legerbasis. Toch handig, 30km vanaf de grens met Pakistan 😉 straaljagers zoeven door de wolkeloze lucht, best een bizar contrast met de oudheid van deze gouden stad. Oh en veel met-verlof-zijnde-militairen in uniform op straat. Not too bad. De mannen hebben enorme snorren, inclusief krullen aan de zijkant, niet omdat ze zo nodig hip willen zijn, maar omdat ze er hier gewoon zo uitzien. Kleine kinderen dragen flinke strepen zwart oogpotlood “omdat het mooi is”, zelfs kleine baby’tjes. Best raar maar ik vind het stiekem ook mooi. En GOD wat is het hier HEET! Ja duh. Je bent in de woestijn slome. Het is hier meer dan 40 graden alhoewel het niet zo aanvoelt vanwege het uberdroge klimaat. Alhoewel je tussen 12 en 3 echt no way in de zon wilt zijn. Ik pas mijn tempo aan. Komt goed uit want ik was toch al moe van alles wat ik eerder beschreef. Ik drink zelfs, en nu gaan m’n vriendinnen lachen, jawel, cola om op de been te blijven. India laat niets van je voedingsprincipes heel.

Chai, chappati en kamelen: dit is de werkelijke reden van ons bezoek aan deze stad. We rijden eerst per jeep 40km de woestijn in. Onze chauffeur, die het duidelijk op mij voorzien heeft vandaag, laat me na slechts een keer zeuren onze jeep besturen. Soms moet je je charmes ook gewoon gebruiken vind ik. Ik kruip gauw op de rechterstoel, want hier rijden we natuurlijk links en dus schakel ik heel onhandig met m’n linkerhand en haal ik rechts in. De chauf maakt van de gelegenheid gebruik om een uur lang telefoontjes te plegen en zegt alleen af en toe dat ik rustiger moet rijden. Je ziet de mensen langs de weg raar opkijken als ze zien dat niet de mannelijke Indiase gids maar een onbekende blanke vrouwelijke dame de jeep bestuurt.

Tijdens de twee daagse kameel-safari staar ik uren naar die grote lieverd waar ik bovenop zit. Mister Lucky. Die lieve lange zachte grote oren, met al dat haar erin. Die enorme grote glanzende donkere ogen. Ik verdrink erin. Die heerlijke suffige kop. Als ie gaapt zwijmel ik bijna van hem af. Het gevoel van mijn voeten in zijn vacht terwijl hij me voorthobbelt. En die gekke geluiden als ie t ergens niet mee eens is. Ik val volledig voor hem en voel me zijn Mrs. Lucky. Ik ben echt op hem! Zelfs als ze eten en hun voer steeds terug laten komen uit hun maag en herkauwen vind ik ze nog leuk. Ze zijn een wonder. De safari is zoals ie hoort te zijn. Een verlaten woestijn, enkele uitgestrekte vlaktes met hertjes, koeien en gazelles om ons heen. Oh en een windmolen hier en daar, maar dat kan ik in dit vervuilende land alleen maar goedkeuren. Aan het einde van de dag eindigen we bij een duin waar niets en niemand is. Alleen maar zand, heel veel hertjes en een waanzinnige zonsondergang. Niet heel veel later trekt een sterrenhemel zich over ons heen, eentje waar ik geen genoeg van kan krijgen. Dit is hemels. Totdat ik ineens intens misselijk word van het zogenaamde gefilterde water. Niet zo heel erg gefilterd denk ik. Oef ik kan m’n maaginhoud met moeite binnenhouden maar moet het eten vanavond laten staan. Voel me schuldig tov Cam, onze kameelhouder én kok. Ik vind hem waanzinnig, hij is pas 18 jaar maar regelt het allemaal voor ons. Hij heeft zojuist twee uur gezwoegd op een megaverse maaltijd, maar ik kan er niks aan doen. Hij maakt ons bedje op tegen de duin aan. Ik strijk neer onder de dekens, voel een fris windje langs m’n neus en staar met m’n blije kraaloogjes naar de naakte verlichte hemel boven me. Ahhh dit is echt letterlijk en figuurlijk hemels. Ik heb echt NIKS meer te wensen. Zelfs niet als ik wakker word omdat er een hond over m’n tas pist. Fine. Ik lig onder de sterren en het maakt me níks uit. Check die sterren! Rond 6u word ik wakker omdat het licht wordt. Compleet met een Lion King zonsopkomst: een megagrote rode bol met licht. Zucht. Perfecte voorwaarden voor m’n ochtendmeditatie. Vooruit, als je de 888 vliegen wegdenkt dan 🙂 Cam komt me verblijden met verse Chai en een heerlijk ontbijtje. Op bed. Gebakken quinoa met bruine suiker: mijn superfood-hartje begint sneller te kloppen. Pas een uur later komt Cam terug met onze kamelen, die waren blijkbaar een behoorlijk eind weggestruind. Ik ben helemaal blij als ik m’n lieffie weer terug zie en Cam blijft maar lachen als ik daarna, terug in het zadel, liefdesliedjes voor mijn Mister Lucky zing. We komen langs een dorpje waar echt niks is. Geen elektriciteit of stromend water. Alleen maar heel veel ongewassen kindjes met véél stof in hun haar. Ze lijken er bijna blond door. “You Rupee? Schoolpen? Chocolate?”. Als ik niet oppas trekken ze de sieraden van m’n enkels en vingers. Ze willen alles hebben. Wat ik best snap. Ik word uitgenodigd voor Chai in een van hun mini-huisjes (slechts een kamertje) en jawel hoor, het hele dorp loopt uit voor deze witte tante. Rich blijft buiten en leert de jongens hoe ze foto’s kunnen maken met zijn toestel, wat ze echt waanzinnig vinden, ze blijven maar klikken. De kinderen die naar school moeten worden bruut weggestuurd want “teacher is waiting!”. Als ik iets niet moet drinken is het wel deze Chai van eh wat-voor-soort-water-is-dit? Maar ja, veel onbeleefder kan ik het niet maken dus laten staan is niet echt een optie. Laten we dan maar bidden dat ze de thee even laten koken. Een van de baby’tjes huilt en ik wil troosten maar ik ben natuurlijk heel eng, zo lang, zo wit, en dus wordt ze er niet gelukkiger op, schommelend op mijn schoot. Ik vind het soms best shit dat ik zo anders ben. Ik wil knuffelen met baby’s en zingen met de kinderen ipv eerst een uur aangestaard en uitgekleed te worden voordat ze aan me gewend raken. Goed. Niet perse first world problems, dat realiseer ik me ook wel. Mister Lucky krijgt een hele dikke knuffel als ik enkele uren later weer afstijg en vriend Cam een dikke tip. Dit was namelijk echt een behoorlijk bijzondere behoorlijk fantastische ervaring. Thank you India. You are pretty incredible again. Volgensmij zijn we weer oké met elkaar.

Na de kameelsafari is het heerlijk bijkomen in The Golden City. Bovenop de muur van het fort zien we het slome woestijnleven voorbij glijden. Ik kan bijna in de bijkom-stand na twee weken gewenste avonturieren en ongewenste heftigheid, maar moet nog even één laatste ding fixen: Rich is jarig vandaag dus samen met de café-eigenaar smeer ik hem stiekem per scooter op en neer naar de bakker die m’n taartjes beschrijft met veel te zoet glazuur. Ik mag ook los met het zakje roze en tuig de taartjes op. Terug bij t cafeetje krijg ik 6 andere bezoekers mee om Happy Birthday te zingen voor m’n blije husband. But the party aint over till its over since this is India, want savonds in een restaurantje tref ik een jarig meisje van 9 die niet van mijn zijde wil wijken. Ze geeft haar feestje hier en de hele familie is invited. En deze twee blanken natuurlijk ook. Ik móet mee dansen en alle kids om de beurt optillen en rondzwieren. Helemaal in m’n element. Er is ook een dikkerdje (in een harig-roze-jurk) en die steelt natuurlijk meteen m’n hart dus ik boost d’r zelfvertrouwen en blijf maar zeggen hoe goed ze kan dansen. Na een uurtje sjouwen heb ik ook hun hart gestolen en komen ze steeds met me zoenen met bijbehorende “I luf joe”. Mijn dag kan ECHT niet meer stuk. Als de taart aangesneden moet worden, vragen ze de andere jarige, Rich, erbij om dit grote moment door te hakken en vervolgens komt de 9-jarige wijsneus rond met de taart om wat bij iedereen in z’n mond te stoppen. Ineens willen alle kinderen allerlei soorten eten in m’n mond stoppen maar dat lijkt me een beetje overdreven. Moeder stopt ook nog cake in m’n mond. Das oke. En de jarige smeert de cake op m’n wangen. Ik vind het wel best 🙂 Rich glundert. Volgens mij helemaal niet zo verkeerd, zon Indiase verjaardag in de woestijn.

Nu hoeven we niets meer en niemand hoeft meer iets van ons. Eindelijk tijd om alle heftigheid van de afgelopen weken te verwerken. Het is allemaal nogal wat en ik merk al dagen dat ik bom-vol zit. Maar als je nergens echt helemaal kunt ontspannen op een plek waar niks is, omdat iedereen de hele tijd aan je trekt of naar je staart, of omdat je je steeds verplaatst, dan kun je niet echt ontladen. Alle ervaringen hebben verwerkingstijd nodig en blijkbaar heb je ook een plek nodig om dat te kunnen doen. Ik ben blij dat het eindelijk weer kan. Ik heb veel geschreven maar toch voelt het alsof de prikkels en ervaringen zich maar bleven optellen. Maar nu niet meer. Nu is er rust. De woestijn doet me goed en de relaxte vibe van de bewoners van Jaisalmer ook. Ik staar in de leegte van de woestijn en de grens met Pakistan en laat het allemaal voorbij razen terwijl ik m’n blogs typ. Jezus wat intens allemaal. En wanneer zou ik besloten hebben om te gaan omdat het écht teveel was? Everything bleek maar weer eens impermanent te zijn en de aanwezigheid van m’n IBFF veranderde alles. It’s good to have a husband around in this country.

India is gek en te gek soms, in beide betekenissen van de uitdrukking. Je houdt er van en blijkbaar haat je het soms. Maar dat is goed. Tenminste, ik vínd het goed. Dit is wat ik wilde. Geweldige en superstomme dingen gebeuren soms binnen 2 minuten na elkaar. No craving, no aversion, everything is impermanent. Het is net alsof India de uitvergrote versie van het leven is en je hier je lessen in snel-tempo kunt leren. En ik heb duidelijk nogal wat te leren.. Plus, blijkbaar kan ik onze haat-liefde-verhouding wel waarderen, dus ik blijf nog even. The journey is my home.

Vandaag is het Hindoeïstisch Nieuwjaar. Tegelijk met de start van de Lente bij ons. The best of both worlds coming together again. Happy Spring and Happy 2072 to you all.

Liefs!

P.s. Mijn husband blijkt ook nog eens een behoorlijk goede fotograaf te zijn. Alle foto’s op onderstaand adres geven een mooi kijkje in ons leven hier: http://wandererwithacamera.wordpress.com

Dit zijn mijn amateur-kiekjes:

IMG_1104
Yoga-aap

IMG_1121
Het heilige meer van Pushkar

IMG_1244
Besties Reunited!

IMG_1181
Dat past prima

IMG_1417
Stunning sunset Udaipur

IMG_1214
Claus the cow!

IMG_1189
Ik moet vaker zo goed voor mezelf zorgen.

IMG_1255
Terugstaarder. Ik weet niet zo goed of het zijn spuug is trouwens, onder het raam.

IMG_1221
Dit is wat ik bedoel met mooi en lelijk heel dicht bij elkaar. Dit is India in mijn ogen.

IMG_1278
Gratis drinkwater, zo goed.

IMG_1308
Dit is hem jongens, m’n nieuwste en enige echte liefde!

IMG_1321
Zoek Simba.

IMG_1413
Me and my boyfriend ❤

IMG_1390-0
“I luf joe!” Die enorme grijns op m’n gezicht says it all.

Van incredible richting horrible India

“Ik wil graag meer avontuur”, zei ze enkele weken geleden naïef. Be careful what you wish for when in India…

Allepey
– Met vijf nieuwe vrienden op een Houseboat door de backwaters van Kerala, prachtige rivieren door groene gebieden waar mensen lokaal traditioneel leven.

IMG_0485

Prachtig, maar mijn hoogtepunt is het slapen naast zo’n dorpje. Zodra de boot aanlegt voor avondeten en de nacht, spring ik op de kant. Ik speel met het gezinnetje dat onze maaltijd zal bereiden en zie hoe mama binnen 2 sec een kip kilt en slacht. Oef. Ik vind mijn vegetarische-principes weer eens erg prettig vandaag. Ik knuffel met de 11 maanden oude baby en zing liedjes.

IMG_1291

Als ik een rondje door dit dorpje doe, spreek ik 2 jonge meisjes aan. Als snel nodigen ze me uit: “Come miss, you see my house”, en binnen mum van tijd ga ik alle huizen van hun familieleden langs. Overal móet ik op de enige stoel of bank zitten die ze hebben en overal is het dezelfde bende in huis. Spullen opgestapeld en ik kan de vloer nergens zien. Overal hangen foto’s aan de muur van goden en guru’s en ik krijg uitleg bij iedere foto. Ik vraag om hun schoolboeken en krijg een Engels textbook te zien waar ik echt van onder de indruk ben: behoorlijk moeilijk Engels (Can I talk to the manager please to discuss our inconvenience?), en aardig wat moraliserende vragen en antwoorden. Voorin het boek een nationalistische tekst en het Indische volkslied, wat ik schoolkinderen ‘s ochtends hoor zingen als ik langs een school loop. Het wakker worden midden in de natuur is zo fijn en een duik in de rivier kan natuurlijk niet ontbreken. Al moet ik toegeven dat het best raar zwemt in dit water, wetende dat mijn ehm ochtendurine hier ook ergens te vinden is. En niet alleen die van mij en ook niet alleen urine vrees ik. Maar goed, als zij hun was hier doen, dan kan ik hier vast ook badderen. Damn wat ben ik dol op het ontluikende Indiase leven in de ochtend.

IMG_0501

Ik teken samen met een van de kindjes en als ik op m’n ukelele speel verzamelen de kinderen zich om me heen en krijg ik zelfs applaus. Dat voelt heel fout haha dus ik laat hun lekker spelen, ook al hebben ze blijkbaar nog nooit een gitaar gezien en hebben ze geen idee hoe ze het moeten vasthouden.

Pondycherry
– Een werkelijk prachtige oud-Franse kolonie aan de oostkust van India. Hier ontmoet je Indiërs die Frans tegen je spreken en zich voortbewegen op de fiets voor de mooiste oud-Franse gevels.

IMG_0848

De stad is verdeeld in een oud Frans gedeelte en de rest is Indisch. Dit is hemels, je loopt gewoon van de ene wereld de andere in. Croissants als ontbijt en daarna een Chai aan de overkant.

Ondertussen blijft het natuurlijk wel gewoon India met levende of geslachte kippen aan het stuur en markten vol met prachtige kleuren en mooie mensen.

IMG_0777

IMG_0799

Ik start iedere ochtend met een verse Chai op de hoek van de straat en voel me zo thuis bij mijn thee-man die me steeds zo enthousiast begroet. “Morning! Sit down!” terwijl hij me richting zijn mini-zitje gebaard, waar de buurmannen een peukie roken. Dit is echt de beste chai ever en ik vind hem zo lief met zijn stralende lach. Deze plek is perfect.

IMG_0808

Voor de honden is het iets minder perfect. Dit is duidelijk de sipste hond die ik ooit heb gezien. Och arm.

IMG_0877

Er zijn kerkjes (incl flatscreens overigens) waar ik helemaal rustig wordt en de vrome christen in mij zich gekoesterd voelt en tempels waar ik helemaal kriegel wordt maar tegelijkertijd van onder de indruk ben. Dit is duidelijk the best of both worlds.

IMG_0858

Mavallapuram:
– Na de intense 10-daagse-stilte Vipassana (zie andere blog) besluit ik 3 dagen de tijd te nemen om weer te wennen aan interactie met de buitenwereld in Mavallapuram, een klein kustplaatsje in het oosten.
Na onnodig lang in de bus gezeten te hebben richting Chennai en weer terug, simpelweg omdat het blijkbaar in niemands hoofd opkomt dat je ook de weg over kunt steken om daar direct de juiste bus te nemen ipv helemaal terug de stad in te gaan (dit snap ik echt nog steeds niet), arriveer ik met 5 medemediteerders aan t strand. De zoektocht naar een guesthouse kan beginnen. Alles wat ik wil is ruimte. Het voelt alsof we net uit de gevangenis komen dus ik wil SPACE. Vrijheid. Iets anders zien dan die witte muren. Het eerste het beste guesthouse met een dakterras moet het zijn. Als ik vraag of ik mijn kamer mag zien, neemt de eigenaar me mee naar boven. Hij wijst de deur, ik doe hem open en tref 3 travestieten op mijn bed. Ook hallo. Ik kijk vast verbaasd maar zij groeten me liefdevol. Ik zie travestieten alleen maar in de trein hier, waar ze dan in hun handen klappend en roepend rondlopen en mannen betasten en in hun zakken voelen om zo om geld te vragen. Ik begrijp nooit zo goed hoe dit werkt maar ik begrijp ook niet dat ze hier op mijn bed liggen. Ik vind deze wel lief 🙂 en drie uur later zijn ze weg en heb ik m’n vrijheid én privacy weer terug. Tijd om op t dak te gaan zitten en de wijde wereld in te staren. Dat gaat hier prima. De bevolking lijkt zelf niet heel veel meer uit te voeren. Visnetten ontknopen, luieren en vooral heel heel heel veel potjes kaarten. What a life.

IMG_0949

– Na drie vredige dagen van bijkomen, onze ervaringen delen (hard nodig, we zitten er zo vol van), wennen aan normale maaltijden en samen uren mediteren bij zonsopkomst en ondergang, ben ik wel weer klaar voor het normale leven denk ik. En ach, in deze meditatieve superheldere relaxte toestand kan ik ongetwijfeld alles aan. Ik heb een vlucht om 9u vanaf Chennai Airport. Vertrek om 6u ‘s ochtends heb ik afgesproken met m’n riksja-chauf. Hij is er niet. Gelukkig vraag ik altijd telefoonnummers als ik iets afspreek en ik krijg hem slaperig aan de lijn. “5 min!”. Tien min later is ie er nog niet, ik bel nog maar eens. “3 min”. Haha ik hou zo ontzettend van de tijdsbeleving van de Indiër. Ik drink nog maar een chai-tje met de schoonmakers van de tempel hier. Een kwartier later vertrekken we. “Wie mediteert, hoeft nooit meer te wachten”, leerde een teacher me ooit. Dat gaat nu wel op dus tijdens de rit die 1,5u zal duren, mediteer ik op de achterbank. Totdat de riksja raar begint te doen. En uiteindelijk stilvalt. Ja hoor, hij is stuk. Tijd om z’n vrienden te bellen, of ik kan beter zeggen, z’n brother, want iedereen hier schijnt elkaars broer te zijn.

IMG_0960

Nu wordt het wel wat spannend om m’n vlucht te halen maar de beleving van spanning en stress zijn HEEL anders sinds vorige week. Gelukkig kan ik nog wel realistisch denken dus ik sla zijn aanbod om “te wachten op de riksja van een vriend” af en laat hem een passerende riksja aanhouden. De mannen regelen met elkaar wie hoeveel geld ontvangt en ik haal mijn vlucht op het nippertje. Bijna zonder stress. Deze nieuwe relaxte modus bevalt me prima.

Mumbai
– De grootste volste stad van India (inwoneraantal onbekend vanwege de grootste sloppenwijken van Azië waar niemand kan tellen) stond niet perse op mijn planning, maar na een uitnodiging van mijn IBFF om te vieren dat ik de Vipassana 10 dagen heb uitgezeten, vlieg ik toch het land over voor een nacht in The Taj Palace. Ik ga slapen in een paleis! Van buiten ziet het er al fenomenaal uit, het is een attractie voor vele toeristen om alleen de buitenkant al te zien. Het voelt HEEL raar om met m’n slippertjes en ongewassen verstofte backpackers-outfit langs de beveiliging door de metaaldetector bij de ingang te lopen en raar aangekeken te worden, maar ja, we slapen hier toch echt. Ik weet niet wat me overkomt als we binnen staan. Dit is by far het allermooiste hotel dat ik ooit in mijn leven heb gezien. Ik kan niet geloven dat ik in een bed mag slapen dat werkelijk schoon is, niet aanvoelt als een houten plank, met schone lakens, zelfs een dekbed en….een waanzinnig mooie badkamer met jawel…warm water!!! Dat natuurlijk vanuit een regendouche op me neerdaalt. Shampoo! Douchegel! Handzeep! Een spiegel! Een föhn! Een zachte schone witte badstof handdoek! Ik kan mijn geluk echt niet op en ben 24u sprakeloos door de luxe die me omgeeft. De prinses in mij ontwaakt weer. Wat een cadeau om je op deze manier heel even terug te mogen trekken uit het rauwe Indiase leven en weer even op te laden. Wow.

Delhi

IMG_1002

– Als ik ergens vaak voor gewaarschuwd ben en inmiddels zelfs een beetje bang voor ben geworden door alle verhalen, dan is het de hoofdstad van India wel. Op een doordeweekse ochtend kom ik om 8u per trein aan. Eerste gedachte: “Dat valt reuze mee”. Maar na 3 dagen doffe kille brutale respectloze ellende neem ik mijn woorden terug. Waarom?
1. Ik maak hier kennis met de liegende Indiër: “daar om de hoek hoef je niet te lopen nee, want daar is niks, daar is alleen een parkeerplaats, nee dit is niet meer open, nee dit guesthouse is afgebrand maar ik weet wel een andere, ik moet met je mee de tempel in om je te beschermen voor de apen, dit is een luxe toeristenbus en daarom betaal je meer, “your destination is very far, you can not walk”, “no dormitory only double room”. Ik zeg het je een keer omdat ik het gewoon kwijt moet: flikker op, jullie zijn allemaal vuile smerige leugenaars, nou laat me met rust. God wat lucht dit op en god wat had ik dit graag hardop tegen every single one of them gezegd. My god.
2. We zijn allemaal naar Delhi gekomen om elkaar op te zoeken voor het leukste Hindoestaanse feest van het jaar: Holi. Het festival waar men elkaar zegent met verfpoeder en elkaar happy Holi wenst. Omdat de winter voorbij is, de maan weer vol is en de lente zich aankondigt. Dit feest past bij me en ik zou willen dat we 21 maart thuis ook bewust zouden vieren. Goed, waar beter te vieren dan in de hoofdstad, met vrienden die je in de afgelopen maanden tegen bent gekomen. Ik zeg het je, het is drie keer kut. Sorry maar ik kan het niet zachter zeggen. Waarom? Het begint sochtends om 9u op straat nog heel zacht, lief, met een vinger met poeder over je voorhoofd en een oprechte happy Holi-wens. Dit is zo mooi en ik prijs me gelukkig hoe we zo één mogen zijn met de Indiase Hindoestaanse bevolking in het oude deel van de stad. Maar nog geen uur later is het feest veranderd in een gemeen, hard, fysiek, pijnlijk en naar festijn waar dronken mannelijke Indiërs proberen om zoveel mogelijk vrouwelijke westerse toeristen te betasten (echt overal) en te bekogelen met veel te grote waterballonnen en rauwe eieren. Volgensmij was dit niet het idee achter happy Holi. Zelfs de drie stoere westerse mannen waar ik mee samen ben kunnen me zelfs niet beschermen tegen alle aanvallen. Als een politieman een van onze betasters werkelijk kei hard op zijn bek slaat om ons te beschermen en ons terugstuurt naar het hostel, lijkt me dat een duidelijk genoeg signaal dat het over is. Ik ben blij dat ik m’n “no expectations-rule” heb toegepast, maar teleurgesteld ben ik toch.

IMG_1286

Laat ik dat ei in m’n kruis maar zo snel mogelijk vergeten en terugdenken aan die zachte vingers over m’n voorhoofd waarmee we de dag openden vanmorgen. Want ook dit is India.

Mannen in de rij voor alcohol, de dag voor Holi:

IMG_0972-0

3. Vanwege nummer 1 en 2 heb ik al snel besloten dat dit niet de plek is om lang te zijn en dus sta ik na 3 dagen Delhi al op het Old Delhi trainstation te wachten, samen met een bende andere mensen, op mijn trein naar Jaipur.

IMG_1030-0

Mijn trein is vertraagd (zoals alle andere treinen in India overigens, nooit 5 min zoals de NS maar eerder 5 uur). Ik zie kinderen van het perron op het spoor plassen. Kinderen over het spoor struinen op zoek naar eten dat mensen uit de trein hebben gegooid. Een kind van 8 met een sigaret in zijn mond. Vrouwen die hun was ophangen naast de vervuilende treinen. Een man die op het spoort poept. Bedelende ongewassen kinderen die trucjes doen om geld te verdienen. Een vader naast me die zijn kinderen slaat met een stok als ze ruzie maken. Starende mannen-ogen, op mij gericht. En honderden mensen gewikkeld in lakens, slapend op het perron. Oef. Dit is niet het zachtste afscheid van een stad dat ik ooit gehad heb. Maar het is oke. Het past precies bij deze stad. En dit wilde ik zien en meemaken. Het is zo’n contrast met thuis, dit is waarom ik reis. Ook als snap ik het misschien niet allemaal, het schudt me wakker en maakt me bewust van het bizar gelukzalige overvloedige leven dat wij leiden in het westen. Terwijl ik in de deuropening van mijn vertrekkende trein zit, zwaai ik naar vrolijke spelende kinderen in de sloppen naast het spoor. Ik vraag me af welke kinderen gelukkiger zijn, die bij ons thuis die mopperen omdat ze naar school moeten (zoals ikzelf vroeger) of die hier, die gillend van plezier over de rails rennen. Ik heb geen idee.

IMG_1037

Jaipur
– Ik geloof dat ik een semi-zwartrijder ben vandaag. Dat is ontstaan nadat ik een keer per ongeluk zwart heb gereden in Mumbai (succesvol zonder gepakt te worden) en ik Rich gisteren heb aangemoedigd om (vanwege megadrukte bij de ticketdesk en omdat hij zijn bus moest halen) samen op mijn ticket met de metro te reizen en we over een poortje zijn gesprongen. Ik weet het niet maar als niemand zich hier aan de regels houdt dan lijkt dat ook iets los te maken bij mij. Aangezien er geen tickets meer zijn voor de normale klasse in de trein richting Jaipur, heb ik een “general ticket” gekocht. Net zoals de Indiërs. Punt is alleen dat general class nogal vol zit. Zodra de trein tot stilstand komt, rent iedereen naar de deur om er vervolgens massaal ingeduwd en gepropt te worden. Ik kan er gewoon niet eens bij of tussen met m’n tas. En eigenlijk wist ik dit van tevoren. Ik installeer mezelf in de AC-klasse, tussen de rijkere Indiërs. Die me irritant vinden omdat ik geen betaalde zitplaats heb. Als er voor de vierde keer (!!) een conducteur langskomt en ik dus ook voor de vierde keer doe alsof ik slaap, begin ik em toch een beetje te knijpen. Ik moet lachen om mezelf, ik ben ZO’N watje en zon slechte moraalridder. En dus installeer ik me even later, als bange schijterd puur uit angst voor reprimandes, in de deuropening van de trein terwijl ik de zon zie ondergaan. Er is geen betere zitplaats in de trein dan deze.
Het lastige aan de Indiase treinen is dat stations niet worden omgeroepen en er ook geen bordjes op de perrons staan. Ik weet dus nooit wanneer ik er uit moet. Als je in India wilt reizen, zul je over een flinke dosis vertrouwen in de medemens moeten beschikken, óók als je keer op keer genaaid wordt door eerder genoemde onbetrouwbare ratten. Als een gezin naast me “Jaipur!” zegt, stap ik dus braaf uit. En snel weer in als iemand op t perron zegt dat ik er nog lang niet ben. Whatever. Ik volg braaf. Ach ja, het houdt je bezig en ik heb duidelijk niks beters te doen dan m’n tas optillen en verslepen. Gelukkig stap ik 15 min later op t juiste station uit en heb ik weer wat geleerd vandaag. Niet meer zo stoer doen, niet meer zwartrijden.
– Hoe gelukkig kun je zijn als je na het rauwe Delhi in Jaipur wordt verwelkomd door een jonge dude die goed Engels spreekt en me oprecht helpt bij het vinden van een guesthouse dat ík wil, zonder iets op te dringen. Als hij me ergens binnenbrengt en ik door de receptionist verwelkomd wordt met een enorme schaamteloze boer gevolgd door een “Hello Miss!”, dan is dat voor mij reden genoeg om te blijven. Hier ruikt het immers naar avontuur 🙂
En inderdaad, saai is het hier niet. Als ik de volgende ochtend na m’n meditatiesessie op t dak (ze zijn hier in Rajasthan echt HEEL GOED in dak-faciliteiten, te gek!) French Toast bestel als ontbijt, zie ik al dat het wel eens een lastige bestelling kan zijn. Eerst komt ie met toast met omelet. Ik stuur hem terug. Dan komt ie met toast met honing. Ik stuur hem terug. Drie keer zal scheepsrecht zijn toch? Dan komt ie met toast met gebakken ei. Mijn god, waarom zet je iets op de kaart als je niet weet wat het is?! Goed, we zijn een uur verder en het interesseert me inmiddels niks meer dus geef me dat ei nou maar, het is al goed. India. De beste training in geduld en loslaten die je ooit zult krijgen.
– Als ik even later het magische Amber Fort bezoek, ontdek ik daar de gezelligste wc van de wereld. Drie hang-wc’s op een rijtje zonder enige afscherming.

IMG_1071

Hoe gezellig om zo op een rijtje te plassen? Ik kan niet ontkennen dat ik best wel blij ben dat ik niet hoef te poepen nu.
– Even later laat de riksja-chauf een van mn dromen uitkomen. Hij vraagt me of ik de riksja misschien wil besturen? Hell yeah! Als een kind zo blij scheur ik even later over de Indiase wegen. Hoera!
– Ook de rest van deze Pink City is prachtig. De oude tradities, een waterpomp midden in de stad, de lekkerste verse yoghurtshakes, opa en kleindochter bij een opkomende zon, oma die precies weet hoe ze geld moet vangen bij de toeristen, de heerlijke kleurrijke bende in de winkels en de beveiligers bij Amber fort die wel wat beters te doen hebben dan het fort bewaken. Ik slurp de mooie dingen van India op.

IMG_1070

IMG_1080

IMG_1046

IMG_1093

Maar dan is het zover. De pracht van India slaat om. Ik dacht dat ik m’n portie stomheid wel gehad had in Delhi maar het tegendeel is waar. Als ik het pad naar de Surya-tempel op loop en de jongen voor me ineens omdraait om zijn piemel uit zijn broek te halen om hem aan me te showen, is India ineens een stuk minder incredible. Wat sneu. Ik ben niet eens geshockeerd of bang. Ik vind het zo zielig voor hem dat hij de behoefte heeft om dit te doen. Waarom? Beledig ik hem door alleen te zijn als vrouw? Heeft hij last van onderdrukking van zijn seksualiteit? Is er iets mis met hem? Ik kan het alleen maar raden. Hij achtervolgt me tot aan de tempel op de top maar ik doe alsof ik niks gezien heb. Hij druipt af als ik me aansluit bij een Amerikaanse gast die zich direct over me ontfermt als ik vertel wat er zojuist gebeurd is. Ja hij wil mijn husband wel even zijn en ik ben veilig. Bizar is het contrast ook nu weer, als ik twee minuten later liedjes zit te zingen met een 7-jarig Indiaas meisje in de surya-tempel. Incredible again. India is zo’n gek land, zoveel extremen, zoveel uitersten. Ik kan niks anders doen dan het te ondergaan en accepteren.

Eenmaal terug bij de riksja heb ik wel weer genoeg gezien voor vandaag geloof ik 🙂 ik vraag m’n chauf om me terug te rijden naar m’n guesthouse. En dan wordt hij ineens ook nasty. Waar we net nog beste vrienden waren en ik z’n riksja mocht besturen, ben ik nu blijkbaar ineens een stom wijf omdat ik niet mee wil naar zijn huis of zijn vrienden om “chai te drinken”. Hij zeurt, hij beledigt me en springt ineens veel te dicht naast me op de achterbank. Luister vriend, ik heb net meerdere keren gevraagd of je wilt ophouden met zeuren of ik met je mee ga, ik heb je al uitgelegd wat nee betekent en nu ga ik het je nog een laatste keer vriendelijk vragen, maar als je niet luistert ga ik echt gruwelijk gebruik maken van deze gelegenheid om te oefenen met het aangeven van mijn grenzen. Stop met vragen, opdringen en aanraken en ga terug naar je eigen plek (waar inmiddels ineens een vriend van hem zit die de riksja bestuurt). En weer ben ik niet bang maar nu wel boos. Hij krijgt m’n smerigste blik te zien en ik vertel hem dat ik het meen. Rot op. Hij luistert. God wat heb ik zin om hem een mep te geven. Ik vrees dat deze agressie niet alleen op hem is gericht maar ook op z’n landgenoot van daarnet en op al die andere mannen die me de afgelopen week hebben aangestaard, aangevoeld en aangesproken. Ik heb het gehad. Ik vind Jaipur ineens een kutstad (wat het helemaal niet is, maar ik ben al het moois duidelijk weer vergeten) en de hoeveelheid scheldwoorden die zich ineens in mijn woordenboek bevinden is ook niet meer normaal. Ik kan beter gaan…

….to be continued, inclusief meer piemels en antwoord op de vraag waarom je ergens blijft als je het er horrible vindt. Speak soon.

HUMANS OF INDIA

“The only difference between your Catholic and our Muslim belief is that Allah is our messenger instead of a God. We are teachers too, in English and Computer Science. We have an arranged marriage like almost everyone else in India. It is often very difficult, but we think love marriages and love relationships are difficult too, right? Can we take a selfie? We can not post pictures of ourselves on Facebook because we are not allowed to expose ourselves. You can post it but please don’t tag us. We will keep our picture as a sweet memory of our talk.”