Lekker lokaal

Hagedissenpoep in je bed? Tarantula’s bij je voeten? 24/7 muggen om je benen heen? Word je al warm? Nee?

Mango’s all you can eat voor je neus in de tuin? Het lichtgroenste water ooit? Lieve lachende mensen die je constant begroeten? Geen andere toeristen? Een lief klein donker kroes-harig kindje om je nek? Ja? Beter?

Welcome to Sarteneja

392159_284906204951097_1938116207_n

Backpackers Paradise

Dit is precies wat ik nodig heb. De locale ervaring, het gewone leven, niks opgesmukt om het aantrekkelijker te maken voor toeristen. Want die zijn er niet. Hallelujah praise the lord! En ja, mn guesthouse Backpackers Paradise heeft plek voor me. Een private hut zelfs voor de prijs van een dorm bed. Want er is namelijk niemand anders. Behalve Nathalie zelf, de eigenaresse, haar twee heerlijke honden Maurice en Bush en haar vier paarden. Welcome to Paradise.

Ik heb besloten dat ik een week vakantie heb. Vakantie van meer avontuur, vakantie van mijn eigen regels vooral. Geen meditaties, yogasessies, hardlooprondes en verplichte nummers voor een week. Gewoon even doen waar ik zin in heb. Slapen totdat ik wakker word. In slaap vallen als ik moe ben. No more rules. En nul invloed van buitenaf hierop. Gewoon waar IK zin in heb. Jawel, tussendoor wordt er gewerkt en er komt zelfs een skype-sollicitatie tussendoor, maar dat is allemaal prima. Maar geen regels.

Ik fiets rond door het dorpje, roep enthousiast Hola tegen iedereen die ik tegenkom, klets met de kassa-chicks in de supermarkt, werk nog maar wat vette hap naar binnen bij de lokale mini-restaurantjes (het woord sla kennen ze hier niet, vitamines ook niet trouwens) en hang op de steiger tegen de paal terwijl mijn voeten in het water bungelen. Binnen no time heeft iedereen door dat ik Anna ben, die ene gringo, die bij Nathalie bivakkeert. Die ene zonder plan. Gezellig, want na dag 1 word ik overal waar ik kom begroet, want iedereen weet wie ik ben. Superleuk.

10639422_10152774519446561_6203261740944509821_n  10984095_10152774519576561_2490968410000975493_n

Never alone

Ik heb duidelijk geen vakantie van de mannen trouwens. Je wilt het niet geloven, maar steeds als ik op de pier lig, word ik binnen een half uur omringd door gastjes die even komen kijken naar het chickie. Het maakt blijkbaar niet uit hoe oud ik ben. Of hoe oud zij zijn. Ik meen het. Op dag 3 word ik versierd door een KIND van 16. Ik kan me niet meer herinneren wanneer dat voor het laatst gebeurde. Nathalie legt me uit dat als de mannen geen aanstalten maken bij een meisje, ze door hun vrienden meteen worden uitgescholden voor homo. Ahhh, oke. Het is zelfbescherming dus, dat ze cola’s voor me kopen en achter me aan gaan. Oke, I can deal with it. Op dag 4 word ik belaagd door een superschattig jochie van 6. Hij komt badderen, vertelt ie en hij vraagt of ik ook het water in wil. Na een paar duik-acties in het water en spelen met de modder van de bodem van de zee, hangt ie ineens om mijn nek. Om niet meer los te laten. Sta ik daar, in dat blauwe water, met dat jochie om mijn middel. Zijn hoofd in mijn nek begraven. Hij is een cadeautje. Ik realiseer me dat hij in het grote gezin waar hij uit komt misschien niet alles krijgt wat hij nodig heeft, dus ik geef hem wat ik heb. Hij hoeft pas weg als hij uitgeknuffeld is. En ja, hij wil vrienden met me zijn. Waarna hij zijn snoetje weer in mijn nek wegstopt en om mijn middel blijft hangen en stil is. Wat een geluk.

828_dscn4746 (1)

Mooie-mensen-meeting

Nathalie omarmt me na twee dagen al als een vriendin. Van het ene op het andere moment hebben we super open gesprekken over van alles en nog wat, maar vooral over het leven en de liefde. Blijven toch het favoriete onderwerp. Ze is biologe en vergelijkt alles met het gedrag van dieren. In the end zijn we ook maar een stel apen en willen de vrouwtjes gewoon een man die sterk is en kan domineren. She’s got a point. Ze nodig me zelfs uit voor de verjaardag van Kevin, een van haar beste vrienden. Op zaterdagmiddag worden we opgehaald: Nathalie is ook DJ en zal de hele nacht gaan draaien dus Kevin zorgt dat ze niet met haar geluidsinstallatie de bus in hoeft. We berijden zandwegen vol kuilen en gaan over een ferry die met de hand middels een kettinginstallatie over het water getrokken wordt. Wow, dit is pas oldschool! Om 5u ’s middags komen we aan in Progresso, het dorp waar de ouders van Kevin wonen. Er wordt een varken geslacht, dit is een traditie bij welke viering dan ook, dus de ribbetjes liggen te roken op de barbecue. Ik ontmoet de meest fantastische mensen. Kevin werkt zelf als counselor met HIV-positieve mensen in Belize City. Hij is samen met Stephen, wereldverbeteraar en lid van het Youth Coalition for Sexual and Reproductive Rights fonds, en Elianne ook nog eens oprichter van het Belize Youth Empowerment for Change fonds waarmee ze de jongerenrechten in Belize proberen te verbeteren. Ze werken met een team van mensen waaronder ook de vriend van Stephen. Ik scroll door Stephen’s fotos op zijn mobiel en kom zo de mooiste verhalen te weten, terwijl hij de ribjes op de bbq omdraait en al zijn liefde geeft. Het fonds geeft veel voorlichtingen in de meer rural area’s over omgaan met uitdagingen, en die zijn er veel hier!. Ik som even op: criminaliteit, veeeel te vroegtijdige seksuele benadering en prostitutie, discriminatie van ras, gender en seksuele voorkeur, fysiek en emotioneel misbruik en racisme. De drie gay mannen hebben er zelf ook veel last van. Stephen is zelfs voor de Verenigde Naties in New York geweest om de situatie in Belize te spreken en is vervolgens geïnterviewd door CNN. Het was niet bepaald een pretje toen hij daarna weer terug in de ghetto van Belize kwam en hij was lange tijd niet veilig. Daarnaast ontmoet ik Elisa, de eerste (en waarschijnlijk ook enige) feminist in Belize. Ook zij heeft een NGO opgericht om sekswerkers te informeren over hun rechten en kansen op een beter leven. Zowel vrijwillige als gedwongen prostitutie is een groot probleem hier in Belize en Elisa boost het zelfvertrouwen van deze dames waar en wanneer ze kan. Je raadt het al, dit is een behoorlijk inspirerend vriendengroepje. Ik hoor ze helemaal uit en kan niet stoppen met zeggen hoe onwijs ik van ze onder de indruk ben. Maar ze zijn bescheiden. Ze doen wat ze kunnen maar scheppen er niet over op. We maken afspraken voor sessies in de komende week, zodat ik ze vrijwillig kan helpen vanuit mijn psychologisch perspectief. Psychologen zijn er namelijk niet in Belize, terwijl ze volgens mijn nieuwe inspirators wel heel hard nodig zijn. Ik sta te stuiteren en kan maar niet geloven hoe ik hier ineens in het hart van de wereldverbeteraars ben beland. Zo random! We dansen tot de zon opkomt (en tot ik me aardig de tering schrik van die tarantula op 10 cm van mijn voet: get off the dancefloor you freak!), kruipen in tentjes om een paar uur te slapen en verwelkomen dan de dag met een yoga-sessie aan het meer. Wat een bijzondere verjaardag en hoe fantastisch dat ik hier bij mag zijn.

11053568_10205017842986021_8885367834942914404_o
Stephen op rechts en de jarige Kevin in het midden

Jungle & Jaguars

Tijdens mijn verblijf in Sartaneja duik ik ook 1 keer de jungle in. Ik heb er helemaal geen zin in maar de Zwitserse jongen die ik bij t water heb ontmoet en in het Shipstern Reserve werkt, dwingt me praktisch, aangezien hij rete-blij is dat er eindelijk een andere Westerling in town is die zijn werk kan bewonderen. Vooruit. Ik check de supermooie grote vlinders in de vlindertuin. Ik heb 30 vragen maar niemand kan ze beantwoorden. Dat komt, zegt de Zwitser, omdat je hier geen opleiding nodig hebt om als ranger te kunnen werken. De gids vraagt of ik hem mee wil als ik de wandelroute door de jungle ga maken. Nou, dat hoeft dan ook niet echt. Ik kan dit best alleen. Ik besluit na 10 minuten van de wandeling af te wijken en richting de lagoon te gaan lopen. Pieter zal zeker trots op me zijn, denk ik terwijl ik de route achter me laat. Ik weet niet hoe ver de lagoon is, maar het kan nooit aan de andere kant vd wereld zijn toch? Ik krijg het steeds warmer naarmate ik van het pad af ben en dat komt niet alleen door de hitte. Eerst zie ik een tarantula, dan een slang, dan springt er een soort van aap-achtige bij me vandaag en als ik die 3 schrik-momenten heb doorstaan, bedenk ik me ineens dat hier wilde jaguars zitten. Ik heb werkelijk GEEN IDEE wat ik moet doen als ik er een tref. En dit pad blijft maar doorgaan, waar ben ik in godsnaam en wanneer komt dat lagoon onderhand? Als mijn hartslag een beat van 180pm heeft bereikt, besluit ik dat ik nu wel heel onhandig bezig ben en ik misschien beter om kan draaien voor mijn eigen veiligheid. Oh ja, ik ben, natuurlijk, ook nog op mijn slippers. HOEZO HEB JE GEEN SCHOENEN AANGEDAAN VANMORGEN?! Superhandig met die tarantula’s en slangen om je heen. En als je een jaguar tegenkomt dan kun je dus ook niet eens rennen. 1-0 voor wildlife, Anne verliest. Ik haast me gauw terug naar de normale wandelroute en heb een halve dag nodig om bij te komen van dit veel te spannende avontuur.

11260534_10152774514436561_7063851236203377855_n

Ik ga ook nog een ochtend paardrijden met Nathalie. Dit keer wordt er flink gegaloppeerd en ik vind mijn leven weer het einde als ik steeds moet duiken voor laaghangende palmbladeren en steeds bijna uit het zadel gegooid wordt. Ik moet toch iets doen met dit paardrijd-talent geloof ik 😉 I love it!

Het einde

Na een week uitslapen en mango’s eten is mijn geld op, evenals mijn geduld met de muggen trouwens en is het dus echt tijd om te gaan. Nathalie vliegt vandaag naar haar liefde in Canada en ik hoor dat er twee andere backpackers aan zullen komen. It’s my call to go. Het was het einde om dit stuk van dit prachtige land met deze waanzinnig vriendelijke mensen even voor mezelf te hebben. Opgeladen en blij kan ik het wel weer aan om andere backpackers op te gaan zoeken op een van de mooiste plekjes van de wereld: Caye Caulker, I am on my way!

Mister Pete

I met this beautiful old man yesterday. He is 95. Can you believe what it’s like to be 95? I can’t. And let me tell you, this guy is so full of life that even a 18-year-old should be jealous:

Yesterday I hitchhiked all the way from Bacalar, Mexico, to a tiny little town called Chunox across the Belizean border. It took me 5 hours and 4 rides to get there. Everyone was so generous and I heard so many beautiful stories again (its great how they all speak English here!!). As I walked through the tiny village after my last hitch, trying to find the only bus stop in town, I was greeted by Belizean kids “Hola Gringa!” from their garden and barked at by random street dogs. Then I reached the bus stop. There was a little family-gathering and it took me at least an hour to find out who belonged to whom. I played with the 5-year-old Lucy and chatted away with her 14-year-old brother Samir. “What does your country look like?”, he asked me. “Well, eh, it’s very different. We have no banana-, coconut-, avocado- or mango-trees like you do”, I told him. He looked at me with amazement: “So what do you eat then???”. Great conversation (:

As soon as the family left, this old skinny man who owned the shop next to the bus stop came and sat next to me. “There is no bus on Sunday, but you might be able to get a ride soon”, he said. I started to ask him my favourite questions and he told me his life story. It was filled with love-stories and great adventures. “Life is about love, you know, it’s the most important thing. As long as you are loved, you are alive. I am loved by my creator, I thank Him every day for the life that I get to live. I am a very happy person.” He talked for hours and kept on smiling the whole time. He looked stunning, with his gorgeous smiley face. So so beautiful from the heart. I told him that he looked like a very happy man to me. He said: “I was blessed with giving. People can take everything away, but they will never be able to take away my blessing of giving. Do you want some coconuts from my garden? You can take anything you like, really!”. He told me about his plans: “I want to build 4 little cabanas in my yard. I will start this weekend and yes, I will do that myself. And then maybe, when I finish them, I will buy some more land with a few ruins over there”, and pointed across the jungle. “Tell your friends about me cause in two years from now, everything will be finished for you and your friends to come back!”. I wondered how old he was, since this seemed like a life-long-plan. He wanted me to guess. I started at 64 and kept on going up, while he laughed out loud and kept on yelling “Up!!! Up!!!”. He appeared to be 95. My god, 95! I had never met anyone that old in my life ever before. I told him that he seemed so full of life that I could just not believe that this was the truth. “Well, I am going to be 120 years old you know!”, he said. He told me he was trying to build the property because he wanted to leave something for his granddaughter. She was 17, about to turn 18 on the 17th of August. I looked at him and smiled: “that’s my birthday too…”. We both had a glance in our eyes.

There was no bus on Sunday. He was right. And apparently there were no cars either going in my off-the-beaten-track-direction today. I think I had to thank Him and my new friend Senor Pedro, or as he wanted me to call him, Sir Pete for that, as this afternoon with him was one of my all-time-favourites. After three beautiful hours of listening and waiting, I got picked up by a 35-year old Guatemalan girl named Noëmi, who gave me food and shelter. She even let me sleep in her swinging bed and I was therefore safe from the scorpions that were crawling over the jungle floor. So nice. So generous, again.

This morning I went back to the bus stop and hung out with Mister Pete again. I was an hour early, since I had no clue I had arrived in a different time zone. He kept on smiling about my ignorance. He said I would be picked up for my last hitch by two primary-school teachers in a white car. He said they would arrive at 7.20. He was exactly right. They wanted to give me a ride and I said my last goodbye to my favourite 95-year old.

God bless mister Pete.

Lift me up

Zet het kind het toeristisch gebied uit en naast een snelweg en ze is weer vrolijk. Het is niet zo heel moeilijk! Duim omhoog, lief lachen en misschien je haren los als het te lang duurt. Het kost me maar een paar uur meer dan wanneer ik het OV zou nemen en ik zeg het je: het is ZO LEUK!

Eerst word ik achterin een truck gegooid tussen de mango’s door een jong stel met baby. Vervolgens, na lang wachten in de verzengende hitte (don’t do this hitch-hiking-thing in the middle of the day!), word ik opgepikt door een Beliziaanse bus vol Creoolse mensen en de grens over gezet.

bus

Dit is veruit de makkelijkste grensovergang ooit. Ze kijken me niet eens aan en de stempel staat al voordat ik hoi heb gezegd. Vanaf daar nog een keer lief kijken om ergens te mogen plassen bij iemand in de tuin, en ja hoor daar issie weer, het gat in het hout (precies zoals vooroorlogs bij ons). Even mikken and off we go.

Vervolgens word ik opgepikt door Jezus, zo’n lieve aardige man, die nog zegt: “Ik zou de bus nemen als ik jou was, dat gaat makkelijker!”, maar nee, ik wil met hem mee, “much more fun!” zeg ik hem. Jezus geeft me de beste introductie in Belize die er is. Er is meer dan genoeg land voor iedereen, daarom mag iedere buitenlander hier land kopen. Er is teveel land voor de kleine hoeveelheid mensen die hier woont zelfs, slechts 331.000 inwoners op een oppervlakte half zo groot als Nederland. Er is ook meer dan genoeg eten en drinken, want ongeveer alles groeit hier in het zonnige, vochtige klimaat en de visserij bloeit. Doordat de dorpjes klein zijn, kent iedereen elkaar en is het superveilig: lang leve de buurtcontrole! Hier in het Noorden wordt niet gestolen. Daarnaast, 99,9% van de kinderen tot 14 jaar gaat naar school want het is gratis en verplicht (je hoort me zuchten he, wat een verademing na al die slechte voorzieningen van de afgelopen maanden!). En, ook fijn na al dat onmogelijke Spaans, iedereen spreekt Engels want het wordt verplicht de hele dag gesproken op school. Eindelijk, kan ik weer de diepte in met mijn gesprekken. Jezus zet me af op de hoek van zijn dorpsstraat en slechts 30 min later word ik meegenomen door Manuel en zijn neef, hoera! Zijn Engels is niet zo top, maar hij komt dan ook uit Guatemala. Het leven is hier beter, vindt hij. Hij zegt hetzelfde: “er is genoeg voor iedereen”.

We passeren Little Belize, het dorp waar de Mennonites zich hebben gevestigd: een soort van Amish-achtige religieuze groep die wars is van oa elektriciteit en geboortebeperking. Hele gezinnen (14 kids) achter op een paard en wagen en enorme boerderijen en landerijen. Ik stap echt zo de middeleeuwen in, ook qua kledingvoorschriften trouwens, zo boeiend om te zien dat dit bestaat.

mennonite-women  mennonites_9575

2114245496_469b848b27

Ze zijn als sinds de 17e eeuw onderweg (vanuit Nederland! Ik wist van niks!) naar een veilige plek om zich te mogen vestigen, zonder deel te nemen aan welke politieke- of regeringseisen dan ook. Ze waren nergens welkom. Niet in Europa, niet in de de VS, niet in Mexico, maar in Belize werden ze met open armen ontvangen. Inmiddels voeden ze praktisch het hele land. En dat dus allemaal met de hand. Impressive! Ik vind Belize nu al fijn!

Even later zet Manuel me af aan de rond van een dorp, bij de bus stop. Maar neeee, dat is niet de juiste bus stop! Iedereen die me passeert en me vraagt waar ik heen wil, vertelt me dat de bus aan de andere kant van het dorp stopt. Lopen dan maar. Langs kleine gekleurde houten huisjes, omringt door tuintjes en blaffende honden. Iedereen groet me supervriendelijk. Het voelt allemaal zo gemoedelijk. Eenmaal aangekomen bij de bushalte ontmoet ik Senor Pedro en zijn familie. Ik stel vragen en luister naar zijn verhalen terwijl de 3 uur wachten voorbij vliegen.

WIN_20150615_073828 (2)

Er komt maar geen bus. Nee duh, dat zei Senor Pedro me 3u geleden ook al, maar ik hoopte het stiekem toch. Er komen ook geen auto’s voorbij en inmiddels is het donker dus het ziet er naar uit dat ik op het bankje van de bus ga slapen… Totdat de mooie Noëmi haar auto terug uit rijdt en vraagt of ik bij haar wil slapen misschien? “I have been in your situation and I was crying all night because no one wanted to give me a ride, I don’t want you to feel the same!”. Ik ben niet bepaald aan het huilen in het prachtige bijzijn van Senor Pedro, maar ik vind het wel superlief dat ik bij haar mag slapen!

Midden tussen de maisvelden staat haar huis. Haar man is in de US voor zaken, ze heeft geen baan en vindt het saai in haar eentje. We kletsen, ze kookt voor me en we kijken samen naar de Mexicaanse versie van X-Factor om het vervolgens helemaal af te zeiken 🙂 daarna brengt ze me naar mijn kamer, met, jawel, een swinging bed. Een tweepersoons bed verbonden aan 4 touwen aan het plafond. En een muur vol met Duitse oorlogs-afbeeldingen. Huh? Ja, gekocht van de Mennonites..

WIN_20150615_064842     WIN_20150615_064853

En, een lief klein niet-zo-schattig schorpioentje in de badkamer. Die ik ontdek terwijl ik op m’n blote voeten op de wc zit. Oeps. Oke, ik ben dus niet voor veel dingen meer bang, maar schorpioenen staan naast jaguars bovenaan mijn liever-niet-lijst. Ik kan hem makkelijk doodmaken, maar de boeddhist in mij kan dat niet aan. Ik bekijk hem uitgebreid, zie hoe hij een dikke vette spin vermorzelt en besluit dan dat hij duidelijk iets toevoegt aan mijn kwaliteit van leven in deze nu-spin-vrije badkamer. Hij mag blijven. Al heb ik spijt van die beslissing als hij een half uur later uit het zicht is en ik hem toch echt wel knijp. Waar is ie?

Goed, de volgende ochtend word ik levend en zonder schorpioen in bed wakker en wandel ik terug naar Senor Pedro bij de bushalte. Ik ben nogal vroeg, schijnbaar staat de klok hier anders dan in Mexico. Ik vind mijn naïviteit een groot geschenk, het draagt steeds weer bij aan mooie ervaringen. Zit ik daar lekker weer een uur te babbelen met mijn oude vriend! Hij voorspelt dat er twee docenten om precies 07.20u langskomen met hun witte pick-up. Zij willen me vast een lift geven naar Sarteneja. En hij heeft gelijk: hij vraagt het vriendelijk en ze willen me wel meenemen. Toch fijn want de eerste bus komt pas over 6u. En dat duurt me te lang hier tussen de muggen. Over een zandweg vol kuilen scheuren de ladies me richting bestemming: Sarteneja. Lekker off the beaten track. Hier heb ik naar verlangd.

A safe harbour

“Hola Anna!”, says a little Belizean children’s voice while I pass by on my tiny bike. It’s unbelievable how this village welcomes me as if I am one them. It doesn’t matter what colour your skin is, which language you speak or what religion you practice, you are safe here. Even if you don’t believe in electronics and have 17 children because birth control doesn’t suit you, like the Mennonites just around the corner. They have travelled through Europe (The Netherlands!), Northern America and Central America before they were able to find a safe spot to live their lives in the way their God wants them to live it. They were never welcome, until they reached Belize.

I have only been here for a week but everyone seems to know that I am the white girl called Anna who stays with Nathalie at Backpackers Paradise. And, more importantly, they seem happy that I am here, the only gringo in town. How generous and warm could you possibly be welcomed? Just ask the Belizeans. And I love being one of them.

My bike takes me to the little pier but to be honest, it doesn’t matter where I leave my bike behind cause no one steals anything from anyone here. Again, I am safe. I sit down with my feet dangling in the water and stare across the green ocean in front of me. There is no one in it. It’s all mine. And I love being alone. Until a little dark-skinned 6-year old taps on my shoulder. “No quieres bano?” he asks me. He takes off all his clothes and jumps into the water. Very naked. Well, if you are taking a bath, you might as well be naked, right? He asks me to come in. We play with the water and the smelly mud that’s on the bottom of the ocean. He thinks the mud-beard looks good on me. After a while I notice that he is holding on to me and is very decisive not to let go.

And there I am. In that still, gorgeous, green ocean, with a 6-year old clenched around my waist. It’s all ours. He digs his beautiful little face into my neck before he stops moving and then is quiet for minutes. I can’t do anything else but melt. He relies on me. For only this moment, I seem to be his harbour, his safety. I give him all the love I have because maybe he doesn’t receive enough wherever he may live with his 6 older brothers. After 5 gorgeous minutes of loving care and silence, I ask him if I can be his friend. He looks at me and nods before his head goes back into safety and silence. I love being together. The world has just stopped moving.

It’s all you can eat

“I hope you like mango’s”, she says, “it’s all you can eat here”. I stare out over her yard. The Belizean soil is filled with mango’s that have just fallen from the numerous trees. Those trees could probably feed everyone in this country. Too many mango’s to eat. I see coconut-, banana- and avocado-trees surrounding and trying to conquer the space. But here there’s definitely enough space for all of them. There’s enough space for every human being here. Maurice, the lazy but dominant dog strokes his snout against my arm. I look into his puppy eyes that have grown up to adult eyes but their trick still works. I pet his head and tickle under his muzzle. His friend Bush runs past the cabana with an iguana in his beak. He tosses it around and is the dominant one too, if only for the morning, while playing around with his haul. The sun strokes my hair while the sea breeze blows it to the other side of my shoulders. I take a sip of my coffee while the smell of it’s fresh roastedness tickles its way into my nostrils. The warm tasty liquid fills my mouth and it feels like I can distinguish every little bean that was used to make this cup. This tastes great. Everything seems to taste great when its planted with love, harvested with care and prepared by a relaxed pair of hands. And consumed in the here and now by a happy person. May God bless my life. It’s almost too blissful to be true.